Donderdag 22/04/2021

Mooi, zo’n Afghaans stuk antiek in de living

undefined

Met een camera duidelijk in zijn kielzog stapt de Nederlandse auteur Arthur Brand een willekeurige antiekwinkel binnen op de Zavel in Brussel. Voor zijn boek Het verboden Judas-evangelie en de schat van Carchemish slaagde Brand erin door te dringen in de illegale kunsthandel. Geroofde kunstschatten herkent de Nederlander op meters afstand. In de winkel wordt Brands aandacht onmiddellijk getrokken door een figuratief beeld. Enthousiast komt de jonge verkoper op hem toe gestapt. Brand lacht beminnelijk.- “Komt dit stuk uit Afghanistan? Ja, zeker. Is dit een stuk uit een oude collectie?”- “Ja, het komt uit een Belgische privécollectie.”- “Een Belgische privécollectie? U weet dus zeker dat dit niet een paar jaar geleden werd opgegraven tijdens de oorlog?”- “Je kunt het nooit zeker weten.”- “U weet het niet zeker?”- “Wel voor dit stuk. Maar je kunt onmogelijk weten of het niet eerder uit Afghanistan is gehaald.”- “Hoe kunt u het dan zeker weten voor dit stuk?”- (...)- “Het woestijnzand zit er nog op.”- (ongemakkelijk) “Ja. Nee, dat is geen zand.”- “Toch wel. Waarom zit het woestijnzand er nog op?”- “Oké, misschien komt dit stuk uit Afghanistan.”- “U weet het dus niet zeker?”De verkoper, die nog altijd geen bezwaar heeft gemaakt tegen de camera, beseft dat hij in de klant zijn meerdere moet erkennen en geeft eerlijk toe dat de herkomst van het stuk hem niet bekend is. Ongetwijfeld een sjacheraar, de verkoper, maar toch kun je als kijker enig gevoel van sympathie niet onderdrukken. Zeker wanneer collega-antiquairs op de Zavel er later onverholen voor uitkomen dat ze geroofde Afghaanse kunst verkopen en zich daar allesbehalve schuldig over voelen. “Ooit zullen de Afghanen weer heel rijk worden”, poneert een kribbige verkoopster, die het niet heeft begrepen op zoveel vragen. “Dan kunnen ze hun cultuurpatrimonium toch gewoon terugkopen?”Elk jaar wordt wereldwijd voor meer dan 5 miljard dollar aan gestolen antiek verhandeld. Een groot deel van dat geld komt in handen van terroristische organisaties, zo blijkt uit verslagen van de FBI en Interpol. Vooral in Afghanistan en Libanon hebben terroristen in de gaten dat handel in geroofde kunst de oorlogsmachine draaiende kan houden. Begin 2001, vlak voor de aanslagen van 11 september, klopte een zekere Mohammed Atta aan bij een Duitse kunstprofessor met geroofde Afghaanse antiek. Een paar maanden later vloog Atta met een gekaapt vliegtuig in op de Twin Towers in New York.

