Zondag 28/02/2021

Munitie voor je revolutie: in Libië ligt 'een handig Belgisch arsenaal'

‹ Onze militairen in Mali dreigen beschoten te worden met Belgische wapens en munitie, die in handen zijn gevallen van de islamistische opstandelingen.
‹ De wapens zijn afkomstig uit Libië, maar werden geleverd door vroegere Belgische regeringen, blijkt uit materieel bewijs en archiefonderzoek.
‹ Sinds de Libische revolutie worden ze verspreid in de Arabische wereld.

De stroom van rebellen en wapens die Mali vanuit Libië overspoelde, wordt vaak beschouwd als die ene druppel te veel die Mali in de chaos stortte, een verklaring die zo vanzelfsprekend is dat bewijzen niet nodig zijn. Toch moest het verband tussen beide landen nog gedocumenteerd worden. Dat gebeurde onlangs, wellicht onbewust, toen een fotograaf van Reuters een beeld maakte dat netjes past in deze complexe puzzel. En de druppel die de emmer deed overlopen, is een wapen dat in België gemaakt werd.

De foto werd genomen op 26 januari 2013 in Konna in Centraal-Mali, waar een door de Fransen geleide militaire aanval vorige maand militanten verdreef. Didier Reynders, minister van Buitenlandse Zaken, kon ze nog niet gezien hebben toen hij twee dagen daarvoor in de Senaat een vraag beantwoordde over de aanwezigheid van Belgische wapens in Mali. "Momenteel heb ik geen informatie over de eventuele aanwezigheid van Belgische wapens in Mali", zei hij. Sindsdien zijn meer exemplaren van de munitie opgedoken. Het gaat om een NR-160, een 106 mm-projectiel dat gebruikt wordt als antitankmunitie. Het werd geproduceerd door de Poudreries Réunies de Belgique (PRB) voor terugstootloze M-40-geweren, die in de jaren vijftig ontworpen werden in Amerika en intensief gebruikt werden tijdens de strijd in Libië in 2011.

"Munitie nodig?", vraagt een oude reclamespot van PRB, waarna het gamma bommen, raketten en andere munitie de revue passeert dat het Belgische bedrijf produceerde voor het failliet ging in 1990. Onder Kadhafi en eerder, zij het in mindere mate, onder koning Idris was dat het geval voor Libië. En België stond altijd paraat om de wapenhonger van de Noord-Afrikaanse staat te stillen.

Tussen 1969 en 1974, en in 1980 kreeg PRB exportvergunningen voor meer dan 1.630.000 mijnen. Bestemming: Libië. Vorige maand werden bepaalde componenten van die mijnen aangetroffen door het Algerijnse leger, toen het een inval deed op de gasproductiesite van In Amenas, waar terroristen vele gijzelaars gevangen hielden.

Belgische staatsarchieven bewaren ook exportvergunningen voor 46.260 FAL-geweren van FN aan Libië. De FAL (Fusil Automatique Léger, of Licht Automatisch Geweer) werd na WO II ontwikkeld in de fabriek van FN in Herstal. In 1953 ging het in industriële productie. Vele landen, ook Afrikaanse, kochten het aan, sommige produceerden het onder licentie, en de FAL werd een van de grootste commerciële successen van FN.

Die wapens, en vele andere die best uit Libië kunnen komen, zoals aanvalsgeweren, machinegeweren en granaatwerpers, duiken op bij de gevechten in Mali. De NR-160 van PRB werd echter niet breed verspreid in de regio, en dus kunnen de projectielen niet van zo veel plekken komen. Het was een specifiek wapen met een beperkte oplage en een duidelijke band met Libië. Onderzoek in Belgische staatsarchieven toont aan dat PRB tussen 1973 en 1980 tal van vergunningen kreeg om munitie voor 106 mm-geweren te leveren aan het Directorate of Military Contracting and Procurement - Tripoli, Libya.

Vijf jaar archief over Belgische wapenexportvergunningen was echter niet toegankelijk; het werd illegaal vernietigd door de Belgische administratie. De overblijvende documenten geven wel details vrij over Belgische wapenleveringen aan Libië in de voorbije decennia, en onderzoek bracht geen bewijzen aan het licht van andere leveringen van 106 mm-projectielen aan andere landen in de regio, met uitzondering van een beperkte levering - 200 - aan Marokko in 1971. Dat staat in schril contrast met een vergunning op een bepaald tijdstip voor de levering van 30.000 projectielen aan Libië.

Grote opportuniteit

Onderzoek in de diplomatieke archieven van Buitenlandse Zaken werpt een fel licht op de banden tussen België en Libië. In 1964 bewapende FN Herstal al het Libische inlichtingenapparaat dat 15.000 leden telde. In april wilde de Libische regering het leger uitbreiden. Wat de Belgische autoriteiten aanvankelijk beschouwden als een uitstekende manier om de wapenverkoop aan het Noord-Afrikaanse land op te drijven, draaide uit op een veel grotere opportuniteit.

