Maandag 30/03/2020

Moraal antioorlogskamp is vals

Ook nu de massagraven van Saddam opengaan, weigeren de tegenstanders van de oorlog in Irak hun bakens te verzetten. Zij tonen daarmee aan dat hun moraal vals is, vindt Soedish Verhoeven.

Het feit dat er in Irak nog steeds niets gevonden is, wordt al sinds het einde van de oorlog door het antioorlogskamp aangevoerd als bewijs van zijn gelijk: 'Zie je wel, er wáren helemaal geen massavernietigingswapens in Irak.' Die redenering is gebaseerd op een boosaardige logica, waarbij men de tegenpartij ervan beschuldigt voor de oorlog niet te hebben gehandeld overeenkomstig kennis die pas na de oorlog is opgedaan.

Feit is dat voor de oorlog niemand met zekerheid kon stellen dat Saddam geen massavernietigingswapens bezat. Sterker nog: Iraks mogelijke bezit van dat soort wapens werd door velen gebruikt als argument tegen de oorlog. Saddam zou ze kunnen inzetten.

De grootste leugen van voor de oorlog waren dan ook niet de claims over het Iraakse wapenpotentieel, maar was de opvatting dat er voor de Amerikaans-Britse koers van 'regimewissel' een zinnig alternatief bestond. Dat alternatief was volgens het antioorlogskamp een voortzetting van de VN-wapeninspecties en VN-sancties, zoals die al twaalf jaar aan de gang waren.

"Hoe gemakkelijk zijn we ervaringen vergeten van de eerste poging om Irak via internationale inspecties te ontwapenen", schreef David Kay, het voormalige hoofd van het nucleaire VN-wapeninspectieteam in The Washington Post. Hij wees erop dat Unscom pas in 1995, na vier jaar inspecties, op het spoor kwam van Iraks biologische-wapenprogramma. De wapens lagen onder andere verborgen in verlaten spoortunnels. "Zelfs voor de beste inspecteurs is het vrijwel onmogelijk om wapens te vinden op zulke plaatsen in een land zo groot als Irak", aldus Kay. Ook omdat... "het aantal inspecteurs altijd erg klein was, zelden meer dan driehonderd in het hele land..." De 'vondst' werd dan ook pas gedaan nadat Saddams gevluchte schoonzoon in Jordanië een boekje had opengedaan over Iraks verboden wapenbezit.

De inspecties werden verder ondermijnd door het feit dat Irak vrijwel altijd van tevoren wist waar en wanneer ze zouden plaatsvinden. Kay: "Van de bijna vijfhonderd inspecties die Unscom tussen 1991 en 1998 heeft uitgevoerd, kwamen er slechts zo'n zes voor de Irakezen als een verrassing. Toen, net als nu, opereerden de inspecteurs in een omgeving die door en door in de gaten werd gehouden door Irak. Hotelkamers, restaurants, kantoren en auto's waren alle voorzien van afluisterapparatuur."

De opvatting dat het nieuwe inspectieteam, Unmovic, meer kans van slagen zou hebben dan zijn voorganger, Unscom, was je reinste (zelf)bedrog. Vanwege de beschuldiging van spionage, op grond waarvan Saddam in 1998 Unscom de deur had gewezen, had Unmovic minder bevoegdheden dan Unscom. Het was de nieuwe inspecteurs om die reden zelfs verboden om wapenexperts mee te nemen naar Irak. Mocht inderdaad blijken dat Irak geen massavernietigingswapens meer bezit, dan is dat kennis die zonder de oorlog nooit verkregen zou zijn.

Wat de antioorlogs- en pro-VN-lobby steeds wijselijk verzweeg, was dat zij niet alleen koos voor een voortzetting van de VN-inspecties en -sancties tegen Irak, maar ook voor handhaving van Saddams dictatuur. Nooit heeft het antioorlogskamp willen inzien dat het juist die dictatuur was die de VN-sancties en VN-wapeninspecties tot zo'n rampzalige mislukking maakten en dat daarin de rechtvaardiging lag voor de optie 'regimewissel'.

De VN-sancties zijn vanaf het begin door Saddam gebruikt om zijn volk te onderdrukken. De opbrengsten van de olie die Irak mocht verkopen, om daarvan voedsel en medicijnen te kopen voor de eigen bevolking, werden door Saddam voornamelijk uitgegeven aan wapens en paleizen. Het aantal Iraakse kinderen dat daardoor is gestorven, wordt geschat op zo'n vierhonderdduizend. Als we daar de doden bij optellen als gevolg van terreur en massa-executies over het afgelopen decennium op zo'n zeshonderdduizend.

De Irak-oorlog daarentegen, heeft naar schatting aan zo'n zesduizend Iraakse burgers het leven gekost. Volkomen terecht merkte Peter Bouckaert, van Human Rights Watch, daarom op: "Het grootste massavernietigingswapen in Irak was het eigen regime..." Maar die feiten hebben op het antioorlogskamp geen enkele indruk gemaakt. Massaal verkozen de pacifisten en legalisten de handhaving van een genocidale dictatuur boven een oorlog die daaraan een einde zou maken. Voor het eerst werden daarmee de begrippen 'vrede' en 'internationaal recht' synoniem met martelingen en massamoord. Zelfs het feit dat er in Irak sinds het einde van de oorlog waarschijnlijk meer mensen zijn opgegraven dan begraven, heeft het antioorlogskamp niet ertoe gebracht de bakens te verzetten. Daarom, als de Irak-oorlog iets aan het licht heeft gebracht, dan is het wel dat het trotse idealisme en de mensenrechtenmoraal van de tegenstanders van de Irak-oorlog door en door vals zijn; leugenachtiger dan welke claim over Iraakse massavernietigingswapens ook.

Soedish Verhoeven is historicus en docent geschiedenis in Den Haag.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234