Woensdag 27/05/2020
Ivan De Vadder.

InterviewIvan De Vadder

‘N-VA realiseert zich wel degelijk dat ze een kans gemist heeft’

Ivan De Vadder.Beeld Wouter Van Vooren

De traditionele partijen zijn hun geloofwaardigheid kwijt en hun programma’s bieden voor geen enkele maatschappelijke groep het antwoord op hun zorgen. Dat beeld schetsen VRT-journalist Ivan De Vadder en communicatie-expert Jan Callebaut in Het DNA van Vlaanderen, een synthese van tien jaar politiek onderzoek.

Alle traditionele partijen zitten naar verluidt met een dodelijk perceptieprobleem, maar de pijnlijkste analyse is voor CD&V. Die is in de ogen van de kiezer niet krachtig, niet dynamisch, niet charismatisch, straalt geen macht uit, en staat niet voor eerlijkheid of solidariteit.

De Vadder: “Voilà. CD&V is daar zijn ACW-flank volledig kwijt. Die partij wordt absoluut niet meer geassocieerd met enkele van haar kernwaarden. De traditionele partijen hebben ooit een utopie in de realiteit gebracht, maar missen volgens de kiezer geloofwaardigheid, daadkracht, succes – al die associaties die erop wijzen dat mensen vertrouwen hebben in een partij om beleid vorm te geven.”

Jullie identificeren zes groepen in de samenleving met gemeenschappelijke dromen en zorgen en vergelijken die met de partijprogramma’s. Er is anno 2019 geen enkele groep meer die goed wordt bediend door een traditionele partij.

“Daar zit het grote probleem. Groen bedient zijn mensen goed, Vlaams Belang en N-VA ook. Open Vld doet het bij een aantal van die groepen niet slecht, maar N-VA komt er altijd beter uit. En er is een groep waarvoor CD&V het beste aanbod heeft, maar de match tussen vraag en aanbod is daar slechts 70 procent. De partij bedient hen, maar lang niet volledig. Daar zit dus een gat in de markt.”

Anders gezegd: Open Vld, CD&V en sp.a bieden geen antwoord meer op de moderne noden.

“Die partijen zijn ontstaan op breuklijnen van de 20ste eeuw. Zij putten daar nog altijd uit om oplossingen te vinden op vragen en breuklijnen van vandaag, maar die antwoorden zijn daar moeilijk te vinden. Kijk naar hoe moeilijk sp.a het heeft om een duidelijk standpunt te formuleren over migratie en identiteit. Dat is ook een van de adviezen van Jan Callebaut in het boek: de socialisten moeten op dat punt dringend een helder standpunt innemen.”

Sp.a-voorzitter Conner Rousseau zegt al langer dat zijn partij wel een duidelijk antwoord heeft op het migratievraagstuk, maar dat ze het niet goed over kunnen brengen. Kunnen de traditionele partijen overtuigend een plek innemen op die nieuwe breuklijnen?

“Ik vrees ervoor. Zelfs als Conner Rousseau morgen zegt dat zijn partij voor een bepaald migratiemodel gaat, is er nog altijd een gebrek aan geloofwaardigheid. Mensen moeten geloven dat de partij in staat is dat model in beleid om te zetten. Andere partijen, zoals Groen en Vlaams Belang, staan wat dat betreft veel sterker: zij gaan all the way voor hun oplossing, en hun kiezers geloven daar ook echt in.”

Alleen worden zij volgens jullie onderzoek dan weer gezien als eeuwige opposanten.

“Groen, Vlaams Belang en PVDA vormen een eigen categorie in het Vlaams partijlandschap: ze streven een duidelijke utopie na, maar de kiezer gelooft simpelweg niet dat ze die ooit in beleid kunnen omzetten. Dat is dus ook een probleem.”

En N-VA?

“Die partij staat echt op haar eentje, op een kruispunt tussen de twee andere groepen: tussen beleid en oppositie, tussen ‘doen we het’ of ‘doen we het niet’. Op het Vlaamse niveau is dat evident: natuurlijk wil ze daar mee besturen. Federaal ligt het moeilijker voor N-VA. Maar de Vlaming maakt dat onderscheid niet. Die verwacht gewoon van N-VA dat ze haar verantwoordelijk neemt.”

Het verlaten van de regering-Michel in 2018 omschrijven jullie in het boek als de ‘Marrakeshflater’.

“Vlaams Belang is de echte eigenaar van de thema’s veiligheid en identiteit. In de regering-Michel kreeg N-VA die departementen in handen, met Jan Jambon en Theo Francken. Maar wat ze vergeten zijn, is dat ze daar ook beleidsverantwoordelijkheid aan de mix hebben toegevoegd.

“Er is vervolgens een gigantische denkfout gebeurd. N-VA dacht dat ze eigenaar was geworden van de combinatie veiligheid en identiteit, terwijl ze eigenaar was geworden van iets anders: verantwoordelijkheid. En die verantwoordelijkheid hebben ze gratis uit handen gegeven toen ze uit de regering stapten. Het hele politieke imbroglio van het voorbije anderhalf jaar is daar begonnen.”

In 2008 stapte N-VA met toenmalig minister Geert Bourgeois uit de Vlaamse regering. Dat was toen een kwestie van geloofwaardigheid. Tien jaar later is de partij door uit een regering te stappen in een existentiële crisis beland.

“Inderdaad. N-VA heeft geprobeerd de strategieën uit het verleden toe te passen. In 2008 hield ze het been stijf en werd ze daardoor gezien als rechtlijnig en eerlijk. Maar de strategie van uit de regering stappen en ervoor beloond worden, daarvoor is de wereld te veel veranderd. In 2018 was N-VA voor de Vlaming een verantwoordelijke partij, en heeft ze door de Marrakeshcrisis geabdiceerd.”

Beseft N-VA dat haar perceptie bij de Vlaming een cruciale omslag gemaakt heeft?

“In 2014 zei Bart De Wever tijdens een debat in Nederland: “De beste premier is de premier die mijn programma uitvoert.” Maar in een interview met Humo zei hij onlangs dat hij deze crisis heel graag had beheerd. Daar is dus wel een strategische ommekeer gebeurd. De N-VA realiseert zich wel degelijk dat ze een kans gemist heeft.”

U bedoelt: De Wever had premier moeten worden in 2014.

“Absoluut. Ons boek toont aan dat de Vlaming verwacht dat N-VA die verantwoordelijkheid neemt – toen ook al. De Wever was de leider van de grootste partij van het land én van de regeringscoalitie: hij moest gewoon die regering trekken. Dat bewijst de tegenproef: de schaduwpremier Bart De Wever is een van de redenen waarom de regering-Michel zo slecht gefunctioneerd heeft.

“De redenering ‘de beste premier is de premier die mijn programma uitvoert’: dat is allemaal goed en wel, tot er problemen opduiken. Dan moet je de leiding in handen hebben.”

Ook Theo Francken gaf onlangs in Knack toe: de grootste partij moet de regering leiden.

“Jean-Luc Dehaene heeft ooit beschreven waar de macht van de premier uit bestaat: dat was volgens hem de agendabepaling. Jij zet de agenda, en jij trekt, duwt, vertraagt, versnelt. Exact wat Theo Francken nu ook inziet. Bart De Wever had dus premier moeten worden. Men zegt wel dat de MR dat niet wou, maar ik weet dat zo niet. De MR was toen tot veel bereid.

“Als De Wever nu zegt dat hij de crisis wil beheren: het spijt me, maar vandaag speelt hij met veel moeilijker kaarten. N-VA is niet meer de partij van 32 procent, maar die van 24,8 procent. Een levensgroot verschil.”

Een verrassende suggestie in jullie boek: N-VA en Groen zouden samen de ideale partij vormen.

“Dat is het idee van Jan Callebaut: de beleidsverantwoordelijkheid van N-VA plus de droom van Groen. Zij staan allebei op de nieuwe breuklijnen van de samenleving, zoals de globalisering. Zo’n partij kan een antwoord bieden op een van de grootste uitdagingen die we hebben: de klimaatproblematiek. Het zou een nieuwe CVP kunnen zijn, een partij die de samenleving een nieuwe synthese biedt en van daaruit haar machtspositie opbouwt.”

En het biedt meteen een oplossing voor de impasse in de regeringsvorming: een huwelijk tussen paars-geel en paars-groen.

“Juist, en Oostenrijk heeft het hen al voorgedaan. Het is dus geen totale utopie. Maar tussen droom en daad staan er nogal wat praktische bezwaren. Bijvoorbeeld figuren als Kristof Calvo of Meyrem Almaci. Of de toon die Groen hanteert: het vingertje en het regelneverige dat hen wel eens overkomt. Dat roept heel veel ergernis op bij N-VA. En natuurlijk staat Groen ook niet zomaar te springen. Ook inhoudelijk is de afstand behoorlijk.”

Hoe moet de volgende regering er dan wel uitzien?

“Als we deze sanitaire en economische crisis te boven willen komen, kunnen we een nieuwe politieke crisis missen als kiespijn. Ik verwacht dus dat men nu een regering maakt en dat N-VA daar deel van uitmaakt. Dat betekent dat iedereen serieus water in de wijn zal moeten doen. Desnoods met een minimaal programma, in een soort nationale eenheid of op zijn minst met de sterkste partijen en de sterkste persoonlijkheden in de regering. Om te zorgen dat we met zo weinig mogelijk kleerscheuren door deze crisis komen. Mochten we dat al realiseren, dan doe ik echt mijn hoed af voor iedereen die daaraan meegewerkt heeft.”

Onder meer Open Vld en CD&V hebben alle moeite om de regeringsvorming niet opnieuw te laten vervallen in een spelletje paars-geel of paars-groen.

“Dan vrees ik dat er maar één antwoord is op dat probleem: niet met paars-geel, niet met paars-groen, maar met iedereen. Of tenminste zo breed mogelijk.”

Een kernkabinet met tien partijen dan maar?

“Misschien moet het dat dan maar zijn, voor een beperkte periode.”

En als dat niet lukt? Nieuwe verkiezingen?

“Die vraag stelde zich al voor de coronacrisis. Dat vond ik toen volledig verkeerd. Maar nu zitten we natuurlijk post-corona. Persoonlijk zou ik het een heel dwaas signaal vinden om nieuwe verkiezingen te organiseren, zeker zolang de crisis niet echt achter de rug is. Dat zou echt een abdicatie van de politieke klasse zijn. Zorg eerst dat we economisch weer uit het slop raken, en geef dan bijvoorbeeld over een of twee jaar de fakkel door met nieuwe verkiezingen.”

Ivan De Vadder en Jan Callebaut, Het DNA van Vlaanderen - Wat willen de Vlamingen echt?, 328 pagina’s, 25 euro.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234