Woensdag 21/08/2019

LGBT

Moslim, homo en best gelukkig: “Ik dacht: het kan niet waar zijn wat die man zegt”

Abdellah Bijat, Musti Önlen en Fourat Ben Chikha. Beeld Bas Bogaerts en Mine Dalemans

Moslim, homo en best gelukkig zijn: het kan zeker. In een veelgelezen opinie op online nieuwsplatform Sociaal.Net gaat Limburger Musti Önlen in tegen alle horrorverhalen. Hij is niet de enige die toont dat het mogelijk is. “Ja, de weg naar volledige aanvaarding is nog lang, maar voorzichtig positieve verhalen verdienen het om te worden gehoord.”

Fourat Ben Chikha (37) uit Gent: ‘Het was de schoonste dag van mijn leven’

Verkozen gemeenteraadslid Gent, campagnecoördinator Groen

“‘In iedere klas zit een homo’, zei een vormingsmedewerker in het vijfde middelbaar. Hij staarde mij aan terwijl hij het zei en zonder het goed en wel te beseffen heeft hij mijn coming-out bij de rest van de klas geforceerd. Ik was op dat moment zelfs nog samen met een meisje.

“Uit complete ontreddering heb ik toen drie dagen met koorts in bed gelegen. Ik dacht: het kan niet waar zijn wat die man zegt. Een jaar lang heb ik het genegeerd, totdat ik op mijn vakantiejob door een man werd verleid. Hij gaf me zijn nummer en ik ben iets met hem gaan drinken.

“Na een week heb ik het aan mijn ouders verteld. Niet omdat het moest, maar ik had altijd een goede band met mijn moeder gehad en ik wou niet liegen tegen haar. Ik dacht: mijn ouders gaan boos en teleurgesteld zijn, maar uiteindelijk zal de liefde overwinnen. Dat was een inschattingsfout. (lacht) Een halfuur later stond ik op straat.

“Vervolgens ben ik van job naar job gehopt. School moest ik door geldgebrek vroegtijdig stopzetten. Op een dag stond ik in de kelder van een schoenenwinkel de stock op te ruimen en ik dacht: ‘Is dit nu mijn leven?’ Met de steun van een vriend ben ik aan volwassenenonderwijs begonnen. Uiteindelijk kon ik hogere studies volgen en behaalde ik met grote onderscheiding een diploma sociaal werk.

Fourat Ben Chikha. Beeld Bas Bogaerts

“In die periode kreeg ik ook de diagnose van kanker. Mijn vader zei dat het een straf van God was. Maar mijn moeder, volledig in paniek, draaide wel bij. Ik denk dat de toenadering er ook zonder die kanker zou gekomen zijn. Ik heb nooit onderhandeld over wie ik ben. Mijn moeder wist dat ik niet op m’n stappen ging terugkomen. Gaandeweg heeft dat ervoor gezorgd dat ze meer met het thema vertrouwd is geraakt en een rust heeft gevonden.

“Ik heb nu al even een partner en mijn moeder heeft die een paar jaar geleden ontmoet. Dat was de schoonste dag van mijn leven. Mijn huidige vriend maakt geen probleem van mijn geloof, m’n vorige partners wel. Ze zeiden: ‘De islam heeft je uitgespuwd, hoe kan je dan nog geloven?’ Dat klopt niet. Mijn ouders hebben de islam als excuus gebruikt, zonder kennis van zaken. Geen van m’n ouders heeft ooit de Koran gelezen.

“Vandaag zou ik niet meer voor van de weg van confrontatie kiezen. Tegenwoordig is er ook het internet, waar je sneller kan vinden bij wie je te rade moet gaan, zoals bij Merhaba (vzw voor alle holebi, transgender en intersekspersonen met een migratieachtergrond). Niets zeggen is een strategie die je steeds vaker ziet: als een man de dertig gepasseerd is en nog steeds niet getrouwd is, gaat er op den duur ook wel een lichtje branden. In het onuitgesprokene zit er soms heel veel voor de goede verstaander.”

