Dinsdag 19/10/2021

'Muziek moet je kunnen vastpakken'

Componist en muzikant Wim Mertens viert dit jaar een kwarteeuw 'Struggle for Pleasure'. Niet met toeters en bellen, maar met de cd Partes extra partes, een bondige retrospectieve waarop zijn minimal music wordt uitgevoerd door het Vlaams Radio Orkest. Ondanks zijn imposante verleden heeft de wat teruggetrokken Limburger nog dromen. 'Ik zou graag eens op Rock Werchter staan.'

DOOR BART STEENHAUTWim Mertens (53) zit in gedachten verzonken voor zich uit te staren. Dat doet hij wel vaker tijdens ons gesprek. Dan laat hij de vraag bezinken en ordent hij de onderdelen van zijn antwoord in een volgorde die wat doet denken aan de manier waarop hij zijn composities opbouwt. Mertens - de haren grijzer dan voorheen, het pak keurig zwart - praat bedachtzaam, maar houdt daarbij een logica aan die voor buitenstaanders niet altijd even gemakkelijk te volgen is.

Liever spreekt hij via zijn muziek. Sinds 1980 heeft hij meer dan vijftig cd's uit, componeerde hij muziek voor films van Peter Greenaway en theaterstukken van Jan Fabre. Hij speelt van Japan tot Mexico voor uitverkochte zalen en zijn sombere, melodieuze minimal music wordt ook door een jonger poppubliek in het hart gedragen. "Achteraf is het wel interessant om het parcours dat ik heb afgelegd in omgekeerde richting te traceren. Het is echt een aaneenschakeling van toevalligheden geweest. Op mijn achttiende dacht ik nog aan een universitaire carrière en ik heb nooit bewust voor de muziek gekozen."

Wat vindt u zelf uw belangrijkste verwezenlijking in die voorbije 25 jaar?

"Dat moet die fameuze Alle dinghe-cyclus zijn, waar ik in totaal drie keer zeven jaar mee bezig ben geweest. Dat was een soort levenswerk. De vier manieren waarop je geluid uit een traditioneel instrument krijgt - blazen, trekken, strijken en slaan - heb ik helemaal uit elkaar gehaald. Dat was een enorme onderneming en toen die cyclus na 21 jaar was afgewikkeld, voelde dat als een ware bevrijding aan. Sindsdien ga ik spelenderwijs verder De volgende maanden ga ik vooral dingen doen die buiten het sérieux van de klassieke muziek vallen."

Die enorme werken van u - composities van zeven uur en meer - werden uitgebracht in dikke cd-boxen die niet zelden ook nog eens simultaan verschenen. Commerciële zelfmoord, eigenlijk. Hoe kreeg u een platenfirma destijds zo gek om al dat materiaal zomaar uit te brengen?

"Dat was gewoon een kwestie van wederzijds vertrouwen. Nu is het heel erg in de mode om kleinschalig te werken, maar dat deed ik toen al. Er zijn in de loop der jaren wel aanbiedingen geweest om voor grote, machtige platenfirma's op te nemen. Alleen, ik heb de boot altijd afgehouden. Er was ook een evenwicht tussen die grote, wat specialistische platen en werk dat wél een breder publiek bereikte. Niettemin ben ik blij dat die grote projecten achter me liggen. Ik weet namelijk niet of het raadzaam zou zijn om me in het huidige klimaat nog aan zo'n enorme projecten te wagen. Dat hoeft ook niet meer. Ik heb die dingen gedaan, en nu is het tijd voor iets anders."

Uw werk vindt meer weerklank bij het poppubliek dan in de klassieke wereld. Zou u op Rock Werchter willen staan?

"Tot tien jaar geleden heb ik altijd gedacht dat ze me wel een keer zouden uitnodigen, maar dat is er nooit van gekomen. Eerlijk gezegd: ik zou dat graag doen. In het buitenland speel ik geregeld voor vier-, vijfduizend mensen in de openlucht. Op heel ongebruikelijke locaties ook, ooit zelfs op een uitgedoofde krater in Mexico. Volgend jaar plan ik een project met gitaren. Misschien dat zich dan een nieuwe mogelijkheid aandient."

Is het ook niet zo dat het klassieke milieu gewoon een stuk conservatiever is? Er wordt veel sneller een belerend vingertje opgestoken.

"Dat speelt zeker mee. De meeste popmuziek is weliswaar waardeloos, maar er zijn wel voldoende artiesten actief die het avontuur niet schuwen. Bob Dylan, Lou Reed, Johnny Cash... Stuk voor stuk stemmen die vanuit hun eigen beperkingen vertrekken, maar toch bij iets uitkomen dat de geschreven muziek overstijgt. Bij de jongere generatie ben ik zeer onder de indruk van Radiohead. Thom Yorke is de beste stem van de voorbije tien jaar. Ik ben mezelf ook altijd heel nadrukkelijk als een muzikant blijven profileren, en niet als een componist die achter zijn bureautje aan een partituur werkt. Die partituur an sich interesseert me namelijk niet. Dat is gewoon een document. Het enige wat telt, is het opgenomen resultaat."

Het fysieke aspect van muziek maken primeert dus boven het eigenlijke componeren?

"Natuurlijk. Ik wil de muziek kunnen vastpakken, ze kunnen voelen."

