Zondag 20/10/2019

Mooi werk, moeilijk verhaal

schilderkunst

italiaans luminisme in theorie en praktijk

Schilderen is een vak. Een moeilijk vak, vooral als er theorieën op los worden gelaten nog voordat ze ontstaan. De theorie kan een werk volstrekt ongenietbaar maken. Het is dan ook een mirakel dat in het Wielemanshuis in Brussel een tentoonstelling loopt met tientallen Italiaanse werken uit de periode 1850 tot 1914, die alle een obsessie voor het licht hebben, ondanks het hoog theoretische gehalte toch zeer genietbaar is.

Brussel

Van onze medewerker

Bart Makken

Blaise Pascal zei het al: "De ellende is begonnen sinds de mensen niet meer thuis kunnen blijven", en hij doelde niet op de dagelijkse files. Waren ook Italiaanse schilders in de negentiende eeuw maar gewoon thuisgebleven, ze zouden geen minder werk hebben afgeleverd. Maar ze moesten allemaal naar Parijs, dat was een noodzakelijke stap naar de moderniteit, alsof die niet ook zelf hadden kunnen zetten.

Dat duidt op een chronisch gebrek aan zelfvertrouwen van de schilders in een land dat als staat nog nat achter de oren was maar in de kunst eeuwenlang toonaangevend. Zelfs in de tijd dat de diverse natiën één staat werden, was de schilder kunst er bepaald niet achterlijk, zoals het Van Goghmuseum in 1988 overtuigend liet zien met de expositie Ottocento/Novecento - Italiaanse kunst 1870-1910. Ondanks de misleidende benaming Galleria d'Arte Moderna kan men in Milaan en Rome permanente collecties negentiende-eeuwse kunst bewonderen om zich ervan te vergewissen dat er niets mis mee is.

Het is door de fixatie op Parijs die kunstenaars hadden, om waarschijnlijk niets anders te doen dan hoeren lopen, dat die door kunsthistorici is opgewaardeerd tot Mekka van de moderne kunst. Terwijl die ergens in de bossen en op het land ontstond (Barbizon, weet u nog?) en in het beste geval in een Parijse kroeg werd nabesproken. Voor de wijn en het eten hadden de Italiaanse schilders hun land niet uit gehoeven, maar ze moesten, want het stond goed op hun curriculum vitae. En wie wilde verkopen moest modern zijn.

Nu spreken zoals bekend Fransen noch Italianen een woord over de grens, en zo komen de misverstanden in de wereld. Wat eeuwenlang vanzelf ging (lijnen, kleuren en lichtval op een muur, een doek of een plankje schilderen) werd opeens getheoretiseerd en daar werden ze spontaan impotent van. Terwijl nota bene een Italiaan, Michelangelo Merisi da Caravaggio, het licht in de schilderkunst heeft uitgevonden, liet een nieuwe generatie zich een minderwaardigheidscomplex aanpraten.

De onderbouwing van 'waarom wij schilderen zoals wij doen' is in hoge mate complex, zeer abstract, misschien leuk voor een wiskundige, maar in feite volstrekt overbodig, om niet te zeggen abject. Natuurlijk, de schilderkunst heeft altijd gebruikgemaakt van wetenschappelijke inzichten - voor zover ze die niet zelf voortbracht -, maar op grond van de catalogus bij deze expositie zou je bijna denken dat zonder een doctoraat in een bètawetenschap er niet verantwoord geschilderd kan worden, en dat, lieve alpha's, valt nu weer reuze mee.

De tentoonstelling Licht en schilderkunst lijkt dan ook maar gebukt te gaan onder al dat theoretische gedoe. Niets van aantrekken. De catalogus nummert niet lekker mee, maar er zijn tegen de tweehonderd werken te zien van Italiaanse schilders uit de ruime periode 1850 tot 1914 die met een of meerdere werken vertegenwoordigd zijn. Voor een tentoonstelling is dat een groot aantal, maar het merendeel is van gering formaat en een bezichtiging is geenszins afmattend. In dit geval geldt het Van der Valk-motto: "Veel is lekker."

Gekoesterd in het aangename interieur van het op zich al bezienswaardige Wielemanshuis hangen er binnenhuistaferelen, vooral landschappen, maar ook genrestukken. Het sociaal-realisme is summier aanwezig en het historiserende werk is op de vingers van een hand te tellen, want dat is te egaal belicht en de bedoeling is nu juist het licht in de schilderkunst naar voren te halen. Dus donkere bossen, zonnen boven bergen, korenvelden in volle zon en naijlende romantiek in moderne technieken. Er is gestippel en geborstel, fijnschilderij en het grove werk, met maar één thema: licht. Daar is niets nieuws aan, maar de bijeengebrachte werken geven zeer goed aan hoe Italiaanse kunstenaars aan het eind van de negentiende eeuw dat hebben proberen vast te leggen. In zonovergoten landschappen, in kleuraccenten, of in nachtgezichten, soms zo donker (of nagedonkerd) dat je de voorstelling amper kunt onderscheiden.

Zoals gezegd: de Italianen die zo nodig naar Parijs moesten hebben er geen ruk van begrepen. Hun openluchtgeschilder leidde niet tot een realistische weergave of reproductie van de werkelijkheid, maar tot een zwartgallige interpretatie. En daarvoor hoef je niet buiten te gaan zitten kou lijden. Het is allemaal bedacht, maar wel mooi bedacht.

Licht en schilderkunst in Italië 1850 -1914, nog tot 15 decem ber in het Wielemanshuis, Defacqzstraat 14 in Brussel, dagelijks (behalve maandagen) van 10 tot 18 uur.

Er is gestippel en geborstel, fijnschilderij en het grove werk, met maar één thema: licht

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234