Woensdag 25/05/2022

Mondriaan en de haringen

De surrealistische tekeningen van de Britse cartoonist-illustrator Glen Baxter houden het midden tussen cartoons en schilderijen. In zijn jongste boek 'Dutch Safari' gaat hij de oer-Hollandse toer op. 'Nederland heeft alles waarvan ik hou. Ik heb er zelfs cowboys gezien.' Een gesprek.

Uitgeverij De Harmonie op de Amsterdamse Herengracht, het zolderkantoor van uitgever Jaco Groot. In de nok van de ruimte werd jaren geleden een raam geschilderd met daarachter een blauwe hemel en in de verte enkele vogels. "Ik geschilderd", grijnst de 68-jarige Glen Baxter. "We beoogden een trompe-l'oeil-effect, een optische illusie gecreëerd door gezichtsbedrog." En terwijl zijn grijns nog wat breder wordt, voegt hij toe: "Daar ben ik namelijk goed in: mensen op het verkeerde been zetten."

In de indrukwekkende boekenkast verderop staan 's mans boeken op een rijtje, van zijn zwart-witte debuut Atlas uit 1979, waarin hij zichzelf opvoert als kolonel Baxter en verrukt is over het feit dat de schaars geklede inboorling M'Blawi eindelijk het oeuvre van de post-impressionisten heeft ontdekt, tot het dit jaar gepubliceerde kleurrijke Dutch Safari (met een voorwoord van fan van het eerste uur Wim de Bie), waarin twee cowboys discussiëren over een schilderij dat of een vroege Mondriaan of een authentieke hedendaagse Burberry is.

Baxter, die tegenwoordig tekent voor onder meer Vanity Fair en The New Yorker en in de hele wereld exposeert, is de zoveelste tekenaar die zich niet zomaar liet dirigeren aan de kunstacademie. Voor hem eindigde en begon alles aan het Leeds College of Art. "Iedereen tekende daar saaie abstracte schilderijen. Imitaties van Amerikaanse schilderijen. Ik vond het dwaas, haatte het allemaal. Ik zocht iets wat me kon prikkelen, wat me opnieuw tot leven bracht. Toen ontdekte ik het werk van René Magritte, van de Franse surrealisten, Alfred Jarry, Erik Satie en Apollinaire. Dat waren de mensen die me konden raken. Ik besefte dat ik ook in dat universum wilde werken, een wereld vol absurditeiten, humor en vreemde dingen. In de schilderijen van Magritte zie je alledaagse, herkenbare objecten. Maar omdat hij ze op een lichtelijk eigenaardige manier combineert, creëert hij een soort wrijving. Dat leidt tot een explosie van humor, of toch zeker het besef dat er iets meer in zijn werk zit."

Ik vraag me af wat ik u moet noemen: een cartoonist, een stripauteur, een striptekenaar of een strippoëet?

(met pretoogjes) "Je mag me een verward man noemen. Kijk, het zit zo: als je een cartoonist genoemd wordt, dan verwachten de mensen dat je iets grappigs doet. Dat is eigenlijk meer een vloek. Maar als iemand een kunstenaar genoemd wordt, en hij blijkt grappig te zijn, dan zijn de mensen nog altijd een beetje verrast. Het verhoogt het mysterieuze karakter. (denkt na) Hm, misschien is het wel een hopeloze poging om te vermijden dat ik een label opgeplakt krijg."

Kortom: als ik u cartoonist noem, dan bent u daar niet blij mee?

(Fijne glimlach) "Neen, omdat het een bepaalde connotatie heeft. In Engeland denkt men bij die omschrijving meteen aan een politiek cartoonist. Men verwacht dan allerlei overdreven gelaatstrekken en politieke verwijzingen. Mensen zouden zo een verkeerd beeld krijgen van mijn werk, want ik maak dat soort dingen helemaal niet."

U bent nu in verschillende landen erg succesvol, maar dat is niet altijd zo geweest. U zei ooit dat uw beginjaren niet uw beste jaren waren.

"In Engeland reageerde men in eerste instantie heel negatief op mijn werk. Ik probeerde gepubliceerd te worden, maar niemand was geïnteresseerd. Het was hopeloos. Ik besefte al snel dat het niets zou worden. Maar toen ik naar Amerika ging, gebeurde het toch. Daar kwam voor mij het keerpunt. Ik wist dat veel New Yorkse dichters Franse surrealistische poëzie vertaalden. En hun eigen werk wees ook die richting uit: lichtjes geschift en grappig. Ze behandelden de stad, het moderne leven, films..., allemaal dingen die mij ook interesseerden. Ik begon mijn poëzie te lezen in een tweed pak. Het publiek werd hysterisch, rolde over de vloer van het lachen. Ik had dus mijn publiek gevonden. Voor het eerst. Wat me niet gelukt was in Engeland, lukte me in New York. Ik was meer dan gelukkig dat ik niet gek bleek, dat iemand begreep wat ik wilde zeggen."

Ik wist niet dat Amerika uw soort surrealistische, absurde humor apprecieerde.

"Vergeet niet dat het Amerikaanse publiek George Bush heeft verkozen. Er zit dus wel degelijk een absurde vorm van humor in hen. Die moet alleen aangeboord worden."

U bent populair in Groot-Brittannië, maar uw soort boeken niet zo. Hoe kan dat?

"Toen ik mijn eerst boek uitgaf in Engeland had men nog nooit zoiets gezien. Geheel onverwacht werd het een bestseller. Vanuit het niets verkocht ik plotseling 40.000 exemplaren van een boek waarvoor ik mensen eerder al had proberen te interesseren maar waarnaar werkelijk niemand wilde kijken. Daardoor kon ik nog drie boeken maken, maar later volgde een heuse plagiaatgolf. Mensen kopieerden me op een onbeschaamde manier, alles leek wel een Baxtertekening. De markt geraakte verzadigd en het succes verstomde. Ach, mensen waren het beu. Het werkte contraproductief. Jammer, ja."

Uw laatste boek is geheel gewijd aan alles wat met Nederland te maken heeft. In meer dan één cartoon nemen Mondriaan en Rietveld een belangrijke plaats in. Waarom een boek speciaal over Nederland?

"Het eerste boek dat ik tekende heette Atlas. Jaco Groot, de uitgever van De Harmonie, was de eerste die me in Europa wilde uitgeven, want in Engeland bewoog toen nog niets. Voor dat boek zochten we naar een titel zonder Hollandse bijklank. 'Wat je ook doet,' zei Jaco, 'zorg ervoor dat je op de cover geen verwijzingen maakt naar Nederland, zoals tulpen of zo.' Dat was dus verboden. Maar er slopen toch enkele Nederlandse dingen in. En in de loop van de jaren gebeurde dat wel vaker. Een jaar geleden zei Jaco me dat ik wellicht heel wat tekeningen had gemaakt met Nederlandse elementen erin verwerkt. Eerst ontkende ik dat, tot ik in mijn lade ging kijken en heel wat tekeningen vond over Mondriaan en Rietveld. Zo is Dutch Safari ontstaan. Ik had de tekeningen gewoon liggen, maar had dat werk nog niet gebundeld."

Houdt u van Nederland?

"Absoluut. Nederland heeft alles waar ik van hou: sigaren, haringen en fietsen."

Maar geen cowboys.

(Glunderend) "Jawel, er zijn cowboys in Nederland. Ik heb ze gezien."

Dat u ze gezien hebt, wil natuurlijk nog niet zeggen dat ze er zijn.

"(Lacht)"

Maar serieus: er zitten echt heel veel cowboys in uw werk. Het zal wel een domme vraag zijn, maar wat hebt u eigenlijk met cowboys?

"Toen de bioscopen opkwamen in Groot-Brittannië, kregen we zowel A- als B-films te zien. De A-film stond voor de grote, kwalitatieve Hollywoodproductie, terwijl de B-film altijd een western was: Hopalong Cassidy, Randolph Scott, Gabby Hayes... die eindeloos over de prairie reden, rond zich heen schietend en vee rovend. Mijn jeugd zat tjokvol cowboys, er was geen ontsnappen aan. Ik sliep zelfs met een pistool onder mijn kussen. Ik zat echt in mijn rol. Ik nam aan dat iedereen van mijn generatie zo'n cowboyrijke jeugd had. Ik ben opgegroeid in een deel van Engeland met heel veel prairie. Daar reden we op ons paard om mensen omver te schieten. Daarna ging ik naar de kunstschool en ben ik ermee gestopt, maar er zit nog een beetje cowboy in me van vroeger."

Dat was een serieus antwoord?

"Uiteraard."

Nog zoiets: als ik uw boeken lees, heb ik het gevoel dat u geen fan bent van autoriteit. Klopt dat?

"Klopt helemaal. (lacht) Ik ben een gekwelde geest, ik heb altijd last gehad met autoriteit. Nog steeds, eigenlijk. Ik heb een oudere broer die vroeger een perfecte student was. Maar ik was geen perfecte student. Ik kreeg bakken kritiek omdat hij de lat onhaalbaar hoog had gelegd. Ik was de herrieschopper, een wildeman. Ik genoot daar echter van, want het gaf me een identiteit. Glen Baxter, de herrieschopper, dat paste perfect bij mij. Ik slaagde er ook altijd in om in de problemen te geraken en daarbij de autoriteiten op alle vlakken uit te dagen. Die attitude heb ik nog lang niet opgegeven. Ik draag die kroon met enige fierheid, mag ik toch wel zeggen."

Glen Baxter

Dutch Safari

De Harmonie, 48 p., 17,50 euro

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234