Dinsdag 17/09/2019

Muntdirecteur Peter de Caluwe over de successen en teleurstellingen van 2008

'Ik heb een voorliefde voor nieuwe chemie in de opera'

Peter de Caluwe, directeur van de Munt, heeft een bewogen jaar achter de rug. Een clash met het orkest leidde tot het ontslag van muziekdirecteur Mark Wigglesworth, het subsidieprotocol met de federale overheid bleef uit en tot overmaat van ramp brak de crisis uit.

DOOR STEPHAN MOENS

BRUSSEL l Peter De Caluwe praat opvallend vrijuit, over successen en teleurstellingen, gewonnen slagen en verloren vrienden.

Het jaar begon met een crisis. Onder druk van het orkest moest u Mark Wigglesworth, die u zelf als muziekdirecteur had aangetrokken, bedanken. Hoe kijkt u daar nu op terug?

De Caluwe: "Ik ben daar zeer emotioneel over geweest. De belangrijkste reden voor die mislukking is wat men 'chemie' noemt. Die werkte gewoon niet. De tweede reden is dat hij hier ook een directeursfunctie zou bekleden. Net als bij de Vlaamse Opera wordt bijna iedereen in koor en orkest gezamenlijk ouder. Er moet hier een ernstig ouderenbeleid worden gevoerd, wat niet wil zeggen dat er iemand moet vrezen voor zijn baan. Een muziekdirecteur die betrokken is bij de evaluatie van de musici krijgt daar ook mee te maken. Ik heb de knoop moeten doorhakken en heb daardoor een vriend verloren. Ik heb toen een radicale keuze gemaakt.

"We hebben een sterk beleid met gastdirigenten en de benoeming van Bert Van den Akker als directeur muziekdepartementen is een goede oplossing gebleken. Een aantal gastdirigenten is heel goed aangekomen bij het orkest: Marc Minkowski, Carlo Rizzi, Adam Fischer, die zullen zeker nog terugkomen."

Eind februari ging Wozzeck in première. Dat was eigenlijk tweede keus, want eerst was een reprise van Jan Fabres Tannhäuser gepland.

"Ik wilde absoluut een hommage brengen aan wat Bernard Foccroulle hier heeft gedaan. Tannhäuser van Fabre vond ik een van de sterkste producties onder zijn bewind. Dat is om vele redenen niet kunnen doorgaan en toen hebben we Wozzeck gebracht. De keuze voor David Freeman als regisseur kwam van Mark Wigglesworth. Ik wilde Christoph Schlingensief. Die was geïnteresseerd, maar het werkte niet met Mark. Behalve de scenografen was het dus niet mijn keuze en ik moet eerlijk zijn: het is een heel goede samenwerking gebleken. Toen heb ik gezien uit welke structuur Mark kwam en waarbinnen hij functioneert."

Toont dat niet aan dat je het best teams samenstelt waarvan je weet dat de leden elkaar aanvaarden?

"Ik hou meer van nieuwe chemie. Ik heb zopas de Herrmanns overtuigd dat ze met Christophe Rousset moeten werken, ik heb Minkowski kunnen overtuigen om met Tsjerniakov te werken. Ik blijf geloven dat ik een talent heb om de juiste mensen voor de eerste keer samen te brengen. Maar daar stopt mijn invloed ook. Ik ben daarin heel anders dan Gerard Mortier, die de dramaturg wil blijven van elk project. Ik laat los."

In maart was in de Vlaamse Opera Robert Carsens enscenering van Dialogues des Carmélites te zien, een productie die in Amsterdam gemaakt was toen u daar werkte. Was u blij dat het stuk hier stond?

"Voor mij is die voorstelling vergroeid met het veel grotere podium in Amsterdam. In Antwerpen was het iets te beperkt. Maar het blijft een fantastische productie. Nochtans was het een toevalstreffer. Carsen en de Nederlandse Opera waren in discussie over Les Contes d'Hoffmann. Ik zat met hem in café Mövenpick in Keulen en we waren het eens over John Nelson als dirigent. Maar we vonden geen tenor. En zonder tenor geen Hoffmann. Maar toen kwam plots het idee: waarom niet Dialogues des Carmélites? Het was meteen ja. De eerste cast was niet ideaal, maar de tweede keer hebben we het beter gedaan, met de betreurde Susan Chilcott. (Chilcott was al ziek en is enige tijd daarna overleden, SM) Met haar heb ik ook afscheid genomen van die voorstelling. Dat was een heel emotioneel moment."

