Dinsdag 10/12/2019

22/3

Molenbeek, één jaar later: waarom het Kanaalplan alleen niet genoeg is

Beeld Wouter Van Vooren

Molenbeek – ‘de hoofdstad van de jihad’ – is een gemeente met littekens. Eén jaar na de terreur blijken die nog lang niet weggewerkt. Integendeel.

Maman? Mamaaaan!”

De zoon van Hakima staat onderaan de trap van hun rijhuis in Molenbeek. Februari 2016. Buiten is het nog donker. De klok tikt zes uur 's ochtends aan. Er beweegt iets aan de voordeur.

Maman, il y a quelqu'un devant la porte!

Hakima springt uit bed, wrijft de slaap uit haar donkerbruine ogen en stommelt de trap af. Ze doet de deur open: er staan vier robocops. Ze dragen kogelvrije vesten en hebben hun pistool bij de hand.

De agenten stappen binnen. De familie – zij, haar man en drie kinderen – verzamelen in de woonkamer terwijl het huis doorzocht wordt. Haar man, een eerstegeneratiemigrant, kijkt verslagen voor zich uit. “Het komt wel goed”, probeert Hakima hem te sussen. “Dit zal dan het fameuze Kanaalplan zijn, zeker?” Ze zoekt bevestiging bij de minst intimiderende robocop. Een jongeman met een open gezicht.

“Wij stellen hier nu de vragen”, is het afgemeten antwoord.

Een halfuur later zit Hakima in een verhoorlokaal. Zo’n kale doos zonder ramen uit de tv-series. Ze draagt haar nachtkleed nog. Een auto heeft haar tot hier gebracht. Via een geheime tunnel onder de Botanique door. “Draag je een hoofddoek? Waarom niet? Ga je naar de moskee? Hoe vaak? Hoe worden je kinderen opgevoed?” Voor Hakima duurt de ondervraging eindeloos. Vier uur later staat ze verdwaasd buiten. Vrij.

Schoonmaak

Het is vandaag één jaar en één maand geleden dat binnenlandminister Jan Jambon (N-VA) het Kanaalplan heeft afgekondigd in de hoofdstad. Meteen na de aanslagen in Parijs eist hij een grote schoonmaak.

Bij aanvallen op concertzaal Bataclan en Parijse cafés in november 2015 zijn 129 doden gevallen. De terreur wordt mee geregisseerd en uitgevoerd door Molenbekenaars, onder wie Salah Abdeslam. België krijgt het hard te verduren van buitenlandse politici en media. Molenbeek wordt al snel omgedoopt tot hoofdstad van de jihad. ‘Belgium is a failed state’. Er moet een reactie komen: het Kanaalplan.

De probleemgemeenten rond het Brusselse kanaal (Molenbeek, Koekelberg, Anderlecht, Sint-Joost-ten-Node, Schaarbeek, Laken, Sint-Gillis en Vilvoorde) mogen 300 federale extra politiemensen verwachten. Zij zullen de wet in ere herstellen, jihadisten op de huid zitten en betere inlichtingen verzamelen. De tijd van Jansen en Janssen moet nu voorbij zijn. Voortaan is James Bond een Belg.

“We zullen de problemen doortastend aanpakken. Alles onmiddellijk veranderen zal niet lukken, maar dit plan zal een verschil maken”, rolt minister Jambon met de spierballen op een persconferentie.

Voor de centrumrechtse regering is het van levensbelang om potent te handelen. Een partij als N-VA vraagt al jaren een strenger politiebeleid. Nu ze zelf aan de macht is, moet ze zich bewijzen. Dat het om de hoofdstad gaat en uitgerekend om Molenbeek, maakt het nog gevoeliger. De gemeente, lang het territorium van PS’er Philippe Moureaux, is voor N-VA het schoolvoorbeeld van hoe de vrijheid-blijheid-politiek van de Franstalige socialisten het land aan de afgrond heeft gebracht.

Slaappillen

Het Kanaalplan is een maand in voege als Hakima’s zoon de politie aan de deur ziet. De gsm’s van haar familie zijn dan al twee weken afgeluisterd. Hakima wordt verdacht van terrorisme.

“Blijkbaar had een buurvrouw hen een mail gestuurd dat ik een aanslag aan het voorbereiden was”, zegt ze vandaag. “De politie heeft me geschaduwd tot ze genoeg aanwijzingen dacht te hebben. Tijdens mijn ondervraging probeerden de speurders me alles te doen bekennen, maar uiteindelijk moesten ze toegeven dat ze eigenlijk helemaal niets tegen me hadden. Het was een valse aanklacht.”

