Woensdag 12/05/2021

Mooie jonge pitbulls

Het lijkt nu al bijna een traditie geworden: na Mooie jonge goden ('86) en Jonge sla ('94) verschijnt begin oktober Mooie jonge honden, opnieuw een verhalenbundel waarin een selectie talent van eigen bodem laat zien wat het in zijn of haar mars heeft. In het verleden vervulden deze boekjes zowat dezelfde functie als de verzamelbundels die in Amerika Tien schrijvers voor het volgende decennium heten. Leuk is onder meer dat ze weleens een tendens durven bloot te leggen. 'Op basis van deze bundel kun je nochtans onmogelijk van een tendens spreken', zegt Hans Cottyn van Mooie jonge honden-uitgever Van Halewyck. 'Al viel het mij wel op dat opmerkelijk veel geselecteerde verhalen bijzonder gewelddadig zijn.'

1986. De inmiddels ter ziele gegane uitgeverij Kritak ('Kritiese Aktie') verzamelt ruim een dozijn verhalen van gevestigde en minder gevestigde jonge Vlaamse schrijvers en publiceert ze onder de noemer Mooie jonge goden. De titel, een vondst van de man die een tijdlang als Oppergod der Vlaamse letteren door het leven ging, werd bijna een staande uitdrukking. De term Mooie jonge goden werd en wordt ook nog altijd vaak gebruikt om er de generatie Brusselmans-Lanoye mee aan te duiden.

Anders dan de vorige, 'stille' generatie deinsden deze nieuwlichters er niet voor terug om hun romans te slijten zoals de slager zijn vlees en de popster zijn liedjes. Halve rocksterren werden ze, coole jongens die onze literatuur verrijkten met elementen die de lezer sinds de gloriedagen van de grote Jef Geeraerts had moeten ontberen. Seks, drugs en rock-'n-roll, als het ware. Wie de Mooie jonge goden-bundel vandaag, zeventien jaar later, nog eens ter hand neemt, kan niet anders dan vaststellen dat de titel van het boek ooit een eigen leven is gaan leiden. Behalve van het genoemde duo stonden er in de bundel immers ook verhalen van schrijvers als Stefan Hertmans, Guido Van Heulendonk en de vroeg gestorven Wim Neetens. De drie schrijvers koesterden een literatuuropvatting die diametraal tegenover die van Brusselmans en Lanoye stond. Op de keper beschouwd was Mooie jonge goden dan ook niet veel meer of minder dan een verzameling verhalen van nieuwe, over het algemeen opvallend getalenteerde en zelfbewuste auteurs. Als Mooie jonge goden een mijlpaaltje in onze vaderlandse literatuur mag heten, dan omdat er een aantal schrijvers in verenigd waren die, om met Lanoye te spreken, 'de vermolming' van onze letteren in de jaren zeventig hebben bestreden.

Een schot in de roos was de bundel in elk geval. Toen André Van Halewyck in 1994 "als een schurftige hond van zijn erf werd gejaagd" en niet veel later een nieuwe, onafhankelijke en Vlaamse uitgeverij uit de grond stampte, aarzelde hij niet om bij wijze van statement opnieuw een verhalenbundel met jong talent van eigen bodem uit te geven. Jonge sla, zoals de bundel deze keer werd gedoopt, bevatte werk van onder veel anderen Jeroen Olyslaegers, Peter Verhelst, Elvis Peeters, Leen Huet, Anne Provoost en Bart Moeyaert. Jonge sla bevatte echter niet enkel strikt literaire teksten. Geheel conform de tijdgeest wilde de bundel getuigenis afleggen van grensvervaging. Zo mocht onder meer ene Jan Fabre een bijdrage leveren, en met hem een boel andere theatermakers. Nieuw was verder een begeleidende tekst, waarin de samenstellers van Jonge sla opvallend nadrukkelijk stelden dat auteurs zich anno 1994 "minder dan ooit aan gemeenschappelijke inhouden of thema's" hielden. "Geen programma, wellicht zelfs geen generatie, en zeker geen generatievorming. Programma's worden als vervelend en inefficiënt beschouwd. Elke auteur gaat zijn eigen weg."

Een begrip als Mooie jonge goden is Jonge sla nooit geworden, maar dat weerhield de redactie van het literaire tijdschrift er niet van om acht jaar later opnieuw met de bescheiden traditie aan te knopen. En opnieuw was het André Van Halewyck die bereid werd gevonden de door de redactie geselecteerde verhalen met zijn kennis van zaken uit te geven. Mooie jonge honden wil werk van zowel reeds enigszins gevestigde namen als nobele onbekenden presenteren. Zo viel het oog van de De Brakke Hond-redactie op verhalen van al min of meer bekende talenten - Jef Aerts, Saskia De Coster, Bart Koubaa, David Nolens, Hanneke Paauwe, Yves Petry, Filip Rogiers, Peter Terrin, David Van Reybrouck, Christophe Vekeman en Dimitri Verhulst - en op die van nog onontdekte pennen: Frank Bambust, Thomas Blondeau, Dimitri Bontenakel, Christophe Dirickx, Ilse van Beversluys en de piepjonge Jan van Loy.

Als eindredacteur bij Van Halewyck heeft Hans Cottyn alle zeventien verhalen uiteraard met zeer veel aandacht gelezen. Een echte tendens viel volgens hem niet te ontdekken. "Tenzij misschien dat er in Vlaanderen goed geschreven wordt, en dat er vandaag wel degelijk zoiets als een jonge generatie Vlaamse schrijvers bestaat. Wat ze schrijven, loopt evenwel heel sterk uiteen. Je kunt er onmogelijk een noemer op plakken. Los daarvan viel het mij wel op dat opmerkelijk veel geselecteerde verhalen bijzonder gewelddadig zijn." Een Quentin Tarantino-effect? "Het zou kunnen. Al zijn de films van Tarantino in zekere zin een aanklacht tegen het geweld. Het is bij wijze van spreken zinvol geweld. Die moraliteit ontbreekt in veel van onze verhalen."

Mooie jonge goden gaf eertijds aanleiding tot een polemiek. De mooie en toen nog zeer jonge godin Kristien Hemmerechts vroeg zich kort na verschijning niet ten onrechte af waarom er in deze verhalenbundel niet één vrouw vertegenwoordigd was. Hemmerechts stipte aan dat de schrijverij ondanks meerdere feministische golven toch nog altijd een "fallische" bezigheid was.

De rol van de fallus lijkt in de Vlaamse letteren nog niet helemaal uitgespeeld. Voor wat de bundel Mooie jonge honden betreft, is de verhouding reu/teef nog altijd veertien tegenover drie. "Vraag me niet hoe dat komt", zegt Cottyn. "Ik vrees dat die vraag net dezelfde is als de vraag waarom de vrouw gemiddeld nog altijd minder verdient dan de man. (lacht) Maar er is beterschap in zicht. Wij zijn al van nul naar drie geëvolueerd."

Stof voor polemiek biedt Mooie jonge honden in elk geval. Wat moeten we, behalve van de vrouwelijke ondervertegenwoordiging, bijvoorbeeld denken van de totale afwezigheid van een Vlaming van allochtone origine? Frankrijk, Duitsland, Nederland en Groot-Brittannië: in alle ons omringende landen slagen de migranten van de tweede of derde generatie erin om mee de toon te bepalen in de literatuur. In Vlaanderen is dat kennelijk nog altijd niet het geval. De vraag is in hoeverre dat toeval is.

Jeroen de Preter

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234