Woensdag 01/12/2021

'Muziek heeft me telkens weer gered'

Hij is vierentachtig, klein van gestalte en heeft een ernstige hartkwaal die hem kwetsbaar maakt, maar als Ravi Shankar de zitkamer binnenkomt, beneemt zijn charisma je even de adem. In de jaren zestig werd hij in het Westen een idool na zijn ontmoeting met The Beatles. Hij is ook de vader van de populaire zangeres Norah Jones, maar in de eerste plaats is hij een virtuoze sitarspeler en klassiek componist die wereldwijd wordt geroemd. Betty Mellaerts en Johan Ral

Hij woont in de heuvels van het kleine oceaanstadje Encinitas, vlak bij San Diego, waar in de jaren zestig horden hippies neerstreken. Ze wilden leren mediteren in de ashram die de spirituele leider Swami Yogananda er - nauwelijks opgemerkt - in de jaren twintig al had gesticht. De hippies vonden intussen andere idealen, maar voor de trouwe volgelingen blinken de gouden torens van de tempel nog steeds in de zon.

Heeft Swami Yogananda ook u naar Encinitas gebracht?

"Ik kende hem wel en ik vind de ashram erg mooi, maar dat is niet de reden waarom ik hier ben komen wonen. Het kwam door mijn hart. Na mijn infarct, twaalf jaar geleden, herstelde ik hier bij een Indiase vriend die ontdekte dat dit huis te koop stond. Mijn vrouw Sukanya was er meteen verliefd op en mij beviel het ook. Bovendien heeft deze streek het beste klimaat van heel Amerika. Ik had in principe ook voor Europa kunnen kiezen. Ik houd van Londen meer dan van welke andere plaats ter wereld en ik zou me er erg graag gevestigd hebben, maar in dat weer kan ik niet leven. Daarom verblijf ik ook maar een maand of vijf, zes per jaar in India, het is er te heet. De rest van de tijd ben ik in Amerika. Ik voel me hier eveneens thuis. Ik heb vele jaren aan de oost- en aan de westkust gewoond en toerde hier op mijn twaalfde al rond, met het dansgezelschap van mijn broer."

Wat denkt u van de hedendaagse Amerikaanse samenleving?

"Ik bemoei me niet met de interne politiek omdat er overal in de wereld problemen zijn. Ik probeer overal de goede kant van te zien, en het mooie van de Verenigde Staten is dat het een mengkroes is. Hier leven mensen uit de hele wereld, niemand voelt zich een buitenstaander en iedereen kan ongestoord zijn eigen leven leiden."

Welke indruk maakt westerse muziek op een Indiase jongen van twaalf, in de jaren dertig bovendien?

"Wanneer je jong bent, pik je snel dingen op. Ik had de westerse muziek nooit eerder gehoord en ze was zeer verschillend van de onze, maar ik vond het doodnormaal om ze te horen. We leefden in Parijs, dat was onze thuis. Ik luisterde eerst naar de lokale Franse muziek, de accordeondeuntjes. Langzaam aan ontdekte ik de jazz. We kochten veel platen en ik had het geluk dat ik heel wat jazzmuzikanten live aan het werk kon zien. Zoals u weet, was Parijs in de jaren dertig de hoofdstad van de kunsten, en ook klassieke muzikanten kwamen er plotseling naartoe. Ik ging naar concerten van Fritz Kreissler, Andres Segovia, die onze buurman was, Georges Enesco, Ignaz Paderevski, Fjodor Scialiapin en ik ontmoette er de zestienjarige Yehudi Menuhin. Al had ik er niet de gebruikelijke opleiding voor gekregen, ik voelde me thuis in de klassieke muziek en ik kan er ook vandaag nog enorm van genieten."

Heeft ze uw eigen muziek beïnvloed?

"Niet wat de inhoud of de compositie betreft, maar wel de presentatie ervan. Onze oude Indiase meesters speelden voor maharadja's en andere aristocraten, maar niet voor een groot publiek. Het was een informele manier van optreden die je niet kunt overbrengen naar een podium, zeker niet in het Westen. Hier speelt de belichting een rol, de opstelling, de podiumvastheid van de muzikant, de punctualiteit. Mijn broer en ik introduceerden die westerse vaardigheden in onze optredens en dat namen de volgende generaties Indiase dansers en muzikanten van ons over."

Ravi Shankar, de jongste van zeven zonen, ontmoet zijn twintig jaar oudere broer Uday pas in 1929 voor het eerst. Uday had tot dan in Londen gewoond met hun vader, een advocaat, staatsman, schrijver en vrouwenliefhebber die hun moeder in India had verlaten. Uday is een danser. Hij werkt samen met de beroemde ballerina Anna Pavlova, trekt van Londen naar Parijs. Terug in India richt hij in 1930 met zijn familieleden een eigen dansgezelschap op. Hij vraagt ook Ravi mee.

In het begin was u hoofdzakelijk danser. Hoe kwam u erbij om tenslotte voor de sitar te kiezen als uw instrument?

"Ik danste, maar ik bespeelde ook zonder enige opleiding allerlei instrumenten. Wat ik hoorde, kon ik gemakkelijk oppikken. Toen ik vijftien was en we weer eens in Europa aan het toeren waren, kwam Allauddin Khan gedurende een jaar met ons meespelen. Dat veranderde niet alleen mijn houding tegenover dans en muziek, maar mijn hele leven. Hij zei me: 'Je hebt zoveel talent, alles wat je doet is mooi, maar je zult nooit iets bereiken in je leven omdat je te veel doet.' Die uitspraak bleef door mijn hoofd spoken, zelfs toen hij weer vertrokken was. Hij had me tevens gezegd dat de sitar voor mij een ideaal instrument zou zijn en ik ontdekte dat hij gelijk had. Daarom ging ik geleidelijk aan minder dansen. Ik legde me meer en meer toe op de muziek, verliet uiteindelijk mijn broer en zocht Allauddin Khan op in India. Hij werd mijn goeroe."

Allauddin Khan is de vader van Ali Akbar Khan, de sarodspeler met wie Ravi Shankar jarenlang heeft opgetreden. In zijn ashram leidt hij jonge muzikanten op, een ware beproeving. De leerling moet zich geheel overgeven aan de eisen van de goeroe, zijn ego opzijzetten en alles wat hem geleerd wordt kritiekloos aanvaarden. Ravi zal er zeven jaar blijven.

In uw autobiografie, Raga Mala, schrijft u veel over de speciale relatie met uw goeroe. U vertelt eveneens hoe humeurig en hardvochtig hij kon zijn, ook tegenover zijn zoon Ali Akbar Khan.

"Vooral tegenover zijn zoon. Dat kwam omdat hij tijdens dat ene jaar dat zijn vader met ons op tournee was geweest in Europa niet meer op de sarod geoefend had. Hij was een jaar of veertien en zoals elk kind doet wanneer zijn vader niet in de buurt is, had hij het niet meer zo nauw genomen met zijn muzikale training. Toen mijn goeroe terugkeerde en dat ontdekte, werd hij heel kwaad en besliste hij om harde maatregelen te nemen (hij bond zijn zoon vast aan een boom, gaf hem zweepslagen en liet hem daar een paar dagen achter, BM/JR). Maar eigenlijk was hij een erg aardige man, ontzettend gastvrij en lief voor de leerlingen die snel van aanpak waren. Ik had dan ook geen probleem met hem. Ongelukkig genoeg kwamen er echter ook veel ongetalenteerde mensen naar hem toe en hij was zo goedhartig dat hij nooit neen zei. Hij liet ze plaatsnemen, legde uit wat ze moesten spelen en op het moment dat ze fouten maakten, veranderde zijn persoonlijkheid en durfde hij ze zelfs te slaan. Dat was vreselijk."

U zegt in het boek dat voor uw goeroe kiezen een van de beste beslissingen is geweest die u ooit nam. Waarom is dat zo?

"Ik besef nu wat er met mij had kunnen gebeuren als ik het niet had gedaan. Ik was een goede danser aan het worden, ik kreeg positieve kritieken. Maar ik was nog erg jong, toerde de wereld rond en had geen behoorlijke kindertijd. Bij manier van spreken werd ik op mijn tiende van de ene dag op de andere een volwassene. Als ik dat leven was blijven leiden, was ik inderdaad uiteindelijk niets geworden, een beetje goed in van alles. Mijn goeroe zette mij op het spoor waar ik mezelf, mijn traditie en achtergrond kon vinden."