Musti Önlen (27) uit Hasselt: ‘Ik hunker naar een vaste relatie’

Educatief medewerker, actief in de jeugdhulp

“Op mijn twaalfde wist ik dat ik homo was, een jaar later is mijn broer erachter gekomen. Ik had een chatgesprek laten openstaan waarin nogal wat duidelijk werd. (lacht) M’n broer heeft het dan tegen mijn mama gezegd. Zij heeft heftig gereageerd, en ook de reactie van mijn vader was fel.

“Even later, op mijn vijftiende, ben ik uit de kast gekomen bij vrienden en klasgenoten. Mijn coming-out werd positief onthaald, waardoor ik meer zelfvertrouwen kreeg. Ik heb me nooit als ‘Musti, de homo’ geprofileerd, maar ik wilde ook niet meer verdoezelen dat ik op jongens viel.

Musti Önlen. Beeld Mine Dalemans

“Na het middelbaar heb ik een sabbatjaar genomen. Ik had nood aan reflectie en bezinning. Vanuit Parijs ben ik alleen naar Santiago de Compostela gewandeld: 2.100 kilometer in 77 dagen. Vind je dat vreemd? Ik heb in mijn leven islamitische bedevaartsoorden bezocht, maar ook katholieke. Of je nu Allah of God zegt: je refereert naar hetzelfde.

“Die tocht heeft mijn leven veranderd. Toen heb ik ingezien wie ik ben als persoon, waar ik voor wil gaan. Ik besefte dat ik mijn ouders moest vergeven, anders ging ik met woede blijven zitten. Dat wilde ik niet.

“Zes jaar gingen voorbij vooraleer mijn ouders en ik terug op een respectvolle manier met elkaar konden communiceren. Pas dan hebben ze het beeld van mij met een knappe vrouw aan mijn zijde, liefst met drie kinderen, wat kunnen loslaten. Ze hadden tijd nodig. Maar uiteindelijk ben ik nog steeds hun zoon, hun vlees en bloed. Ik zie ze tegenwoordig twee à drie keer per maand.

“Ik heb één langdurige relatie van 2,5 jaar gehad. Mijn ouders hebben mijn ex nooit ontmoet, maar ze wisten wel dat we samenwoonden. Ze hebben enkel een foto van hem gezien. Hem fysiek ontmoeten, bleek nog te moeilijk. Mijn moeder stond wel open voor een goed gesprek van tijd tot tijd. Als het even slecht ging in mijn relatie, kon ik met haar praten. Dat deed deugd.

“De gemiddelde blanke homo denkt nu misschien: ‘Oh neen, hij kan niet met zijn vriendje naar huis.’ Ik roep hen op om zich eens in mijn schoenen te plaatsen. Natuurlijk verlang ik naar honderd procent erkenning. Maar met vallen en opstaan vinden we een middenweg. Dat is al een overwinning.

“Homovrienden heb ik niet echt. Veel homo’s staan kritisch tegenover moslims, vluchtelingen… maar tegelijkertijd willen ze eens in bed duiken met iemand met een mediterraans kleurtje. Dat vind ik degoutant. Ik ga dus niet op stap in de gay scene. Ik heb even van het vrijgezellenleven geprofiteerd, maar nu hunker ik toch weer naar een vaste, stabiele relatie.”

Jaouad Alloul (33) uit Antwerpen: ‘Door mijn moeder heb ik geluk in het leven’

Sociaal ondernemer, theatermaker en performer

“Ik heb het voor mezelf aanvaard toen ik 18 was. Als twintiger heb ik vervolgens alles gedaan wat God heeft verboden: als dragqueen in het Sportpaleis gestaan, het volledige spectrum van seksualiteit en gender bewandeld. Ik waande mij in een snoepjeswinkel en ik wou van alles kunnen proeven.

“Negen jaar lang heb ik niet met mijn vader gesproken. Op mijn 29ste ben ik terug naar hem gegaan. Stelselmatig heb ik de band met hem terug opgebouwd.

“Tijdens ons eerste gesprek zei ik: ‘Luister, ik ga op geen enkele manier de waarheid verbloemen.’ Iedere keer dat ik eerlijk was, was hij niet blij met mijn antwoorden. Nu hebben we die confronterende gesprekken niet meer. Hij wil gewoon weten hoe ik in het leven sta, hoe ik voor mijn medemens zorg.

Jaouad Alloul. Beeld Bas Bogaerts

“Mijn moeder is gestorven toen ik 15 was. Zij is altijd bij me. Dat is ook de reden waarom ik echt geluk heb in mijn leven. Er is altijd iemand naast mij aan het wandelen. Dankzij haar trek ik alleen maar mooie mensen aan.

“Ik ben eigenlijk altijd gelukkig geweest. Maar ik wou dat geluk kunnen delen met de mensen die mij echt hebben zien opgroeien, niet enkel met vrienden. Het is een algemene trend dat de meeste mensen geen goede band met hun ouders hebben; ik had gewoon geen band. Op het einde van mijn twintigerjaren begon dat te steken. Ik ben tot het besef gekomen: familie is heel belangrijk, ze zijn je wortels en die moet je onderhouden.

“Als je met negatieve gedachten rond je geaardheid zit, twijfel je of je mag bestaan. Daarom ga ik met mijn monoloog Zeemeermin in Vlaamse en Brusselse scholen over zelfaanvaarding spreken. Ik geloof dat veel zoekende tieners gesterkt worden door erover te praten.

“Ik heb van niets spijt. Dat staat niet in m’n woordenboek. Door die tijdelijke breuk met mijn ouders heb ik een relatie met mezelf kunnen opbouwen. Ik heb nu een partner. Ik ben 33 en ik kan nu zeggen dat ik eindelijk ben begonnen met leven.”

Abdellah Bijat (24) uit Gent: ‘Ik mis mijn ouders niet’

YouTube-vlogger AbdeLL United, werkzoekend

“Op mijn achttiende heb ik voor het eerst met een man geëxperimenteerd. Ik heb het toen nog niet omarmd. Ik heb een jaar onderzoek gedaan in geloof en Koran en ontdekt dat er niets haatdragend tegenover homo’s wordt gezegd. Bovendien, als je kijkt naar de geschiedenis van de islam, zie je dat homoseksualiteit bestond en aanvaard werd. Er waren ook heel bekende kaliefen die homo- of biseksueel waren. Ik kwam tot de conclusie dat ik mij nergens voor moest schamen.

“Mijn ouders zijn het via via te weten gekomen. Ik zat in het eerste academiejaar twee weken op kot en ik kreeg een Facebook-bericht van mijn zus: ‘Rot op met je eigen leven.’ Ik dacht: oké, nu moet ik het op mezelf doen. Ik heb dat even moeten verwerken, maar nu is het een extra stimulans om me niet meer te verloochenen. Ik ben ook eerlijk geweest met oude kameraden.

Abdellah Bijat. Beeld Bas Bogaerts

“Twee jaar geleden heb ik deelgenomen aan de Mr Gay Belgium-verkiezing. Nu voel ik me in het reine met mijn seksualiteit. Ik krijg via Instagram veel berichten van Marokkaanse en Turkse jongeren die ik inspireer. Ze zijn heel onzeker. Ze hebben vaak het gevoel dat ze niet mogen zijn wie ze zijn en dan ga ik in gesprek met hen. Ik toon verzen van de Koran: er is een andere tijd geweest in de islam, nu is die voorbij, maar dat wil niet zeggen dat we onszelf niet mogen zijn. Ik ben gelovig. Ik geloof dat er een God is.

“Een echt lange relatie heb ik nog niet gehad. Voor sommige homo’s is het moeilijk. Ik doe elk jaar mee aan de ramadan, velen snappen dat niet. Maar als je echt van iemand wilt houden, denk ik dat mensen openstaan om andere aspecten te leren kennen.

“Ik mis mijn ouders eerlijk gezegd niet omdat ik gelukkig ben met wie ik ben. Alles wat ik heb meegemaakt heeft me gemaakt tot de persoon die ik ben.”

Adam* (26) uit Gent: ‘Het is lastig om ons als koppel te gedragen’

Actief in de publieke sector

“Ik wist het al in het vierde, vijfde leerjaar. Ik had een vriend en kwam daar goed mee overeen, beter dan met de rest. Als kind denk je daar niet echt over na, maar achteraf kan ik zeggen dat dat het beginpunt was.

“Tijdens mijn tienerjaren is ons gezin een paar jaar terug naar Syrië gegaan. Daar was het zeker not done om mijn gevoelens te uiten. Ik zat in een klas met een vijftigtal andere jongens. Testosteronbommen zeg maar. (lacht) Als de jongens over meisjes begonnen te babbelen, hield ik me afzijdig. Ik gebruikte de smoes van religie: dat mag toch niet.

“Sommige jongens begonnen porno uit te wisselen. Dat was voor mij echt het moment waarop ik wist: dit is mijn ding niet, ik ben niet zoals alle andere jongens. Ik heb in die periode een ervaring gehad met een jongen van m’n leeftijd, maar dat was meer prutsen.

“Eenmaal terug in België begon ik op m’n eerste smartphone online wat op te zoeken. Ik vond chatsites waar je met andere jongens kunt babbelen. In het begin was dat sporadisch, maar hoe langer hoe meer interesse ik ben gaan tonen. Het was een openbaring. Ik kwam meer in contact met jongens.

“Uiteindelijk heb ik ook Grindr gedownload en heb ik iemand leren kennen. Ik was toen 24. We zijn nu twee jaar samen. Het is een hele geruststelling dat het uiteindelijk goed gekomen is. Op sommige momenten had ik de hoop opgegeven: ik ga nooit kunnen zijn wie ik wil zijn.

“In het tweede jaar aan de unief is mijn moeder het te weten gekomen. Ik had het aan een neef gezegd. Hij kampte met depressie. In een moment waarop hij redelijk suf was door de antidepressiva die hij slikte, heeft hij er alles uitgeflapt.

“Zijn moeder vond het nodig om de hele familie in te lichten. Eerst kreeg ik een boze telefoon van m’n tante. Ze vroeg: ‘Klopt het?’ Ik dacht: ik ga niet meer liegen. Uiteindelijk heeft ze m’n ouders gebeld. Mijn moeder barstte tranen uit. Haar eerste respons was: bel uw tante terug en zeg dat je dat als experiment voor het vak sociologie hebt gedaan. Natuurlijk lukte dat niet.

“Mijn ouders zijn toen midden in de herexamens naar m’n kot gekomen. De eerste vraag van m’n vader was: ‘Geloof je nog in God?’ Ik antwoordde dat ik serieus veel twijfels had. Hij zei: ‘We zien je supergraag, we willen niet dat je naar de hel gaat.’ Het was een emotioneel gesprek. Op mijn volgende examen was ik uiteraard niet geslaagd.

“Nu ben ik afgestudeerd. Om de twee weken ga ik naar huis, maar er wordt niet over gebabbeld. Af en toe krijg ik de vraag of ik ‘handel naar mijn lusten’. Soms denk ik: misschien moet ik het eens vertellen van mijn vriend. Langs de ene kant wil ik verlost zijn van de leugen, maar ik wil ook het contact niet verliezen. Ik ben daar nog niet klaar voor.

“Het is echt de eerste generatie die naar hier is gekomen, in de jaren 80. Ze houden erg vast aan het religieuze en het culturele, want hun religie en hun kinderen waren hun enige ankerpunten. Hun kanalen waarmee ze communiceren met het thuisfront, hun tv-zenders en WhatsApp-groepen… Het gaat enkel over religie. Dat is een systeem dat zichzelf in stand houdt. Om verandering te brengen moeten zonen en dochters hun ouders heropvoeden, hen zeggen: homo zijn is geen schande.

“In het openbaar is het lastig om ons als koppel te gedragen. In Gent is het geen probleem, maar in andere steden waar ik bang ben dat m’n familie me zou zien, tonen we minder affectie. Vrienden vinden dat raar, maar uiteindelijk is dat deel van het proces. Ik ben dankbaar dat m’n lief daar akkoord mee gaat en me er zo in steunt. Zonder dat emotioneel vangnet weet ik niet wat ik zou beginnen.”

Adam is een schuilnaam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden