Maandag 27/01/2020

Muziekles in de steengroeve van Boulbon

Een kwart van de producties op het Festival van Avignon is van Zuid-Amerikaanse origine. Directeur Bernard Faivre d'Arcier hoopt er zijn programmering, die nogal eens als zwaar op de hand wordt bestempeld, een fris en zonnig tintje mee te geven. Niet elke voorstelling echter laat zich straffeloos van de andere zijde van de oceaan importeren.

Sinds de opkomst van de wereldmuziek laten ook de grote West-Europese theaterfestivals graag hun oog vallen op andere culturen. Het Festival van Avignon bijvoorbeeld besteedde de voorbije jaren aandacht aan theater en dans uit Japan, Indië en Zuidoost-Azië. Evident is dat niet, want het gevaar voor misplaatst exotisme is reëel. De Aziatische voorstellingen op de eerste edities van het KunstenFESTIVALdesArts waren daar een voorbeeld van: ofwel zat het publiek zich te vergapen aan theatervormen waar het geen referentiekader voor had; ofwel wrongen artiesten uit China of Hongkong zich in de vreemdste bochten om toch maar aan de smaak van een hedendaags westers publiek te appelleren. Het maakte de kennismaking met het Argentijnse El Periférico de Objetos vorig jaar zo interessant: het collectief rond Daniel Veronese brengt een verbinding tot stand door Europese auteurs als Franz Kafka en Heiner Müller in een eigen surreële vorm te gieten.

Ook in Avignon krijgt El Periférico de Objetos een ereplaats met liefst vier verschillende producties. Andere landen behalve Argentinië die aan bod komen, zijn Chili en Brazilië. Met de Braziliaanse delegatie is iets vreemds aan de hand: de drie aanwezige gezelschappen lijken zich aan alle gangbare theaterdefinities te onttrekken. Is dat de strategie van Faivre d'Arcier? Door zich te concentreren op de tradities uit de noordoostelijke staat Pernambuco lijkt hij bewust de volkse, zelfs folkloristische toer te willen opgaan. Theaterauteur Nélson Rodrigues (1912-1973), ook afkomstig uit Pernambuco, staat daardoor niet op het programma - tenzij in de enscenering van de Fransman Alain d'Ollivier. Betekent dit dat Rodrigues in Brazilië niet meer gespeeld wordt? Ik kan me dat moeilijk voorstellen. Laat ik het erbij houden dat het Zuid-Amerikaanse luik in Avignon een festival in het festival is, dat bovendien zijn eigen wetten stelt.

Antonio Nóbrega's Pernambouc bijvoorbeeld heeft bijzonder weinig met theater te maken, maar is wel een grandioze show. De 47-jarige Nóbrega is van alles een beetje: violist, clown, chansonnier, goochelaar, capoeira-danser en etnomusicoloog. Een kruising tussen Buster Keaton, Maurice Chevalier en Nigel Kennedy. Het spektakel dat hij voor Avignon samenstelde, biedt een speelse analyse van de in Europa minder bekende cultuur van Pernambuco: een potpourri van Europese, Afrikaanse en indiaanse invloeden. Klinkt didactisch, en dat is het ook. Maar er zijn saaiere lessen denkbaar dan half dansend te moeten vernemen dat de frevo ontstond uit een combinatie van 19de-eeuwse militaire fanfaremuziek en Afro-Braziliaanse dansen. Het enige wat Nóbrega kan verweten worden, is dat hij te vaak achteruit blikt in plaats van vooruit. Dat hij met zijn 27 muzikanten, zangers en dansers de bijna mythische steengroeve van Boulbon - ooit het toneel van Peter Brooks Mahabharata - net niet inpalmt, heeft vooral te maken met het morrende kwart van het publiek dat allicht iets anders had verwacht. Na vier dagen Festival van Avignon valt op hoe de toeschouwers hier erg vasthouden aan hun definitie van wat theater mag en kan zijn.

Ook Circo Branco, het tweede gezelschap uit Pernambuco, komt zo in een gevarenzone terecht. Nochtans grijpt het terug naar een van de oudst bekende theatervormen: een passiespel, opgevoerd om middernacht in de feeërieke tuinen achter de kathedraal van Avignon. Bij kaarslicht leiden één man en twaalf vrouwen in maagdelijk witte gewaden een tocht langs een dozijn retabels die het leven van Christus voorstellen. De ranke, kaalhoofdige Christusfiguren van beeldhouwer-regisseur Romero de Andrade Lina stralen een enorme kracht uit en doen denken aan de sculpturen van José Vermeersch. Moeilijker hebben de actrices het om hun zichtbare geloofsovertuiging te delen met een anderstalig, soms ook andersdenkend publiek. Hier is werkelijk sprake van culturele import, van een toeristisch curiosum waarvan de zin en de betekenis op dit festival aan mij voorbijgaan.

Peter Anthonissen

Festival van Avignon laat zijn oog vallen op andere culturen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234