Op 11 mei 1964 schreef de Belgische zaakgelastigde in Libië Marchal in een geheime brief aan de Belgische buitenlandminister Spaak: "Ik ben benaderd door een lid van de regering dat me te verstaan gaf dat de beslissing was genomen om een 'neutraal en bevriend' land te vragen een kleine fabriek te bouwen om de kleine wapens die het leger en de politie gebruikt te produceren of op zijn minst te herstellen, alsook een kleine fabriek om munitie voor die wapens te produceren." In juni schat Marchal het belang van de situatie nog hoger in. In een telegram schrijft hij: "Ik heb dringend nood aan een antwoord. De regering (van Libië) wil weten of we nu al dan niet geïnteresseerd zijn." Dat waren de Belgen. Jarenlang werd onderhandeld met Libische functionarissen, met directe hulp van de Belgische ambassade. Het project zou uiteindelijk in 1978 spaak lopen, "vanwege een gebrek aan gekwalificeerd personeel in Libië".

Je zou denken dat de staatsgreep van 1969 een einde maakte aan de goede relaties op het vlak van wapenleveringen tussen België en Libië. Maar het tegendeel was waar: die werden omvangrijker dan ooit tevoren. Maar kolonel Kadhafi had zijn persoonlijkheid, en de manier van zaken doen moest zich daaraan aanpassen. De Belgische wapenbedrijven bleken snel opnieuw uitstekende instrumenten te zijn om de buitenlandse belangen van België te dienen.

Op 22 oktober 1973 bijvoorbeeld besliste Libië dat Sabena niet meer over zijn grondgebied mocht vliegen, omdat de luchtvaartmaatschappij Israëlische vrijwilligers naar Tel Aviv gevlogen zou hebben. De Belgische minister van Buitenlandse Zaken zou proberen de wapenexport te gebruiken als hefboom in de onderhandelingen, maar het zou tot 1976 duren en een directe tussenkomst van PRB vergen bij de Libische regering voor het probleem opgelost werd.

Kort daarop, in 1977, werd Libië de voornaamste klant van de Belgische wapenindustrie. Een briefing in december 1977, voorbereid door Buitenlandse Zaken voor de Belgische ambassadeur in Libië, stelt dat "bijna de helft van de omzet van FN en PRB gehaald wordt door Libische aankopen van kleine wapens en explosieven". Interessant is dat de briefing ook opmerkt dat "de herexport van die wapens in theorie verboden is en dat België de gevolgen dus zal moeten dragen als bewezen zou worden dat Libië dat niet respecteert".

De Belgische regering destijds leek wat graag een oogje dicht te knijpen voor het feit dat Libië al een wapenverspreidingsplatform was, en zo een smet op de Belgische reputatie wierp. Vier maanden voor de diplomatieke briefing schreef de Belgische ambassadeur Loodts aan buitenlandminister Simonet dat een van zijn bronnen "een Joegoslavisch schip uit Libië zag vertrekken met een lading kleine wapens uit België". De bestemming, zo had de ambassadeur vernomen, was Ethiopië, waar dictator Mengistu Haïlé Mariam de plak zwaaide.

"De informant zei dat België naam aan het maken is als leverancier van revolutionaire bewegingen, misschien niet direct maar minstens via tussenpersonen of andere landen."

De Libische les

Als het gouden pistool dat gevonden werd op Kadhafi toen hij gelyncht werd in oktober 2011 het symbool is van Belgische wapenleveringen aan Libië, dan is de NR-160-munitie van PRB die werd aangetroffen in Mali duidelijk een ongepland gevolg van die export. Nu alsmaar meer aanwijzingen opduiken dat wapens van Libië getransfereerd werden naar Syrië, Gaza, Egypte, Algerije en Mali, blijkt dat de ambtenaren Loodts en Lemmens wel heel profetisch waren toen ze de Libische honger naar wapens aanschouwden en in 1975 en 1976 stelden dat "een buitenlands leger dat Libië zou binnenvallen een heel handig arsenaal zou aantreffen". Een arsenaal dat Kadhafi stockeerde om "de Arabische landen te voeden als er een conflict uitbreekt".

Momenteel voelen de Belgische autoriteiten er weinig voor om de fouten uit het verleden recht te zetten. Een programma om de Libische luchtdoelraketten die vrij circuleren in te zamelen en weg te bergen, dat geleid wordt door de Amerikanen, heeft de steun van de Belgische regering. Maar voor andere types wapens wordt niets gedaan.

Met steun van het Fonds Pascal Decroos voor Onderzoeksjournalistiek.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234