Maandag 29/11/2021

Reportage

Mysterie rondom moord in Spaans spookdorp ontrafeld

null Beeld Julius Schrank
Beeld Julius Schrank

Ruim vier jaar leefde de Nederlandse Margo Pool zonder het te weten naast de vermoedelijke moordenaar van haar partner, in het Spaanse dorp Santoalla do Monte.

Als ze buiten aan het werk was in het Spaanse spookdorp, dan zag Margo Pool het schaarse bezoek al van verre aan komen rollen over de berg. Stipjes veranderden dan langzaam in auto's. Maar op zaterdag 29 november 2014 zette de grijsblonde Nederlandse boerin binnen de fluitketel op haar houtkachel, toen de Guardia Civil het verlaten gehucht Santoalla binnenreed. Ze dronk in de keuken van haar koffie met geitenmelk, en merkte niets.

Ze hoorde niet hoe de politie op de rammelende bruine aluminium deur van haar enige buren klopte. Evenmin zag ze hoe de twee broers Juan Carlos en Julio even later over de knarsende brokstukken van ingestorte huisjes naar het politiebusje op de helling werden geleid, hun handen geboeid.

Margo Pool (61) vernam het nieuws pas die avond, op een van die onvoorspelbare momenten dat haar mobiele telefoon even bereik had op de berg. Een lokale journalist vertelde haar wat ze al die jaren diep vanbinnen had gevreesd. Haar man Martin Verfondern was vijf jaar eerder hoogstwaarschijnlijk om het leven gebracht door de enige buren die ze hier al die tijd hadden. Juan Carlos (47) en Julio (50) zaten vast op verdenking van betrokkenheid bij Martins dood.

Het huis van de buren, de familie Rodriquez. Beeld Julius Schrank
Het huis van de buren, de familie Rodriquez.Beeld Julius Schrank

2010

Margo Pool reisde in begin 2010 naar Duitsland om te zorgen voor twee van Martins ooms, die aan alzheimer leden. Een noodgeval. Pool kon zich als enige per direct vrijmaken om te voorkomen dat de oude mannen verkommerden in hun flatje.

Die dinsdagavond 19 januari 2010 ging om elf uur 's avonds haar gsm. Het was de Israëlische vrijwilliger die haar man in Spanje hielp op de boerderij. Margo hoorde de bezorgdheid in zijn stem. "Martin is weg", zei hij. "Ik ben bang dat er iets is gebeurd."

Martin had het spookdorp die dinsdagochtend verlaten om boodschappen te gaan doen bij de Lidl in O Barco, 25 kilometer verderop. Nu was het al uren donker en was de stevige boer met zijn rossige baard nog steeds niet thuis.

Was hij verongelukt? In de haarspeldbochten die omhoog leiden naar Santoalla, kon je in het donker gemakkelijk van de weg raken, wist Margo. Gebeurde dat op het verkeerde punt, dan stortte je in het ravijn.

In een waas van paniek graaide Margo haar spullen bij elkaar en stapte in haar oude Citroën. Ze reed in haar eentje uren en uren door het donker. In Noord-Frankrijk begon het op een donkere provincieweg te sneeuwen. Ze plakte een tijdje in het kielzog van een vrachtwagen, om niet van de weg te raken. Af en toe sliep ze op een parkeerplaats. Toen Pool na twee dagen Santoalla binnenreed, ontbrak van de toen 51-jarige Martin en van zijn enorme groene terreinwagen nog steeds elk spoor.

Onvermoeibaar liep Margo die maanden erna door de naaldbossen, al haar zintuigen op scherp. Misschien kwam ze wel iets tegen dat de Guardia Civil met zijn helikopters en speurhonden over het hoofd zag. Als Martin een hartaanval had gehad en met zijn wagen van de helling was gegleden, kon je dat vanuit de lucht niet zien. Vrijwilligers van de boerderij en vrienden uit het dal zochten soms met haar mee.

In de zomer van 2010 loofde Margo 5.000 euro uit voor de tip die zou leiden naar haar man en zijn auto. Maar de hoop om nog iets terug te vinden, werd met de dag minder.

Ze moest de geiten melken, het werk op de boerderij ging door. Maar elke keer als ze ergens iets afwijkends zag tussen de bomen of langs de weg, schoot er een schrikachtige reflex door haar heen.

