Dinsdag 10/12/2019

Muzikale schizofrenie op zes snaren

Mauro Pawlowski, Rudy Trouvé en Craig Ward delen een verleden bij dEUS. Met Vol. 2 varen ze samen langs eightiespastiches, ambient en knutselpop.

U wilt uw platen gestroomlijnd? Songs die als velcro aan elkaar hangen? Door Dimitri Vegas & Like Mike glad gelikte hits? Nou, kijk dan maar gauw een andere kant op. Pawlowski, Trouvé & Ward mijden de middle of the road als de pest, laat staan de platgetreden paden op Vol. 2.

Zeven jaar geleden verscheen de eerste plaat van dit trio. Op dat ogenblik was Pawlowski nog ingelijfd bij dEUS. De langst regerende gitarist binnen dEUS stapte na twaalf jaar onlangs ook uit die Antwerpse groep. In 2004 was de Schotse gitarist Craig Ward op zijn beurt in niet al te beste verstandhouding uit de groep gestapt, en negen jaar eerder had ook Rudy Trouvé andere oorden opgezocht, omdat dEUS "een machine" was geworden volgens hem. Daarmee is Pawlowski, Trouvé & Ward een affaire met exen geworden.

De drie delen trouwens niet alleen een verleden met Barman. Ooit speelden ze allemaal in Kiss My Jazz en in 2004 deelde dit zootje ongeregeld ook de rangen in The Love Substitutes. Een groep waarvan Mauro vandaag zegt: "Een band met bijna uitsluitend leden op wie de mannen van dEUS kwaad waren. Met mij haalden Rudy en Craig twaalf jaar geleden dus eigenlijk een spion binnen." (lacht)

Opmerkelijk aan deze drievuldigheid is dat elk lid een heel andere songbenadering heeft. Zelfs hun manier van spelen kan eigenlijk niet meer verschillen van elkaar. Dat leidt dan ook tot een plaat met een meervoudig persoonlijkheidssyndroom, dat in drie afzonderlijke ep's kan worden gegoten. "Ik vind het oprecht leuk als een plaat samenhang vertoont", knikt Trouvé. "Maar de diversiteit van drie mensen die elkaar compleet vrij laten, vind ik eigenlijk nog veel mooier. Wat ons bindt? Wij zijn muziekfetisjisten, die fans van heel veel muziek zijn. Hooguit laait een discussie eens wat hoger op omdat ik niets van Led Zeppelin moet weten." (lacht)

Pervers aangenaam

De liefde voor Brian Eno en Robert Fripp delen ze wel. Een geluk, want het aandeel van Craig Ward op Vol. 2 lijkt zowaar een hommage. "We hebben vooraf geen woord met elkaar gewisseld, maar daaraan merk je wel dat we elkaar aanvoelen. Op de eerste plaat was dat niet zo veel anders. Daarover gesproken: ik vond het pervers aangenaam om onze eerste plaat terug in te laden in de computer en de hoes te bewerken tot een 2.0-versie."

Zelf luisterde Trouvé eerst naar de bijdrages van zijn kompanen om een selectie door te sturen. "Soms maak ik nummers uit therapeutische nood, maar meestal doe ik dat in het teken van een specifieke groep. Daarvoor duik ik in mijn samplebank van ideeën en schetsmatige nummers. Ik ben nooit zo'n virtuoze gitarist geweest, die voortdurend speelt om te oefenen. Meestal monden mijn vingeroefeningen meteen uit in songs of ideetjes. Daaruit pluk ik dan tijdens de opnames."

Het lijkt al jaren alsof Trouvé en Pawlowski voor elke nieuwe song een nieuwe groep uit de grond durven te stampen. "Als mensen me vragen in hoeveel groepen ik heb gespeeld, moet ik altijd heel diep nadenken", lacht Trouvé. "Maar voor mij is dat logisch: elke keer als je met een andere combinatie van mensen speelt, krijg je een andere chemische verbinding. Daar is het mij toch ook vooral om te doen."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234