Dinsdag 24/11/2020

Mystificaties & falsificaties

Arnon Grunberg heeft dus bekendgemaakt dat hij inderdaad Marek van der Jagt is. Hij deed de 'onthulling' in Wenen, waar de eerste Marek van der Jagt-lezing plaatsvond en de voorstelling van diens nieuwe roman: Gstaad 95-98. Volgens De Geus, uitgever van Van der Jagt, had Grunberg behoefte aan een andere schrijverspersoonlijkheid, een "andere ik". De bedoeling is dat beide auteursnamen naast elkaar blijven bestaan. Het was voor Grunberg eigenlijk jammer dat de mystificatie al zo vlug werd ontdekt. De kwestie kwam in een stroomversnelling toen het debuut van Van der Jagt, De geschiedenis van mijn kaalheid, de Anton Wachterprijs kreeg toegewezen. (Een prijs die Grunberg in 1994 had gekregen voor Blauwe maandagen.) De jury had de overeenkomsten met Grunberg wel opgemerkt, maar vond dat het boek ontegensprekelijk boven de andere debuten uitstak. Toen de schrijver niet kwam opdagen op de prijsuitreiking, werd het prijzengeld wel ingehouden, omdat de organisatie vreesde bedonderd te zijn.

In zijn lezing wees Grunberg op de voordelen die de verdubbeling van zijn schrijverschap biedt en verwees hij naar zijn lievelingsschrijver, de Pool Marek Hlasko, die steeds schrijft over "de ziekte van iemand die zich niet kan losmaken van de rol die hij ooit heeft aangenomen om te overleven". Rollen spelen om te overleven, het is essentieel in het Grunberg-universum.

Ook het boekenweekessay [monogaam] van Marek van der Jagt ging over het spel met de waarheid, en expliciet over de echte en de valse Van der Jagt. Ook stond er: "Mijn identiteit valt samen met mijn schrijverschap. Ik ben wat ik schrijf."

Literaire mystificaties zijn er altijd geweest. Wim Zaal beschreef in De verlakkers (Amber, 1991) een kwestie uit 1885, toen de nog jonge tachtigers Willem Kloos, Albert Verwey, Jan Veth en Frederik van Eeden een lang gedicht publiceerden onder de naam 'Julia', een parodie op rijmelaars. Het vers werd echter lovend ontvangen door de critici, waarna de dichters zich bekendmaakten en in De Nieuwe Gids honend schreven over de recensenten: "Zij zeggen van een troep idiote verzen, dat het een bijzonder fraai gedicht is."

Ook recentelijk zorgden dichters voor een mystificatie. In het eerste nummer van Awater, het nieuwe poëzietijdschrift van de dichter des vaderlands, stonden twee nog onbekende, aan Gerrit Achterberg toegeschreven gedichten, volgens de redactie toevallig aangetroffen in de nalatenschap van een hoogbejaarde tante. Het waren parodieën van redacteur Pieter Boskma. Dat werd toegegeven nadat Achterberg-onderzoekers twijfels hadden geuit over de echtheid van de gedichten. Hoewel zij gewaagden van "zeer kunstige, treffende nabootsingen, met af en toe fraaie vondsten waarvoor Achterberg zich niet zou hoeven schamen", meende de vervalser Boskma dat hij de namaak er toch dik had opgelegd.

Boskma's mederedacteuren bij Awater zijn ook niet onbesproken als het over mystificaties en falsificaties gaat. Ilja Leonard Pfeijffer vertaalde in zijn debuutbundel een onbestaande dertiende zang van Pindarus en Gerrit Komrij publiceerde onder meer Onherstelbaar verbeterd, een bundel pastiches en parodieën. (Ook van Paul Claes verscheen in 1994 "een geschiedenis van de Nederlandse poëzie in pastiches": Mimicri.) Komrij wordt vaak en vlug genoemd als mystificator. Terecht, bijvoorbeeld in het geval van Patrick Demompere, maar soms ook onterecht. Zo denk ik niet dat Komrij schuilging achter het pseudoniem Mohamed Rasoel, die in 1990 met De ondergang van Nederland een provocerend politiek pamflet schreef.