U hebt die bijzondere student- goeroerelatie met uw eigen dochter, Anoushka. Is dat uitzonderlijk?

"In onze traditie is het altijd normaal geweest om je eigen kinderen te onderwijzen, maar meestal ging het daarbij om zonen. Wanneer meisjes door hun vader werden opgeleid, was dat niet met de bedoeling om professioneel op te treden. Pas de laatste veertig, vijftig jaar is daar verandering in gekomen en worden meisjes - weliswaar altijd uit welgestelde families - ook artiesten.

"Ik ben met Anoushka door een erg moeilijke situatie gegaan. Ze is uitzonderlijk begaafd en ik hoefde met haar mijn geduld niet te verliezen, maar zij hoort bij deze tijd. Toen ik sitarles kreeg, moest ik mijn slechte westerse gewoonten afleren en proberen opnieuw te leven in de oude Indiase traditie. Dat kon ik van mijn dochter niet verwachten. Ze is in Londen geboren en groeide verder zowel in Amerika als in New Delhi op, waar ze naar Britse scholen ging. Gedurende enkele jaren had ik echt wel problemen om de juiste manier te vinden om daarmee om te gaan. Les krijgen van een goeroe gaat immers niet alleen over muziek. Ik wende er tenslotte aan dat het niet meer kon gaan zoals het in mijn jeugd was geweest. Dat gold niet alleen voor mijn dochter maar ook voor andere studenten. Ik moest compromissen sluiten."

Maakt het u triest dat traditie langzaam maar zeker verloren dreigt te gaan?

"Veranderingen zijn er altijd geweest, maar ze gingen geleidelijk aan en raakten je daardoor niet zo. Nu shockeren of kwetsen ze ons omdat alles zo snel gaat. Waar ik wel bezorgd om ben, is hoe je de jonge generatie een beetje meer belangstelling kunt bijbrengen voor onze traditie. Via de Ravi Shankar Foundation in Delhi probeer ik daar iets aan te doen, hoe klein mijn bijdrage ook is. Ik weet niet of u het met me eens kunt zijn, maar India is volgens mij het enige land dat veel van zijn cultuur heeft behouden. Als we naar Egypte, China of Griekenland kijken, is er bijna niets meer overgebleven van de grote culturen die ze eens waren. Hun tradities zijn museumstukken geworden, het leeft niet meer. India daarentegen heeft nog altijd zijn yoga, zijn ayurvedische geneeskunst, zijn muziek, dans, handwerk.

"Het is evenwel beangstigend hoe snel alles kan veranderen. Het doet me plezier dat we nog altijd goede muzikanten en toehoorders hebben, maar hun aantal verkleint zienderogen. Dat ligt ook aan de promotie. Tot twee of drie jaar geleden sponsorden farmaceutische bedrijven en zelfs de tabaksindustrie cultuur met grote sommen geld. Daarmee konden we muziekfestivals organiseren, beurzen betalen voor studenten. De regering deed er vrij veel voor. Maar plotseling is alles gestopt. Vandaag sponsoren die grote bedrijven alleen nog modeshows, fusion music of Bollywood-films en zijn de muzikanten bang dat ze niet zullen kunnen overleven. Wij proberen te doen wat we kunnen."

Ik neem aan dat u, in het licht van uw eigen opleiding en opvoeding, de gemiddelde westerling - en dus ook de muzikanten - nogal zwak en verwend vindt?

"Op dat punt hebt u zeker gelijk. Muziek leer je niet door ernaar te luisteren, je moet ze zelf leren uitvoeren, en dat kost inspanningen. Er zijn nog genoeg jonge, getalenteerde mensen die een opleiding krijgen van goeroes, maar velen hebben niet voldoende geld en geraken gefrustreerd. Dan spelen ze maar fusion of ze nemen platen op met jazzmuzikanten omdat dat populair is en snel succes oplevert. Ze geloven niet dat er genoeg kracht zit in hun eigen muziek om toch publiek aan te trekken. Dat is jammer maar onvermijdelijk."