Ook in maart was in Antwerpen Angels in America te zien, geregisseerd door Ivo Van Hove.

"Ja, fantastisch! Ik heb zowel deze versie gezien als die van Krzysztof Warlikowski. Twee totaal verschillende werelden, maar ik ben fan van de twee. Ik moet wel zeggen dat het stuk zelf mij niet zo raakt. Ik heb net nog Schuld en boete van Dostojevski gezien, geënsceneerd door Andrea Breth. Dat spreekt mij meer aan. Ik heb het boek gelezen toen ik zestien jaar oud was en bij de opvoering kwam het honderd procent terug in al zijn verschrikkelijke fascinatie.

"Ik ben ook gefascineerd door wat Ivo allemaal doet met moderne middelen, maar tegelijk kan ik ook genieten van een puur klassieke voorstelling, zoals van Klaus Michael Grüber, Andrea Breth, Karl-Ernst Herrmann of Claus Peymann. Die kunnen nog stukken neerzetten zonder enige toevoeging, gewoon met die fenomenale Duitse acteurs."

In mei zat u in de jury van de Elisabethwedstrijd.

"De Munt wil veel breder samenwerken met de Kapel Koningin Elisabeth. De Kapel traint nu veel te veel mensen voor de wedstrijd, terwijl ze dat in een muziektheaterwerkplaats zou moeten doen voor het moderne opera- en muziektheaterleven, ook voor theatergezelschappen die zangers nodig hebben. Zij moeten de kloof vullen tussen de opleiding en de praktijk.

"Wat het concours betreft: het is een van de meest geïnstitutionaliseerde evenementen van het land en het wordt beschouwd als een van de hoogtepunten van het culturele leven. Er zijn zelfs cd's aan verbonden. Maar er zijn mensen te horen die absoluut nog niet klaar zijn om zoveel aandacht te krijgen."

Médée van Cherubini was een van de betere producties van het jaar.

"Ik voelde op voorhand dat dit de mensen naar de keel zou grijpen. Krzysztof Warlikowski is een van de regisseurs met wie ik nog veel wil doen. In De Standaard was naar aanleiding van Rusalka te lezen: 'Huizen die het spoor artistiek bijster zijn, kiezen voor regisseurs die hot zijn'. Dat is onzin. Ik heb die regisseur jaren geleden gekozen toen hij nog helemaal niet hot was.

"Nu is het makkelijk om te zeggen: we moeten absoluut Warlikowski of Tsjerniakov of Herheim hebben, maar ik ben met al die mensen al lang in contact. Het gevoel dat ik met Warlikowski op de juiste knop heb gedrukt om een moeilijke opera als Médée te laten werken voor het huidige publiek, dat vind ik belangrijk."

Voor de vakantie kwam Kazushi Ono opnieuw dirigeren in La forza del destino. Hoe was dat weerzien?

"Ik heb een goed contact met hem, al heb ik door hem te leren kennen ook geleerd dat hij niet altijd zegt wat hij denkt. Hij zal de eerste vier, vijf jaar niet meer terugkomen. Zelfs gastdirigent is voor hem een brug te ver. Wat ik wel spijtig vond, is dat een project waar ik heel veel verwachtingen over had niet echt geworden is wat ik had gehoopt.

"Oorspronkelijk zou Andrea Breth La forza del Destino regisseren. Maar zij kwam in een persoonlijke crisis terecht, waardoor ze zestien maanden niet kon werken. Ik heb dan voor Dirk Tanghe gekozen. Dat was een waagstuk: het kon helemaal goed gaan of tamelijk fout. We weten wat er is gebeurd. Maar muzikaal was het een puike voorstelling. Ono heeft heel goed gedirigeerd en de cast was uitstekend."

De seizoenopener na de zomervakantie, Pelléas et Mélisande, was met het decor van Anish Kapoor een statement. Geslaagd?

