Maandag 26/10/2020

Recensie

Muziek, niet taal, speelt hoofdrol in merkwaardig nieuw boek van Murakami

Haruki Murakami.Beeld Dominik Butzmann/laif

In Haruki Murakami’s romans duikt overal muziek op. Zijn jongste boek is er zelfs helemáál aan gewijd. Met de Japanse éminence grise Seiji Ozawa voert hij lange gesprekken over concerten, dirigenten en solisten.

Op de eerste pagina van Haruki Murakami’s roman De opwindvogelkronieken (1997) kookt de hoofdpersoon een pastamaaltijd, en achter het fornuis fluit hij mee met Rossini’s ouverture La gazza ladra ofwel De stelende ekster, “de ideale muziek om pasta bij te koken”.

Dat meefluiten beschrijft Murakami zo aanstekelijk, dat ik bij lezing dacht: die stelende ekster ken ik (denk aan Kuifjes De juwelen van Bianca Castafiore), maar hoe gaat de muziek ook weer? Ik weet zeker dat ik niet de enige ben die dankzij Murakami’s roman meteen een cd met Rossini-ouvertures kocht. En verdorie ja, wat een geweldige muziek.

Maar het blijft niet bij Rossini. De opwindvogelkronieken refereert ook aan Schumanns pianocyclus Waldszenen en aan Mozarts opera Die Zauberflöte. Ook overal elders bij Murakami duikt muziek op. In een verhaal uit Blinde wilg, slapende vrouw weet de hoofdpersoon griezelig helderziend dat jazzpianist Tommy Flanagan zo meteen in de Regatta Club zijn persoonlijke favorieten zal spelen: ‘Barbados’ en ‘Star Crossed Lovers’. Fijnproeversstukken (van Charlie Parker en Duke Ellington), waarmee de schrijver even laat zien dat hij niet van de muzikale middelmaat is.

Murakami and the Music of Words, de studie die zijn vaste vertaler Jay Rubin in 2002 aan hem wijdde, meldt niet voor niets dat de schrijver in de jaren 70, ruim voor zijn literaire successen, een jazzclub in Tokio leidde, Peter Cat. Schrijven heeft Murakami naar eigen zeggen geleerd door naar jazz te luisteren. Ritme is in beide disciplines essentieel, en een echt goed ritme lukt volgens de schrijver alleen als je afziet van ballast. Sobere zinnen dus, ‘met niet meer betekenis dan strikt noodzakelijk’.

Murakami wijdde tot dusver twee boeken aan zijn jazzfavorieten, die allebei nog op vertaling wachten. Dat zijn liefde voor klassieke muziek net zo diep gaat, blijkt uit zijn jongste boek Absolutely on Music, een muzikale gedachtewisseling met zijn goede vriend en landgenoot Seiji Ozawa (1935), de dirigent die wegens gezondheidsproblemen nauwelijks meer optreedt, maar onverminderd faam geniet door zijn jarenlange successen met de Boston Symphony Orchestra en de Wiener Staatsoper.

Imponerende repertoirekennis

Absolutely on Music bestaat uit zes lange, ­thematisch afgebakende gesprekken over d­irigenten en solisten (naar aanleiding van ­platen en cd’s uit Murakami’s collectie), een paar alle kanten opschietende intermezzo’s, en een reportage over Ozawa’s jaarlijkse zomer­cursus voor jonge strijkers in Zwitserland.

In de gesprekken, opgenomen in Murakami’s kantoor in Tokio, in Honolulu en in de tgv van Genève naar Parijs, stelt de schrijver zich op als de liefhebbende leek die excuus vraagt voor zijn domme vragen. Maar die bescheidenheid blijkt onterecht. Murakami’s opmerkingen verraden een getraind muzikaal gehoor en een imponerende ­repertoirekennis (als hij een minder courante Beethoven-vertolker aanbeveelt, reageert Ozawa kortaf: ‘Nooit van gehoord’).

Voor wie Murakami’s romans kent, is Absolutely on Music een merkwaardige belevenis. Geen spoor van de pratende katten en uit de lucht vallende vissen uit zijn magisch-realistische oeuvre. Murakami doet sec verslag van de gesprekken, kennelijk zonder enige poging de minder opzienbarende passages achteraf op te poetsen, gezien een dialoog als de volgende:

M: “Het orkest klinkt hier minder stug dan in het eerste deel.”

O: “Ja, dit is beter.”

M: “Misschien waren ze een beetje gespannen.”

O: “Misschien.” (Enzovoort.)

Ook de reportage uit Zwitserland is zo gewoontjes geschreven dat je je na een opmerking over musiceren bij zomerse temperaturen (‘Na zonsondergang heb je een jasje nodig’) toch even afvraagt of Murakami hier zinspeelt op iets diepers – een vraag die uiteraard zonder ­antwoord blijft.

Kun je eenmaal accepteren dat elk spoor van de taalmagiër in Absolutely on Music ontbreekt, dan hebben de zes gesprekken gelukkig genoeg te bieden. In het eerste hoofdstuk, ruim zestig pagina’s lang, vergelijken schrijver en dirigent zes uitvoeringen van Beethovens Pianoconcert nr.3, van pianist Glenn Gould met de Berliner Philharmoniker onder Herbert von Karajan (1957) tot Mitsuko Uchida met het Koninklijk Concertgebouworkest onder Kurt Sanderling (1994). De focus ligt daarbij op de immense interpretatieverschillen die binnen dit ene stuk mogelijk blijken, en dan vooral in het tweede deel, ‘Largo’.

Dirigent Seiji Ozawa.Beeld KO SASAKI

Doordat Murakami heel behulpzaam de begin- en eindtijd van de besproken muziekstukken geeft – ‘de piano zet het tweede thema in (7:35)’ – en die allemaal online voorhanden blijken, is het mogelijk de gedachtewisseling op de voet te volgen, wat een onbetaalbaar extra oplevert, maar wel in een drastisch gereduceerd leestempo resulteert (uitgeverij Penguin is zo vriendelijk geweest links naar alle relevante Spotify-fragmenten op een rij te zetten).

Uitgefloten

Andere hoofdstukken gaan over Ozawa’s herinneringen aan zijn leermeesters Leonard Bernstein en Herbert von Karajan (formidabele tegenpolen die hij veelzeggend genoeg ‘Lenny’ en ‘Maestro’ noemt), over ijdele platenverzamelaars, over Ozawa’s zwak voor Chicago-blues, het geheime verband tussen schrijven en musiceren (Murakami legt nog eens uit waarom hij altijd eerst het juiste zinsritme zoekt), de ­onbegrijpelijke kanten van Hector Berlioz’ Symphonie fantastique, en Ozawa’s triomfantelijke comeback (na een zware operatie) in Carnegie Hall, december 2010, met Brahms Eerste symfonie.

Herhaaldelijk vraagt Murakami hoe het was om als eerste Aziaat een toppositie te verwerven in een bij uitstek westers genre. Nou ja, dat leverde weleens fricties op, bekent de dirigent na enig aandringen. Nog in 1980 werd hij drie achtereenvolgende avonden uitgefloten in de Scala in Milaan, toen hij daar Puccini’s operadrama Tosca dirigeerde, met Luciano Pavarotti in de hoofdrol. “Italianen konden een Aziatische dirigent in Tosca gewoon niet accepteren.”

Omgekeerd wordt Ozawa tegenwoordig in eigen land bekritiseerd om zijn afwijkende aanpak in de jaarlijkse zomeracademie in Kyoto. Een oudere garde docenten laat hem weten: “Er klopt niets van je methoden. Wat jij doet, heeft niets met lesgeven te maken.” Het is kritiek die Murakami bekend in de oren zal klinken: zijn Amerikaans beïnvloede romans werden in Japan aanvankelijk als ‘on-Japans’ afgeserveerd.

Ozawa praat er luchtig over, en je vraagt je af of hij de pijn negeert of dat hij echt gelooft dat muziek alle verschillen overbrugt. In jazztrompettist Louis Armstrong hoort hij shibumi (meesterschap dat zich uit in sublieme eenvoud) en de magie van Glenn Goulds haast ondraaglijk trage tempi valt voor de dirigent slechts te verklaren uit het Japanse begrip ma: het vermogen de lege ruimte tussen de noten tot leven te wekken.

Haruki Murakami, Absolutely on Music - Conversations with Seiji OzawaHarvill Secker / Penguin, 330 p., 18,99 euro. Uit het Japans naar het Engels vertaald door Jay Rubin.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234