Woensdag 20/10/2021

Na 100 jaar terug naar Sarajevo, waar WO1 begon: Srebrenica, de open wonde die niet geneest

Bosniërs dragen 409 pas geïdentificeerde lichamen ten grave in Srebrenica, op 11 juli 2013. Beeld EPA
Bosniërs dragen 409 pas geïdentificeerde lichamen ten grave in Srebrenica, op 11 juli 2013.Beeld EPA

Zaterdag zal het precies honderd jaar geleden zijn dat Franz Ferdinand werd doodgeschoten in Sarajevo, wat zou uitmonden in de eerste wereldoorlog. Een eeuw later is de hoofdstad van Bosnië-Herzegovina een verscheurde stad, met een verleden dat niet verteerd kan worden. Oost-Europa- en Balkan-kenner Frank Schlömer reisde er naartoe en maakte een reeks in zes afleveringen. Deel 5: Srebrenica, de open wonde die niet geneest

"Dat zou je beter niet doen. Er worden banden kapotgestoken, ruiten aan diggelen geslagen. Bij voorkeur auto's met buitenlandse nummerplaat. Wie dat doet kan je wel raden, zeker? Dan sta je daar in de bergen en reken maar dat niemand je zal helpen."

Even ben ik geschokt door het antwoord dat ik in Sarajevo krijg op een simpele vraag. Ik wil namelijk gewoon weten hoe ik op de kortste manier met mijn auto naar Srebrenica kan geraken. Op twee uurtjes tijd, had ik voor mijzelf uitgerekend. Dwars door de Republika Srpska zou misschien nog wat vervelende politiecontroles betekenen, maar meer dan drie uur zou het wel niet zijn.

Twijfelend en redelijk onthutst beslis ik toch maar om geen risico te nemen, al wil ik eigenlijk niet geloven wat mij gezegd is. Het is vrede en het afgrijselijke drama ligt straks twintig jaar achter ons. Maar ik weet ook dat men op de Balkan een geheugen heeft dat nooit iets vergeet, zelfs ééuwen later niet. Ik ben hier om iets over WO I te doen, ja. Maar Srebrenica is evengoed een symbool van zinloze moord, met het verschil dat dit géén honderd jaar geleden is. En er komt nog bij dat sommige Serviërs het hoegenaamd niet graag hebben dat de wereld Srebrenica niet wil vergeten.

Bij een kleine touroperator vind ik Edin Ogresevic, een student die op twee examens na volgende week master in de economie zal zijn. Hij is gids als bijverdienste en wil mij wel rijden. "Je zou dat op je eentje toch niet gevonden hebben, al was het maar omdat de Serviërs alle wegwijzers hebben weggehaald. Ze hebben niet graag dat daar bezoekers naartoe gaan, maar ze kunnen het ook niet beletten. Alleen gaan is niet aan te raden, al kan ik dat verhaal dat men je vertelde ook niet bevestigen." Srebrenica, de grootste massamoord van de moderne tijd op het Europese continent.

De diepe wonde die nog steeds niet geheeld is, de afgrijselijke schande die als een schaduw boven Bosnië blijft hangen, het trauma waaraan Sarajevo als hoofdstad nog steeds lijdt. Ja, ook bijna twintig jaar later zorgt Srebrenica dat de gemeenschappen in dit land vijandige neven blijven.

Vlak achter Sarajevo op een uitvalsweg door een tunnel begint de Republika Srpska - een grote Servische vlag laat daar geen twijfel over bestaan. Het gaat door een idyllisch landschap, langs heuvels en weiden, over wegen waarop koeien en schapen nadrukkelijk aantonen dat die eigenlijk alleen van hen zijn, langs cafeetjes die nauwelijks klanten hebben, langs orthodoxe kerkjes met prachtige iconen. Dorpen die uit tien, vijftien huizen bestaan, waar mannen op de zondagse banken ik weet niet wat bespreken en jongeren zich stierlijk dood moeten vervelen. Maar dorpen ook die gedeeltelijk verlaten zijn, waar uitgebrande en kapotgeschoten huizen staan, waar één familie soms drie huizen heeft - het eigen en dat van de buren die al een hele tijd 'weg' zijn. 'Weg' kan hier in de regio een erg definitieve betekenis hebben.

Dorpen ook die er een heldencultus op na houden, al zit hun idool in het verre Den Haag achter tralies bij het Joegoslavië Tribunaal. Ratko Mladic heet de man en die dorpjes hier zijn 'Ratko-territory'. De foto van de 'slachter van Srebrenica' hangt hier in de huizen, vaak naast of onder het kruisbeeld. Een paar keer zie ik een affiche van hem op de gevel aan de straatkant.

Dan, uiteindelijk Potocari, een gehucht op een paar minuten rijden van het stadje Srebrenica, dat vroeger 12.000 inwoners telde en nu nog 5.000. Aan de ingang van het stadje zie ik dat grote waarschuwingsbord weer, dat ik al een paar keren zag. Opvallend rood met een doodskop er op en het woord Pazi! (Opgepast: gevaar!) met een tekstuitleg om in geen geval de weg te verlaten omdat er nog landmijnen in de bermen kunnen liggen. Bijna twintig jaar na het drama kan je in Bosnië nog steeds niet gaan en staan waar je wil.

Het is in Potocari waar het kerkhof ligt voor 8372... moslims die door de Servische soldateska van Ratko Mladic zijn vermoord. Die drie puntjes achter het cijfer 8372 duiden aan dat er nog plaats is voor bijkomende doden en dat is nodig. Nog steeds worden massagraven gevonden in deze regio en de 'Memorial for the 1995 Genocide' zal binnen afzienbare tijd nog groter zijn dan nu.

Ik loop helemaal alleen tussen de grafstenen. Er is niemand te bespeuren, de auto van Edin is de enige die aan het kerkhofhekken staat. Aan de overkant een souvenirwinkeltje, maar ook daar niemand natuurlijk. De twee dames verkopen dvd's en boeken in alle mogelijke talen, maar kennen het drama van 1995 alleen van horen zeggen. Ze willen geen gesprek, ook niet via Edin.

Achter het winkeltje ligt het grote terrein van de voormalige fabriek voor motorolie met zijn immense bedrijfshal waar zich een deel van het drama van de massamoord heeft afgespeeld. Nu is het er akelig stil, ook helemaal schoon, geen stofje op de grond, alsof er elke dag met de stofzuiger wordt door gegaan. De betonnen vloer waar ik op loop heeft de angstkreten ingeslikt van de mannen die hier zijn afgemaakt. De gaten in het hoge plafond zijn getuigen van schietoefeningen die werden gehouden. Bosnische moslimmannen werden aan hun armen met een katrol omhoog getrokken en waren dan doelwit van de schutters van Mladic. Wie miste, schoot een gat in het plafond en kreeg een felle berisping.

Eén van de vertrekken is gesloten, omdat het alleen op 11 juli open gaat. Daar werden "ze" toen met tientallen opgesloten, een hele tijd wachten tot de doodsangst ten top gedreven was en dan granaten erin. Door een gat zie ik rood tegen de muur en op de vloer, rood van bloed. 11 juli 1995 is de dag dat de massamoord op de Bosnische moslims is begonnen. Edin ben ik al een tijdje kwijt. Ik steek de straat over, hij staat zijn tranen te verdringen aan zijn auto, maar zegt dat hij eigenlijk ging kijken of onze banden niet kapotgestoken waren.

Oost-Europa en Balkan-kenner Frank Schlömer. Beeld Bob Van Mol
Oost-Europa en Balkan-kenner Frank Schlömer.Beeld Bob Van Mol
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234