Bent u daar gedeeltelijk niet zelf verantwoordelijk voor? Door de ontmoeting met The Beatles in de jaren zestig werd u zelf bijna een popster. U bracht een massa mensen in contact met uw muziek en werd 'de peetvader van de wereldmuziek', zoals George Harrison u noemde. Helaas hadden die jongeren waarschijnlijk niet de achtergrond om te begrijpen waar het precies om ging en was het misschien wel een grote vergissing?

"Het is in ieder geval een misverstand om in mij de peetvader van de wereldmuziek te zien, en dat is bovendien ook vanuit westers oogpunt bekeken. George heeft het natuurlijk uit liefde gezegd en daarna kon ik er niets meer aan veranderen. Maar wat ik ook gedaan heb, het gebeurde altijd vanuit de kracht van mijn eigen muziek. Hebt u me ooit gezien tijdens een jamsessie met jazzmuzikanten? Of zelfs met George? Dat had ik gemakkelijk kunnen doen. Alle pop- en rockartiesten wilden mij erbij hebben, ik had miljoenen kunnen verdienen. Maar ik was heel sterk, ik ben daar nooit op ingegaan. Mijn werk met symfonische orkesten of voor de film bestond altijd uit onze eigen muziek. Ik heb westerse instrumenten en niet-Indiase muziek gebruikt, zeker, maar ik heb nooit geprobeerd om er klassieke muziek tussen te mixen. Ik wilde die grens niet overschrijden.

"Vandaag is het anders, ook door de komst van de artificiële sound, waarvoor die jonge muzikanten slim gebruikmaken van computers. Dat kan soms erg interessant zijn, maar het is een andere wereld. Daar kunnen we niets meer aan veranderen, maar we moeten wel nadenken over wat wij kunnen doen om ervoor te zorgen dat het niet hoeft te gebeuren."

Hebt u spijt van uw optredens in Monterey en Woodstock in de jaren zestig?

"Weet u, het ging allemaal zo natuurlijk. Het overkwam me. Toen ik George Harrison en de andere leden van de groep ontmoette, wist ik niet eens wat ze precies vertegenwoordigden. Ik had de naam Beatles vaag gehoord, maar ik kende hen niet. Ik had nooit een plaat van hen gehoord. George werd mijn student, hij wilde zo gretig de sitar leren bespelen en vatte een grote liefde en respect op voor onze muziek en cultuur. Ik gaf hem de autobiografie van Yogananda. Ze veranderde zijn leven totaal.

"Maar dat had ook effect op anderen. De Beatles werden mijn studenten en ik werd 'de goeroe van de Beatles'. Toen ik aankwam in Monterey was er een avondprogramma aan de gang met optredens van Janis Joplin, Jimi Hendrix, The Who. Dat soort muziek hoorde ik voor het eerst en ik was geschokt. De virtuositeit van Jimi Hendrix kon ik wel appreciëren en er werd ook mooi gezongen, maar het geheel... Iedereen was stoned, ze braken instrumenten stuk en de muziek stond zo luid dat ik het gewoon niet kon verdragen. Ik zei dat ik de volgende dag niet wilde spelen. Maar ze hadden de namiddag voor mij gereserveerd en het werd uiteindelijk een erg prettige ervaring. "Woodstock was dan weer verschrikkelijk. Mijn agent had mij geboekt en ik kon er niet aan ontsnappen. Ik kon niet van het optreden genieten. Ik protesteerde de hele tijd, vroeg het publiek om niet te roken en zich netjes te gedragen, maar het lukte niet. Een jaar later, na nog wat van die ervaringen, heb ik alle popconcerten afgezegd. Ik veranderde van manager en stopte gedurende bijna anderhalf jaar met optreden. Toen vond ik een impresario die klassieke artiesten boekte en kon ik weer concerteren in Carnegie Hall, het Théâtre des Champs-Elysées en The Royal Festival Hall. Het was een verademing."

Naar welke muziek luistert u tegenwoordig?

"Ik heb geen enkel dogma en luister naar alles, zolang het maar lyrisch is, aangenaam en ritmisch interessant. Zelfs in hedendaagse westerse composities hoor ik soms mooie dingen, heel kalmerend. Maar al dat bang, bang, bang, die duivelse muziek, verstoort me. Mijn hart kan er niet tegen."

Er moet dus harmonie zijn?

"Absoluut, zowel in de technische betekenis van het woord als in de geest."