In het begin van uw carrière had u meer succes in landen als Spanje en Italië dan hier. Raakte het u dat de erkenning thuis zolang uitbleef?

"Ja, al is die balans intussen weer in evenwicht. Het klopt wel dat mijn muziek van meet af aan meer weerklank heeft gevonden in het Middellandse Zeegebied. Ik heb dat wel eens finding a people genoemd. Die erkenning daar - maar ook in Griekenland en Sicilië - is zeer belangrijk geweest. Ik had die eerste jaren nooit overleefd mocht mijn muziek zich niet internationaal hebben kunnen ontplooien. En zelfs vandaag spelen de meeste van mijn premières zich nog steeds in het buitenland af."

Hoe komt dat, denkt u?

"Ik ben helemaal geen zonneklopper, dus het klimaat is alvast geen drijfveer. (lacht) In het zuiden zijn ze gewoon minder conservatief dan hier. Ze zijn er ook ontsnapt aan de controle van de platenbusiness, die gedurende de jaren zestig en zeventig totaal was in Centraal-Europa. Hier was het alsof ik tegen een muur opliep. En aangezien ik de kaart trok van de vocale benadering - veel van mijn vroeger werk bestaat uit gezongen nummers die door instrumenten worden gespeeld - sloot mijn muziek veel dichter tegen het mediterrane publiek aan. In Spanje was er na de val van het Francoregime een grote honger naar nieuwe dingen. En ik paste daar blijkbaar perfect in."

Hier bent u voor veel mensen gewoon de man van het Proximusmuziekje dat ze als standaardringtone op hun gsm hebben staan of dat ze kennen van de advertenties op televisie.

"Dat stoort me niet. Ik vind het net goed dat 'Struggle for Pleasure' als thema wordt gekozen, ook al is het inmiddels twintig jaar oud. Iedere componist wil iets maken dat representatief is voor een epoque."

Veel artiesten van wie de muziek vandaag niet meer in de strakke radioformats past, gaan op zoek naar andere kanalen om een groot publiek te bereiken. Het internet is er daar één van, het gebruik van muziek in reclamespots een andere. Was dat een overweging die meespeelde toen u uw muziek uitleende aan Proximus?

"Het is in elk geval zo dat mijn muziek in Vlaanderen belachelijk weinig aan bod komt, terwijl dat in andere landen heel anders ligt. Hier ligt de klemtoon veel te nadrukkelijk op de Angelsaksische popmuziek. Mijn muziek is in een boel landen voor spots gebruikt, maar ik heb nooit iets in opdracht gecomponeerd. En het heeft al bij al mijn naamsbekendheid ook niet vergroot. Dat heb ik altijd bewust vermeden."

Bekendheid interesseert u niet?

"Nee. Ik wil dat mijn repertoire in de spotlights staat en ik besef dat dat een werk van lange adem is. Ik heb echt dertig, veertig jaar nodig. Mijn ambitie is altijd geweest: via de muziek de periode vertolken waarin ik zelf besta. De spanningen vertolken. De verschillende mentaliteiten in kaart brengen. Daar de spijker op de kop slaan. Dat is niet niks, vooral omdat ik dat op een indirecte manier wil doen en niet - zoals zoveel andere componisten - door begeleidende teksten bij mijn cd's te stoppen."

U zingt ook in een onbestaande taal. Iedereen die uw muziek beluistert, vertrekt dus op gelijke voet.

"De muziek mag nooit capituleren. Niet aan een opdrachtgever. Niet aan een taal waarmee je een brood gaat kopen of naar de bank gaat. Ik bedien me van klinkers en medeklinkers, maar ik zet die niet in de gebruikelijke volgorde. Ik wil iets nieuws doen. Een taal maken die heel dicht bij de poëzie van de muziek kan staan."

Krijg ik op basis van uw repertoire een goed beeld van wie de mens Wim Mertens is? Weet ik wie u bent als ik de stapel cd's beluister die u intussen gemaakt hebt?

"(gedecideerd) Daar bestaat geen twijfel over. Ik snap niet waarom er zo vaak beweerd wordt dat ik me niet blootgeef in de muziek. Ik leg net al mijn kaarten op tafel. Alleen: je moet kunnen lezen. Ik breng geen platen uit waar een gebruiksaanwijzing wordt bijgeleverd. Via mijn composities graaf ik veel dieper in mezelf dan ik me ooit had kunnen voorstellen."

Kunt u er zelf door ontroerd worden?

"Ontroeren is een veel te soft woord. Maar tegelijk interesseert muziek op zich me niet eens. Het is een vehikel voor mijn geluk, mijn ontroering, mijn verdriet."

Hoe komt het eigenlijk dat u zo'n saai, stuurs imago hebt? U lacht nooit op foto's.

"Als ik moet poseren, weet ik me geen houding te geven. En dus kijk ik maar weg. Ik ben ook heel timide op het podium en ik vind het vreselijk om mezelf op video te zien. Dat is mijn karakter, vrees ik. Uitbundig zijn ligt niet in mijn aard. Maar voor de foto wil ik het straks wel proberen."

De nieuwe cd Partes extra partes is verschenen bij PIAS

Ik wil me in de muziek niet van de taal bedienen waarmee ik ook naar de bakker of de bank gaIk snap niet waarom er zo vaak beweerd wordt dat ik me niet blootgeef in de muziek. Ik leg al mijn kaarten op tafel. Alleen: je moet kunnen lezen

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234