Donderdag 08/12/2022

Monument van de Belgische architectuur geveld

In Essen bij Antwerpen is gisteren, op 91-jarige leeftijd, de modernistische en marxistische architect Renaat Braem overleden. Braem, een leerling van onder anderen Le Corbusier, was een van de invloedrijkste naoorlogse bouwmeesters van ons land. Hij tekende de ontwerpen voor, onder meer, de volkswijk op het Kiel, de Antwerpse politietoren, het rectoraat van de VUB, de woonwijk Arena te Deurne en het Middelheimpaviljoen in Wilrijk. Mijlpalen in de geschiedenis van de Belgische architectuur waren ook zijn pamfletten, en de talrijke projecten die onvoltooid bleven.

Essen / Eigen berichtgeving

Jeroen de Preter

Bepalend voor het denken en bouwen van Braem was zijn opleiding aan de Antwerpse academie. Hij kwam er in aanraking met het marxisme - Braem zou later praalwagens ontwerpen voor een optocht van de Antwerpse Communistische Partij - en met het werk van modernistische architecten als Berlage, Van de Velde en Le Corbusier. Uit Braems ideeën over 'het vrije bouwen' en 'de organisatie van de poëtische ruimte' zijn de invloeden van Marx en Le Corbusier niet weg te denken.

Een van Braems centrale stellingen luidde dat de Belgische opvatting over de openbare ruimte niet aangepast was aan de nieuwe tijd. In België, zo stelde hij vast, bouwt men nog steeds rond een middelpunt. Die concentrische manier van bouwen was volgens hem een restant uit de tijd waarin de mensen zich te voet of per kar verplaatsten. De versnelling en de mechanisering van de menselijke handeling maakte volgens hem een lineaire manier van bouwen noodzakelijk. Braems alternatief krijgt gestalte in de Lijnstad ('34), een van zijn vroegste ontwerpen, een woongemeenschap die hij situeerde op en om de as Antwerpen-Luik, langs het Albertkanaal.

Monumentaliteit, zijn tegenstanders gewaagden veeleer van grootheidswaanzin, zou een van zijn waarmerken blijven. In '35 tekent de student architectuur, als onderdeel van de Lijnstad, een ontwerp voor de Dodenstad: een plechtstatig columbarium aan de rand van een autosnelweg. Het ontwerp legt hem geen windeieren: in '36 mag hij stage gaan lopen bij Le Corbusier.

Braems opvattingen over de privé-woning waren, hoewel niet gespeend van paradox, minstens even radicaal en innoverend. De Kraainemse Woning Brauns ('48), zijn 'manifest van het nieuwe wonen', springt nog steeds in het oog. De plattegrond van het huis vertoont de vorm van een eischaal, en van afzonderlijke 'kamers' is niet langer sprake. Van de zo kenmerkende afgeronde en bewogen vormen zou hij in zijn latere werk nog gretiger gebruikmaken. Dat uitgerekend een villa als zijn manifest geldt, is een merkwaardige paradox: de architect fulmineerde in woord en daad tegen de volgens hem typisch Belgische drang naar individualiteit, de eengezinswoning beschouwde hij als een voorbijgestreefde, asociale manier van wonen.

Het collectieve karakter van het 'bevrijde wonen' komt wél tot uiting in zijn ontwerp voor het Antwerpse Kiel, een woonwijk voor achthonderd gezinnen, waar hij in '49, samen met de architecten Maeremans en Maes, de opdracht voor krijgt. Zoals de verschillende 'kamers' in het huis Brauns in wezen een eenheid uitmaken, zo moesten ook de verschillende woonblokken één geheel vormen. "De gemeenschap moet zich beschermen tegen de uitspattingen van enkelingen", schreef Braems in een van zijn talrijke pamfletten. En Braem haalde nog een ander stokpaardje van stal. Het uitzicht op de horizon noemde Braem een van de rechten van de mens. Dit ideaal werd in praktijk gebracht door de blokken, in navolging van Le Corbusiers 'unités d'habitation', op palen te bouwen. De "duisternis" moest, aldus Braem, verdreven worden door middel van "een overmaat aan licht, door grote ramen", Mechelse meubelen "dient men bijgevolg geen plaats te geven".

In '53 was de eerste woonblok voltooid, en werd er een tentoonstelling opgezet. In Het schoonste land ter wereld ('87), het vervolg op zijn roemruchte pamflet Het lelijkste land ter wereld ('68), blikte Braem op de door 60.000 belangstellenden bezochte expositie terug. Niet zonder trots schreef hij hoe het Kiel een grote aantrekkingskracht uitoefende op "journalisten, toneelspelers, artiesten, die zich allen een levenskader wilden inrichten naar de smaak van Le Corbusier". Dat "de banale kleinburgerlijke proletariër" minder enthousiast was, deed hij af als bijzaak: "Als men naar de nieuwe tijd marcheert, dient dit met een elite te geschieden."

Een ander bekend ontwerp van Braem, de politietoren (Oudaan) in het centrum van Antwerpen, maakte in feite deel uit van een veel ambitieuzer, maar nooit uitgevoerd plan voor een nieuw administratief centrum in de binnenstad. Dat daarvoor onder meer de Sint-Augustinuskerk en een belangrijk deel van de Kammenstraat tegen de grond moesten, vond de architect geen enkel bezwaar. Volgens Braem ontbrak het de Belgische stedenbouwkundigen al te vaak aan de moed en de durf om "voldoende af te breken".

Ondanks zijn radicale visie op Stedebouw kreeg Braem in de jaren vijftig en zestig meerdere opdrachten tot het bouwen van sociale woningwijken. Zo rijst in die periode de Leuvense woonwijk Sint-Maartensdal op, starten de werken voor de wijk aan de Kruiskenslei in Boom, en tekent hij de plannen voor de markante woonwijk aan het Arenaplein in Deurne bij Antwerpen. Hoewel andermaal slechts gedeeltelijk uitgevoerd, zijn de Deurnse bouwwerken kenmerkend voor het latere werk van Braem. De ontwerpen werden steeds minder rechtlijnig, en de architect liet zijn fantasie wel eens de vrije loop. Illustratief voor die evolutie zijn ook het beeldenpaviljoen in het Middelheimpark en het huis van Gerard Alsteens (alias Gal), beide exponenten van wat hij 'biomorfe gebouwen' noemde. Wellicht niet toevallig legde Braem zich op latere leeftijd ook toe op de beeldende kunst. Hij ontwikkelde zich tot een niet onverdienstelijk schilder en beeldhouwer. In het rectoraatsgebouw van de Vrij Universiteit Brussel ('71-'78), een van zijn laatste en opmerkelijkste verwezenlijkingen, bracht Braem zelf de muurschilderingen aan, en ook de beelden op het Arenaplein zijn van zijn hand.

De ontwerpen en de ideeën van Renaat Braem lieten niemand onberoerd en hebben altijd erg uiteenlopende reacties uitgelokt. Veelzeggend is bijvoorbeeld dat de gebouwen van Braem een prominente rol spelen in romans van Hubert Lampo, Jef Geeraerts, Wim Neetens, en, recentelijk nog, Tom Naegels. Overheerste in de jaren tachtig en negentig de opinie dat de geestelijke vader van de slogan 'het lelijkste land ter wereld' niet bepaald heeft bijgedragen tot de verfraaiing van dat land, de laatste jaren lijken zijn ontwerpen aan een herwaardering toe.

Modeontwerper Walter van Beirendonck koos de hoogste verdieping van de Antwerpse politietoren als locatie voor persconferenties, in het Modejaar Antwerpen 2001 zal de ruimte dienst doen als perscentrum en cafetaria.

Medio '99 schonk Braem zijn woning in Deurne aan de Vlaamse Gemeenschap. Er bestaan plannen om in het door hem ontworpen huis, dat als monument beschermd is en nog onlangs werd gerestaureerd, een bescheiden architectuurmuseum in te richten.

bOb Van Reeth (Vlaams Bouwmeester)

"Braem was volgens mij, samen met Stynen, de belangrijkste Belgische architect van deze eeuw. Niet het minst omdat hij de eerste is die over architectuur geschreven heeft. Hij had een erg idealistische opvatting, behoorde tot een generatie die dacht dat de bouwkunst de wereld kon verbeteren.

"Zijn belang voor de Vlaamse sociale woningbouw is moeilijk te overschatten. De wijk op het Kiel heeft mij trouwens de aanzet gegeven om architect te worden. Na de middelbare school wist ik absoluut niet wat ik moest gaan studeren. Op een mooie dag zat ik met mijn broer in de auto, we reden voorbij het Kiel. Mijn broer vroeg wat mijn toekomstplannen waren. Ik keek naar buiten, en wist plots het antwoord: "Zulke dingen bouwen." Onlangs ben ik nog eens in de wijk geweest, en ik moet zeggen: die gebouwen mogen er nog steeds wezen."

Stéphane Beel (architect)

"Renaat Braem heeft België op de wereldkaart van de architectuur geplaatst. Ik kan niet zeggen dat ik hem grondig bestudeerd heb of dat ik persoonlijk door hem beïnvloed ben - hoewel je onbewust natuurlijk altijd beïnvloed wordt door je voorgangers - maar Braem is ontegensprekelijk een belangrijk hoofdstuk in de geschiedenis van de (Belgische) architectuur. Zijn visie op architectuur, op stedenbouw en huisvesting is nog steeds actueel. Het woongebouw van Rem Koolhaas in Amsterdam is bijvoorbeeld deels geïnspireerd op de gebouwen op het Kiel. Dat zegt toch iets. In zijn latere periode hield hij zich meer en meer bezig met een organische beeldentaal, zijn ruimtedefiniëring was zo sterk niet meer. Ik heb hem nooit persoonlijk ontmoet, al heb ik wel ooit een lezing over zijn stedenbouwkundige ontwerpen bijgewoond."

Edgard Alsteens:

"Mijn broer Gerard Alsteens heeft eind de jaren zestig aan Renaat Braem gevraagd om een villa in Overijse te bouwen, in de buurt van het meer van Genval. Gerard kende Braems van bij het weekblad De Nieuwe, waar ze allebei werkten. Gerard tekende, als Gal, en Braem schreef stukken over architectuur.

"In De Nieuwe heeft Braem overigens voor het eerst geschreven dat hij België het lelijkste land ter wereld vond. Braem vond het een zeer aangename opdracht: hij kreeg carte blanche van mijn broer. Toch verwerkte hij ideeën van Gerard - de haard moest het middelpunt van het huis worden - in zijn ontwerp. De villa doet, door de gebogen vormen, een beetje denken aan het Middelheimpaviljoen in Wilrijk. Nu is de villa eigendom van mijn zus Denise en van mij. Het gebouw is volledig intact gebleven, er werd niets verbouwd. De Vlaamse Gemeenschap heeft ons onlangs gevraagd om de villa op de monumentenlijst te laten plaatsen, maar daar moeten we nog even over nadenken." (ArP)

Luc Lamine, (hoofdcommissaris politie Antwerpen)

"De politietoren is - samen met de Boerentoren en de Kathedraal - een van de bekendste gebouwen in Antwerpen. De toren van Braem is een architecturaal monument én een kantoorruimte, en de combinatie werkt naar mijn smaak perfect. Natuurlijk hebben we de laatste 30 à 40 jaar hier heel wat renovaties en verhuizingen meegemaakt, dat is normaal: zo'n gebouw moet functioneel blijven. De politietoren heeft - puur als gebouw - wel een 'hard' imago. Dat horen we toch vaak. Daar zijn we als politiedienst niet zo gelukkig mee. In de toekomst zijn we van plan om enkele 'verzachtende elementen' aan het landschap rond de toren, niet aan de toren zelf, aan te brengen. We willen dat de politietoren ook een gebouw met een hart wordt." (ArP)

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234