In 2000 verscheen bij Thomas Rap een aardige parodie: Toktok van Elise Schoonderwalt, die op het achterplat voorgesteld werd als een schrijfster die met haar exotische debuutroman Zoete zwanen een triomftocht door de wereld maakte. "Eindelijk weer eens een vrouw die de menselijke ziel tot in haar tochtigste en vochtigste uithoeken weet te peilen", zou bijvoorbeeld de Uruguay Times geschreven hebben. Hoofdpersonage van de 'autobiografische' roman in brieven is Freya, echtgenote van de bekende politicus en ondernemer Ruud en als Elise Schoonderwalt schrijfster van 32 romans. Achter dit vermakelijke verhaal ging een drietal schuil: NRC-criticus Arnold Heumakers, essayist Piet Meeuse en schrijfster-vertaalster Barber van de Pol.

Vermakelijk was in 1981 ook de commotie over Een meisjesleven van Eefje Wijnberg, met op het achterplat alleen maar een foto van een blonde schoonheid. De promotekst omschreef Wijnberg als "dé ontdekking is van tien jaar vrouwenliteratuur" en Een meisjesleven als "een verbluffend debuut en in bepaalde zin een feministische roman van de eerste orde". Ondanks gefingeerde interviewtjes met de schrijfster gonsde het al vlug van de geruchten over de eigenlijke auteur. Nadat zijn zus Doeschka al was genoemd, bleek het Geerten Meijsing te zijn. Inmiddels is het boek in herdruk onder eigen naam verschenen en wie het nu leest begrijpt niet dat niet meteen aan hem werd gedacht. De mentor van Marcel van der Linden was in 1988 een knappe pastiche op De pupil van Harry Mulisch. Over de auteur was alleen bekend dat hij in 1935 in Antwerpen geboren was. De Morgen schreef destijds als inleiding bij een positieve recensie: "Zoals bij elke mystificatie is de naam van Freddy de Vree al gevallen. Ook in de running is Marc Andries. Wij tippen deze keer echter op Leo Geerts." Geerts, criticus bij De Nieuwe, ontkende eerst, maar maakte later zelf bekend dat hij inderdaad Marcel van der Linden was. In een interview zei hij: "De opzet is geslaagd (...) Het spelletje is gespeeld." Dat Freddy de Vree werd genoemd, kwam wellicht door een mystificatie uit 1969. Toen publiceerde De Bezige Bij twee dichtbundels van Marie-Claire de Jonghe: Jaja en De lemen liefde. Ook hier een foto van een jonge vrouw op het achterplat, en ook hier allerlei gissingen naar de ware identiteit. Het bleek De Vree te zijn, en niet Hugo Claus, die als Thea Streiner (in de jaren vijftig) en als Dorothea van Male (met Schola Nostra uit 1971) zijn affiniteit met mystificaties liet zien.

Een niet stilgehouden mystificatie levert best wat extra publiciteit op. Neem bijvoorbeeld de laatste aanbiedingsfolder van Meulenhoff. Debuut? Zo staat er ter aankondiging bij Bekentenissen van een stamhouder van Aristide von Bienefeldt. De schrijver zou afwisselend in Londen en in Parijs wonen en alleen met e-mail communiceren. De uitgeverij weet zelf niet of hij inderdaad een debutant is of een ervaren auteur: "We twijfelen hevig." Verder zegt uitgeefster Portegies wel dat ze zeker is dat het niet Grunberg is. In een mail aan de Volkskrant laat de schrijver weten dat hij meent dat de kunstenaar moet verdwijnen achter zijn product en dat hij zich ook verzet tegen de buitenproportionele aandacht voor en de mythevorming van 'bekende mensen'. Maar na alle aandacht voor Marek van der Jagt kan dat ook gewoon een handige promotietruc zijn.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234