Zaterdag 24/08/2019

Portret

Molenbeek: in de krater van een terreuraanslag

Sfeerbeelden op en rond de Gentsesteenweg, de kloppende ader van Molenbeek. De islam komt er in vele tinten. Beeld bas bogaerts

Neen, Molenbeek is geen rovershol vol jihadi's, noch de 'Gazastrook van Europa'. Maar wat is Molenbeek dan wel? Een zoektocht door de straten van een verlamde stad.

"We have our issues over here. And perhaps even a few more big, pressing issues than elsewhere. But we don't have ghettos, and we don't have no-go zones."
- "Thank you Bart Ekhowt, live from Molenbék. Next is our weather report for Saskatchewan."

Van de Canadese regionale radio tot de Chinese staatstelevisie, van CNN tot The Wall Street Journal. De ogen van elke nieuwsredactie ter wereld zijn op Molenbeek gericht. Niet onbegrijpelijk. Van minstens vijf recente Europese terreuraanslagen, of pogingen tot, lopen lijnen naar deze plek. De pitch is onweerstaanbaar - het lijkt wel een duistere variant op Asterix: 'Kleine, Belgische stad daagt het vrije westen uit.'

"C'est trop, monsieur", zucht de kruidenierster aan de overkant van het plein vanwaar tientallen cameraploegen uitzwermen over de oude stadskern. Een andere voorbijganger komt er bij staan. "Wij hebben niets misdaan. Er gebeurt hier niets op straat."

De handelaarster herschikt de stapel onverkochte mandarijntjes. "Er komen geen klanten meer. De mensen durven niet meer buitenkomen. Altijd maar vragen over de islam en de getto's." Als om haar argument kracht bij te zetten, snelt een Franse tv-ploeg toe, de microfoonstaak achter hen aan bungelend. Twee gekleurde inwoners en een blanke inwoner die samen een praatje slaan: verhaal!

De media-aandacht intimideert. De sympathieke kapper op het centrale Voorplein houdt de deur gesloten. Hij had kunnen vertellen over hoe het ging in de jaren zeventig. 'Coiffure Hommes et Femmes', staat nog in oude krulletters op de vitrine, want toen was het nog normaal dat de kapper man en vrouw knipte. Dat is het hier vandaag niet meer. Hij had kunnen vertellen over hoe hij een pintje ging drinken na gedane arbeid, en hoe hij nu zijn pintjes in Diegem gaat drinken. Want hier alcohol consumeren is slecht voor de klandizie. Maar vandaag heeft hij geen zin om te vertellen over wat teloorging, en wat in de plaats kwam.

Als deze stad zich weet te bevrijden uit de mediabezetting, zal een gewonde gemeenschap achterblijven. Molenbeek is het strijdperk van een opinieoorlog. Voor een arme, gekleurde, verdeelde kleine grootstad is dat een te zware symbolische last om dragen.

In de rechterhoek staan de cultuurpessimisten, die hier de som van al hun conservatieve angsten ontwaren. In de linkerhoek de utopisten, die de ontrafeling van hun multiculturele droom willen ontkennen. Geen van beiden heeft gelijk. Of beter: ze hebben allebei een beetje gelijk. Er ís gegronde reden tot ongerustheid. Maar er is ook reden tot pril optimisme.

Beeld bas bogaerts

Hoger, lager

Want dingen gaan vooruit, zelfs in Molenbeek. Nergens zie je die progressie beter verbeeld dan juist op het Sint-Mariaplein, dat kanaal en stadskern verbindt, waar de zendwagens met schotelantennes van BBC, NOS of RTL geparkeerd staan. De keurig, zij het met meer beton dan verbeelding heraangelegde esplanade was tot tegen de eeuwwisseling een stadskrater. Dat was het resultaat van een onoordeelkundig uitgegraven verlengde metrolijn die het oude, lage Molenbeek in tweeën heeft gesneden.

In de hoger gelegen hoofdstedelijke wijken aan het Brusselse Warandepark werd de metro ondergronds gegraven. Voor arbeiders- en migrantenwijken werd die dure techniek niet nodig bevonden. Brussel heeft - nog altijd - de sociale geografie van een middeleeuwse vesting. Wie hoog nabij het kasteel woont, heeft het goed. Wie lager leeft, heeft pech gehad. Oud-Molenbeek ligt érg laag, tussen kanaal en spoorlijn. In het uitgestrekte, residentiëlere Hoog-Molenbeek hebben ze geen cameraploeg gezien.

