Zaterdag 31/10/2020

'Muziekles was als tanden poetsen'

Tussen veel Kims en Parks staat plots haar naam: Fien Van den Fonteyne (25), jonge vrouw uit Aalter, met een viool geboren. En als maandag de Koningin Elisabethwedstrijd start, zal ze spelen met de hoop op het beste. 'Je doet niet mee om je te amuseren. Een jury is eng.'

"Gebruik de zaal. Zij is je klankkast." Leraar Leonid Kerbel zegt het met forse stem, maar eigenlijk hoeft dat niet. Hij is de enige toeschouwer in de grote concertzaal van het Brusselse Conservatorium, gebouw met geschiedenis, de laatste jaren zeer afgebladderd in de actualiteit. Toevallig wel in de donkere gangen rond de zaal een buste van Koningin Elisabeth. Amper licht beschijnt haar rechterflank, 'haute protectrice de la musique' zegt het plaatje.

Fien Van den Fonteyne staat hier op deze vrijdagochtend - het is 17 april, paasvakantie - niet zomaar. "Je kunt goed oefenen thuis, maar in zo'n zaal is het anders. En straks spelen we in Flagey."

Het presto van de eerste sonate van Bach klinkt. Opnieuw. En opnieuw. Nog eens. De zaal is leeg, Fien draagt een blauw-wit gestreepte trui, een jeans en bruine laarsjes op hakken. Allemaal gewoon, alleen onder de kin zit iets bijzonders. Bartolomeo Giuseppe Guarneri bouwde deze viool in 1735 - hij is beter bekend als Guarneri del Gesù, en bouwde ooit 'Il Cannone' van Niccolò Paganini. "Met wat deze viool zou kosten, kun je allicht een paar huizen betalen", zegt Fien. "Ze is zelfs te duur om te huren. Leonid kreeg ze van Florian Leonhard (een Londense speciaalzaak, RVP) in bruikleen voor de duur van de wedstrijd. Niet zomaar natuurlijk. Ze moet bijvoorbeeld áltijd in dezelfde kamer zijn als ik en ze mag niet in de koffer van een auto liggen."

In combinatie met haar strijkstok, gebouwd door de 19de-eeuwse specialist Joseph Arthur Vigneron, zorgt dat voor veel warmte in de klank. Later zegt ze: "Het grote verschil is dat ik met mijn eigen viool moet wérken om klank te krijgen. Met deze Guarneri speel je en is er vanzelf muziek."

Ze wordt 26 dit jaar en muziek was altijd graag bij deze jonge vrouw. Voor de Koningin Elisabethwedstrijd werd ze geselecteerd op basis van een ingestuurde dvd-opname, maar op cobra.be kun je ook een filmpje zien uit 2003. Met haar zusjes Katrien en Riet zit ze op de dijk van Oostende, het is een stukje uit het tv-programma 1000 zonnen & garnalen, ze vertellen over muziek. Fien, met blokjes op de tanden: "We oefenen elke dag twee uur." Iets later komen vader en moeder in beeld, trots: "Het zijn flinke kinderen, eigenlijk."

De viool van toen is nog altijd de viool van nu, vertelt ze twee weken later in haar huis in Aalter. "Ik heb die gekocht toen ik twaalf was, met geld dat ik verdiend had door op straat te spelen. 120.000 frank (3.000 euro) kostte ze. We zijn op straat gaan spelen op de Gentse Feesten. Eerst voor Het Huis van Alijn, later voor de kantwinkel op de Korenlei. Maar toen kwam Polé Polé en dan zijn we vooral in Brugge gaan spelen. En Oostende dus. We hadden een programma van drie kwartier, waarin een Spaanse dans van Manuel de Falla, de Csárdás van Monti en het Ave Maria van Bach."

Ze speelden dat een keer of drie, vier per avond, onderbroken door een dame blanche. Per drie kwartier haalden ze makkelijk 50 euro op. "Op straat spelen heeft een negatieve bijklank, maar ik heb het altijd fijn gevonden. Brugge betaalde goed. Daar heb je een publiek van toeristen die voor cultuur komen. Soms gaven ze 10 euro. Maar soms gingen ze snel weg. Ook dat is het voordeel van op straat spelen: je voelt en ziet meteen aan het publiek of je goed bezig bent. (lacht) Nadien trokken we met dat emmertje naar de bank."

Bodyguard

Twaalf jaar later zijn we. Het was al-lemaal geen toeval: vader en moeder muziekleerkrachten, hij ook nog ac-tief in het zangkoor van Oosteeklo, de kinderen groeiden ermee op. Riet kreeg een cello toen ze vijf was, Fien dan een triangel, een jaar later het Chinese fabrieksviooltje ("ik noemde dat een kleine cello") dat nu aan de muur hangt in de kamer waar ze thuis oefent. Ze herinnert zich de verhaaltjes voor het slapengaan, altijd gevolgd door een liedje. 'Peperbolleke', 'Janneke Maan'.

"Toen ik acht was, kreeg ik van mama mijn eerste cd: het vioolconcerto van Mendelssohn. (lacht) Geen K3 of cd met kinderliedjes dus. Mis-schien heb ik die cd intussen iets té vaak gehoord, maar als ik hem nog eens hoor, ben ik altijd weer kind. Zoals het altijd zondag is als ik Vivaldi hoor. Dat was de vaste zondagochtendmuziek: Vivaldi.

"Als ik in een voetbalfamilie was opgegroeid, was ik wellicht gaan voetballen. Nu was het muziek. Aan tafel, voor het eten, zongen we altijd. In de auto zongen we. En mijn papa oefende elke avond met ons. Twee uur met Riet. Twee uur met mij."

Het voelde natuurlijk. "Zoals tanden poetsen", zegt ze. "Het gaat zeker om talent, maar dat zeg ik niet graag. Alsof je met talent niet hard moet oefenen. Dat heb ik altijd veel gedaan. Graag, ik heb me er nooit tegen verzet, het was mijn leven. Papa leerde me op het gehoor spelen, wat goed was. Spreken leer je ook eerst op gehoor, pas nadien leer je schrijven. Met muziek vind ik dat net zo logisch. Als ik vandaag een liedje op de radio hoor, kan ik dat meteen naspelen."

"Don't be such a good girl", zegt Leonid, haar leraar sinds 2004, tussendoor. "Beweeg je vrijer. Relaxeer je knieën. Je staat er precies als een bodyguard." Zij: "Hij heeft gelijk. Als mijn elleboog pijn doet, komt dat vaak omdat ik mijn knieën niet goed plaats. Dat werkt op elkaar in: knieën, bekken, zo naar boven, mijn elleboog."

Hij vertelt dat het verschil tussen Fien en andere muzikanten dit is: "Ze speelt viool voor de muziek, niet voor een carrière. Haar talent is echt bijzonder en daarom vond ik dat ze de kans van de Koningin Elisabethwedstrijd moest grijpen. Het is een kans om haar niveau nog op te krikken."

Aan het Conservatorium, waar ze haar laatste jaar afwerkt, krijgt ze ook les van Yossif Ivanov, in 2005 tweede laureaat van de Koningin Elisabethwedstrijd. In haar kamer in Aalter staat op de kast een foto van de kleine Fien met Sergio Rogier, haar eerste leraar. Ze toont haar muziekboek: "Hij leerde me spelen met de Suzukimethode (in Japan ontwikkelde leermethode met onder meer volgende kernpunten: vanaf je derde beginnen, vaak muziek beluisteren, en betrokkenheid van de ouders, red.) en met tekeningen toonde hij hoe ik moest spelen. Een trein bij een stuk dat de hele tijd moest doorgaan, een kabouter die naar zijn huisje klom als de muziek de hoogte in moest."

De schriften zijn veranderd. De muziek is dat. In een Atoma-schrift werkte ze, samen met haar Franstalige vriend, een schema uit voor de Koningin Elisabetedstrijd. We lezen mee. Lundi 23/3 - 7h. 2h Bach, 0h30 Paganini 2, 0h30 Paganini 9, 0h30 Paganini 20, 1h30 Tchaikovsky III, 1h30 Mozart C, 0h30 Baltakas.

'Baltakas' is het speciaal voor de wedstrijd gecomponeerde werk, de discipline die ze als kind meekreeg, helpt nu. Het moet. Er is geen keuze. Wat een verschil met de concerten die ze met haar zus-celliste Riet en pianist Florestan Bataillie in het trio 'Impression' doet. Eind januari wonnen ze in het Nederlandse Den Bosch de Storioni Toonzaal Prijs. Binnenkort spelen ze op de Wereldtentoonstelling in Milaan, onlangs deed ze solo mee aan een wedstrijd in Minsk, speelde ze met een strijkkwartet in Zwitserland en vorige zaterdag was er nog een huiskamerconcert voor negentig man. "Een huis met een grote living", glimlacht ze.

"Spelen, voor een publiek, is nog altijd het leukste. Misschien dat ik daardoor ook altijd ben blijven spelen. Veel kinderen beginnen met muziek, maar stoppen als ze veertien zijn. Wij konden altijd spelen. In de mis of voor de KVLV van Oosteeklo, noem maar op. Alleen op je kamer oefenen heeft zeker iets, maar voor mensen mogen concerteren is fijner. Je ziet dat muziek mensen gelukkig maakt en dat is het.