Heeft ouder worden uw benadering van de muziek veranderd?

"Ja zeker. De componist in mij is sterker naar boven gekomen. Ik denk de hele tijd aan nieuwe composities, zelfs 's nachts. Als ik niet kan slapen, tel ik ritmes of werk ik een melodielijn uit. Het zit gewoon in mijn hoofd."

We hebben al over Anoushka gepraat, maar u hebt nog een dochter, de populaire zangeres Norah Jones. Aan het einde van uw autobiografie vermeldt u hoe u haar na acht jaar scheiding voor het eerst weer ontmoette. We zijn nu zeven jaar verder. Hoe is uw relatie met haar?

"Ik wil graag een aantal dingen ophelderen. Toen Geetu - zo noem ik haar - beroemd werd, schreven journalisten allerlei dingen over ons. Zij had hen ook van alles verteld, want ze was toen in die stemming. Het leek alsof we een bar slechte relatie hadden. Maar wat is er precies gebeurd? Ik was heel erg verliefd op haar moeder en we waren enkele jaren samen. Geetu werd geboren, maar ik speelde zowat honderdvijftig concerten per jaar. Ik was de hele tijd op reis en had zo goed als geen huiselijk leven. Met mijn eerste vrouw had ik overigens hetzelfde probleem. Ik was altijd weg en bracht weinig tijd door met mijn kinderen.

"Tot ze tien was, heb ik Geetu vaak gezien. Er bestaan foto's waarop ik sitar speel en zij als kindje naar me kijkt. Ze heeft naar me geluisterd, maar ze heeft het instrument nooit behoorlijk leren bespelen. Ik heb haar zelfs een kleine sitar gemaakt, maar ik heb niet de kans gekregen om met lessen te beginnen. Ik was in die tijd ook gek. Ik had verschillende relaties tegelijk op verschillende plaatsen in de wereld en het begon er allemaal heel somber uit te zien. De moeder van Geetu kon dat op zeker moment niet meer aan en wilde onze relatie niet voortzetten. Ze veranderde haar adres en ik verloor ieder spoor van haar en mijn dochter.

"Natuurlijk had ik ze kunnen terugvinden als ik het hard had geprobeerd. Dat heb ik niet gedaan, ik gaf het op. Ik geef toe dat dat niet de juiste houding was. Maar het woog intussen wel zwaar dat ik mijn dochter niet kon ontmoeten. Ik kon ook bijna niet over haar schrijven omdat de moeder van Geetu niet vermeld wilde worden in interviews of in mijn autobiografie. Toen ik Geetu uiteindelijk terugzag, was ze bijna achttien. Het was een prachtige ontmoeting. Ze verbleef hier gedurende weken en nadien is ze nog vaak teruggekomen. Ik heb haar met me meegenomen naar India en naar Europa en we werden heel close. Enkele dagen geleden nog heeft ze hier gespeeld en prachtig gezongen. Ze is veel rijper geworden in haar presentatie en in alles. Ik ben zeer gelukkig dat ze bereikt heeft waar ze nu staat."

Uit zijn eerste huwelijk, met de dochter van zijn goeroe, had Ravi Shankar ook een zoon, Shubhendra. Net als met zijn dochters heeft Ravi weinig tijd om zich met de jongen bezig te houden. Zijn moeder staat erop dat hij een strenge sitaropleiding krijgt, maar de erfenis van de illustere muzikale familie waaruit hij komt, weegt zwaar. In 1970 probeert hij zelfmoord te plegen. Hij overleeft, maar stopt met spelen, tot zijn vader hem weet te overtuigen om samen te werken. In 1992 overlijdt Shubhendra aan een verwaarloosde longontsteking.

Naast het succes en de roem hebt u ook veel verdriet gekend in uw leven. Welke rol heeft muziek gespeeld in dat verwerkingsproces?

"Geloof me, muziek heeft me telkens weer gered."

Meer informatie over de Ravi Shankar Foundation op www.ravishankar.org.

Ruime fragmenten uit dit gesprek met Ravi Shankar kunt u horen op Klara in het programma 'Rans' op 27 november tussen 18 en 19 uur. Een dag later besteedt de zender in 'Hemel en aarde' tussen 22.30 uur en middernacht aandacht aan de muziek van de sitarvirtuoos.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234