Een kwarteeuw lang, vanaf de jaren zeventig van de vorige eeuw, heeft de open metrosleuf als een smerig litteken het oude hart van Molenbeek doorkrast. Middenklassers trokken weg, middenstanders volgden. Dat litteken is nu tenminste weg. Ere wie ere toekomt: dat is mede de verdienste van de betwiste oud-burgemeester Philippe Moureaux (PS), die als geen ander subsidiefondsen wist uit te putten.

Ook elders zit Molenbeek ruimtelijk beter in zijn vel dan tien, zelfs vijf jaar geleden. Achter het statige Tour & Taxis-gebouw, op de grens van Molenbeek en Laken, ligt sinds anderhalf jaar een splinternieuw park. Onder een oude spoorwegbrug staat er een serre te blinken. Het lijkt een provocatie in de arme Maritiemwijk, in 2009 nog het toneel van de laatste straatrellen tussen politie en drugsbendes. De serre staat er nog altijd, met ongeschonden glasramen. Het is niet veel, maar het is vooruitgang, in een buurt waar een steen gauw gegooid is.

Zelfs de zo verrommelde Gentsesteenweg, de centrale verkeersader met zijn brolwinkels en pittazaken, heeft een facelift gekregen. Tussen de prijzigere nieuwe kledingwinkels valt Tonton Chami op, een halal hamburgertent, die de westerse fastfoodtypologie mixt met het familiale karakter van een oosters eethuis, inclusief binnenspeeltuin. Een teken van de prille opkomst van een etnische diverse middenklasse in de oude, arme stadskern.

Binnen zitten weinig klanten. "De mensen durven niet meer buitenkomen", blaast Jawad van achter de toonbank. De huiszoekingen op maandag naar nog meer terreurverdachten vonden een straat verder plaats. Of Jawad zijn leeftijdsgenoten-terroristen kende? "Nee man, zelfs hun vrienden kenden hen niet. De ene dag voetballen ze samen, de volgende dag is er een verdwenen en het volgende dat je ervan hoort, is dit."

Het is onmogelijk de vele en immense problemen die Molenbeek vandaag nog altijd treffen te begrijpen, zonder te kijken naar hoeveel erger nog het ooit is geweest, zegt Johan Leman, pionier van het integratiecentrum Foyer. "Toen wij in 1974 begonnen, was het hier de Far West.

Ik ben mijn eerste werkdag begonnen tussen de glasscherven van een inbraak. Meteen stonden een paar gasten in mijn bureau met een mes. Racketeering - betalen in ruil voor bescherming door de caïds, de buurtcriminelen - was toen de norm."

De politiek was onmachtig en ongeïnteresseerd. Leman: "Op het politiekantoor hingen verkiezingsaffiches van het Front National. Niemand die er wat van zei. Critici vinden dat ik te genadig ben voor de erfenis van Moureaux, maar hij heeft dat toch veranderd. Helaas had hij ook de typische handicap van de PS: cliëntelisme. En van de politiek: hij is veel te lang blijven zitten."

Beeld bas bogaerts
Beeld bas bogaerts

Betonrot

Want de gemeente is dan wel opgeknapt, lang niet alles gaat goed met haar bewoners. De voorlaatste keer dat Molenbeek het (regionale) nieuws haalde, was toen vier balkonnetjes van een groot appartementsblok in de Maritiemwijk instortten - zonder doden of gewonden. Dit 'fait divers' geeft een preciezer inzicht in de problemen van de buurt dan de terreurgruwel van Abdelhamid Abaaoud en zijn broeders.

Het betonrot van de neergestorte balkonnetjes is symptomatisch voor de huisvesting in arm Molenbeek. "Niets heeft me zo teneergedrukt als de staat van het woonpatrimonium", zegt schrijver Hans Vandecandelaere. Met In Molenbeek leverde hij zopas een redelijk optimistisch, maar uitmuntend gedocumenteerd verslag af van twee jaar rondgang in Oud-Molenbeek. Het boek groeide uit frustratie over de eenzijdige voorstelling van de buurt als een verdoemd getto - en toen moesten de wereldmedia nog langskomen.

We bellen samen aan bij Francisca, in de nauwe Parelstraat, waar licht en lucht een schaars goed zijn. Niemand thuis, maar de vele naast en boven elkaar bijeen geïmproviseerde deurbellen met overplakte namen verraden huisjesmelkerij. Francisca is sans-papier uit Nigeria, al vier jaar in het land. Ze woont met haar twee kinderen in een flatje met twee kamers in het gezelschap van een wilde variëteit aan huisschimmels. Huurprijs: 400 euro per maand.

Zoals Francisca zijn er velen, lees je in Vandecandelaeres boek. Twee derde van de woningen in dit stadsdeel zijn ouder dan 55 jaar. Bijna de helft is kleiner dan 55 vierkante meter. Van de woningen mist 15 procent het comfort van een badkamer, stromend water of een toilet. De helft heeft geen centrale verwarming. In dezelfde Ransfortstraat waar de politie een inval deed op zoek naar de voortvluchtige Salah Abdeslam, bedient een openbaar badhuis nog altijd vele buurtbewoners.

Kom bij Hans Vandecandelaere evenwel niet af met een 'monocultuur van armoede'. Van bij de krotwoning van Francisca gaat het naar de prachtige nieuwbouw van Espoir uit 2010, even verderop. Achter de kleurrijke gevels met hangende tuinen bevinden zich veertien duplex koopwoningen. Na tussenkomst van de gemeente, die de gronden voor een symbolisch bedrag verkocht, konden kwetsbare gezinnen hier hun eigen plekje verwerven. Ook dát is Molenbeek, gemeente van vallen en weer opstaan.

Zwart gat

En toch vaak: weer vallen. De balans, na twintig jaar PS-bestuur, oogt mager. In alle Brussel-statistieken bungelt Molenbeek onderaan, samen met het kleine Sint-Joost-ten-Node. De algemene werkloosheidsgraad ligt op 26 procent, bij jongeren onder de 25 gaat dat naar 36 procent. Het gemiddeld belastbaar jaarinkomen bedraagt 9.844 euro per hoofd (Belgisch gemiddelde: 17.000 euro).

In Molenbeek wonen 16.000 mensen per vierkante kilometer, tegen 7.000 in geheel Brussel. Op twintig jaar tijd groeide de bevolking van minder dan zeventig- tot bijna honderdduizend inwoners. Uit principe voerde Molenbeek een genereus onthaalbeleid voor nieuwkomers. In de praktijk strandde iedereen er die elders geen plek kreeg.

De cijfers verbloemen een nog taaiere werkelijkheid. Voor laag-Molenbeek, de oude stadswijken bij het Kanaal, kleuren de statistieken nog veel roder. De werkloosheid bij jongeren loopt op tot 55 procent, het jaarinkomen daalt naar 6.300 euro gemiddeld, de woondichtheid klimt in sommige wijken, zoals Zwarte Vijvers, naar 30.000 inwoners per vierkante kilometer. Dat is honderd keer (!) zoveel als het landelijke gemiddelde. Dat zijn véél jonge mannen zonder werk en zonder thuis, op zoek naar iets dat aanzien geeft.

"Er zit een zwart gat in onze gemeenschap." Terwijl buiten nog de warme kreten klinken van de solidariteitsbijeenkomst voor de slachtoffers van Parijs, klinkt Groen-schepen Annalisa Gadaleta in haar bureautje in het gemeentehuis somber over haar stad. "Te lang is hier gedacht: we geven die gasten een job bij de gemeente, dan zijn we gerust. Dat is een zware politieke misrekening gebleken. Sommigen spreken amper de taal, zelfs dat is hen nooit gevraagd. We hebben hen laten verdwalen op hun zoektocht naar identiteit. We moeten dringend op zoek naar een gemeenschappelijke grond. Lastig, op de krater van een terreuraanslag."

Neen, het is geen toeval dat juist in Molenbeek het islamradicalisme zijn allerlelijkste kop heeft laten zien. Zeker, er is de socio-economische realiteit van kansloosheid en ongelijkheid. Maar er is ook een aanbod om die lege identiteit in te vullen met een extreme lezing van het geloof. Een aanbod dat langdurig bewust genegeerd is.

"Al in de jaren negentig hebben we met het Centrum voor Racismebestrijding aan de alarmbel getrokken", zegt Johan Leman. "Het was de tijd dat de antisemitische sjeik Bassam Ayachi zijn haat predikte en de bekeerling Jean-François Bastin met zijn Centre Islamique Belge politiek actief werd. Maar bij de Staatsveiligheid zeiden ze me toen: laat maar, dan weten we ze tenminste zitten. Tsja."

Ook Moureaux heeft toen geklaagd, weet Leman wel zeker. Dat ook de oud-burgemeester daarna de moslimgemeenschap amper aangesproken heeft op haar riskante elementen, kan evenwel niet ontkend worden. Johan Leman: "Dat is een collectief falen geweest. Het amalgaam was zo groot dat mensen spontaan in het verweer zijn gegaan."

Twee tegengestelde fenomenen schuren langs elkaar heen. De drang naar vooruitgang spat van de verburgerlijkte etalages op de Gentsesteenweg. Tegelijk is er die neiging om op zichzelf terug te plooien. Het zit soms in kleine dingen, weet Annalisa Gadaleta. "Zelf kom ik uit Zuid-Italië, maar ik zal me altijd Belgisch noemen. Mijn moslimvriendinnen zijn hier geboren en opgegroeid, maar ze noemen zich consequent Marokkaans."

De enkele gevaarlijke potentiële terroristen zijn één - ernstig - probleem. De ruimere groep die vatbaar is voor een gedachtegoed dat hen in stilte afkeert van de samenleving is een andere kwestie, die niet minder urgent is. Gadaleta: "Is het normaal dat wij hier mama's over de vloer krijgen, die zeggen dat hun kind naar die ene school moet? De kinderen van de buren gaan er namelijk ook, en dan kan hun eigen kind mee, want zelf mag de vrouw niet op straat van haar man."

In Molenbeek geldt een verbod op het dragen van hoofddoeken in een openbare functie. Schepen Gadaleta: "In de kinderopvang hebben we die regel nu afgeschaft. Men heeft zich blindgestaard op het symbool, en het hoofd eronder verwaarloosd. Het compromis ligt toch voor de hand: neem je vrijheid om je te kleden zoals je wil, maar ding niet af op onze grondwaarden van vrijheid en gelijkheid."

Beeld bas bogaerts

Koffie, geen bier

In crèmerie Le New Royal op het centrale marktplein zit een homogeen gezelschap van eenzame, oudere mannen te kijken naar een natuurdocumentaire met Arabisch commentaar. De koffie komt gratis, met lekker zoete pannenkoek toe. Een welkomstgeschenk voor ons, zichtbare buitenstaanders.

Naar schatting veertig procent van de inwoners van Molenbeek is moslim. Hun islam komt in vele tinten. "De moslimgemeenschap is geen monolithisch blok", meent Hans Vandecandelaere. "De meeste moslims gaan erg soepel om met hun geloof. Op straat speelt de druk van sociale controle, maar privé is er juist veel marge." Voor buitenstaanders, met gratis koffie, is het moeilijk om de codeverschillen tussen de diverse tinten goed in te schatten. Wat is vroom en wat is orthodox? Wat is orthodox en wat is fundamentalistisch? Wat is fundamentalistisch en wat is gevaarlijk?

Een anekdote. In het begin van het schooljaar organiseert het oudercomité van een gekleurde buurtschool een naschoolse kennismakingsavond in het nieuwe park achter Tour & Taxis. Zijn toch weer, op een enkele uitzondering na, alleen de blanke, Nederlandstaligen aanwezig. Achteraf blijkt dat sommige ouders liever niet wilden komen naar een evenement waar ook alcohol zou geschonken worden. Dat is een wel erg verregaande vorm van zelfgekozen segregatie.

Er zijn natuurlijk ook veel tegenvoorbeelden van wereldse Molenbeekse moslims te vinden. Toch, dit gaat over lieve, goede, hardwerkende moslimmama's en -papa's, niet over fundamentalisten. Dus ja, wat is vroom? Wat is orthodox? Wat is fundamentalistisch?

Want je ziet ze wel eens op straat, salafisten, met baard en kortere broek. Een marginale minderheid, maar niemand schijnt te weten met hoeveel ze zijn en hoever ze van de brede moslimgemeeschap staan.
"Ook een salafist kan vreedzaam zijn," zegt Johan Leman, "maar uiteindelijk is het wel iemand die de wereld opdeelt in goed en kwaad, en onze levensstijl is voor hen 'kwaad'."

Leman heeft de impact van de islam op het publieke leven zien toenemen in Molenbeek. "In de jaren negentig is de tweede generatie een strikte lezing van de islam gaan gebruiken om zich af te zetten tegen hun onmondige ouders." Vanuit conservatieve Saudi-moskeeën werd en wordt die letterlijke lezing gepropageerd.

Chance op school

"Hier in de tuin kunnen we ons uitleven", kirt Fatima. Alleen al in de Finstraat zijn twee publieke moestuinen - nog zo'n discrete, zilveren lijntjes rond de grauwe, grootstedelijke wolken. Voor we het beseffen, zitten we met achten rond de tuintafel: Marokkaanse moeders naast een Franse kunstenares en een paar oude Belgen.

