Dinsdag 02/03/2021

n De Amerikaanse buitenlandse politiek sinds 11 september Haviken in de cockpit

Het is lang geleden dat er in de VS zoveel belangstelling was voor buitenlandse politiek. Het regent dezer dagen boeken, essays en commentaren over hoe die veranderd is sinds 11 september. Die dag was een breekpunt, daar is iedereen het over eens. Sindsdien is Amerika's buitenlands beleid veel agressiever unilateralistisch geworden. Washington volgt zijn eigen agenda en de rest van de wereld moet zich daarnaar schikken.

Analyse / Tom Ronse

De VS zijn zo machtig dat er meestal weinig keus is. Maar is dat goed of slecht voor de wereld en voor de VS zelf? En blijft de Amerikaanse macht groeien of zijn er tekens van verval? De meningen lopen uiteen. Voor 11 september speelde het buitenland een figurantenrol in de Amerikaanse politiek. Tijdens de verkiezingen van 2000 kwam het nauwelijks ter sprake. De kiezers lustten er geen pap van. "Elf september en Amerika's posttraumatisch syndroom deden wat we altijd gehoopt hadden: ze injecteerden globale problemen in de hoofdstroom van Amerika's bewustzijn", zegt Tom Barry, een analist van de Interhemispheric Resource Center, "helaas werd dit nieuw internationaal bewustzijn gekneed door de overwegend militaire reactie van de Bush-regering en gevoed door woede, angst en chauvinisme." Tot dan was er continuïteit in Amerika's buitenlandse politiek. "Clinton volgde het pad van elke president sinds Gerald Ford en Bush week daar nauwelijks van af", stelt professor Immanuel Wallerstein van Yale University. "Kijk maar hoe voorzichtig hij reageerde op de gedwongen landing van een Amerikaans vliegtuig in China in april 2001."

Na de aanslagen verklaarde Bush de oorlog aan het terrorisme en waarschuwde de rest van de wereld: "You are either with us or against us" - wie ons niet volgt, is onze vijand. "Nadat ze zelfs door de meest conservatieve presidenten beknot waren, domineerden de haviken eindelijk de Amerikaanse politiek", zegt Wallerstein. "Hun standpunt is duidelijk: de VS bezitten overweldigende militaire macht en ook als vele buitenlandse leiders het gebruik daarvan onwijs vinden, kunnen en zullen zij niets doen als Washington zijn wil oplegt."

Het unilateralisme was aanvankelijk nog gedempt door de nood aan coalitievorming in de oorlog tegen het terrorisme. De bondgenoten reageerden solidair. "We zijn allen Amerikanen", verklaarde Le Monde en de Navo riep voor de eerste keer artikel 5 van haar handvest in, alle leden tot steun aan de VS verbindend. Maar de wittebroodsweken duurden niet lang. In januari breidde Bush de oorlog tegen het terrorisme uit tot een strijd tegen de 'as van het kwaad' (Irak, Iran en Noord-Korea) zonder de bondgenoten te raadplegen. Daarna volgden de unilaterale acties van de VS, tegen de wereldopinie in, elkaar in snel tempo op.

Alleen al wat de verwerping van internationale verdragen betreft, is het palmares van de Bush-regering indrukwekkend. Ze verwierp het Kyoto-verdrag tegen globale opwarming, het akkoord tegen landmijnen, het verbod van nucleaire tests, een protocol voor de controle van biologische wapens, een protocol tegen het gebruik van kindsoldaten en de conventie tegen vrouwendiscriminatie. Ze schrapte het ABM-verdrag dat haar rakettenschild in de weg stond. Ze verwierp het Internationaal Strafhof tegen oorlogsmisdaden - de eerste keer dat een land een VN-verdrag afwees dat het had ondertekend - en dreigde met sancties tegen landen die Amerikaanse militairen geen immuniteit beloven. Ze verhoogde eenzijdig de invoerrechten op staal. Ze liet weten dat ze zich het recht voorbehoudt om landen preventief aan te vallen, in flagrante schending van het VN-handvest. Ze bereidt zich voor op een invasie van Irak, ook al zijn bijna alle andere landen daar tegen. En ze plant daarin nucleaire wapens te gebruiken tegen ondergrondse bunkers, wat het eerste gebruik van kernwapens zou zijn sinds Nagasaki.

De afwezigheid van president Bush op de milieutop in Johannesburg, terwijl zijn vader de vorige top in Rio wel bijwoonde, is de jongste illustratie van wat velen interpreteren als misprijzen voor de wereldopinie. Geen wonder dat de VS in Europa en elders steeds vaker arrogantie wordt verweten. Dat heeft op zijn beurt irritatie gewekt in Washington. "Wij zijn in een oorlog voor de westerse beschaving", schrijft de invloedrijke Washington Post-columnist Charles Krauthammer. "Als de Europeanen weigeren om mee te vechten, goed. We zullen hen onze jas laten vasthouden maar niet onze handen laten binden."

Krauthammer stelt dat geen enkel land ooit zo machtig en dominant was als de VS vandaag. "Het nieuwe unilateralisme", schrijft hij, "wil de Amerikaanse macht versterken en zonder schaamte gebruiken voor onze zelfgedefinieerde globale doeleinden." De regering verwerpt nochtans het etiket 'unilateralisme'. Ze verkiest de omschrijving 'nieuw realisme', wat eigenlijk op hetzelfde neerkomt. Zoals nationaal veiligheidsadviseur Condoleezza Rice het uitlegt: "De VS vertrekken vanaf de solide grond van het nationaal belang en niet vanuit het belang van een illusoire internationale gemeenschap."

Het 'nationaal belang' is natuurlijk het vertrekpunt van elke regering maar als eerdere Amerikaanse regeringen de 'internationale gemeenschap' een illusie vonden, dan vonden ze het ongetwijfeld een nuttige illusie. Volgens Wallerstein zijn er twee redenen waarom de huidige regering vindt dat ze openlijk als een imperiale macht moet optreden: "Ten eerste, omdat niemand het kan beletten. Ten tweede, omdat de VS, als Washington zijn macht niet uitoefent, steeds meer gemarginaliseerd zullen worden." Dat is inderdaad het vooruitzicht waarvoor Donald Kagan, een adviseur van president Bush, waarschuwt in zijn nieuw boek While America sleeps. De haviken gaan ervan uit, meent Wallerstein, dat de oppositie tegen Amerika's unilaterale koers, zoals inzake Irak, louter verbaal is.

Niemand wil de goede relaties met Washington op het spel zetten. Maar hij gelooft dat de haviken zich vergissen en dat hun beleid het verval van de Amerikaanse hegemonie inluidt. Hij betwijfelt of een oorlog tegen Irak tot een duidelijke overwinning kan leiden en voorspelt dat de Amerikaanse publieke opinie, zoals tijdens de Vietnam-oorlog, zal revolteren als er 'te veel' Amerikanen sneuvelen. Op economisch vlak dreigen de VS hun leidende positie te verliezen omdat ze zich blindstaren op het vergroten van hun militaire voorsprong. Wallerstein wijst erop dat de krachtigste Japanse computer sneller werkt dan de twintig snelste uit de VS samen. Hij ziet een herhaling van "het oudste verhaal in de geschiedenis van hegemonische machten".

"De dominante grootmacht concentreert zich op militaire macht, deze die haar opvolgt op de economie", schrijft Wallerstein in Foreign Policy. Ten slotte verspelen de haviken in zijn ogen ook Amerika's ideologische invloed. Door andere landen onder druk te zetten, geraakt Amerika politiek geïsoleerd. Wallerstein staat niet alleen met zijn analyse. "De groeiende consensus van foreign policy thinkers is dat, hoe meer Washington unilateralistische en militaristische instincten volgt, hoe sneller het zijn hyperpowerstatus zal verliezen", schrijft Jim Lobe in Foreign Policy in Focus. Verscheidene auteurs articuleren de vrees dat de voortzetting van de unilaterale koers ertoe zal leiden dat minder machtige landen een coalitie vormen tegen de VS.

De geschiedenis leert dat hegemonische landen vaak zo hun dominante positie verloren. "Het is de oudste regel in de wereldpolitiek", volgens Josef Joffe. Stephen Brooks en William Wolforth, politologen van Dartmouth College, zijn het daar niet mee eens. In Foreign Affairs betogen zij dat de totstandkoming van een coalitie van tweederangsmachten tegen de VS onmogelijk is. Enerzijds omdat de potentiële rivalen van de VS, door hun verleden en hun geografische ligging, elkaar te diep wantrouwen. Anderzijds omdat de voorsprong van de VS op militair en economisch vlak te groot is om een anti-Amerikaanse coalitie geloofwaardig te maken. Ze analyseren alle mogelijke allianties: de EU en Rusland of Duitsland en Rusland, Rusland, China en India, China en Rusland, China en Japan en concluderen telkens dat ze te verdeeld en niet sterk genoeg zouden zijn. Geen land of groep van landen wil in een situatie belanden waardoor het Amerika's vijand wordt. Sinds 11 september nog minder. De wereld zal volgens hen 'unipolair' blijven.

Maar juist omdat de VS, in tegenstelling tot alle vroegere grootmachten, geen rivaal hoeven te vrezen, heeft de Amerikaanse regering een weergaloze bewegingsvrijheid. Ze kan het zich veroorloven om te kiezen voor een multilaterale aanpak omdat de vrees van de haviken dat de VS gemarginaliseerd zullen worden, ongegrond is. Ook al geloven Brooks en Wolforth dat de haviken gelijk hebben als ze stellen dat de oppositie van bondgenoten tegen Washingtons unilateralisme alleen uit woorden bestaat, vinden ze dat de VS er wel rekening mee moet houden omdat "invloed uiteindelijk meer waard is dan macht". Zo vervoegen ze de vele critici van het unilateralisme die stellen dat Washington relaties verknoeit met landen die het nodig heeft in de strijd tegen het terrorisme, de bescherming van het milieu en tal van andere globale problemen die niet met militaire macht kunnen worden opgelost.

Dat Amerika's militaire macht onaantastbaar is, staat buiten kijf. In alle aspecten van oorlogsvoering is haar superioriteit enorm. "Amerika zal die macht op zo'n niveau houden dat het voor anderen zinloos is om haar te proberen in te halen", verklaarde president Bush onlangs. Hij verhoogde de bewapeningsuitgaven met 14 procent. De VS (5 procent van de wereldbevolking) nemen nu 45 procent van de totale militaire uitgaven van de wereld voor hun rekening en 80 procent van de totale militaire research. Amerika geeft meer uit aan militaire research dan de totale defensiebegrotingen van Duitsland en Groot-Brittannië samen.

De achilleshiel van de Amerikaanse hegemonie is niet militair maar economisch. "Het Amerikaanse economische mirakel van het voorbije decennium werd gevoed door een influx van 1,2 miljard dollar buitenlands kapitaal per dag, die nodig is om het handelstekort, nu 450 miljard dollar per jaar, te dekken", schrijft Tony Jud in de NewYork Review of Books. "Die enorme investeringsstroom hield de aandelen hoog, de inflatie en de rentevoeten laag en de binnenlandse consumptie op recordniveau. Elk ander land met zo'n tekorten zou allang in de handen van het Internationaal Monetair Fonds zijn." Maar hoe lang kan dat zo doorgaan? Vorig jaar daalde de kapitaalinflux met meer dan de helft. Tenzij de stroom weer aanzwelt dreigen de dollar en de hele Amerikaanse economie op een fikse ontwaarding af te stevenen. Onzekerheid en oorlogsdreiging doen kapitaal uit heel de wereld naar de veilige Amerikaanse haven vluchten. Zo kunnen de haviken niet alleen de westerse beschaving maar ook de Nasdaq en de Dow Jones redden.

'Het nieuwe unilateralisme wil de Amerikaanse macht versterken en zonder schaamte gebruiken voor globale doeleinden die we zelf bepalen'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234