Maandag 30/11/2020

Interview

Muzikant Tijs Vanneste: ‘Ik omarm pijn en ellende met een groot mededogen’

Beeld Charlie De Keersmaecker

 Dacht u dat Jef Van Echelpoel, de ruige, morsige playboy van ‘Ziet em duun’, echt bestond? Niet, dus: het personage zit alweer diep weggestopt in de verkleedkoffer van muzikant en Kempenzoon Tijs Vanneste (41), die nu volop timmert aan een docuserie. Een snelcursus levensgeluk en empathie, inclusief rafelrandjes. ‘Het leven is een speeltuin en ik wil op alle schommels zitten.’

Tot voor kort kende u Tijs Vanneste allicht voornamelijk van de hit ‘Ziet em duun’. In de gedaante van Jef Van Echelpoel stelde de Kempense artiest zich vier jaar geleden voor als “de keuning van de nacht” of die “gladden aap mee zenne geilen blik”. In Mol en wijde omstreken herkennen ze hem ook als succesvol tattoo-artiest.

De komende maanden zal Vanneste evenwel nog een andere kant van zichzelf tonen. Afgelopen zomer kon je gaan logeren op De Kemping: een camping in Geel die werd uitgebaat door tien werkzoekenden, die op hun beurt gecoacht werden door Vanneste. De docusoap daarover wordt in januari op Eén uitgezonden. Tijs Vanneste maakte ook de soundtrack van die serie, en die brengt hij uit als langspeler, ook begin volgend jaar. De plaat blikte hij onder zijn eigen naam in met vrienden als Paul Van Bruystegem, de bassist van Triggerfinger. Die lijfde Vanneste dan weer eerder in als tourend lid voor zijn eigen solovehikel LowRider. Kunt u nog volgen? Mooi zo.

Deze week brengen ze samen ‘Het gevaar’ uit. Een single die kadert binnen de nieuwe jaarcampagne van Te Gek!?, een organisatie die ernstige psychische problemen en ­verslavingen uit de taboesfeer wil pleuren. Paul Van Bruystegem is zelf geen onbekende van grootgebruik. In uw krant deed Lange Polle zijn verslavingen al eens helemaal uit de doeken: “Junk zijn was ooit mijn fulltime job”, ­vertelde hij ons toen. “Ik heb in mijn leven alles gepakt, gesnoven en geslikt wat er voorhanden was. En in royale hoeveelheden. Ik kan níéts met mate. Dat obsessieve gedrag krijg je er bij mij nooit meer uit.” Niet toevallig dat hij dit jaar mee ambassadeur is van Te Gek!?

TIJS VANNESTE

41-jarige Desselse zanger en tatoeëerder / geboren en getogen in de Kempen / volgde kunstrichting in Turnhout, studeerde in Breda en Gent / gaf les aan een school voor buitengewoon onderwijs in Kasterlee, en in de gevangenis / zong o.m. bij metalband Oceans of Sadness (waarmee hij vaak optrad op Graspop) en The Searching / was als Jef Van Echelpoel de helft van ­muziekduo Van Echelpoel / scoorde daarmee een aantal hits, waaronder ‘Ziet em duun’ en ‘Waddistjom’ / nam in 2017 deel aan De slimste mens ter wereld / maakt voor Eén de documentairereeks De Kemping (productiehuis De chinezen) / getrouwd met kunstenares Lisse Habraken, twee kinderen: Cis en Cas

Vanneste en Lange Polle willen drank-, drug- en gokproblemen in Vlaanderen bespreekbaar maken. “Mij persoonlijk zijn verslavingen nochtans helemaal vreemd,” klinkt het bij Vanneste, “maar de verhalen van de zelfkant van dit leven raken me wel enorm. Empathie is me níét vreemd. Zet mij ergens af in de stationsbuurt, en ik kan een paar uur zoek maken door te praten met een ouwe, eenzame mens die halve liters pils naar binnen klokt. Dat zou wellicht het meest waardevolle gesprek van mijn dag zijn. Ik omarm menselijke pijn en ellende met een groot mededogen. En wat het misschien leefbaar maakt voor mij: ik neem die ­problemen niet mee naar huis.”