"Het eerste seizoen was supervol, ook om te testen wat kon. Pelléas was daarna inderdaad een statement over wat ik wilde en tegelijk een dankbetoon aan Pierre Audi voor de kansen die hij me heeft gegeven in Amsterdam. Nu was de situatie omgekeerd: ik gaf hem de kans om met een groot beeldend kunstenaar samen te werken. Dat was echt fantastisch. Ik heb Pierre nooit zo ontspannen en gelukkig geweten."

In het najaar sloeg de crisis toe. Voelt u dat ook in de portefeuille van de Munt?

"De Munt zou eind vorig jaar een nieuw protocol tekenen met de overheid. Als basis is het bestaande protocol goed, maar qua invulling is het ontoereikend. Een van de belangrijkste elementen ervan is: de overheid neemt de verantwoordelijkheid waar voor het huis en de medewerkers, de Munt financiert de producties uit eigen inkomsten. Maar het nieuwe protocol komt er maar niet. In december 2007 had Verhofstadt het nog willen tekenen. Toen werd het van de kanselarij naar de minister van Binnenlandse Zaken overgeplaatst. Dan kwam Leterme. We informeerden hem: geen probleem, voor de zomervakantie zou alles in orde komen. Maar toen volgde de communautaire discussie en een regering die niet in het zadel zat en waarin sommigen een probleem hadden met het voortbestaan van een federale instelling.

"Ik heb mezelf nu de opdracht gegeven nog eens te bekijken of er binnenshuis nog ergens bespaard of gerationaliseerd kan worden, zonder aan het personeelsbestand te raken. Maar ook daar komt een eind aan. De Munt is al erg creatief geweest om uit het deficit van de jaren tachtig te raken.

"Een tweede punt is het mecenaat. Voorlopig voelen we de crisis nog niet. Zelfs van de zwaarst getroffen hoofdsponsors (o.a. Fortis en Dexia, SM) hebben we de bevestiging dat daar niet aan wordt geraakt. Maar we moeten nog veel meer aan individuele kleine sponsors werken, en dat kan alleen als dat mecenaat aftrekbaar wordt van de belastingen."

Wat dacht u van Mortiers capriolen in New York, Bayreuth en Madrid?

"Geniaal, toch? De manier waarop hij als een duivel uit een doosje op het laatste moment de boel in Bayreuth op stelten zette, dat was heel knap. En vergeet niet: hij had het betere project. Verder is het natuurlijk onwaarschijnlijk hoeveel aandacht hij telkens weer voor zijn persoon genereert. Persoonlijk vind ik dat een beetje raar. Ik heb veel liever dat men over de Munt praat dan over mij. Ik ben de eerste directeur die zijn naam niet onder het logo heeft gezet."

De laatste productie van het jaar, Rusalka, was een grote show.

"Ik wist dat ik met Stefan Herheim parallelle werelden en een niet-lineair verhaal in huis haalde. Maar dat hij zoveel fantasie zou hebben, dat hij tot op het laatste moment nog dingen zou uitvinden, dat had ik niet verwacht. Het was bijzonder arbeidsintensief, vooral voor de technische ploeg, die een huzarenstukje heeft afgeleverd.

"De productie daarvoor, La cenerentola, had misschien geen echte Muntsignatuur, maar was wel belangrijk voor de dirigent. Minkowski zal hier heel andere dingen kunnen doen dan anders. Hij heeft in dit land de reputatie een moeilijke te zijn, maar als je hem de juiste mogelijkheden biedt, is dat helemaal niet waar."

Wat zijn uw nieuwjaarswensen?

"Een toekomstgericht subsidiebeleid voor de Munt. Er komen grote producties aan, Wagners en zo. De haalbaarheid van een Parsifal komt met een verminderd budget in het gedrang. Ik ben ervan overtuigd dat het artistieke project dat nu op tafel ligt fantastisch is. Nu de middelen nog. Wat mooi is, is dat het publiek mee is. Het staat duidelijk open voor de vele stijlen die wij aanbieden, zowel qua repertoire en dirigenten als qua regisseurs."

Peter de Caluwe:

Ik geloof dat ik het talent heb om de juiste mensen samen te brengen. Maar daar stopt mijn invloed ook. Ik laat los

n Peter de Caluwe: 'Ik heb veel liever dat men over de Munt praat dan over mij. Ik ben de eerste directeur die zijn naam niet onder het logo heeft gezet.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234