Woensdag 26/02/2020

Monkelende, mompelende meester

Emmanuel Le Roy Ladurie herlas de kronieken van Saint-Simon over de mechanismen van het Franse hof

door Leen Huet

Emmanuel Le Roy Ladurie (met medewerking van Jean-François Fitou)

Bert Bakker, Amsterdam, 338 p., 900 frank.

Roem doet iets met mensen. Emmanuel Le Roy Ladurie, de Franse historicus, is beroemd. Dat hoeft u niet te weten van feit tot feit, dat kunt u moeiteloos afleiden uit zijn laatste boek, over de kronieken van de hertog de Saint-Simon, getiteld Het leven aan het Franse hof - met op het voorplat dat beroemde staatsieportret van Lodewijk de Veertiende en zijn prachtige benen, zijn rode hoge hakken. Le Roy Laduries roem valt te beluisteren in zijn toon: afgemeten, zelfverzekerd, rijk aan verborgen mededelingen voor de kenners (als niet-kenner kan ik hier en daar nog net het geruis van de gecodeerde boodschappen opvangen), zuinig monkelend, bijna zou ik schrijven - alwetend. Vroeger publiceerde hij over de dorpsgemeenschap Montaillou, over de familiegemeenschap Platter. Een verhandeling over de besloten gemeenschap van het Franse hof, samenhokkend in Versailles en Marly, hoort in dat rijtje.

Een voorbeeld uit de inleiding, die een korte levensschets van de hertog (1675-1755) biedt: "Ondertussen wordt Saint-Simon, als elk individu met enig politiek gewicht, hoe gering ook, het mikpunt (wat hij voor het regentschap nooit was) van satirische schimpscheuten en liedjes, die hem neerzetten als de krielkip, de pruilkop, het kleine jochie en de kleinburgerlijke lafaard (?)... Vandaag de dag is het feit dat iemand in de Canard enchaîné belachelijk gemaakt wordt immers ook nog steeds een teken van een inwijding, een promotie of een succes, hoe middelmatig ook, op politiek terrein. Inwijding, promotie en succes zijn overigens termen die, met betrekking tot onze hertog, niet alleen maar denkbeeldig zijn, in elk geval in eerste instantie." Het vergt iets bijzonders om zoveel sous-entendus samen te laten flonkeren in drie zinnetjes: niet alleen meesterschap, maar ook bewierookt meesterschap. En je kunt je gemakkelijk voorstellen hoe die stijl van de roem door mindere goden in Frankrijk geïmiteerd wordt.

De verwijzing naar het hedendaagse satirische tijdschrift Le canard enchaîné toont aan dat Le Roy Ladurie de mechanismen van het Franse hof, de hartslag van de macht, als een antropoloog beluistert. Wat hebben wij tenslotte te maken met een Franse hertog uit de zeventiende-achttiende eeuw, die voornamelijk geïnteresseerd was in de lotgevallen van andere Franse hertogen? Niet weinig. Saint-Simon geeft gedetailleerde beschrijvingen van alles wat er gebeurt wanneer de koning een mis bijwoont en de strijd om prestige die zich daarbij tussen de hovelingen in de kapel ontwikkelt. Le Roy Ladurie interpreteert: "In feite lijkt het er eerder op dat tijdens de mis in Versailles 'de menigte hovelingen de vorst aanbidt, terwijl de vorst God aanbidt'. Van dit systeem zijn in onze tijd verschillende vormen van verwereldlijking denkbaar: tijdens een groot concert in 1992, waarbij ik de eer had aanwezig te zijn in het bijzijn van het staatshoofd, keken de televisiecamera's naar de president terwijl hij naar het concert keek."

Wanneer het gaat over de drie machtige hofklieken die Saint-Simon tijdens de latere regeringsjaren van Lodewijk de Veertiende onderscheidde, noteert onze historicus: "Aangezien de mechanismen van de machtsuitoefening van personen en families van eeuw tot eeuw niet echt veel verschillen, zelfs niet in drie eeuwen, is het interessant om op te merken dat de carrière of het in de gunst zijn van Chamillart (net als die van de jonge Pompidou bij de stichting Anne-de-Gaulle, waarvan hij onder leiding van de echtgenote van de generaal de beheerder was) begon met de functie van intendant van Saint-Cyr, een door Mme de Maintenon geliefde instelling." Madame de Maintenon was de tweede echtgenote van Lodewijk.

Le Roy Ladurie verzet zich tegen de heersende idee dat de aristocratische levenswijze van Franse stempel als een zinkend cultuurgoed model gestaan zou hebben voor de burgerlijke samenleving. Norbert Elias verdedigde die idee in zijn boek Die höfische Gesellschaft (1969), lange tijd een bijbel voor veel Franse sociologen en historici. Het hovelingschap, de problemen en finesses van aristocratische rang en status en de daaruit voortvloeiende visie op de maatschappij zijn niet zomaar, naadloos, voorlopers van iets anders, maar verdienen het omwille van zichzelf bestudeerd worden, waarschuwt onze geschiedschrijver.

Het spreekwoord zegt dat God zich in de details ophoudt, maar misschien geldt dat ook voor de geschiedenis. Zeer amusant is de literatuurlijst achteraan in dit boek, waarvoor Le Roy Ladurie korte commentaren schreef bij zijn belangrijkste bronnen, voorgangers en medeonderzoekers. Daar stelt hij dat Norbert Elias zijn mosterd eigenlijk gehaald heeft bij Thomas Mann. Die publiceerde tijdens de Eerste Wereldoorlog een anti-Frans essay, waarin hij kort zinspeelde op de aristocratische herkomst van de burgerlijke Franse geest; en Mann schreef die tekst voornamelijk uit onvrede met de Fransgezinde en liberale standpunten van zijn broer Heinrich. Kortom, het door "de slimme geest van de brave Norbert Elias" ingestelde denkschema is volgens Le Roy Ladurie eigenlijk ontsproten aan een ruzie tussen twee beroemde broers. Vreemd toch, hoe de zaken lopen kunnen.

Voor de studie van het aristocratische gedachtegoed in de achttiende eeuw is het moeilijk om je een betere bron voor te stellen dan de "volstrekt professionele hertog" de Saint-Simon met zijn toen al "fascinerende ouderwetsheid" en zijn juiste toekomstvoorspelling, vijftig jaar voor tijd, van "het naderende einde en de ondergang van de Franse monarchie", die in zekere zin de tak waarop ze zat afzaagde door systematisch de macht van de adel te verzwakken. Daarnaast citeert Le Roy Ladurie ook ruim uit de briefwisseling van Madame, de Duitse schoonzuster van Lodewijk de Veertiende; zij en de hertog hielden er vaak gelijklopende meningen op na, maar kenden elkaars geschriften niet - die werden in beide gevallen postuum uitgegeven. (Van Madame kon men tot voor kort, wellicht nog altijd, een vulgaire maar niettemin als kennismaking interessante biografie vinden bij De Slegte: Liselotte van de Palts).

Saint-Simons kronieken beslaan acht delen dundruk in de Pléiade-reeks, drieënveertig in de belangrijkste uitgave. Le Roy Ladurie noemt het zelf "een oneindig lange 'film', de onvergelijkelijke 'voorstelling' van anderhalve regeringsperiode". Geen wonder dus dat hij twintig jaar aan dit boek gewerkt heeft. Het leven aan het Franse hof beoogt een systematische, zelfs volledige interpretatie van het denken en het werk van de hertog te zijn. Onderzocht werden Saint-Simons ideeën over hiërarchie, die Le Roy Ladurie terugvoert tot de geschriften van Pseudo-Dionysius de Areopagiet, een invloedrijke middeleeuwse theoreticus over rangen en standen van engelen en mensen, één verticale lijn tussen hemel en aarde. Men analyseert de opvattingen over het wereldse en het heilige, over het zuivere en het onzuivere, over cabalen (iets tussen hofklieken en politieke partijen in), families en macht - dit laatste onderwerp levert een indrukwekkende, gedetailleerde reconstructie op.

Ook komen Saint-Simons demografische vooronderstellingen aan bod en zijn visie op vrouwelijke hypergamie - de tendens van vrouwen uit goede kringen om waar mogelijk boven hun stand te trouwen, waardoor ze een factor van sociale mobiliteit werden. Ontsnappingsroutes uit het standensysteem worden onderzocht: dan lijkt het erop dat ook de soberste kluizenaars en de meest drastische wereldverzakers vooral gerespecteerd werden indien ze uit onberispelijke families stamden en een maximale hoeveelheid wereld te verzaken hadden. Saint-Simons religieuze voorkeuren tellen mee: hij was een discrete jansenist en verafschuwde de machtige jezuïetenorde.

Bevat Het leven aan het Franse hof echt een volledige interpretatie van Saint-Simon? Mij lijkt dat wat grootsprakerig, en in elk geval is dit boek, met zijn vele boeiende invalshoeken, uiterst beknopt - je verlangt als lezer bijvoorbeeld een uitgebreidere vergelijking met de stellingen van Pseudo-Dionysius, als Saint-Simons denken daar toch op berust; bovendien is een grondige voorkennis noodzakelijk van het politieke leven in de tijd van Lodewijk de Veertiende en zijn voorlopige opvolger de Regent. Nederlandstalige lezers moeten het ook met minder informatie stellen dan hun zuiderburen: het tweede deel van de Franse uitgave, gewijd aan het Regentschap (1715-1723), is in de vertaling weggelaten "door de eisen die aan de Nederlandse uitgave werden gesteld", wat dat ook mag betekenen. Le Roy Ladurie heeft voor de Nederlandse markt wel een samenvatting geschreven van dat tweede deel, maar die laat je toch met een vaag gevoel van anticlimax achter. Wie werkelijk begeesterd is door het onderwerp, moet dus op zoek naar de Franse uitgave. En dan kunt u zich net zo goed meteen die acht Pléiade-delen aanschaffen, om na te gaan of Le Roy Ladurie zijn doelstellingen gerealiseerd heeft. Uit Het leven aan het Franse hof leid ik in elk geval af dat het lezen van de hertog zelf me mooie uren zal opleveren - de man was niet alleen een bevoorrechte chroniqueur, hij was ook een voortreffelijk schrijver.

Eén slotbedenking nog. Le Roy Ladurie schijnt te poneren dat de hertog, met zijn subtiele, alle lagen van de maatschappij doordringende discriminatie, door zijn rotsvaste geloof in de juiste ordening der dingen ook verrassend tolerant kon zijn, tegenover joden en protestanten bijvoorbeeld. Wij daarentegen, in onze genivelleerde samenleving, moeten onze neiging tot discriminatie richten op grote, als vreemd ervaren bevolkingsgroepen: racisme en vreemdelingenhaat zijn dan het gevolg. Maar is onze samenleving wel zo genivelleerd? Onderscheiden, beoordelen, veroordelen wij onze medeburgers niet met evenveel nuances als de hertog dat kon - al zou hij waarschijnlijk niet van medeburgers gesproken hebben? Voedsel voor de gedachte, zeker. In gecondenseerde vorm.

(© Musée Versailles)

Wat hebben wij te maken met een Franse hertog uit de zeventiende-achttiende eeuw, die voornamelijk geïnteresseerd was in de lotgevallen van andere Franse hertogen? Niet weinig

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234