"In al die jaren heb ik ooit één week niet willen spelen. Dat had te maken met de leerkracht bij wie ik toen les volgde. Soms was alles wat ik deed in de les fantastisch en soms was het allemaal slecht. Onafhanke-lijk van het feit of ik die week geoefend had. Dat was het enige moment.

"Toen we met papa oefenden, kregen we weleens iets als aanmoediging. Een strip of een paar kousen. Al was hij zeker streng. Als ik één stukje slecht speelde, moest ik herhalen. Tot het drie keer na elkaar goed was. Was het twee keer goed en dan één keer slecht? Opnieuw: drie keer goed.

"In de humaniora deed ik Latijn-Moderne Talen. Dat was belangrijk. Stel dat ik een arm breek en nooit meer viool kan spelen. (lacht) Dat is trouwens nu in de aanloop naar de Koningin Elisabethwedstrijd ook een bekommernis. Ik rijd paard, maar net voor de dvd-opname ben ik ermee gestopt. Het is gewoon te riskant. Een val zou die wedstrijd in gevaar brengen."

In afzondering

Het was Kerbel die over de wedstrijd begon. Die ze kent. "Tien jaar geleden ben ik in Flagey naar de eerste ronde gaan luisteren. Ik herinner me een Japanse die het echt zo slecht deed dat de jury op een bepaald moment het belletje deed rinkelen. Eigenlijk gek dat die zelfs in die eerste ronde was geraakt.

"Bij ons is dit dé wedstrijd, maar ook in het buitenland geniet ze groot aanzien. Al zijn de Tsjaikovski- en de Sibelius-wedstrijden zeker van hetzelfde niveau. Leuk kun je wedstrijden niet noemen. Je doet niet mee om je te amuseren. Een jury is eng. Maar zo'n wedstrijd brengt je wel naar omhoog en als je een doel hebt, oefen je beter. Dat heb ik gemerkt in Minsk, waar ik meedeed en de finale haalde. Kon ik Tsjaikovski met het orkest spelen."

In de eerste ronde, die maandag begint, zal Fien de eerste sonate van Bach spelen, dan Capriccio's 2, 9 en 20 van Paganini en de opgelegde vioolsonate van Schubert. Dan volgt, dat is de hoop, de tweede ronde. Dan finale, met de afzondering van de twaalf laureaten in de Muziekkapel Koningin Elisabeth in Waterloo. Op het programma van die twee mogelijke rondes: een sonate van Eugène Ysaÿe, de compositie van Vykintas Baltakas, een sonate van Brahms en een van Mozart, een concerto van Mozart en van Tsjaikovski. "Het probleem is dat er tussen die rondes geen tijd is. Je moet nú alles leren."

"Maar natuurlijk doe je mee voor de eerste plaats." Ze spreekt het terloops uit. Niet vanuit een arrogantie, absoluut niet. Een uur voor ze op zal gaan, zal ze haar handen warm houden. Liefst zou ze, in de coulissen, wat springen. "Dat helpt tegen de stress. Ik moet iets fysieks doen. Twee toertjes gaan lopen, zou ideaal zijn. Dat kan natuurlijk niet. En als ik begin te spelen, is er altijd stress. Maar als ik een half blad ver ben, is die weg. Een beetje stress is overigens niet slecht. En lukt het niet, dan lukt het niet."

"Vibrato!" Het presto van de eerste sonate van Bach blijft op repeat. Als hij 'stop' roept, blijft ze hardnekkig spelen. Een leek hoort hetzelfde, maar Leonid niet: "Bravo, you must take it lighter." Hij neemt even de viool van haar over en toont wat hij wil horen. De blauw-wit gestreepte trui is al lang uitgetrokken. Van muziek krijg je warm.

Wie bewondert ze eigenlijk zelf? "Via YouTube kun je zoveel horen", zegt ze. "Maar iemand als Janine Jansen en oude violisten als Jascha Heifetz hoor ik heel graag. En in de auto neem ik meestal romantische muziek mee. Piano Trio Nr. 2 van Schubert zal bovenaan staan in de lijst van meest afgespeelde muziek."

Dan lacht ze. "En Vivaldi natuurlijk. Dan is het zondag."

De Koningin Elisabethwedstrijd voor viool begint maandag. De eerste ronde loopt tot en met zaterdag 9 mei. Van 11 tot 16 mei vindt de halve finale plaats, de finale loopt van maandag 25 tot en met zaterdag 30 mei. Meer info over Fien Van den Fonteyne vindt u op www.trio-impression.be

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234