Vrijdag 22/11/2019

Music Hall en Studio 100 lonken ook naar het ernstige genre

'clash of the titans' in de vrije sector

Antwerpen

Eigen berichtgeving

Wilfried Eetezonne

Dat ze elkaar zullen beconcurreren met boulevardkomedies willen Music Hall noch Studio 100 expliciet gezegd hebben. Niettemin is het opmerkelijk dat dit weekend De nagel van mijn kist van Studio 100/Het Nieuwe Boulevardtheater in première gaat in zaal Elckerlyc terwijl Music Hall de motoren warmdraait voor Boeing Boeing (foto), dat volgende week moet opstijgen in de Stadsschouwburg. Schouwburg en Elckerlyc liggen op een steenworp van elkaar. Een clash of the titans dus.

De boulevardkomedie is aan zijn heropstanding begonnen in de handen van de twee grote niet-gesubsidieerde producenten die tot dan voornamelijk musicals en shows brachten. Nu zijn het nog komedies, maar Studio 100 en Music Hall maken er geen geheim van dat ze ook lonken naar het ernstige repertoire.

Voor Studio 100 is het de derde productie in nog geen jaar. De nagel van mijn kist is een komedie van Francis Veber, in 1973 verfilmd met Brel en Ventura in de hoofdrollen. "We willen niet uitsluitend kluchten brengen", zegt Gert Verhulst van Studio 100, "maar wel volks theater. De kluchten maken daarvan een belangrijk onderdeel uit."

Hebben beide producenten een nieuw lucratief gat in de markt ontdekt? Verhulst zegt dat hij niet in die termen denkt. Daarvoor is theater te duur. "Het is de liefde voor het genre", zegt hij. "Het is verkeerd om vanuit een commerciële reflex te zoeken naar iets waar publiek voor is. Producenten die het uit snel geldgewin willen doen, merken snel dat het zo niet werkt. De productiekosten liggen inderdaad lager dan bij een musical, maar dan nog. We repeteren zes weken en onze acteurs worden betaald vanaf de eerste repetitie. Het publiek is kleiner, de toegangsprijzen zijn lager en voor de goede stukken zijn auteursrechten duur. Het is niet risicoloos en voor een break-even moet je 15.000 kaartjes verkopen. Tot dan heb je niks verdiend. Voor De nagel van mijn kist zitten we nu boven de 20.000. Of dat hetzelfde publiek is dat naar onze musicals komt? Het is fout om het publiek in vakjes te steken. Alsof sommige mensen enkel van moeilijke stukken houden en anderen enkel van musical. Er zijn mensen die van verschillende genres houden, zolang het maar kwaliteit is."

Geert Allaert van Music Hall ziet nog een andere reden voor de terugkeer van de boulevardkomedie. "Het is gewoon een slingerbeweging. Tien jaar geleden wilde men weg van dit soort theater. De gezelschappen mochten het niet meer brengen, vanwege de politiek. Dan is het normaal dat het publiek weer zin krijgt in dit soort entertainment." Dat Music Hall nu Studio 100 achternaholt, ontkent hij. "Wij wilden Boeing Boeing al veel langer brengen, nog voor er sprake was van zaal Elckerlyc. Alleen wilden wij het doen met de juiste cast en regisseur. Die gesprekken hebben lang geduurd. Het valt nu wel dicht bij elkaar, maar we kijken niet naar wat de concurrentie doet. We zitten nu boven de 10.000 kaartjes en daar hebben we een aangenaam gevoel bij. Misschien zou je meer verkopen zonder concurrentie, maar dat weet je nooit. Studio 100 overdrijft wel met zoveel komedies op zo'n korte termijn. Je mag de markt niet overspoelen."

Maar dat ze het aan hun respectieve kassa's voelen, ontkennen ze. Er is blijkbaar genoeg publiek. "We denken op lange termijn", zegt Verhulst. "Tot nu toe is zaal Elckerlyc een nuloperatie geweest en werken we vanuit een soort van idealisme. Ik kan alleen maar hopen dat Boeing Boeing een goede productie wordt. Dan zullen de mensen geneigd zijn ook naar een andere productie te kijken."

De volgende stap lijkt logisch. Als er een publiek is voor komedies, dan moet er ook een publiek zijn voor het ernstige repertoire dat lange tijd het terrein was van de gesubsidieerde sector. "We willen theater brengen voor een groot publiek", zegt Verhulst. "Alles hangt af van de productiekosten maar er zijn ernstige stukken die je zou kunnen brengen. Ik denk aan Dood van een handelsreiziger. Maar het publiek moet nog iets groter worden en voor de komende drie jaren zit onze programmering vol."

Allaert wil niet in zijn kaarten laten kijken, maar laat de naam Molière vallen. "Het grote repertoire is voldoende bekend. Enkel en alleen op basis van de markt zal het niet lukken. Het draagvlak in Vlaanderen is te klein. Als je het alleen zou doen, is het niet rendabel, maar als je partners kunt vinden als surrogaat voor subsidies, kan het wel."

Ook Ruud De Ridder ziet daarin een mogelijkheid. "Het zal moeilijker liggen, maar met de juiste acteurs en de juiste aanpak is het zeker te doen. In het buitenland heb je bepaalde theaters die zich specialiseren in thrillers. Daar zit nog een gat in Vlaanderen."

Gert Verhulst droomt van 'Dood van een handelsreiziger, Geert Allaert lonkt naar Molière

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234