Ook hier de vraag: waar eindigt vroomheid? Waar begint fundamentalisme? Nahima, met hoofddoek, antwoordt: "Vroomheid is voor mij persoonlijk, fundamentalisme begint waar ik mijn geloof aan anderen wil opleggen." Ze schudt overtuigend de hand. Het fundamentalisme waart rond, maar niet in deze tuin.

"Mijn kinderen zijn op de goede weg", hoopt Fatima trots. "Je weet het nooit", repliceert Nahima. "Mijn zoon was gisteren van halfdrie tot zes uur het huis uit. Naar de bibliotheek, zegt hij. Heb ik een andere keus dan hem te geloven?"

De angst je kind te verliezen aan de drugs of de haatpredikers is wat vele Fatima's en Nahima's hier verbindt. Deze buren zouden samen gaan betogen voor het klimaat in Parijs, volgende maand. Dat gaat nu niet door. "Een bus manifestanten uit Molenbeek, dat is nu wel het laatste waar ze in Parijs op zitten wachten." De grap smaakt bitter. Nahima weet dat werk zoeken sinds vorige week nog moeilijker wordt. "Wie wil een werkloze aannemen met een adres in Molenbeek op de identiteitskaart?"

Zelf redt ze zich wel, ze zit in met haar kinderen. "Je moet veel chance hebben dat je je kinderen naar een goede school kan sturen. Als je op de verkeerde school uitkomt, is hun leven om zeep. De ongelijkheid is immens. Leraars die kinderen om geld bedelen om fotocopies te kunnen maken: vindt u dat normaal?"

Drie jaar heeft Nahima gezocht naar een betere school voor haar zoon. "Hij deed het goed, maar ik vond zijn school te laks. Nu zit hij op een betere plek. Hij moet een jaar overdoen, maar dat is me liever dan de primus zijn in een school die n'importe quoi aflevert."

Zonder omwegen gaat Nahima naar het duistere hart van vele Molenbeekse ellende: het gebrek aan kwaliteit in een groot deel van het Franstalig onderwijs. Hier start de helse spiraal van uitsluiting: concentratiescholen zonder middelen, hoge schooluitval (tot 30 procent in Franstalig Molenbeek), kansloze diploma's, jongerenwerkloosheid, grijze economie, criminaliteit...

Schepen Gadaleta bevestigt: "Het jaarlijkse tekort aan goede schoolplaatsen is dé grote schande. Wat is dit? De hoofdstad van Europa of een derdewereldland? We hebben zelf een tweetalig immersieschooltje ingericht, maar de sleutel ligt bij de gemeenschappen, in casu de Franse."

Beeld bas bogaerts

C'est Joëlle

Woensdagavond. Drieduizend Molenbekenaars trotseren de novemberkilte om hun solidariteit te betuigen met de slachtoffers die in Parijs mede door Molenbeekse handen vielen. Aangebrachte kaarsjes vallen om, wanneer de alweer alomtegenwoordige tv-ploegen zich storten op een moeder met hoofddoek die ook een theelichtje wil neerzetten. Verhaal!

Bovenaan de trappen van het gemeentehuis, vlakbij een versteend voor zich uitstarende burgemeester Françoise Schepmans (MR), kijkt ook Joëlle Milquet (cdH), Franstalig minister van Onderwijs, uit over de ingetogen mensenzee. Zij is niet de historische, wel de huidige aansprakelijke voor de structurele onderfinanciering van het Franstalig onderwijs, en met name het gebrek aan impuls voor de armlastige scholen in de hoofdstad. Zou ze zich bewust zijn van haar verdomde plicht?

De volgende ochtend zal premier Charles Michel een indrukwekkend repressieplan tegen radicalisering en terreur aankondigen. Wanneer zal de minister van Onderwijs haar preventienoodplan aankondigen?

Wanneer, mevrouw Milquet, zal het voor u genoeg zijn?

Het staPPen van de stad
de forten zullen houen zullen vallen zullen houen zullen vallen
Het staPPen van de stad in angst
(Paul Van Ostaijen, Bedreigde Stad)

*** De meeste inwoners van Molenbeek in dit artikel wensten zich enkel met hun voornaam bekend te maken. ***

Hans Vandecandelaere, 'In Molenbeek', uitgeverij Epo, 261 p., 19,90 euro.

Hans Vandecandelaere en Bart Eeckhout gaan in gesprek over boek en stad, morgen zondag 22 november om 11 uur in Bibliotheek De Boekenmolen, Hovenierstraat 47, Molenbeek.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden