Donderdag 20/01/2022

n Antraxangst bezorgde bioterreurprogramma extra fondsenDe miltvuurbrieven kwamen uit eigen huis

'De dader profiteerde gewoon van de waarschijnlijkheid dat zijn aanslagen na 9/11 de verdenking bij moslimterroristen zouden leggen'

Toen ontdekt werd dat het miltvuur afkomstig was van het biologisch wapenprogramma van de VS werd het angstvallig stil rond het onderzoek.

Maarten Rabaey

Kort na de aanslagen van 11 september brak in de VS paniek uit toen mensen stierven na het openen van brieven waarin de dodelijke ziektekiem miltvuur verborgen zat. Er zouden vijf dodelijke slachtoffers vallen. Toen de verdenking viel op buitenlandse terroristen spaarde de VS kosten noch moeite om de daders op te sporen, maar het werd angstvallig stil rond het onderzoek toen de waarheid minder prozaïsch bleek. De dader kwam 'uit eigen huis' en had toegang tot het biodefensie-laboratorium van het leger. "De dader profiteerde van 9/11 om meer aandacht en fondsen voor het bioterreurprogramma te krijgen", meent de eminente microbiologe Barbara Rosenberg.

De miltvuuraanslagen kostten tot begin januari dit jaar aan vijf mensen het leven. De eerste miltvuurbrief werd ontdekt op 18 september, het eerste dodelijke slachtoffer viel begin oktober bij een mediabedrijf in Florida. De media bleken een geliefkoosd doelwit van de dader, die zo alvast bereikte dat het hem nooit aan publiciteit ontbrak. In de nasleep van de 11-septemberaanslagen was het generaliserende besluit immers snel gemaakt: 'Terroristen, wellicht met Al-Qaeda-banden, beschikten over biologische wapens en zetten ze in tegen de VS. Wellicht kwam het miltvuur uit Irak, een van de weinige landen die het ontwikkelde om te verwerken in raketmunitie.'

De eerste wenkbrauwen werden gefronst toen miltvuur opdook in brieven die gericht waren aan de Democratische senatoren Tom Dashle en Patrick Leahy, net twee politici die kritisch stonden tegen de globale 'oorlog tegen terreur' die de Republikeinse regering van George W. Bush wilde ontketenen. Toen regeringsfunctionarissen schoorvoetend toegaven dat het miltvuur wellicht afkomstig was uit de VS zelf, werd het oorverdovend stil rond het onderzoek. Tot federale agenten van het FBI begin juli binnenvielen bij Steven J. Hatfill, 48, een prominente wetenschapper die gespecialiseerd is in bacteriologische oorlogsvoering. Hatfill werkte van 1997 tot 1999 in de laboratoria van de U.S. Army Medical Research Institute of Infectious Diseases (Usamriid) in Fort Detrick, Maryland.

Maar de huiszoeking liep met een sisser af. Hatfill ontkende en ging in het tegenoffensief door een verklaring af te leggen, waarin hij zichzelf omschreef als een 'loyale Amerikaan'. Hij viel openlijk autoriteiten en media aan die hem "belasterden en gratuit een ruïne maakten van mijn leven". Hatfill haalde voorlopig zijn slag thuis. Hij zit niet in de cel omdat er uiterst weinig materiële bewijzen zijn die hem met de miltvuuraanslagen verbinden.

Hatfill was nochtans niet zomaar een verdachte geworden. Er zijn immers tal van indirecte bewijzen die hem, of iemand uit zijn professionele omgeving, verdacht maken: zijn expertise in droge biologische oorlogsvoering, zijn onbeperkte toegang tot de laboratoria van Fort Detrick, waar het type van gebruikte miltvuursporen vandaan kwam (ook al werkte hij er niet met miltvuur) en de animositeit jegens de federale overheid, waar hij blijk van gaf in privé-correspondentie. De wetenschapper faalde sinds begin januari ook tot drie keer toe op een test met een leugendetector, en zei half juli zijn afspraak voor een vierde proef af. Het enige directe bewijs is even intrigerend als obscuur: zijn geur.

Speciaal daartoe getrainde bloedhonden kregen in juni van de FBI-speurders pakjes waarin geursporen zaten die aangetroffen werden in de verstuurde miltvuurbrieven. De honden werden daarna losgelaten op verschillende plaatsen en mensen die op een lijst van potentiële verdachten stonden. Pas begin vorige maand reageerden ze fel op één persoon: Dr. Hatfill. Behalve bij de wetenschapper zelf werden de honden ook nerveus in zijn appartement, maar ook in de woning van zijn voormalige vriendin en in restaurants waar hij ging eten (dat wist de politie omdat ze hem de laatste tijd schaduwde). De honden bleven rustig bij andere mensen, in andere woningen en eetgelegenheden. En daar bleef het niet bij. Men achterhaalde hoe Hatfill in 1999 een rapport had besteld over het mogelijke effect dat een miltvuurterreurcampagne via de post zou sorteren. Het rapport suggereerde dat er ongeveer 2,5 gram miltvuur nodig zou zijn in een enveloppe om effect te bereiken, en dat is net de hoeveelheid die in de brieven zat die aan de senatoren waren gericht. Bovendien gebruikte de afzender van de miltvuurbrieven de mysterieuze naam Greendale School als verzendadres. En wil het toeval nu net dat de Greendale School op een boogscheut van Hatfills vroegere residentie in Rhodesië (nu Zimbabwe) lag? Of nog: Hatfills ouders wonen in Florida, op luttele kilometers van American Media, het mediabedrijf waar de eerste dodelijke miltvuurhaard is vastgesteld. In de buurt zou Hatfill zelf overigens een tijdlang een garagebox hebben gehuurd. De miltvuurbrief aan senator Daschle werd dan weer verstuurd vanuit Londen, terwijl Hatfill net op dat ogenblik een bezoek bracht aan een defensielaboratorium in Groot-Brittannië. Kritische commentatoren merkten op dat verdachte Arabieren in het post-9/11-tijdperk voor minder in de cel belandden. "Het FBI heeft opvallend lang getalmd om het miltvuuronderzoek grondig te voeren", schreef Nicholas D. Kristof in The New York Times, die al enkele maanden voor de huiszoeking bij Hatfill de wetenschapper als verdachte 'Mr. Z' aanduidde. "Waarom duurde het negen maanden voor men op het idee kwam om bloedhonden in te schakelen, of Hatfills ongepubliceerde roman Emergence te lezen, die sinds 1998 in het copyright office ligt en waarin hij zich beroept op zijn ervaringen in Zuid-Afrika en Antarctica om een biologische aanslag op het Congres te verhalen?"

Kristof hekelt ook waarom men Hatfills curriculum niet beter controleerde of wou controleren. Daarin beweerde de man immers over een Ph.D-graad te beschikken, in het verleden te hebben gewerkt met elite-eenheden van het VS-leger, en lid te zijn geweest van de Britse Royal Society of Medicine. Al deze gegevens waren vals, maar daar lag zijn werkgever, de VS-overheid, nooit wakker van. Maar vooral maakte men nooit een punt van zijn echte verleden. Hatfill specialiseerde zich in biologische oorlogsvoering onder de blanke apartheidsregimes van het vroegere Rhodesië (Zimbabwe) en Zuid-Afrika, waar hij volgens sommige bronnen experimenteerde met mensen. Meer nog, hij werd er destijds zelfs van beschuldigd een antraxhaard te hebben aangericht onder zo'n tienduizend zwarte boeren. "Wat deed een man die voor twee racistische regeringen werkte bij een laboratorium van het Amerikaanse leger, waar hij met ebola werkte?", vraagt Kristof zich af.

'Inside job'

Als het van Barbara Hatch Rosenberg, voorzitter van het Chemical and Biological Arms Control Program van de Federation of American Scientists, had afgehangen, dan waren mensen zoals Hatfill nooit betrokken geweest bij het biologische wapenprogramma van de VS. Rosenberg maakte eind januari van dit jaar al een analyse van de miltvuuraanslagen, en daaruit kwamen een paar besluiten naar voren die men in Washington niet graag leest, maar die wel pertinente vragen oproepen over de wijze waarop de VS met biologische wapens omspringen.

"Het FBI moet gedurende maanden geweten hebben dat de antraxaanslagen een inside job waren", stelt Rosenberg. "De afgelopen vijf jaar waren nauwelijks tweehonderd mensen betrokken in het VS-miltvuurprogramma, terwijl het aantal mensen dat toegang had tot de gebruikte sporen tot vijftig te beperken was." Alle verstuurde brieven bevatten immers resten van hetzelfde spoor miltvuur, de zogeheten Ames-variant, die slechts beschikbaar is in twintig laboratoria. Maar omdat het miltvuur van wapenkwaliteit is, komen maar vier militaire laboratoria en één onderaannemer van de regering in aanmerking: het Usamriid in Fort Detrick, Dugway Proving Ground, een lab van het Britse ministerie van Defensie in Porton Down, een lab van het Canadese ministerie van Defensie en het private Battelle Memorial Institute.

Het miltvuur in de brief aan senator Daschle bleek evenwel van zo'n hoge concentratie (één triljard sporen per gram) dat bewezen kon worden dat het deel uitmaakte van miltvuur uit de voorraad van de biowapenlaboratoria van de VS. De formules voor deze soort miltvuursporen zijn topgeheim. Zijn uitvinder, Bill Patrick, heeft slechts vijf geheime patenten ingediend, en zijn kennis slechts met enkele mensen gedeeld. Er is geen enkel bewijs dat een ander land de formule bezit, maar men kan des te meer aannemen dat de dader Patrick kende.

"Al deze bewijzen staan ons toe om ook de motieven van de dader in te schatten", zegt Rosenberg. "Wie in zo'n positie tot zo'n daad overgaat moet ergens woedend zijn op een biodefensie-agentschap of een van zijn onderdelen, en hij wil op spectaculaire wijze zijn capaciteiten demonstreren en de onkunde van de regering om er op te reageren. Het is zeker dat hij overtuigd is te kunnen ontsnappen." Rosenberg meent te weten waarom. "Weet hij iets dat voldoende beschadigend kan zijn voor de VS zodat hij ongenaakbaar blijft voor het FBI?"

Feit is dat de vermoedelijke dader de VS-regering in ernstige verlegenheid kan brengen. Rosenberg: "Uit een recent rapport van het Congres, alsook uit verklaringen van meerdere militairen en niet-gouvernementele experts in het domein van biologische wapens, valt af te leiden dat het onwaarschijnlijk is dat terroristen een grootscheepse biologische aanval kunnen uitvoeren zonder substantiële bijstand van een regeringssponsor. De recente miltvuuraanslagen waren klein, maar we zien dat ze mogelijk werden gemaakt door een gesofisticeerd regeringsprogramma. Het is een geruststelling dat deze aanslag niet het werk was van een terrorist, maar het is onrustwekkend te ontdekken dat geheime Amerikaanse wapenprogramma's de bron waren van zijn steun en dat de veiligheidsmaatregelen in de Amerikaanse militaire laboratoria zo laks zijn." New York Times-commentator Kristof noemt dat zelfs een understatement. "Interne documenten van het leger over het VS-wapenprogramma beschrijven zoekgeraakte ebola- en andere ziektekiemen, boosaardige vetes, slechte veiligheid en een 'cowboycultuur'. Meer: bacteriologische krijgers binnen de CIA en het ministerie van Defensie beslisten, zonder het Witte Huis te raadplegen, om in het geheim miltvuur te produceren en er zo mee te prutsen dat de VS de Conventie over biologische wapens overtrad."

In vierhonderd pagina's documenten die eerder dit jaar werden onthuld door The Hartford Courant stond onder meer het verhaal te lezen van officier Michael Langford, die al in 1992 waarschuwde dat hij in Usamriid 'weinig of geen organisatie', 'weinig of geen verantwoordelijkheidszin', 'een zeer laks en ongeorganiseerd systeem' vond en signalen kreeg dat er sprake was van doofpotten en geheim onderzoek. Langford verzocht een inventaris van pathogenen die het lab in 1991 aankocht. Daarna bleek dat maar liefst 62 stalen verdwenen, waaronder ebola, hantavirus, miltvuur, siv (de apenversie van hiv). Usamriid maakte pas dit jaar bekend dat het 'virtueel' alle verdwenen specimen terugvond. "Een decennium nodig hebben om ze terug te vinden is wel lang", stelt Kristof, die verontrustende gesprekken had met gewezen werknemers van Fort Detrick. "Als je een microscoop niet kon vinden, dan zat je in diepe problemen", citeert hij er een. "Maar geen hond keek op als je vijf microgram botulinum, waarmee je duizenden mensen kon doden, op de foute plaats zette." In de documenten staan ook incidenten beschreven uit 1992 waaruit bleek dat sommigen zonder toelating 's nachts en in weekends met miltvuur werkten en dat daarna verdoezelden. Memo's beschrijven hoe iemand probeerde de numerieke teller van een elektronische microscoop terug te draaien om zijn werk met miltvuur te verbergen.

Voorbereid voor 9/11

Maar niet alleen de wantoestanden binnen het biologisch wapenprogramma kunnen voor ophef zorgen; de arrestatie van een dader zou ook botsen met het beeld dat het Witte Huis sinds 11 september zorgvuldig probeert te regisseren: dat van een staat waarin alle Amerikanen patriotten zijn en de bad guys uit het Midden-Oosten komen. De werkelijkheid is iets minder prozaïsch. "De dader was wellicht al goed voorbereid voor 11 september en profiteerde gewoon van de waarschijnlijkheid dat zijn aanslagen na 9/11 de verdenking bij moslimterroristen zouden leggen. In een anonieme brief die al in september aan de politie verstuurd is, werd een Egyptisch-Amerikaanse wetenschapper beschuldigd die ontslagen werd door Usamriid. Het FBI pakte de man aanvankelijk op, maar moest hem onverrichter zake laten gaan. Het is aannemelijk dat de dader de brief bewust heeft geschreven om een Arabier verdacht te maken."

Blijft de vraag waarom. Rosenberg: "Probeerde de dader de VS zover te drijven dat ze tot militaire vergelding zouden overgaan? Hij moet vooraf gerealiseerd hebben dat de miltvuuraanslagen zouden resulteren in de versterking van VS-defensie en capaciteiten om terug te slaan. Het is weinig waarschijnlijk dat dit het doel zou zijn geweest van anti-Amerikaanse terroristen, die even onwaarschijnlijk de slachtoffers vooraf waarschuwden met een begeleidend briefje hoe zich te verzorgen bij een miltvuuraanval. Of misschien probeerde de dader gewoon winst te puren uit de extra fondsen en de erkenning van biodefensieprogramma's die het resultaat zijn van de aanslagen."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234