Zaterdag 16/01/2021

Muzikale vergezichten

Gestroomlijnde PJ Harvey is eindelijk in het reine met zichzelf

PJ Harvey

Stories from the City, Stories from the Sea, Island.

Joe Jackson

Night and Day II, Manticore/Sony Classical.

Kamino

Universal Love Music, Labelman.

Roni Size & Reprazent

In the Mode, Talking Loud.

Attica Blues

Test. Don't Test, Empire/Sony.

Polly Jean Harvey is zopas dertig geworden en die ommekeer heeft duidelijk sporen nagelaten in haar muziek. Op het deels in New York, deels aan de kust van Dorset geschreven Stories from the City, Stories from the Sea keert ze terug naar de eenvoud: het is dan ook verreweg de toegankelijkste en meest melodieuze langspeler uit haar carrière. De zangeres koos dit keer voor gestroomlijnde songstructuren en een helder klankbeeld, waarin weinig ruimte overblijft voor ornamenten. De triphopinvloeden en de elektronische snufjes van Is This Desire? zijn overboord gegooid en PJ Harveys band is nu gereduceerd tot multi-instrumentalist Mick Harvey (zie: The Bad Seeds) en drummer van het eerste uur Rob Ellis.

Het resultaat is gebalde maar enigszins gepolijste garagerock waar regelmatig de energie, de nervositeit en de gewelddadigheid van de grootstad in doorschemert. Dat merk je al meteen aan het breeduit rockende Bonnie & Clyde-verhaal 'Big Exit', het springerige 'Good Fortune' of het in roestige prikkeldraad gewikkelde 'The Whores Hustle & The Hustlers Whore'. Kale, afgekloven uptemponumers, type 'Kamikaze' en 'This is Love', herinneren dan weer aan de old school-Polly van Rid of Me, zij het zonder de grofkorrelige, noisy productie van een Steve Albini. Maar de nieuwe PJ Harvey bevat ook breekbare, bespiegelende momenten, zoals 'A Place Called Home', 'Beautiful Feeling' en 'The Mess We're In', een even pakkend als meeslepend duet met de alomtegenwoordige Thom Yorke.

Ook op broeierige pianofrazen surfende liedjes als 'Horses in My Dreams' en 'We Float' geven aanleiding tot intimistisch gemijmer. Alleen heeft de skyline van Manhattan dan inmiddels al plaatsgemaakt voor het meer rustgevende decor van het Engelse platteland. Zelf beschouwt de zangeres haar songs als "muzikale vergezichten", maar die panorama's worden door haar gloedvolle stem zo dichtbij gehaald dat je als luisteraar het gevoel krijgt er midden in te staan. Stories from the City, Stories from the Sea is het werk van een artieste die eindelijk in het reine lijkt met zichzelf. En wat ons betreft valt daar best mee te leven.

De Britse songwriter Joe Jackson dwaalde de jongste jaren steeds verder af van het geijkte popcircuit. Hij schreef een onderhoudende autobiografie, viel zijn oude liefde, de klassieke muziek, weer in de armen en bedient zich tegenwoordig van een idioom dat in geen enkel hokje meer past. Die vogelvrije status bevalt hem uitstekend en leidt af en toe ook tot verrassingen. Zo heeft de zanger totaal onverwacht een vervolg gemaakt op Night and Day, de plaat waarmee hij in 1982 definitief zijn naam vestigde. Night and Day II ligt stilistisch en inhoudelijk in het verlengde van deel een, verwijst muzikaal naar jazz, pop en latin en is doordrongen van de sfeer van New York. De stad vormt de natuurlijke biotoop van de personages die Jackson in zijn songs ten tonele voert: een weggelopen tienermeisje (het niet van humor gespeende 'Dear Mom'), een Iraanse immigrante (het fraaie, oriëntaals getoonzette 'Why'), een vereenzaamde zakenvrouw (het indringende 'Love Got Lost'). Jackson vertolkt de meeste liedjes zelf, maar roept occasioneel de hulp in van Marianne Faithfull, avant-gardezangeres Sussan Deyhim en de transseksuele Dale De Vere. Ook oude getrouwen zoals bassist Graham Maby en percussioniste Sue Hadjopoulos maken eindelijk opnieuw hun opwachting, zodat oude fans deze suite, met fraaie interludia van het strijkkwartet Ethel, zeker zullen appreciëren. Maar de ene Night and Day is de andere niet: memorabele songs van het kaliber van 'Real Men' of 'Cancer' vallen hier helaas nergens te bespeuren.

Vlaanderen is intussen weer een voortreffelijk debuut rijker. Kamino, een Antwerps viertal dat oprees uit de as van nANCY, kreeg met zijn vorig jaar verschenen Donut EP'tje al lovende kritieken in Britse bladen als NME en Melody Maker. Ook de single 'Tuduptup Girls' werd door diverse radio's vriendelijk bejegend, zodat de groep momenteel vooral ten zuiden van de taalgrens populair is. Maar naar de melodieuze en subtiel in elkaar gezette popsongs op Universal Love Music te oordelen zullen binnenkort hele volksstammen bezwijken voor de charmes van zanger Hans Van Rompaey en zijn gezellen. Kamino maakt eenvoudige maar fraaie liedjes die nu eens opgewekt, dan weer melancholisch klinken en hun raffinement pas na meerdere beluisteringen prijsgeven. Bij iedere draaibeurt komen echter nieuwe details aan het licht en stuit je op omzichtig gecamoufleerde dubbele bodems. Wat luchtig lijkt, is soms uitgesproken cynisch; wat zich aandient als ernstig is vaak tongue-in-cheek. 'Boysbands Are Everywhere', 'Are You Ready?' en 'How Can I Miss You If You Won't Go Away?' zijn in ieder geval pareltjes waar een mooi sieraad mee te maken valt.

In 1997 kreeg Reprazent de prestigieuze Mercury Prize voor New Forms, een plaat waarvan een half miljoen exemplaren werden verkocht en die een crossover bewerkstelligde tussen drum'n'bass en jazz, r&b, rock en funk. Drie jaar later klinkt het collectief uit Bristol, dat uit vier dj's, een rapper, een zangeres en twee livemuzikanten bestaat, aanmerkelijk harder, kaler en donkerder. De grooves op In the Mode worden nadrukkelijker gekoppeld aan striemende hiphop en behalve MC Dynamite mogen ditmaal ook woordenkramers als Method Man, Zack de la Rocha (van Rage Against the Machine) en de van The Roots afkomstige human beatbox Rahzel opdraven. De enige die tegen al dat geweld een melodieuze dam opwerpt is soulchanteuse Onallee, in 'Staircase' en 'Lucky Pressure'. De nieuwe Reprazent wordt overwoekerd door frenetieke, soms wat rechtlijnige beats, maar Roni Size, Die, Suv en Krust komen in 'In + Out', 'System Check' en 'Heavy Roation' opwindender dan ooit voor de dag. Jungle heeft wel niet meer dezelfde impact op de dansvloer als enkele jaren geleden, maar toch bewijst In the Mode dat het genre nog lang niet heeft afgedaan.

Het Brits-Egyptische trio Attica Blues doet iets soortgelijks voor de triphop. Zangeres Roba El-Essawy, programmeur Tony Nwachukwu en DJ Charlie Dark debuteerden drie jaar geleden op het spraakmakende Mo'Wax-label en zetten met Test. Don't Test nu de stap naar een grote platenmaatschappij. Ze maken muziek die raakpunten vertoont met die van Morcheeba en Groove Armada, maar een tikje directer, agressiever en gespierder aandoet. Attica Blues voert zijn inmiddels bekende kunstje op en dat beheerst het tot in de puntjes: de grote troeven van de groep zijn een aangename stem, vindingrijke backingtracks met een gulle portie scratching en een groot synthetisch vermogen. In nummers als 'Mangled', 'Just an Avenue' en 'Now You Know' hoor je echo's van drie decennia zwarte muziek, maar Attica Blues spint er een auditief tapijt mee dat een hoogst persoonlijk design verraadt. Zeer geschikt om naar te kijken met je oren.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234