Witwaspraktijken

Behalve de terroristen van Al Qaida hebben ook de extremistische taliban ingezien dat het niet altijd heroïnehandel hoeft te zijn waarmee ze zich van wapens kunnen voorzien. In de noordelijke Swatvallei, waar de taliban de bekende boeddhabeelden van Bamiyan opbliezen omdat die getuigden van een pre-islamitisch tijdperk, zijn nog restanten terug te vinden van oude beschavingen. Dorpelingen graven de stukken op, waarna de taliban optreden als tussenhandelaars en de geroofde goederen presenteren aan westerse kopers.Het is op dat moment dat België in het verhaal komt. “België is een klein land, dat ingesloten ligt tussen de grote kunstveilingen in Parijs, Londen en Amsterdam”, zegt Axel Poels, hoofd van de cel kunstcriminaliteit van de federale politie, aan De Morgen. “Net zoals wij een draaischijf zijn voor drugs, zijn we dat ook voor geroofde antiek.”Maar er is meer aan de hand. “In tegenstelling tot de Franse schiet onze wetgeving zwaar tekort om de smokkel in antiek aan te pakken”, legt Poels uit. “België kent geen verplichting om de authenticiteit of de afkomst van een bepaald stuk te documenteren. Iedere antiquair doet wat hij wil. Sommigen geven uitleg, anderen niet. Bij brocanteurs is het al helemaal hopeloos. Ook een factuur opmaken is niet verplicht, waardoor noch de kopers, noch de verkopers worden geïdentificeerd.”Gestolen antiek is bovendien geen prioriteit in ons land. Niet voor de politie, niet voor het parket en zeker niet voor de wetgevers. “Het personeelsbestand van de cel kunstcriminaliteit is de laatste jaren drastisch ingekrompen”, aldus Poels. “Voorlopig zijn we nog met twee: ikzelf en mijn collega. Men weigert het economisch belang van dit soort criminaliteit te erkennen. Nochtans gaat in de antiekwereld veel geld om. Het is de speeltuin van vele rijke mensen en een ideale omgeving om zwart geld wit te wassen. Maar ook bij het gerecht is er weinig interesse voor dit fenomeen, en er zijn bitter weinig wetgevende initiatieven.”Antiekhandelaars profiteren maar al te graag van die wetteloosheid, zo blijkt uit de Panorama-reportage. “Een handelaar die zijn bronnen prijsgeeft, dat wil ik zien”, smaalt een verkoopster op de Brusselse Zavel wanneer ze undercover wordt benaderd door de makers. “Zolang het niet gaat over de Venus van Milo of de Mona Lisa, moet je de dingen in hun context zien. Gestolen waar is in tegenwoordig. Ethische bezwaren zijn niet de juiste benadering.”“Het werk is authentiek”, zucht een verkoper in een andere zaak wanneer naar de herkomst van een Afghaans stuk wordt geïnformeerd. “Volstaat dat voor u? Hebt u er een probleem mee dat het illegaal is, or do you love the art? Er is niemand die het kan komen weghalen. In België zijn er geen wetten die u iets kunnen maken.”

Kunsttablet

“Het is bizar vast te stellen hoe illegale kunst bijna een verkoopargument is geworden voor een bepaald soort klanten”, zegt reportagemaker Peter Brems. Samen met journalist Wim Van den Eynde dook Brems een paar maanden onder in de wereld van de gestolen Afghaanse antiek. Beiden verbleven een maand in Afghanistan, waar ze op zoek gingen naar handelaars en smokkelaars in geroofde kunst. “Ik dacht: dat wordt zoeken naar een speld in een hooiberg. Maar toen we ter plaatse waren, bleek op de drie mensen die we aanspraken er altijd wel één te zijn die ons met een gesprekspartner in contact kon brengen. Kunstschatten roven is daar bijna een nationale sport, op zo’n grote schaal gebeurt het.”Brems kreeg het idee voor een reportage over bloedantiek tijdens een reis naar Tadzjikistan. “Ik ben toen even naar het noorden van Afghanistan gehopt, waar ik twee weken heb rondgetrokken. Daar heb ik met het fenomeen kennisgemaakt.” Toen Brems en Van den Eynde aan het filmen waren op een archeologische vindplaats in de buurt van Mazar-e-Sharif, werden ze door dorpsbewoners meegelokt naar een woning. Daar onthulde een gezinshoofd een opgegraven tablet. De journalisten besloten het te kopen voor 300 dollar. “Een koopje”, zegt Brems. “Maar tegelijk legt zo’n prijs het armoedeprobleem bloot. Zeker als je bedenkt voor welke prijzen zo’n stuk in de antiekwinkels op de Zavel wordt verkocht. Voor het hoofd van een Afghaanse boeddha met restanten van bladgoud wordt 40.000 euro gevraagd.”Niet alleen arme dorpelingen zitten in de Afghaanse antiekbusiness, zo ondervonden de reportagemakers. In Jalalabad vertelde een antiekhandelaar dat de taliban hen volop beconcurreren. “Het is ook logisch. Ze hebben geld nodig om oorlog te voeren.”Vanuit Mazar-e-Sharif hebben Brems en Van den Eynde geprobeerd hun tablet naar België te krijgen. “De bedoeling was het undercover aan Belgische antiekhandelaars aan te bieden. Maar we hadden de toestemming van het Afghaanse parlement moeten hebben om het tablet te mogen meenemen. Export van antiek is in Afghanistan ten strengste verboden. Van de stukken die de voorbije jaren het land verlieten, kun je ervan uitgaan dat ook die gestolen zijn. Even hebben we illegale smokkel overwogen. Een grote heroïnehandelaar was bereid het tablet via Pakistan naar Hamburg te versassen, maar op het laatste moment liet hij het afweten.”Gesmokkelde antiekwaar uit Afghanistan volgt doorgaans dezelfde weg als de heroïne, bevestigt Axel Poels van de federale politie. “Het is al gebeurd dat een lading heroïne onderschept werd en dat in dezelfde kisten ook antiek werd aangetroffen.”