‘Empathie is me niet vreemd. Zet mij ergens in een stationsbuurt, en ik kan uren zitten praten met een ouwe, eenzame mens die halve liters pils naar binnen klokt’Beeld Charlie De Keersmaecker

Is dat de kunst van het luisterend oor? Sores oppikken en dan weer dumpen? “Het belangrijkste is: iemand zijn die oordeelt noch veroordeelt. Als maatschappij doen we dat te veel. En tegelijk doen we te weinig moeite om mensen te willen helpen en hen écht te begrijpen. We zijn toch vaak enorm hard voor mensen die brute pech hebben? Geluk hangt nochtans aan een zijden draadje. Soms kies je niet voor een bepaalde situatie, maar raak je het spoor bijster, of dwaal je carrément af naar het slechte pad. Door foute ­vrienden, door de zoektocht naar een roes, you name it. Maar iedereen kan ook weer uit die miserie geraken. Alleen al om die reden verdient iedereen een tweede kans.”

De Kemping maakt net zo goed een erezaak van zo’n tweedekansenbeleid. In die docusoap wordt de weg naar de arbeidsmarkt uitgestippeld voor langdurig werkloze ­jongeren. Op de camping moeten zij werkervaring ­opbouwen. Vanneste wordt het gezicht van dat programma, en stond ook mee in voor de selectie van alle jongeren. “Daar drong ik op aan. Niet omdat ik een controlefreak ben, maar omdat ik overal bij betrokken wilde zijn. De helft van de gegadigden die op auditie kwam in mijn tattoo-salon heb ik afgewezen. Sommigen leken om de verkeerde redenen te willen meedoen. Als je een bekende kop wil worden, moet je voor dit programma niet bij mij komen aankloppen. Dit is geen Temptation Island waarmee je achteraf op sociale media kan scoren. (lacht)

“Er is iemand die meedoet aan het programma omdat hij door zijn drugsproblemen nergens aan de bak komt. Anderen zijn er omwille van een moeilijke thuissituatie, ADHD of een gameverslaving. Het is de bedoeling dat zij het project van begin tot einde in goede banen leiden. Ik ga niet de voortrekker spelen, of de leider van de bende. Beschouw me eerder als een soort coach, die bijstuurt waar dat nodig is. Ik beschouw mezelf niet eens als de presentator. Dat was trouwens een voorwaarde om toe te zeggen: ik wilde niet verplicht worden tot een houterige stand-up voor de camera om alle kijkers te begroeten. Het moest écht aanvoelen. Alleen dan blijft het plezant voor mij. Dit is een sociaal ­project dat toevallig ook wordt gefilmd.”

Presenteren als Tom Waes

Door de bank genomen staat hij nogal wantrouwig tegenover de televisiewereld, vertelt hij. Te veel sensatiezucht, te weinig inhoud. We willen weten of hij ook niet schuw was om door het productiehuis in een mal gegoten te worden. In de wandelgangen vingen we ooit op dat VTM hem eens naar Tom Waes had verwezen. Er was toen sprake van dat Vanneste een programma voor de commerciële omroep zou presenteren, en de programmamakers hadden gezegd: “We willen dat je presenteert zoals Waes”.

Klopt niet helemaal, glimlacht hij. “Ze hadden een héél interessant tv-voorstel voor me, waarbij ik de wereld kon rondreizen. Tuurlijk wilde ik dat doen. (lacht) Omdat ik geen ervaring met zo’n cameraploeg heb, waren tips dus welkom. Ik kén Tom Waes trouwens ook een beetje, dus leek het slim om even bij hem aan te kloppen. Maar twee maanden voor ik op wereldreis zou vertrekken, lag ik te woelen in bed. Instinctief kreeg ik het gevoel dat ik gekneed werd tot iemand die ik niet was. Het zat niet juist. Beste beslissing ooit. Sieg De Doncker en Olga Leyers hebben dat ­programma uiteindelijk voor hun rekening genomen. Mij had het niet gelegen.

De Kemping staat dan weer heel dicht bij mijn ­vertrouwde leefwereld: ik héb een verleden als creatief ­therapeut. Ik gaf gitaarles en tekenles in de gevangenis. De bedoeling was om psychopaten en pedoseksuelen uit hun sociaal isolement te halen. Of ik me daar nooit onbehaaglijk of vies bij voelde? Nee. Ik heb totaal geen begrip voor hun daden, maar net zomin moet ik een mentale barrière ­overwinnen om hen als mens te zien. Of denk jij dat íémand op een dag opstaat en denkt: hey, misschien moet ik het maar eens als pedofiel proberen? Die mensen moeten ook maar zien te leven met hun gevoelens, behoeftes en daden.

“Onze maatschappij maakt zich te gemakkelijk af van daders: we kunnen onze ogen afwenden van alle gruwel door hen in een put te duwen en die toe te dekken. Dat snap ik niet. Ik zou mezelf trouwens graag eens willen opsluiten in de gevangenis, om die ervaring te voelen in plaats van ze te zien. Pas dan begrijp je iemands ellende ten gronde. En het zou me niet verbazen dat de gevaarlijkst ogende mensen wel eens de meest kwetsbare en schone zielen zouden ­kunnen zijn.”

‘Ik voel me een zondagskind. Wel een dat al vaak zijn knieën geschaafd heeft, maar telkens meteen is rechtgekrabbeld.’Beeld Charlie De Keersmaecker

Schuilt er een wereldverbeteraar in Vanneste? Zo klinkt het wel. Hij schudt driftig het hoofd. “Om een wereldverbeteraar te zijn, moet je er heilig van overtuigd zijn dat jij de wereld mooier kan maken en het bijgevolg altijd bij het juiste eind hebt. Die morele autoriteit pretendeer ik niet te hebben. Ik wil gewoon dat mijn eigen pad schoon blijft, ook nadat anderen datzelfde pad gekruist hebben. Ge zijt een loemperik als je dat doelbewust zou weigeren te doen.

“Ik ben sowieso iemand die graag zorgt. De mensen in De Kemping weten ook dat ze me dag en nacht mogen bellen om even te praten. Die loyauteit vind ik belangrijk. Ik was er als de dood voor dat ze het gevoel zouden krijgen dat ik hen had gebruikt. In sommige programma’s ruik je soms dat platte opportunisme, waarbij een zwakkere groep als citroen wordt uitgeknepen. Ik hoop dat je bij mij de ­bloemetjes ruikt.” (lacht)

Hij herinnert zich plots dat hij een paar jaar geleden aan de praat raakte met een meisje dat de bloemetjes nog wat langer wilde ruiken. “Een zeer toffe madam, heel levenslustig. Alleen: ze had terminale kanker en zou haar chemobehandeling moeten stoppen. Financieel stond ze er slecht voor. Ik heb toen beslist om een loterij te houden. Een beperkt aantal winnaars kon voor een bescheiden prijsje een grote tatoeage laten zetten. De opbrengst ging integraal naar haar. Ik vind die zorg voor mensen dus normaal. Dat is toch een kleine moeite? Weet je wat me stoort? Mensen zijn te veel op hun hoede om het goede te doen. Of te cynisch. Dat is bij mij niet zo. Ik blijf bewust naïef. Als ik dan al eens een lap om mijn oren krijg, omdat iemand misbruik maakt van me, neem ik dat er wel bij.”

Een tatoeage-artiest is deeltijds zielenknijper. Wordt het nooit te veel? “Nee, maar zeg wel gerust voltijds psycholoog. De verhalen die ik soms hoor... Niet zelden is een tattoo ­verbonden aan een trauma, of een intrieste gebeurtenis natuurlijk. Die mensen vertellen me soms schoorvoetend, maar ook graag hun verhaal. Geen enkel bezwaar: ik neem daarmee wat gewicht uit hun rugzak, en ik steek ze ook niet in de mijne. Iedereen wint.”

Wat wint híj er dan precies bij? “Levenservaring, in ­sommige gevallen. Maar ik word ook vooral met mijn neus op de feiten gedrukt: het besef hoeveel chance ik heb. Dat leer ik mijn zoontjes van 2 en 4 nu ook aan. Ik voel me een zondagskind. Wel eentje dat al vaak zijn knieën geschaafd heeft, maar ook elke keer weer meteen is rechtgekrabbeld.”

Ne contente mens

Het leven is eigenlijk een speeltuin, zegt hij daarna. “En ik wil op alle schommels zitten.” Het is een van zijn favoriete uitspraken. We vertellen hem schroomvallig dat we ze niet begrijpen, de mensen die monter uit bed rollen en de wereld inspringen alsof die speeltuin speciaal voor hen ingericht werd. Met enige jaloezie en fris wantrouwen bekijken we ­lieden die zo’n vanzelfsprekend gemak en talent voor geluk aan de dag leggen. Vanneste grinnikt. “Dat snáp ik wel, hoor. Het is ook niet zo dat ik voortdurend als een halvegare door het leven huppel. Je dwingt geluk ook deels af. Maar ik ben ‘ne contente mens’. En je moet content willen zijn om ­gelukkig te kunnen worden. Tevredenheid: dát is het geheim achter geluk.”

Op zijn borstkas staat niet verwonderlijk een hart geïnkt met het woord ‘content’ erin. “In spiegelschrift, zodat ik het elke morgen in de spiegel kan lezen. Dat is een statement voor mij: toen mijn eerste zoontje geboren was, heb ik die tattoo gezet. Die twee in het kwadraat heb ik erbij gezet toen mijn andere zoontje geboren werd.” Zijn ogen worden even vochtig. “Dat is misschien het enige wat me écht veel pijn en verdriet heeft bezorgd: hoe moeilijk het bleek om kinderen te krijgen. Ik droomde er al van mijn 24ste van, maar ik voelde instinctief dat het niet van een leien dakje zou lopen. Mijn eerste huwelijk strandde, en daarna heeft het met Lisse (Habraken, zijn vrouw, GVA) geduurd tot mijn 38ste voor ik vader werd.

“We hebben het heel moeilijk gehad om kinderen te ­krijgen. Dat was echt een strijd. Mijn soldaten zwommen achteruit of beten in hun eigen staart. Uiteindelijk is het toch gelukt. Zij het niet zonder slag of stoot. We kozen voor een zware ICSI-behandeling, waarbij een zaadcel met een fijne naald in een eicel wordt gebracht. Lisse moest allerhande operaties en hormonenkuren ondergaan... Maar na twee jaar stonden we nog steeds nergens. ‘Meiske, zou je jezelf geen jonge viriele gast zoeken?’ vroeg ik haar op een bepaald ogenblik. Niet uit zelfmedelijden, ik méénde dat. Als ze me effectief had verlaten, was dat het grootste drama van mijn leven geweest. Maar ik nam die immense pijn liever op mij dan haar kinderwens te moeten vermoorden.”

Na heel wat pijnlijke gesprekken op een vakantie in Spanje en een nakende breuk begonnen ze opnieuw, in een ander ziekenhuis. “Een jaar later was Cis er. En twee jaar later Cas. De mooiste dagen van ons leven.”

Voor hij Lisse leerde kennen, speelde zijn leven zich af in tweede versnelling, vertelt hij. Maar met haar ging alles op volle kracht. Nochtans had Lisse – zelf ook kunstenaar – een veel donkerder levensverhaal dan hij. “Ze groeide nochtans op in een goed gezin, en is even sterk op het vlak van IQ als EQ. Maar dat laatste is een gevaarlijke combinatie. Op die manier heeft ze twee heel slechte mannen leren kennen. Bijzonder manipulatieve gasten, die niets meer deden dan liegen, bedriegen, fysiek geweld… Ze hebben haar gekneed en afgebroken tot er bijna niets meer van haar restte.”

Hij valt even stil. Het wordt duidelijk dat Vanneste liever niet te uitvoerig in detail treedt, al was het maar om niet voor de beurt van zijn vrouw te spreken. “En je moet ook niet álles willen delen met de wereld”, zegt hij. Met grotere tederheid spreekt hij wel over hun eerste kennismaking. “We leerden elkaar kennen toen ik geïnteresseerd was in een schilderij dat zij had gemaakt met dikke lakverf. Art brut. Honderd procent emotie en instinct.” Het werk verbeeldt twee lichamen die verdwaald zijn en rondzwemmen in het niets: pure agressie en wanhoop. “Waarschijnlijk sprak dat hem zo aan omdat hij zelf in een kutperiode zat, na de scheiding van zijn eerste vrouw”, zei Lisse daar al eerder over.

Geen marketingplannen

“Dat was een donkere periode,” knikt hij. “Maar ik laat me niet zo gauw nekken. Het grootste verschil tussen Lisse en mij is dat ik uiteindelijk altijd mijn rationeel verstand laat spreken. Ik ben heel nuchter. Zij staat anders in het leven. Zelfs als ze kan voorspellen dat iets wellicht slecht afloopt, zou ze nog los tegen de muur knallen. Waarom? Ieder ­vogeltje zingt zoals het gebekt is, zeker?

