Dinsdag 18/06/2019

Antwerpen-Centraal

Mormoonse missionarissen: "God heeft het zo gewild. Ons lot lag hier in België en Nederland"

Julie Harris (links) en Taylor Bitton. Beeld Illias Teirlinck

Van Salt Lake City naar Sint-Niklaas is een heel eind. Mag je maar twee keer per jaar naar huis bellen, dan wordt die afstand nog groter. Gelukkig voor zuster Julie Harris en zuster Taylor Bitton is God makkelijker te bereiken. 

Het is het naamplaatje dat hen onderscheidt van de andere reizigers. 'Sister Harris' staat op het ene plaatje, 'Sister Bitton' op het andere. Allebei gaan ze op in het peloton reizigers dat de IC-trein van Gent naar Antwerpen uitstoot op perron 1, op het bovenste, meest prestigieuze platform van Antwerpen-Centraal. Je ziet honderden mensen in alle mogelijke vormen, kleuren en stijlen, en net in dat lappendeken zijn zuster Harris en zuster Bitton te onopvallend om niet te zien, te atypisch voor het peloton dat ieder uur uit Gent en Sint-Niklaas arriveert. Op die lijn ontwaar je pendelaars in donkere jeans. Ze hebben haast en willen als eerste aanschuiven voor een coffee to go.

Daarnaast heb je op die lijn ook twee soorten koppels uit de provincie: meisjes aan de arm van moeder, of meisjes aan de arm van hun vriendje, maar ongeacht wie in de zijspan meerijdt, de bestemming is ongewijzigd. De Meir. Hen zie je 's avonds terug met grote, bruine, papieren zakken. 'Primark' staat gedrukt in blauwe letters. Kledij aan dumpingprijzen. De laatste groep vaste personages is het contingent gepensioneerden. Zij dragen lederen heuptassen en volgen een
vrouw die een paraplu omhoog steekt: "Dit station is dus gebouwd in opdracht van Leopold II..." 

Harris en Bitton behoren niet tot die groepen, en vallen op met hun naamplaatje en de deftige, wat stijve kledij. Ze lijken studenten op weg naar een mondeling examen, of sollicitanten. Maar dan lees je de naamplaatjes wat grondiger. Onder de namen Harris en Bitton staat 'De kerk van Jezus Christus van de heiligen der laatste dagen'. Harris en Bitton zijn zusters. "Wij trekken als missionarissen door jullie land." Ik krijg de vraag plots zelf voorgeschoteld: "Heb je even tijd voor ons?" Het zijn mormonen.

In Antwerpen-Centraal moet je op alles voorbereid zijn, ook op Amerikaanse missionarissen. Dan helpt je eigen streng katholieke achtergrond om dat te kunnen plaatsen. De zusters leggen me eerst de ontstaansgeschiedenis uit van het mormonisme. Dat de kerk in 1830 is ontsproten aan de geest van Joseph Smith.

"In een visioen waren God en Christus aan Smith verschenen", vertelt Harris. "In navolging van die ene grote vraag die hij zich stelde: 'Welke kerk is nu eigenlijk de ware?' Het leidde tot de oprichting van de mormoonse kerk, die zich schikt naar de oorspronkelijke kerk zoals die door Jezus Christus werd gesticht."

Smith wordt gezien als de eerste profeet en zijn volgelingen zijn de 'heiligen van de laatste dagen', zoals de gezusters Harris en Bitton dus. Polygamie heeft de zeer conservatieve kerk al een tijd afgezworen, al heb je ook nog de 'Fundamentalist Church of Jesus Christ of Latter-Day Saints', een radicale afsplitsing waarbinnen polygamie nog altijd is toegestaan. Volgelingen als Harris en Bitton mijden ook alcohol, koffie, thee en tabak, dragen altijd nette kleren – mannen in pak, vrouwen nooit kortgerokt – en dragen altijd en overal hun naamplaatje. Opdat iedereen hen kan aanspreken. Vandaag zijn de mormonen met meer dan 15 miljoen, waarvan het gros nog altijd in de Verenigde Staten woont. De bekendste is wellicht Mitt Romney, de Republikein die de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2012 verloor van Barack Obama. 

Beeld Illias Teirlinck

Focus op de missie

Bitton: "Het centrum van onze kerk ligt in Utah, in Salt Lake City. Het is Brigham Young, de opvolger van de toen al gestorven Joseph Smith, die de eerste mormonen naar Utah leidde en de kerk daar uitbouwde. Ik kom zelf ook uit Utah, uit Ogden, en heb nooit iets anders gekend dan de mormoonse kerk."

Harris: "Ik kom uit Manassas, in de staat Virginia, en vertrok naar Salt Lake City om me daar klaar te stomen tot zendeling. Iedere gelovige uit onze kerk heeft de kans om op missie te gaan, waar ook ter wereld. Het is simpel: je vult een formulier in, geeft aan wie je precies bent en waar je vandaan komt, en legt een paar interviews af met je oversten. That's it. Alleen mag je je bestemming niet zelf kiezen. Dat doet de kerk zelf, die daarvoor door God wordt geïnspireerd. De
missie moet je ook zelf bekostigen. Iedere missionaris betaalt hetzelfde bedrag, waar ook ter wereld, waarna de kerk dat bedrag aftoetst aan de prijzen voor kost en inwoon in een bepaald land, en ons eventueel financieel tegemoetkomt. Hier in België krijgen wij zo af en toe wat extra geld om eten te kopen. De rest wordt voor ons geregeld, ook het verblijf. Wij moeten maar op één ding focussen: de missie."

Beeld Illias Teirlinck

Bitton: "Mijn vader werd indertijd in eigen land uitgezonden naar Missouri, en een tijd geleden vertrok mijn zus naar Argentinië."

Harris: "En wij kregen dus 'België en Nederland' te horen. Natuurlijk was dat schrikken. Ik had al gehoord van die landen, maar wist niet welke taal jullie hier spreken."

Bitton: "God heeft het zo gewild. Ons lot lag voor twee jaar hier in België en Nederland."

Harris: "Stonden wij daar plots in Groningen, in het noorden van Nederland."

Bitton: "Zes weken lang werden we voorbereid op onze missie. In die anderhalve maand leerden we onze bestemming beter kennen en kregen we Nederlandse les. Natuurlijk kun je de taal niet spreken in zo'n korte tijd, maar goed, je toont je goede wil als je de mensen aanspreekt in hun moedertaal. Maar er rust geen verpletterende druk op onze schouders. Althans, die ervaar ik zo
niet. Het gaat ook om de persoonlijke ervaring. Voelen wie Jezus Christus is."

Harris: "Tijdens de spoedcursus leer je hoe mensen aan te spreken, hoe je een gesprek op gang houdt en hoe je mensen de kracht van Christus kunt bijbrengen. Via rollenspelletjes wapenen de leerkrachten ons tegen de verwachte tegenstand. Die rollenspelletjes zijn best realistisch. Ze zijn een handvat om je staande te houden als mensen je proberen af te wimpelen."

Bitton: "Na 4,5 maanden in Groningen volgde een even lange periode in Den Haag, om nu in Sint-Niklaas te verblijven. Na zes weken in een bepaalde stad bestaat de kans dat de kerkleiding je opbelt en je opnieuw naar een andere stad verhuist. We zijn vandaag in Antwerpen om een meeting bij te wonen van andere mormoonse zendelingen in deze streek, maar evengoed zitten we volgende week niet meer in Sint-Niklaas maar in Gent, waar ook een mormoonse kerk is, of in Grimbergen of Nijvel."

Geen toerist

Harris: "Zes op de zeven dagen gaan we de boer op. Tijd om het land als toerist te leren kennen is er dus niet. Soms gaan we van deur tot deur. Andere keren spreken we mensen lukraak aan op de tram of trein. Op een zachte, rustige manier gaan we op zoek naar de hoop die in ieders hart leeft. De hoop om Christus te ontmoeten. Wij willen de oorspronkelijke kerk zoals Jezus Christus
die stichtte echt beleven."

Bitton: "Maar simpel is dat niet. Het was schrikken voor mij om aan te komen in een cultuur waarin verschillende religies huizen, dus niet alleen katholieken. Ik kom uit Utah, uit een strikt mormoonse gemeenschap en had moeite om de afbrokkeling van de katholieke kerk hier in Europa te begrijpen. Dan klop je ergens aan en hoor je: 'Geloven? Ja, dat deed ik vroeger. Ik kom
uit een katholiek gezin, maar dat interesseert mij allemaal niet meer.' Soms krijg je de deur gewoon tegen je neus. 

Beeld Illias Teirlinck

"Nog zoiets: 'Als er echt een God is, leg mij dan eens uit waar al die miserie vandaan komt?' Daar gaat het niet over, maar daar hebben de mensen geen oren naar. Religie in het algemeen heeft bij veel mensen in België en Nederland een negatieve connotatie. Het gaat om aanslagen, om conflicten, niet om liefde en kracht. Dat maakt me droef. Mensen geven religie te weinig de kans om hun leven te verrijken.

"Ik heb al moeilijke momenten gekend tijdens deze missie, dat durf ik toegeven. Momenten dat ik het niet meer zag zitten, wanneer ik voor de zoveelste keer geen gehoor vond. Veel zendelingen keren terug naar hun moederland en hebben in die twee jaar misschien twee of drie mensen kunnen overtuigen om zich aan te sluiten bij onze kerk. 

"Bovendien kunnen we maar één keer per week mailen naar onze familie. Bellen niet, dat is verboden. Slechts twee keer per jaar is telefonisch contact toegestaan: op Kerstmis en op Moederdag. Dat maakt het extra zwaar. Het is vijf dagen werken, zondag naar de kerk en maandag hebben we vrijaf. Bidden doen we sowieso iedere dag meermaals, net als het bestuderen van de geschriften. Dan rest er niet veel vrije tijd."

Harris: "Het is de kracht van God en Jezus Christus die ons voortstuwt."

Bitton: "God wil ons hier. Dus zijn we hier."

Harris: "Deze ervaring neemt niemand me ooit nog af. Ze heeft mijn verbondenheid met God alleen maar versterkt. Maar er komt ooit een einde aan. Na deze missie wacht ons een ander leven in de Verenigde Staten. Binnen de mormoonse gemeenschap, dat spreekt voor zich, maar de focus verschuift naar de studies en de gezinnen. Ik wil industrieel ingenieur worden, maar nooit zal dat de bovenhand nemen. God is nu in mijn leven. En dat zal niet veranderen."

Bitton: "Ik kies voor Engels en hoop te werken voor een uitgeverij. Misschien geef ik ooit religieuze boeken uit."

Harris: "Bedankt voor je tijd. Bedankt om even naar ons te luisteren."

Beeld Illias Teirlinck
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden