Donderdag 21/01/2021

Interview

"Molenbeek mag geen politiestaat worden"

►In Molenbeek blijkt de grootste uitdaging de band met de bevolking opbouwen.Beeld Franky Verdickt

Korpschef Johan De Becker ging met plezier in op de oproep om Molenbeek op te kuisen, maar nu waarschuwt hij samen met collega Peter Goegebeur dat het tijd is om verder te kijken. Het preventieve luik moet vorm krijgen én er is - nog altijd - nood aan meer middelen.

Het hoofdcommissariaat van Brussel-West, de zone van korpschef Johan De Becker, ligt in hartje Sint-Jans-Molenbeek. Meestal komt het alleen in de aandacht als jongeren het bekogelen met stenen. Behalve enkele vrouwen die op de markt ten prooi vielen aan zakkenrollers, is het er deze keer rustig. Op zulke dagen lijkt Molenbeek een gezellig dorp in de stad, niet het groezelige Gotham uit tv-programma Niveau 4.

"Ja maar, het is hier ook een fijne gemeente, hoor", reageert De Becker verontwaardigd. "Ik wil je eraan herinneren dat Molenbeek 96.000 inwoners heeft, waarvan het overgrote deel die aanslagen niet heeft zien aankomen. Die broers Abdeslam, Abaaoud en Abrini, we kenden ze allemaal, maar niemand kon weten dat die kleine boefjes uiteindelijk criminelen werden en plots in Parijs of Maalbeek zouden toeslaan."

Om orde op zaken te stellen, kwam minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon (N-VA) na de aanslagen in Parijs met het Kanaalplan. De eerste fase daarvan is in september afgerond. Als een van de coördinatoren mocht De Becker samen met Jambon de resultaten van het werk presenteren. Daaruit bleek dat duizenden woningen, personen en organisaties zijn doorgelicht.

Ondertussen is er ook de eerste kritiek. Twee schepenen uit Molenbeek lieten begin deze maand hun ongenoegen blijken in deze krant. Volgens hen werkt het Kanaalplan contraproductief bij een bevolking die zich geviseerd voelt. Door de doorgedreven controles op vzw's en moskeeën ontstaat "een gevoel van wantrouwen en onrechtvaardigheid".

"We mogen niet vergeten dat de burgemeester een jaar geleden zei dat ze niet wist wie op haar grondgebied woonde", zegt De Becker. "Daarnaast moesten we wel werk maken van de vzw's. Volgens de procureur zijn er vzw's die terrorisme financieren. En we stelden vast dat er meer dan 1.500 vzw's waren in Molenbeek die nog nooit zijn gecontroleerd.

"Het klopt dat er niet altijd een link is met radicalisme, maar er is ook nog altijd zoiets als de rule of law. Er zijn bijvoorbeeld moskeeën gesloten omwille van stedenbouwkundige overtredingen. Als er 200 mensen binnen zitten zonder nooduitgang, dan kunnen we dat toch niet oogluikend toelaten?"

Wantrouwen groeit

"Als bij 5.000 woningcontroles blijkt dat 10 procent hier niet meer woont, maar misschien wel nog OCMW-steun ontvangt, dan is er wel degelijk een probleem van sociale fraude. Sommige schepenen vinden dat we te ver doorgaan in het repressieve, maar ze kunnen op mij rekenen om dat te vermijden. Het mag hier geen politiestaat worden."

Johan De Becker.Beeld BELGA

De Becker wijst erop dat hij verantwoordelijk was voor de uitwerking van de politionele en gerechtelijke delen van het Kanaalplan, maar dat het gewest en de gemeentes het preventieve en administratieve luik nog moeten vormgeven.

"Daar zijn in Molenbeek dringend meer middelen voor nodig. De cel deradicalisering bestaat uit drie mensen, de dienst urbanisme uit één. Alle informatie die wij verzamelen over stedenbouwkundige overtredingen komt bij die ene vrouw terecht."

Intussen neemt het gevoel van wantrouwen bij de burger toe. De Becker is de eerste om toe te geven dat een deel van de bevolking niet wil weten van zijn korps. Al tientallen jaren staan jongeren in het ene kamp, agenten in het andere.

Peter Goegebeur, hoofdinspecteur bij de jeugdbrigade in zone West, beaamt dat. Samen met zijn korpschef belichaamt hij een kwarteeuw ervaring in Molenbeek. "Een simpele identiteitscontrole kan snel uit de hand lopen. Voor veel jongeren is dat een provocatie, terwijl wij gewoon moeten weten wie die jongeren zijn die rondhangen in metrostations. We moeten maken dat iedereen zich er veilig voelt."

Goegebeur hamert erop dat de samenwerking tussen politie, parket en de jeugdorganisaties cruciaal is. En wat dat betreft is er na de aanslagen een positieve evolutie merkbaar. "Voor sommige hulpverleners was het beroepsgeheim heilig. Zo hebben ze het geleerd in hun opleiding. Nochtans is het vaak in het voordeel van hun cliënt om vertrouwelijke informatie uit te wisselen."

"Voor agenten lijkt het dan weer alsof het parket de zaken op zijn beloop laat. Ze pakken minderjarigen op die een paar uur later vrij komen. Dan kan het lijken alsof het parket niet heeft ingegrepen, maar dat is een verkeerd beeld. Vaak treffen ze een arsenaal aan maatregelen aan zonder die jongere in een instelling te plaatsen."

Beeld Franky Verdickt

Investering in wijkpolitie

De Becker is het ermee eens, maar wijst erop dat er wel een stok achter de deur nodig is. "Je kunt alternatieve maatregelen opleggen en de ouders erbij betrekken, maar op een bepaald moment moet je stop kunnen zeggen. Genoeg is genoeg. Als je dat niet kunt hard maken, omdat er geen plaats is in jeugdinstellingen, dan geef je de jongere het gevoel dat zijn gedrag blijkbaar wél door de beugel kan.

"Als die daarna bovendien geen job vindt, bijvoorbeeld omdat ze op de luchthaven niemand willen met een stempel Molenbeek, dan voelt hij zich verstoten uit de samenleving. Daar heeft preventie een fundamentele taak."

Het vertrouwen tussen parket, jeugdhulp en politie lijkt dan wel te herstellen, maar de grootste uitdaging blijft de band met de bevolking. Er is in Molenbeek amper geïnvesteerd in wijkpolitie. Wie zich er domicilieert, moet niet opschrikken als de wijkagent zelf in Turnhout blijkt te wonen. De Becker ziet twee oplossingen.

"Ten eerste moet dit korps een betere weerspiegeling zijn van de bevolking. We hebben nood aan agenten met een migratieachtergrond en agenten die in de zone wonen. Het grote struikelblok daarbij is het diploma. Daarom pleit ik ervoor dat gemeenschapswachten promotie kunnen maken en doorstromen naar de politie."

Ook een jaar na de aanslagen moet De Becker zijn mantra herhalen dat hij meer middelen nodig heeft. De budgetten gaan naar interventieteams, niet naar wijkpolitie.

"In de politiezone Brussel Noord wonen 10.000 mensen minder, maar ze hebben wel 125 agenten meer. Van in het begin was het daar de politiek om te investeren in gemeenschapsgerichte politiezorg. Agenten krijgen er tijd om rond te lopen in hun wijk en er bemiddelend op te treden. Daar is bij ons absoluut geen ruimte voor."

Beeld Franky Verdickt
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234