Donderdag 22/04/2021

Mumbai De stad waar geen tijd is voor lange rouw

Twee jaar geleden werd Mumbai, voormalig Bombay, op nooit geziene wijze door een tiental zwaar bewapende, jonge terroristen bestormd. De stad werd bijna vier dagen lang gegijzeld. Maar zelfs - of zeker - deze grootste terreuractie op zijn grondgebied, krijgt Mumbai niet klein. ‘Wij zijn banger voor overstromingen en stroompannes dan voor terreur.’

Vandaag bruist Mumbai zoals de stad altijd bruist. En zoals ze dat die woensdag 26 november 2008, in elk geval tot negen uur ’s avonds, deed. Vandaag laat die stad zich nog steeds niet kennen. Dat heeft ze nooit gedaan. Dat zal ze nooit doen.

Daarom is Mumbai, dat in het westen van India ligt en met de voeten in de Arabische Zee staat, zo fascinerend.

Net als je denkt dat je de metropool een beetje begint door te hebben, toont ze zich weer van een andere zijde.

Mumba is mooi. En spuuglelijk. De stad is piepjong. En oogt stokoud. Ze bezoekt devoot de tempel, kerk, synagoge of moskee. En gaat even devoot naar de hoeren. Ze aanroept in alle hoeken en kanten de mystiek en spiritualisme, maar schuwt de excessen van materialisme niet. Ze eert de heilige koe. Maar misbruikt kinderen, loopt voorbij aan stervenden en buigt diep voor maffialeden die zich met Hummers, riotgun in het handschoenenbakje, door de overvolle straten begeven.

Mumbai is straatarm.

De grootste (200 hectare) krottenwijk van Azië, Dharavi, ligt niet ver van de luchthaven, en is een langdradig staaltje van creatieve lintbebouwing. Niet voor niets richtte de Belgische zuster Jeanne Devos in de deze grootste stad van India de hoofdzetel van haar National Domestic Workers Movement op: van de twintig miljoen kinderen die in Indiase families als huishoudhulp worden uitgebuit, werken er in Mumbai miljoenen.

Arm Mumbai is steenrijk.,

De 53-jarige Indiase multimiljonair (in dollars, niet in roepies) Mukesh Ambani heeft in het welgestelde hart van de stad voor zichzelf een privéhuisje van 27 verdiepingen laten optrekken. Daarin is ook ruimte aan zijn huispersoneel voorbehouden; dat telt meer dan vijfhonderd leden. Deze Mukesh Ambani is onder meer CEO van Reliance, het alomtegenwoordige telecombedrijf.

Ja, de openluchtwasserijen nabij Chowpatty Beach zijn middeleeuws, als je ziet en ruikt in welke omstandigheden bakkers hun broden of potten bakken, als je toekijkt hoe de kastelozen scheepswrakken slopen, lijkt het of de tijd hier vierhonderd jaar heeft stilgestaan. Toch is de stad hypermodern: meer dan tien miljoen stadsgenoten bezitten een mobiele telefoon, draadloze internetverbindingen vind je tot in het diepst van de stedelijke krochten. Twitter piekt.

Ook Ratan Tata, hoofd van het machtige industriebastion Tata Group, heeft in deze metropool aan de Indische Oceaan enkele optrekjes. Ratan Tata is, onder andere, de man die de Indiase droom incarneert. Tegenwoordig wil hij de wereld veroveren met de goedkoopste auto (de Tata Nano voor nog geen 2.000 euro) en de goedkoopste laptop (minder dan 10 euro).

Mumbai ligt dag en nacht op de stoepen te slapen.

En Mumbai is het financiële en economische centrum van India; met speciale vermelding van Bollywood, de filmindustrie die hier haar tenten heeft opgeslagen. Op Marine Drive, de chicste dijk van de stad, bezitten bekende Bollywoodacteurs een gigantische flat. Soms kondigt zo’n beroemde acteur/actrice zijn of haar verschijning aan. Dan loopt het hele verkeer nog vaster dan gewoonlijk. Midden op straat troepen duizenden mensen voor de woning samen, in de hoop een enkele glimp van Amitabh Bachchan of wie dan ook op te vangen.

Mumbai ziet er vredig gemixt uit.

De moskee en tombe van Hadji Ali rijst uit het water. Vlakbij trekt de oudste hindoetempel van de stad, de Mahalakshmi, ontelbare bezoekers. Een boogscheut verderop strekken rijke en arme families zich uit op Chowpatty beach; het drukste strand van de stad. Je kunt op dat strand alles kopen. Van ijs tot tabak, van een polaroidfoto tot een landkaart, van joints tot de illegaal gestookte sterke drank, arak. Prostitutie à volonté, al heb je op het iets noordelijke strand van Juhu een grotere keuze.

De informele economie tiert hier minstens even welig als de formele. Ook dood en leven zijn in het dagelijkse leven de hele tijd bijna harmonieus met elkaar verweven. Er sterven mensen op straat. Er worden er ook geboren. Van alle fases en facetten daar tussenin word je niets onthouden.

Dat Mumbai is natuurlijk lang niet zo vredig als het lijkt.

De verschillende godsdiensten raken geregeld slaags met elkaar. Niet alleen hindoes en moslims. Ook hindoes onderling. En moslims onderling. Elke godsdienstbeleving kent verschillende strekkingen en niveaus. De vegetarische hindoes discrimineren, in werk en vastgoed, graag de vleeseters en omgekeerd. Er heerst rust; omdat er in dit dichtbevolkte gebied geen ruimte is voor woede en haat.

India is een democratie die aan kinderziekten lijdt. Mumbai is een metropool die - van politie tot politici, bouwondernemers, sloppenbeheerders.... - aan de ergste vorm van corruptie lijdt. Waar geen geld is om te overleven, worden trucjes bedacht. Afpersing, een vorm van terreur, is even alomtegenwoordig als masala dosa’s, pannenkoekjes van de samosafamilie.

Want ja, Mumbai ruikt naar jasmijn en pittige garam masala. En Mumbai stinkt. De stad telt meer dan 14 en misschien wel 19 miljoen inwoners. Dat zijn er meer dan er Belgen zijn. Het gros van deze mensenmassa heeft geen toegang tot deftig sanitair. Er waren ter land, ter zee en in de immer vochtige lucht nogal wat partikels rond die bij voorkeur in een gesloten rioleringssysteem blijven. De stad is smerig.

Als het regent, laten de druppels zwarte strepen op je huid en kleren na. Het constante verkeer - constant toeterende taxi’s, sjezende motorriksja’s, overladen bromfietsen en moto’s, maar ook ferryboten en vrachtschepen - is vervuilend en maakt een hels lawaai. Toch is dat verkeer nooit agressief; zelfs als je in een uur tijd slechts een kilometer verderop geraakt, gaat er nergens een middelvinger in de lucht en is elke uiting van frustratie zoek.

Dit Mumbai was the city of dreams.

Dit Mumbai is nog steeds de droomstad.

Ook al beleefde ze op 26 november 2008 een - kortstondige - nachtmerrie.

Omstreeks negen uur die woensdagavond meert vermoedelijk een tiental terroristen met rubberen bootjes in het zuiden van de stad Mumbai aan. De bootjes zijn met wapens beladen. En dat zuiden is geen toevallige keuze: op het stukje landtong tussen Nariman Point en de historische Gateway of India (de enorme basalten triomfboog die in de jaren twintig door de Britten werd gebouwd, en waarachter de zee wenkt) bevinden zich enkele strategische, iconische doelwitten.

Zodra ze voet aan wal zetten, splitsen de terroristen, uitgerust met machinegeweren en handgranaten, zich op per twee en verplaatsen zich, met de taxi, naar de locatie van hun aanslag. Twee taxi’s laten ze exploderen.

Tussen negen en tien uur die avond bestormen ze een zestal, vlakbij elkaar gelegen doelwitten. De aanvallen zijn goed gecoördineerd. En de stad die altijd bij de pinken is, is voor het eerst in haar bestaan enkele etmalen na elkaar de kluts kwijt. Pas drie dagen na deze bestorming slagen politie en leger erin om de laatste zelfmoordterroristen - het blijken allemaal jongens tussen de 20 en 25 jaar jong - uit te schakelen. Op dat moment zijn er op dat zuidelijke stukje stad dat Colaba heet, minstens 166 doden en honderden gewonden gevallen. Over het exacte aantal blijft, zoals over elk cijfer in Mumbai, onduidelijkheid bestaan.

De bezette stad is wekenlang het nieuws van het land en enkele dagen dat van de wereld. India gelast, als blijk van solidaire rouw en verontwaardiging, zelfs enkele cricketwedstrijden af.

Eerst is het mierennest Centraal Station aan de beurt. Het station is altijd overvol. Honderdduizenden mensen bevinden er zich. Dat kan tellen voor een stukje werelderfgoed dat door Unesco wordt beschermd. In de inkomhal sneuvelen ‘slechts’ tientallen mensen; het hadden er honderd kunnen zijn. De kogelgaten kun je vandaag nog zien. Ze vormen een favoriete achtergrond voor kiekjes van toeristen.

Het Taj Mahal Palace & Tower wordt bezet. Het historische hotel is eigendom van de Tata Group. De gemiddelde prijs van een enkele overnachting bedraagt meer dan het gemiddelde maandloon van een arbeider. Taj Mahal Palace wordt bijna 24 uur in de greep van de terroristen gehouden. Honderden gasten worden gegijzeld. Tientallen mensen - personeelsleden en gasten - worden vermoord. De Indiase manager van het hotel, die op dat moment niet aanwezig is, moet van buitenaf vernemen hoe zijn inwonende gezin - vrouw en kinderen - in koelen bloede wordt afgeslacht. Een terrorist laat in de gelijkvloerse keuken van het hotel zijn machinegeweer zijn moordende gang gaan: chefs, souschefs en keukenhulpjes vallen als vliegen neer.

Het Oberoi Trident hotel, even verderop, kent hetzelfde lot. Er sneuvelen, net als in het Tajhotel, een reeks buitenlanders. In twee bioscopen gaan bommen af. In het populaire Café Leopold, dé plek voor westerse rugzaktoeristen die op zoek zijn naar een clubsandwich waar ze niet ziek van worden, wordt in het wilde weg geschoten terwijl de jukebox blijft spelen. Nariman House, een culturele instelling van en voor orthodoxe Joden, wordt bestormd en zal als laatste bevrijd worden; op dat moment zijn een New Yorkse rabbijn en zijn vrouw al vermoord. Ook andere bezoekers worden afgemaakt.

Het duurt lang, te lang, voor de politie en veiligheidsdiensten van Mumbai kan, wil, of durft ingrijpen. Achteraf blijkt dat leger en politie absoluut niet uitgerust of getraind waren om dergelijke aanvallen het militaire hoofd te bieden. Die onkunde is onaanvaardbaar: de miljoenenstad werd regelmatig met bomaanslagen geconfronteerd. Het Taj en ook gerenommeerde internationale ketenhotels werden al eerder in hun geschiedenis door terroristen geviseerd.

Telkens was deze agressie afkomstig van extremistische islamitische terroristen, die verbonden zijn met anti-Indiase groepen in Pakistan. Ook nu vermoeden de autoriteiten, al van meet af aan, de nauwe betrokkenheid van jihadistische terreurgroeperingen uit Pakistan en/of Bangladesh. De aanslagen vertonen de signatuur van Lashkar-e-Taiba; ‘het Leger van de Ware Gelovigen’. Onderzoek en het getuigenis van de enige overlevende terrorist Amil Kasab wijzen dat later ook uit. De goed georganiseerde jonge terroristen werden in Pakistan opgeleid. In Pakistan werd de actie ook grotendeels voorbereid. De terreurcommando’s vingen hun tocht vanuit het Zuid-Pakistaanse Karachi naar Mumbai aan. Amil Kasab, de enige overlevende aanvaller, heeft de doodstraf gekregen.

“Maar of we iets hebben geleerd van de aanvallen van 26 november 2008? En of er iets veranderd is in deze stad? Ik geloof van niet”, zegt Bhairavi Sagar, een zakenvrouw die een marketing- en researchbedrijf leidt. Sagar is in Mumbai geboren, woont er bijna veertig jaar en wenst de stad nooit - behalve voor een trektocht in de omliggende bergen - voor lange tijd te verlaten. “Het was akelig, zeer zeker. Maar toch vooral voor diegenen die er rechtstreeks bij betrokken waren. Ik ken enkele mensen die in de hotels werden gegijzeld. Ik heb ook weet van mensen die familieleden hebben verloren. Zij lijden een vreselijk menselijk verlies. En zijn op heel directe wijze levenslang getraumatiseerd.

“Heel even zag het ernaar uit dat wij, inwoners van de stad, in staat bleken om de corrupte politiek en de slecht werkende politie- en veiligheidsdiensten van dit land tot verantwoordelijkheid te dwingen. Maar dat geloof heeft slechts enkele maanden geduurd. Toen ging iedereen weer over tot de orde van de dag. Misschien is dat de vloek van deze stad, die door de hardwerkende middenklasse wordt gedomineerd: wij moeten wel overgaan tot de orde van de dag, we moeten wel werken, we moeten zorgen, elke dag weer, dat we een dak boven ons hoofd hebben en eten in de pan.

“Overleven is een voltijdse bezigheid voor de meesten onder ons. De Mumbaise middenklasse heeft zeker een expliciete en vaak ook goed gefundeerde mening over wat er fout gaat, en wat er zou moeten gebeuren om de zaken en het leven beter te doen gaan. Alleen ontbreekt het ons aan tijd om deze standpunten, deze ideologie, structureel te verdedigen.

“Na 26/11 heb ik drie dagen heb ik het werk neergelegd, omdat de stad bezet was, en de inwoners - ook de bedrijven - verdoofd leken. Daarna ging het zakenleven weer door zoals voordien. Toerisme heeft het even te verduren gehad. Maar ook dat is weer ingehaald. De hotels zijn gerenoveerd en vernieuwd. In de lobby van het Taj staat een gedenkteken, maar aan het personeel is gevraagd om niet meer over de aanvallen te spreken. In Café Leopold is het vandaag misschien nog wel drukker dan weleer.’

“Ik heb een reisbureau”, zegt Rushikesh Kulkarni, een ambitieuze prille twintiger die behalve de schoonheid van zijn land ook zijn geloof in de vredelievende samenleving predikt. “Buitenlandse toeristen waren een tijdlang bang en op hun hoede. Wat wil je, twee vijfsterrenhotels waren het doelwit. Maar de Indiërs zelf zijn nuchter. Al moet ik zeggen dat het land voor het eerst zijn eigen tekortkomingen heeft toegegeven. Mensen kwamen op straat om te betogen tegen de interne gang van zaken. We hebben niet alleen van de vijand lessen geleerd, maar ook van onszelf. De inlichtingendiensten, de veiligheidsdiensten: die hebben blijk van incompetentie gegeven en er zijn enkele politieke kopstukken gesneuveld.

“Maar het is zoals Bhairavi zegt. Wij, gewone burgers, verdedigen wat we hebben. We hebben een bescheiden inkomen en bescheiden ambities en die houden deze stad op een schitterende wijze draaiende. Je kunt de middenklasse van Mumbai niet vergelijken met die van een Europees land, denk ik. Wij wonen vaak net zo goed in sloppenwijken. In de betere, dat wel, maar hoe dan ook. De ruimte, en de openbare ruimte, is hier beperkt. En ongelooflijk duur. Daarom dat grote families, met aanhang, in kleine en soms erg bouwvallige woningen verblijven. Tot en met advocaten wonen in chawls, dat zijn veredelde krotten.”

Kulkarni: “De aanslagen van 26/11 worden vaak in een adem met die van 9/11 genoemd. Maar die vergelijking slaat nergens op. Wij, Indiërs, zijn gewend aan terreur op ons grondgebied. Elke maand ontploft er in dit land ergens wel een bom die politiek of religieus is geïnspireerd. Die politieke en religieuze spanning is nauw verweven met buurland Pakistan, en met de omstreden deelstaat Kasjmir. Het politieke establishment beschouwt Pakistan al decennialang als vijand en omgekeerd Alleen al daarom kunnen de aanslagen niet spiegelen aan die van 9/11 in de VS. De Amerikanen waren stomverbaasd toen ze vaststelden dat zij op eigen terrein kwetsbaar bleken. Wij, Mumbaikars en Indiërs in het algemeen, wij weten al van bij ons ontstaan dat we kwetsbaar zijn. Terreuraanslagen maken deel uit van ons leven. Dat neemt niet weg dat dit drama grote boosheid heeft veroorzaakt. Maar boosheid is vaak niets anders dan een uiting van machteloosheid. Intussen zijn we niet meer boos, maar alleen nog machteloos.

“Ik heb er trouwens alle vertrouwen in dat het goed komt met onze relatie met Pakistan. De bilaterale gesprekken zijn hoopgevend. Het zou trouwens dom zijn om een heel land te stigmatiseren alleen maar omdat een klein groepje van hun fundamentalistische jonge mannen het nodig achtte om dood en verderf te zaaien. De moslims zijn mijn broeders, zoals alle Indiërs mijn broeders zijn. Er bestaan evengoed radicale hindoestrijders. Die zaaien ook terreur. Je mag terreurzaaiers geen macht geven. Je mag ze nooit vereenzelvigen met het gros van een natie, of met een religie. Dat is de winst die ze willen en die overwinning mogen ze in geen geval krijgen.”

“Klopt”, voegt Rohan Gupta daaraan toe. Ook Gupta is een prille twintiger die nu zijn stage loopt bij Zoom Channel, een bedrijf dat gespecialiseerd is in film- en songreleases. “Wij, inwoners van Mumbai, zijn banger van overstromingen, watertekort, stroompannes en lamgelegd trein- of autoverkeer dan van bomaanslagen.

“De grote en desastreuze overstroming van enkele jaren geleden heeft grotere wonden geslagen. En als we zien welke drama’s het water op dit moment in Pakistan veroorzaakt, dan houden we ons hart vast. Onze dagelijkse problemen zijn van zeer praktische aard. Daarom is dit geen stad die lang in de rouw kan verkeren. De wereld draait door. Wat er ook gebeurt. En weet je, deze stad is en blijft te allen tijde een dream city. Hier is werk. Hier is ambitie. Cultuur, inspanning, ontspanning. Hier leeft de ondernemingsgezindheid. En hier leeft creativiteit.

“De kans dat je in Mumbai iemand wordt, is groter dan in de rest van het land. Iemand worden: ik bedoel daarmee je droom waarmaken, vooral je economische droom. Die staat voor een redelijk inkomen verdienen. Genoeg om te slapen en te eten, dat is een doel dat voor miljoenen Indiërs nog steeds niet gemakkelijk bereikbaar is.”

Rushikesh Kulkarni: “Mumbai is werkelijk een stad die nooit stil staat. Op die enkele dagen einde november 2008 na, misschien, en zelfs toen lag ze niet geheel maar gedeeltelijk lam. Die constante hyperkinetische beweging wordt door de inwoners van Mumbai gedreven. Zij gaan door. Dag en nacht. En jazeker. Ik ben optimistisch. Van nature. Plus geografisch gestuurd: het optimisme zit in de genen van Mumbai, mijn stad. Dus, laat het me zo stellen: always welcome to Mumbai, of in het Marathi, de taal van Mumbai, Mumbait aapla Swagat ahe.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234