Zaterdag 19/06/2021

Getuigenis10 oorlog in Syrië

Na 10 jaar burgeroorlog in Syrië gebruikt Assad zelfs de hulporganisaties als een handpop

Eind januari van dit jaar. Kinderen worden weggedragen na een explosie in de stad Azaz, in een door rebellen gecontroleerd gebied in de provincie Aleppo. Beeld AFP
Eind januari van dit jaar. Kinderen worden weggedragen na een explosie in de stad Azaz, in een door rebellen gecontroleerd gebied in de provincie Aleppo.Beeld AFP

Fernande van Tets verhuisde in 2018 naar Damascus om te werken voor de Verenigde Naties, en zag wat zoveel jaar oorlog met een land doet. Ze schreef er het boek Vier seizoenen in Damascus over. Maandag is de oorlog precies 10 jaar aan de gang. Ze blikt aan de hand van haar ervaringen terug.

“Terug naar Syrië hoef ik nooit meer, maar ik zou nog wel een keer de geur van Damascus willen ruiken”, vertelde een Syriër, die inmiddels een succesvol restaurant in Duitsland runt, me vorige maand. Hij keek er een beetje dromerig bij.

Ik begrijp wat hij bedoelt. De geur van jasmijn die in het voorjaar overal in de warme lucht hangt, vermengd met de uitlaatgassen van de auto’s. De walm van de zoetige fruittabak die uit de waterpijpcafés opstijgt, samen met het geluid van de backgammonstenen die tikken op het bord. Dat is het Syrië dat ik me graag wil herinneren, het eerste beeld dat ik vormde toen ik er na mijn studie Arabisch naartoe verhuisde in 2010.

Maar dat beeld is verdrongen door de verwoesting, plundering en mensenrechtenschendingen van de afgelopen tien jaar. Op 15 maart 2011, maandag precies tien jaar geleden, gingen mensen in Damascus de straat op voor verandering. Het was het begin van een opstand, een mislukte revolutie, die veranderde in een bloedige burgeroorlog met een duizelingwekkend aantal spelers waarvan het einde nog steeds niet in zicht is. Vanaf het begin werd er door de troepen van president Bashar al-Assad op vreedzame demonstraties geschoten. Toen de oppositie zich bewapende en terugvocht, werden tanks ingezet die woonwijken beschoten. Soldaten gooiden uit helikopters vatbommen met explosieven op flatgebouwen. En er werden chemische wapens ingezet, waaronder sarin en chloor.

Na een decennium van oorlog zijn de statistieken grimmig. Ten minste een half miljoen mensen zijn dood, de Verenigde Naties zijn in 2014 gestopt met tellen. Zes miljoen mensen zijn gevlucht, van wie 80 procent in buurlanden zit. De kosten van de wederopbouw van de kapotte huizen, scholen en infrastructuur wordt geschat rond de 350 miljard euro.

De bombardementen echoden over de stad

Ik was getuige van het brute geweld dat president Assad inzette om in het zadel te blijven toen ik in 2018 terugkeerde naar Damascus voor een baan bij de VN. De bombardementen echoden over de stad. Het Syrische leger was hardhandig bezig de buitenwijken van de hoofdstad terug te winnen door middel van de tactiek van de verschroeide aarde.

Het regime omsingelde en belegerde gebieden door eten en medicijnen niet toe te laten, bombardeerde die vervolgens, en dwong de strijdende partijen zo tot overgave. De tactiek werd verpakt als ‘verzoening’. De mensen die niet terug durfden naar regeringsgebied werden geëvacueerd, maar feitelijk gedeporteerd, naar de rebellen-enclave rond Idlib, in het noorden van het land.

Op deze manier heeft Assad de afgelopen jaren grote delen van het land terugveroverd; hij heeft nu 65 procent van het land in handen. Die tactiek wordt voor mij belichaamd door die oude man in zijn groen geblokte hemd en een broek die omhooggehouden werd door een riem waar extra gaatjes in waren geprikt. Zijn jukbeenderen staken uit. De honger, die zou hij nooit vergeten. Hij had overleefd op linzen, soms een soep van gras. Hij had al vijf jaar geen vlees meer gegeten, en de laatste weken geschuild in een kelder voor de bombardementen.

Verwoesting was niet genoeg, overal werd schaamteloos geplunderd

Wat overblijft na zoveel geweld zijn eindeloze, grijze geraamtes van gebouwen die zich door het land uitstrekken van de zuidelijke stad Dera tot de noordelijke stad Aleppo. Ik schrok van de enorme schaal van de verwoesting toen ik door de puinhopen van Yarmouk liep, een wijk vlak bij de hoofdstad Damascus, nadat de regering het gebied weer had terugveroverd in het voorjaar van 2018. Als je goed keek zag je een muur versierd met stickers; sterren, een blauwe beer, een roze eend en een treinlocomotief. Die verraadden dat dit ooit een kinderkamer was, voordat de bombardementen de ramen deden springen, en uiteindelijk de hele voorgevel het begaf.

Verwoesting was overigens niet genoeg. Spullen die het geweld hadden overleefd werden schaamteloos geplunderd. Ik zag een soldaat met een gele bank achter op zijn motor bevestigd. Wekenlang krioelden zwarte rookpluimen omhoog en rook de lucht naar verbrand plastic; plunderaars verbrandden het plastic omhulsel van de koperen elektriciteitsdraden om die te kunnen verkopen. Maandenlang werden gebouwen systematisch leeggehaald, van de televisies en ijskasten tot de aluminium raamkozijnen en badkamertegels aan toe. Ik zag soldaten gestolen plastic en metaal wegen, ze betaalden per kilo. Als eigenaar sta je machteloos, merkte ik aan mijn collega’s wier huizen op deze manier werden leeggeroofd. Ze hadden zich er simpelweg bij neergelegd.

Vrouwen lopen door een zwaarbeschadigde wijk in Idlib, Syrië in maart vorig jaar. Beeld AP
Vrouwen lopen door een zwaarbeschadigde wijk in Idlib, Syrië in maart vorig jaar.Beeld AP

Het Assad-regime beslist wie waar wat mag uitdelen

Ook de VN konden weinig; hulporganisaties opereren op uitnodiging van Damascus en onder strikte voorwaarden. Je uitspreken over dit soort misstanden en andere kritiek op het regime betekende dat datzelfde regime je de toegang kon ontzeggen tot gebieden waar je graag hulp wilde verstrekken. Het Assad-regime beslist wie waar wat mag uitdelen, zo merkte ik al snel. En in die belangenafweging was het verschaffen van hulp, zo goed en zo kwaad als het ging, belangrijker dan opkomen voor de rechten van Syriërs, aldus mijn baas. Het was een duivels dilemma, waar ik enorm mee worstelde. Wat is belangrijker? Recht doen aan humanitaire principes als onpartijdigheid of samenwerken met Assad om zo Syriërs toch van hulp te voorzien? Met name hulp geven in belegerde gebieden was vrijwel onmogelijk; van de schaarse hulpkonvooien die werden toegelaten werden bijvoorbeeld medicijnen en injectienaalden door soldaten van het regime geconfisqueerd.

Syriërs die terugkeren naar wat de regering ‘bevrijd’ gebied noemt, dienen weer gehoorzaam te zijn aan het regime dat hen jarenlang heeft uitgehongerd en gebombardeerd. Ik herinner me nog de haat in de ogen van de vrouw die sprak over de ‘honden’ die haar man hadden vermoord; hij was omgekomen in een bombardement. We moesten haar waarschuwen dat ze dit soort taal niet meer mocht gebruiken nu ze weer in regeringsgebied leefde; dat was gevaarlijk.

Voor je het weet word je gearresteerd door de geheime dienst en verdwijn je in een van de tientallen gevangenissen. Onderweg naar mijn favoriete falafelrestaurant rook ik opeens de geur van te veel lichamen op elkaar gedrukt, zweet en angst. Het kwam uit een doorsnee jaren 70-gebouw, met tralies voor de ramen en een videocamera gericht op de poort. Het was een van de geheime gevangenissen die alle Syriërs vrezen.

Inmiddels zijn er meer dan 100.000 mensen verdwenen in dit soort gevangenissen, hun familie weet niet of ze nog leven. Een chauffeur vertelde me op gedempte toon over zijn verdwenen broer. Door een bemiddelaar om te kopen wist hij dat zijn broer werd vastgehouden in de meest beruchte gevangenis van Syrië. Op bezoek durfde de familie echter niet omdat ze bang waren dat zijn broer dan ‘bij wijze van betaling’ extra gemarteld zou worden. Duizenden zijn gestorven aan de folteringen die er plaatsvinden.

Mensen zijn moe van de oorlog

Het uitgebreide veiligheidsapparaat zorgt er weer voor dat niemand meer denkt aan een alternatief voor de huidige president. De samenleving is doordrongen van angst en uiteengereten door het heftige geweld dat buren, voetbalteams en families uit elkaar heeft gedreven. De vraag hoe dit ooit weer goed komt wordt verdrongen door de dagelijkse strijd om te overleven. Mensen zijn moe van de oorlog, ze willen stabiliteit en dat het economisch weer wat beter gaat. Want het leven wordt alsmaar duurder en je geld minder waard. In 2010 wisselde ik een dollar in voor 50 Syrische ponden. Aan het begin van maart 2021 was de wisselkoers 1 tegenover ruim 500. Dat betekent dat Syriërs hun spaargeld hebben zien verdampen.

Naast ellende hoorde ik ook af en toe hoopvolle verhalen, verhalen over veerkracht, naastenliefde en creativiteit. Tienermeisjes die dagelijks langs gevaarlijke controleposten probeerden te komen om toch naar school te kunnen, en lesmateriaal deelden via WhatsApp. De kruidenier die de kinderen van een arme oorlogsweduwe af en toe snoepgoed toestopte. Of een koppel dat te midden van al deze ellende verliefd werd en trouwde. Ik sta elke dag nog versteld van de veerkracht die mensen hebben na zoveel jaren van onderdrukking en geweld.

12,4 miljoen mensen hebben honger

Hulporganisaties buitelen over elkaar heen in het verkondigen van de schaal van ellende. 13,4 miljoen Syriërs hebben een vorm van humanitaire hulp nodig, aldus de VN, bijna driekwart van de bevolking. 2,4 miljoen kinderen gaan niet naar school in Syrië, aldus Unicef. 80 procent van het land leeft in armoede. En 12,4 miljoen mensen hebben honger, het hoogste aantal sinds het begin van de oorlog tien jaar geleden, verkondigde het Wereldvoedselprogramma onlangs.

Sancties, corruptie en een economische crisis in buurland Libanon zorgen voor een economische malaise zonder einde in zicht. Boodschappen zijn alleen al het afgelopen jaar 236 procent duurder geworden. Mensen staan uren in de rij voor gesubsidieerd brood. En voor diesel om hun huis te verwarmen. En voor gas om op te koken.

‘Assad de overwinnaar’ staat er op posters van de president die overal in Damascus hangen. Ook in Syrië zijn binnenkort verkiezingen. Over iets meer dan een maand zal president Bashar al-Assad worden verkozen voor een vierde termijn van zeven jaar. Het Syrische volk heeft alleen maar verloren.

null Beeld

Vier seizoenen in Damascus, verslag van een land in oorlog. Fernande van Tets, uitgever Thomas Rap; 352 p.; 24,99 euro.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234