Donderdag 24/10/2019

aanslag joods museum

Na 4 jaar en 8 maanden spreekt Mehdi Nemmouche eindelijk: “Ik laat mijn advocaten het woord voeren”

Advocaten van Mehdi Nemmouche, Sébastien Courtoy (l.) en Henri Laquay. Beeld BELGA

Vier jaar en acht maanden lang had hij aangegeven dat hij pas zou spreken op zijn proces. Iets na drieën gisterennamiddag was het zover. Mehdi Nemmouche sprak. En zei: “Ik laat mijn advocaten het woord voeren.”

Er zijn momenten waarop je de regie achter het proces rond de moorden in het Joods Museum ervan verdenkt een karikatuur te willen maken van de net terug ingevoerde assisenprocedure. Vorige week werd een hele dag uitgetrokken om uit 200 burgers 24 juryleden te loten. Hun namen, hun beroepen: alles werd tegen het licht ­gehouden.

Jurylid 2 gewraakt

Gisteren bleek dat nummer 2 griffier is op de Brusselse rechtbank. Hij was dat vergeten melden en bleek ook nog te hebben gewerkt voor onderzoeksrechter Berta Bernardo Mendez, die het onderzoek tegen Mehdi Nemmouche (33) leidde. Een hele voormiddag had het hof nodig om de man op vraag van het federaal parket en verdachte Nacer Bendrer (30) te wraken. De jury telt nu acht mannen, vier vrouwen en tien reservisten.

Voor dit proces had advocaat Sébastien Courtoy over zijn cliënt gezegd dat hij “niet zo iemand is die zich slechts wil verantwoorden tegenover Allah”. Dat leek suspense te beloven.

Nemmouche werd zes dagen na de viervoudige moord van een bus geplukt in Marseille met de moordwapens, een vlag van IS en een video waarin een op de zijne lijkende stem de aanslag opeist.

Voorzitster Laurence Massart: “Was u de dader?”

Mehdi Nemmouche: “Nee.”

“Was u in de lente van 2014 in het bezit van een pistool, punt achtendertig?”

“Euh, ja. Een speciale punt achtendertig, wel.”

“Wat is nu uw gemoeds­toestand? Gaan we door of stoppen we?”

“Ik ga in eerste instantie toch niet spreken. Ik laat mijn advocaten het woord voeren. Wij hadden meer dan honderd getuigen opgeroepen die een andere klok zouden doen ­luiden, ze zijn quasi in hun totaliteit geweerd.”

De verdediging heeft nochtans een verhaal.

“Op camerabeelden zie je de schutter het museum binnen komen”, betoogde advocaat Henri Laquay. “Op de klink zit DNA van meerdere bezoekers, die dag. Niet van Nemmouche. De schutter draagt, dat zie je op de beelden, geen handschoenen. Je ziet ook: dit is een professionele huurmoordenaar. Het eerste wat die doet, is de wapens doen verdwijnen. Dat is gebeurd, men heeft er onze cliënt mee opgezadeld. Op de trekker van het pistool zit geen DNA van Nemmouche. Op de kalasjnikov wel. Doordat hij die even heeft vastgepakt.”

Advocate van Mehdi Nemmouche, Virginie Taelman: “Hij zit daar op die bus met een kalasjnikov en genoeg munitie om 600 kogels per minuut af te vuren. Hij kon perfect vluchten, zoals elke islamitische terrorist. Hij, een zogenaamde IS-martelaar, liet zich zonder het minste verzet inrekenen. Het is grotesk.”

‘Gefotoshopt door politie’

Henri Laquay: “Twee getuigen hebben de schutter op de camerabeelden herkend, maar de politie heeft daarvoor een gefotoshopte foto gebruikt. Op de beelden ziet u dat de schutter een zonnebril draagt. Op de foto hebben ze die ­weggewerkt en vervangen door een half gezicht.”

Volgens Sébastien Courtoy is er ook gefotoshopt met beelden van de dag voor de aanslag. Daarop was eerst niks verdachts te zien, maar kort voor het proces dook een foto op waarop Nemmouche voorbij de bewakingscamera loopt.

“En dan hebben we nog de verklaring van een joodse buurtbewoner”, ging hij verder.

“Hij meldt dat twee mensen in de twee maanden voor de moorden onder valse identiteiten een woning hebben gehuurd in de Kandelaarsstraat, op twintig meter van het museum. In het Joods museum was het alarm uitgerekend die dag uitgezet. In het hotel waar het koppel Riva-Znaani logeerde, deed iemand dat met de bewakings­camera’s.”

Het heeft een hoog Netflix-gehalte, maar dit is waar de verdediging voor gaat: aantonen dat het koppel Riva-Znaani voor de Mossad werkt, en het ware motief daar dient gezocht. “In alle grote charters over mensenrechten staat dat een verdachte het recht heeft om te zwijgen”, reageerde Sébastien Courtoy gisterenavond. “Dat staat daar niet omdat men ­crapuul wil beschermen. Soms zijn er omstandigheden waarin de ­verdachte voelt dat het verhoor er slechts op is gericht hem in een val te doen lopen.”

Het probleem met het ­alternatieve scenario is dat er nog een tweede man in de beklaagdenbox zit, en dat die wel praat.

Laurence Massart: “Wanneer sprak hij met u voor het eerst over de hele zaak?”

Nacer Bendrer: “Hij was naar Marseille gekomen, hij zocht een kalash.”

“Hij wist dat u aan een kalash kan geraken? Dat is toch iets delicaats?”

“Op straat gebeurt het dat iemand je zoiets vraagt.”

Vandaag zullen de camerabeelden van de moorden worden vertoond in de rechtszaal.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234