“Ik heb een heel goede opvoeding gehad: open en ­kritisch. Mijn ouders leerden me om niets klakkeloos aan te nemen. Zeker geen gezag. Al bracht dat me net in de ­problemen. Je begrijpt dat zoiets botste op school: ze ­appreciëren het niet bijzonder wanneer je alles in vraag stelt. (lacht) Ik werd meteen weggezet als de ambetanterik. Niet door alle leerkrachten, hoor. Wel door de kleinburgerlijke, autoritaire mannetjes. In mijn jeugd kreeg ik vaak te horen dat ik ‘een speciale’ was. Eén leraar voorspelde zelfs dat ik in de gevangenis zou eindigen. Ach, het reguliere ­systeem is niet gemaakt voor mensen zoals ik. Uiteindelijk ging ik naar de academie, maar ook die studies heb ik niet afgemaakt. Ik ben een drop-out.”

Maar soms maken ze van een stroper de beste boswachter. “Ik ben tekenleraar geworden. Ja, ik snap de ironie. (lacht) Dat was eerder uit gemakzucht: ik kon tekenen en ging goed met klein mannen om, en ik hoorde dat je maar

‘Op school werd ik meteen weggezet als de ambetanterik. Ze apprecieerden het niet bijzonder dat ik alles in vraag stelde. Ach, het reguliere systeem is niet gemaakt voor mensen zoals ik’Beeld Charlie De Keersmaecker

21 uur per week moest werken. (lacht) Daarna ging ik ook in de gevangenis werken en in het buitengewoon onderwijs. Toen ik vastbenoemd werd, was ik na een week weg. Dat klinkt zot. Maar wanneer ik verzadiging voel, wil ik weer weg. Ik had met die benoeming ook bewezen dat ik het burgerlijke leven aankon. Nu was het dus tijd voor mijn jeugddromen. Rond mijn dertigste werd ik tatoeëerder. Ik ben sindsdien puur artistiek bezig. Zelfs op tv of met de plaat: ze moeten mij niet lastigvallen met marketingplannen.”

Vrouwen met baarden

Dat was ook al het geval bij Oceans of Sadness, een Kempense metalgroep die in het begin van deze eeuw altijd net op het randje van doorbraak leek te staan. Maar daar ook blééf staan. “Voor jou lijkt het misschien dat Oceans of Sadness een verhaal was van-altijd-net-niet. Voor ons was dat er één van koppigheid. We onderhandelden met Roadrunner, zoals je weet een écht groot label van harde muziek. Maar die onderhandelingen sprongen dan af omdat ze wilden dat onze muziek simpeler zou klinken. Zo werkt het niet: ik ben altijd nogal contrair.

“Ook Van Echelpoel was geen knieval voor de commercie, hè. Dat was pure anarchie. Yves Gaillard (die zijn broer speelde: Yves Van Echelpoel, red.) en ik wilden het spelleke van dat commerciële circuit een jaar spelen, maar dan op onze eigen voorwaarden. We hebben dan ook héél veel ­aanbiedingen geweigerd, voor tv-quizjes, blitzoptredens of andere schnabbels. Na een jaar hebben we de stekker ook uit dat project gehaald, zoals we onszelf beloofd hadden. We hadden het wel weer gezien. Jef Van Echelpoel moest geen nieuwe Sam Gooris worden, die je overal kon zien opdraven. Veel ­vervulling haalde ik trouwens niet uit die showbizzwereld. Het grootste genot voor mij was dat ik zoveel mensen kon wijsmaken dat ik echt bestond. Wanneer ik tussen Vlaamse artiesten moest spelen, kwam ik ook aan in de gedaante van ladykiller en ruige kerel. Héérlijk om die verbouwereerde en soms zelfs angstige reacties te zien. (lacht) Mijn vrouw heeft zich wel meermaals geschaamd voor mijn gedrag en ­uitspattingen, maar ik vond het heerlijk.

“Ik speel trouwens met het idee om een realitysoap-­scenario rond dat personage te maken, dat zich afspeelt in de wereld van Eurosong. Daar zou ik een heel jaar voor on hold durven zetten. Al is het maar omdat het me de ultieme vrijheid lijkt: in dat wereldje zou niemand doorhebben dat ik een fictief personage speel, en kan ik de grenzen écht aftasten... In een decor waarin vrouwen baarden hebben.”

‘De Kemping’, vanaf januari 2021 op Eén. De single ‘Het gevaar’ kadert in een nieuwe Te Gek!?-campagne, die drank-, drugs- en gokproblemen bespreekbaar wil maken. Bekijk de clip via tegek.be 

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234