Wegwijzer naar Santialla. Beeld Julius Schrank
Wegwijzer naar Santialla.Beeld Julius Schrank

1997

De eerste keer dat Margo Pool en Martin Verfondern in 1997 de berg af kwamen rijden over die onverharde weg naar Santoalla waren ze geïmponeerd door de stilte en de veelkleurige bomen die het gehucht omringden.

Santoalla do Monte was een spookdorp zoals er vele zijn in de heuvels van Galicië. Nergens liet de migratiedrift van de plattelandsbevolking zo veel verlaten ruïnes na als hier in het noorden van Spanje, waar naar schatting 1.400 gehuchten hun laatste bewoners jaren geleden zagen vertrekken. De armoede verjaagde de mensen naar de grotere dorpen in het dal, maar ook naar Argentinië, de VS en Zwitserland.

Als oudere Galiciërs in de herfst de bergen in gingen om kastanjes te rapen voor in hun vleesschotels, keken ze met weemoed naar het verval van het dorpje van hun jeugd. Zij zagen de afgebrokkelde muren van wat ooit hun school of huis was geweest, de uit het lood hangende roestige poortjes, het kerkje dat zijn klok miste. Geen levende ziel te bekennen.

Maar Margo en Martin vonden hier juist wat zij thuis in Zaandam zo node misten: rust en ruimte.

De Duitse Martin, die vanaf zijn 17de in Nederland had gewoond, werkte in een drukkerij. Margo deed de administratie op een kantoor. Ze droomden van een stuk land om dieren te kunnen houden, een plek zonder directe buren. In Nederland konden ze zoiets nooit betalen. In Santoalla wel.

De oude señor Manuel Rodriguez, hoofd van de enige overgebleven familie in het spookdorp, bemiddelde in de koop van een leegstaande ruïne.

Het Zaandamse koppel zette een tentje op naast de brokstukken van hun nieuwe bouwval en ging aan de slag. Het duurde anderhalf jaar voor op de resten van het oude huis iets was ontstaan dat enigszins bewoonbaar was.

Margo Pool tilde ergens die eerste maanden wat stenen uit een leegstaande ruïne om te gebruiken voor een muurtje, toen de kleine maar taaie Jovita Rodriguez met opgeheven vinger de heuvel afdaalde. "Die stenen zijn niet van jou, leg terug." Met dit soort akkefietjes begon het geruzie.

Jovita en Manuel Rodriguez waren in de tachtig. Ze hadden vier volwassen zoons. Juan Carlos was verstandelijk gehandicapt en woonde bij hen in het dorp. Julio, de oudste, woonde in het dal, maar reed dagelijks naar Santoalla om de koeien te verzorgen.

Rodriguez senior was de moeilijkste van het stel. De patriarch kon het niet hebben dat de loslopende geiten van Pool en Verfondern soms poot zetten op zijn terrein.

Het Nederlandse echtpaar haalde internationale vrijwilligers naar het dorp die tegen kost en inwoning werkten. Ze zaaiden groente in de moestuin, molken de geiten en klusten mee aan het huis. De avonturiers uit de Verenigde Staten, Israël, Frankrijk en Nederland sliepen in drie kleine caravans aan de rand van het dorp. 's Avonds waren er weleens feestjes. De familie Rodriguez volgde het met argusogen.

De strijd verhardde toen Martin en Margo aanspraak wilden maken op hun aandeel in de compensatieregeling van de 'monte comunal'. Een oude overeenkomst schreef voor dat het bosbouwbedrijf dat de heuvels rondom Santoalla cultiveerde, een deel van de opbrengst van het hout teruggaf aan de dorpsbewoners. De oude Rodriguez moest dat als presidente de monte comunal regelen. Maar Pool en Verfondern zagen jarenlang geen cent. Uiteindelijk kwam de rechter er aan te pas. Die gaf de Nederlanders gelijk.

Santoalla do Monte, een gehucht in verval. Beeld Julius Schrank
Santoalla do Monte, een gehucht in verval.Beeld Julius Schrank

2009

Martin had soms eigenwijze acties, waarmee hij ook Margo verraste. Dit keer was hij naar het internetcafé in het dal gereden om een alternatief plaatsnaambord te printen. Op een februariochtend in 2009 hing hij het op een paal bij de entree van het dorpje. "Welkom in Santoalla, gemeente Pétin, koninkrijk Marokko", las het Spaanse opschrift. Voor de camera van een lokale journalist legde Martin later die dag uit het gevoel te hebben in een achterstallig Arabisch land te leven. Hij smeekte de burgemeester al tien jaar een vuilophaaldienst te regelen en de belangrijkste straten te verharden. Daar was geen gehoor aan gegeven, zijn dorp lag nog altijd vol puin. In hetzelfde interview haalde hij ook uit naar buurman Rodriguez, die hij de Zonnekoning noemde.

Haar man kon er anders ook wat van, vond Margo. Drijf het toch niet zo op de spits, zei ze keer op keer tegen hem. Maar hij was koppig.

In 2009 werkte ze zelf langere tijd in Nederland. De boerderij leverde nog niet voldoende op om in hun levensonderhoud te voorzien. In haar afwezigheid leek Martin steeds verder geobsedeerd te raken door de strijd. Hij had voortdurend een camera op zak om opnames te maken van de buurmannen, die volgens hem hun dieren slecht behandelden, spullen stalen en zijn leven vergalden. In de lokale pers sprak hij van 'terrorismo rural'.

Op een gegeven moment werd Martin er zelfs wat paranoïde van. Rondom het huis hing hij camera's op om indringers af te schrikken. Margo vond het onzinnig, maar liet hem begaan.

Margo Pool. Beeld Julius Schrank
Margo Pool.Beeld Julius Schrank

2014

Zenuwachtig reden Margo en een Spaanse vriendin door de heuvels richting A Veiga. Ze moesten nu bijna op de goede plek zijn. Het was juni 2014, het had al weken niet geregend in Galicië. Juist daarom was de Guardia Civil met een helikopter over de afgelegen bossen gevlogen, om te controleren of er nergens vuur oplaaide. Een agent had vanuit de lucht bij stom toeval een auto zien staan, vlak bij een brandgang in het naaldbos. Een half uitgebrande groene terreinwagen. Later vonden speurhonden ook botresten van Martin Verfondern, evenals een gsm die niet van hem was en andere sporen. Het was hemelsbreed 12 kilometer van Santoalla.

Toen Margo op de vindplaats aankwam, had de politie zijn spullen al meegenomen. Pas later ontdekte ze tussen de bomen de brandhaard. Ze groef er wat in. Onder de troep vond ze een lapje kleurige stof. Het was onmiskenbaar een stukje van het outdoorjack van Martin. Bizar, dat dat hier na al die tijd nog lag.

Vierenhalf jaar had de onzekerheid aan haar geknaagd. Nu wist ze dat haar man om het leven was gebracht. Het nieuws kwam als een enorme dreun. Maar ergens luchtte de duidelijkheid ook op.

Ze schrok toen ze de lijkwagen zag staan. Margo had verwacht dat ze de schaarse overblijfselen van haar man deze septemberochtend op het lokale politiebureau overhandigd zou krijgen en zo mee kon nemen in haar eigen auto. In plaats daarvan hoorde ze nu dat ze een tocht moesten maken naar het forensisch laboratorium in Bérin, 200 kilometer verderop. Ze had weinig zin om in zo'n rouwwagen te gaan zitten, dus tufte ze er in haar witte bestelautootje achteraan.

De doos met botten voelde lichter dan Margo had verwacht. Ze vond het komisch, die enorme lijkwagen waarin dat pakketje naar huis werd gebracht. Martin had daar vast ook om kunnen lachen.

Onder aan de berg van Santoalla stopte de lijkwagen. De chauffeur van het vehikel durfde de haarspeldbochten niet aan. Dus vervoerde Margo haar man alsnog de laatste kilometers in haar bestelwagen naar huis.

In haar keuken opende ze de doos. Ze pakte de schedel op om te kijken of ze kogelgaten kon ontdekken, maar zag niets. Toen ze dat later aan familie vertelde, vonden die haar laconieke omgang met het stoffelijk overschot wat vreemd. Maar Margo werd in Santoalla dagelijks geconfronteerd met de dood. Het veld lag vol met botten, ze had eigenhandig geiten geslacht.

Van haar had de doos met botten in huis mogen blijven staan. Maar om de familie in Nederland gerust te stellen, begroef ze Martin later onder een boom, op het door onkruid overwoekerde kerkhofje van het spookdorp. De meest recente nog leesbare grafsteen daar herinnerde aan een dode uit 1961.

De Spaanse politie zocht met man en macht de streek af en vermoedde van het begin af aan een misdrijf. Beeld Julius Schrank
De Spaanse politie zocht met man en macht de streek af en vermoedde van het begin af aan een misdrijf.Beeld Julius Schrank

Pers

Journalisten van televisiestations en kranten stonden met hun camera's en notitieblokken rondom Margo, de eerste week van december 2014. Juan Carlos en Julio waren net opgepakt. Kalm deed Margo in haar beste Spaans haar verhaal.

De pers klopte ook aan bij het bejaarde echtpaar Rodriguez. "Ik wil met niemand praten", kaatste de oude Jovita bij het zien van weer zo'n vreemd gezicht op haar stoepje.

Juan Carlos, de verstandelijk gehandicapte man, had inmiddels bekend dat hij de trekker had overgehaald. Waar en waarom precies, maakte de politie niet bekend. Volgens de Spaanse media had zijn oudere broer Julio hem geholpen bij het verbergen van Martins lichaam. De politie liet Julio na enkele dagen al vrij, op voorwaarde dat hij zich niet in Santoalla zou vertonen.

Daarom reed de jongste broer Jésus nu elke dag de berg op. Iemand moest toch zorgen voor zijn verrimpelde ouders en voor de koeien. Jésus, een potige boer met een rood aangelopen gezicht, begreep er niets van. Hij kon zich niet voorstellen dat zijn gehandicapte broer iemand had gedood. Zijn ouders waren er kapot van, zei hij tegen journalisten.

Maar Margo merkte niets van de kennelijke emotie bij het echtpaar Rodriguez. Sinds de arrestatie waren ze in hun huis gebleven en hadden ze geen woord tegen haar gezegd.

Foto van het ruinen-dorp Santoalla in der bergen van Galicië. Beeld Julius Schrank
Foto van het ruinen-dorp Santoalla in der bergen van Galicië.Beeld Julius Schrank

Wrok

Margo Pool schepte een stuk van de aardappeltortilla op haar bord, afgelopen weekend. Het gerecht was op de houtkachel gebakken door haar boerderijhulp José. De voormalige dakloze woonde sinds anderhalf jaar naast haar in een caravan. 's Avonds dronken ze samen rode wijn uit kartonnen literpakken. Na het eten rolde de langharige José een joint van de wiet die hij bewaarde in een zilverkleurig blik.

Zo was het leven in Santoalla, zo zou het blijven. Soms vroegen bezoekers aan Margo of ze niet weg wilde, maar waarom zou ze? De strijd die Martin bij leven voerde met de buren, was niet de hare geweest. Angst had ze nooit gekend.

Als Juan Carlos haar echtgenoot had doodgeschoten, moest het bijna wel een soort ongeluk zijn geweest. Die man had het verstand van een kind, ze kon het hem niet aanrekenen. Misschien had er wel iemand op hem ingepraat.

Dat Julio zijn broertje hielp het misdrijf te verbergen, kon ze ook begrijpen. Had ze zelf een gehandicapte broer gehad die in de fout was gegaan, dan zou ze hem ook willen beschermen.

Anderen vonden haar begripvolle houding bijna bovenmenselijk, maar zelf voelde Margo dat ze geen keus had. Ze wilde hier blijven, Santoalla was haar plek. Als ze hier ooit weer gelukkig wilde zijn, kon ze niet blijven hangen in wrok.

De volgende ochtend waste Margo kopjes af in de keuken, toen José opgewonden de deur binnenstapte. "Ik heb weeën gezien." Vol verwachting snelde Margo over het zandpad naar Margaret, de zwangere geit in de stal. Een paar uur later zetten drie babygeitjes hun eerste onzekere passen in het hooi.

null Beeld De Volkskrant
Beeld De Volkskrant
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234