Malafide markt

De eerste en tot nog toe enige vangst van illegale Afghaanse kunst in ons land gebeurde een tweetal jaren geleden in Zaventem, waar de douane een kist kon onderscheppen met gestolen antiek bestemd voor de Belgische markt. “En dan alleen nog omdat de Pakistaanse ambassade ons had getipt dat er belangrijke stukken uit het grensgebied met Afghanistan waren verdwenen”, zegt Poels. Controle op gesmokkelde antiek is voor de douane geen prioriteit, en de smokkelaars weten dat. “We hebben gewoon de middelen niet”, zegt Pol Meuleneire van de douane op Zaventem aan De Morgen. “Personeelsgebrek en te veel voorwerpen die passeren, dat is geen combinatie die werkt. Wij controleren op beschermde diersoorten en drugs, maar die antiek... Wij kennen daar gewoon te weinig van. Als we daarop willen controleren, moeten we een beroep doen op externe experts, die op hun beurt contact moeten opnemen met de landen van oorsprong en hun ambassades. Dat neemt allemaal veel tijd in beslag.”Toch gloort licht aan het einde van de tunnel. België ratificeerde dit jaar het Unesco-verdrag uit 1971, waardoor de handel in gestolen kunst wordt ontmoedigd door onder meer de invoering van een ‘livre de police’. Zo’n handelsregister bestaat al in Frankrijk. Het verplicht antiekhandelaars bij te houden van wie ze kunst afnemen en aan wie ze de stukken verkopen. Blijkt er achteraf sprake te zijn van fraude of heling, dan kunnen de betrokkenen worden vervolgd en beboet. “Misbruik volledig uitsluiten zal zo’n livre de police niet doen”, zegt Axel Poels van de federale politie. “Maar het is een stap in de goede richting.”Sjacheraars opsporen door middel van undercovertechnieken, zoals Peter Brems en Wim Van den Eynde in hun reportage deden, is voor de politie echter geen optie. “Schaduwoperaties vallen onder de BOM-wet (bijzondere opsporingsmethoden), en die is bijzonder strikt geregeld”, legt Poels uit. “Er is slechts een beperkt aantal misdaden waarvoor je BOM-technieken mag gebruiken. Heling is daar niet bij.” Het tablet dat Brems en Van den Eynde kochten in Afghanistan, is uiteindelijk niet uit het land geraakt. “We hebben het teruggebracht naar een museum, waar ze bijzonder opgetogen reageerden. Het bleek te gaan om een erg waardevol stuk”, zegt Brems. De verzamelaars en verkopers met wie hij contact opnam in België, blijken overigens niet wakker te liggen van bloedantiek. “Die pot komt misschien van de taliban”, zegt er één. “Ze zijn daar aan het verkopen dat het een lieve lust is. Maar wees gerust: ik zal er vannacht geen slaap voor laten.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234