De drijfveren van haar buurvrouw kent Hakima naar eigen zeggen niet. Een rechter heeft de vrouw intussen gedwongen om te verhuizen. Hakima trilt nog altijd als ze het hele verhaal vertelt. “Ik heb een serieuze tik gekregen. Sindsdien ga ik naar de psychiater en neem ik slaappillen. Vooral 's ochtends en 's avonds ben ik doodsbenauwd. Het minste geluid doet me alles herbeleven.”

Waar gehakt wordt, vallen spaanders, zegt het spreekwoord. Hakima denkt er het hare van. “We hebben het Kanaalplan en soldaten op straat gekregen. Maar is ons dagelijks leven nu zoveel verbeterd?”

Het is een vraag die voor heel Molenbeek kan worden gesteld. Heeft het Kanaalplan de getraumatiseerde gemeente weer tot rust gebracht? Of is de stille, verloren massa sindsdien alleen maar groter geworden?

“U vergist zich van vijand

Mohamed, een joviale vijftiger, probeert zich kalm te houden. In allerijl is hij naar de moskee gespurt. Een van de arbeiders heeft hem opgebeld: “Kom meteen.” Hij ziet de zwaailichten al van ver.

In juni 2016 is Mohamed Laghouaji drie jaar voorzitter en imam van Anwars Chababs, de moskee dicht bij de begraafplaats van Molenbeek met een aparte geschiedenis: sinds ze bestaat, ligt ze onder vuur.

Eerst door de buurtbewoners. Die tekenen verzet aan tegen de komst van de moskee in hun residentiële wijk. Het argument: of het nu een moskee, boeddhistische tempel of Aldi is, we willen geen overlast. Later door de Christelijke Staat of L’Etat Chrétien. Een onbekende organisatie die na de aanslagen in Parijs een brief met doodsbedreigingen stuurt. “We zullen jullie de keel oversnijden als varkens en jullie bekeren”, schrijven ze. En nu door de gemeente Molenbeek en de politie zelf. Althans, dat denkt de imam. Waarom staan er anders elf mensen onaangekondigd voor zijn moskee? Agenten en controleurs van de RVA.

Ze willen de namen en adressen van de leden, de akten van de vzw, de boekhouding, alles. “Kunnen jullie niet even een afspraak maken? Of eens in het Staatsblad kijken?”, probeert Laghouaji tevergeefs.

Het Kanaalplan betekent niet alleen meer blauw op straat. Minstens zo belangrijk is opnieuw orde scheppen in de administratieve chaos. Te beginnen met het bevolkingsregister en de vzw’s.

Een razendsnelle bevolkingsaangroei en bestuurlijk je-m’en-foutisme hebben ervoor gezorgd dat niemand in Molenbeek nog in staat is om met zekerheid te zeggen dat persoon x in appartement y woont. Hetzelfde geldt voor de vzw’s. De gemeente telt er ondertussen meer dan 1.600. Vele daarvan zijn nooit gecontroleerd. Wel algemeen bekend: een aantal is verwikkeld in het criminele milieu.

Bij deur-aan-deur-bezoeken zijn het afgelopen jaar daarom 8.600 woningen met 22.600 bewoners gecontroleerd. Dat is een kwart van alle Molenbekenaars. Daarop zijn 1.113 mensen uit het bevolkingsregister geschrapt. De doorlichting van alle vzw’s in Molenbeek, die sinds kort is afgerond, leert dat minstens 102 ervan worden verdacht van criminele feiten. Bij 51 zijn er links met radicalisme en terrorisme. Het gaat dan om een bestuurder, een lid of een vrijwilliger die genoemd wordt in een terreurdossier. Vaak blijken er ook links met drugshandel en wapenzwendel. Voorlopig zijn er nog geen veroordelingen.

Het aantal verdachte vzw’s kan nog verder oplopen: bij ruim 300 organisaties loopt er een extra onderzoek. Soms gaat het over simpele bouwovertredingen, vervallen vergunningen of sociale fraude.

Opgefokt

Zwartwerk is ook het eerste waar Laghouaji naar gevraagd wordt in juni 2016. “Een dame van de RVA voerde het hoge woord”, herinnert de imam zich. “Ze was bruut en eiste onmiddellijk antwoorden. Ik nam haar mee naar mijn kantoor. De agenten wachtten voor de deur. Alsof ze moesten zorgen dat ik niet kon vluchten.” Laghouaji lacht een beetje groen. “Het was allemaal nogal bizar.”

“Vier weken later belde de dame me weer op. Ze was vriendelijker en we maakten een afspraak. Die verliep vlekkeloos. In onze moskee is iedereen welkom, maar ik heb graag dat je vooraf belt (lacht).”

Mohamed is niet de enige die vindt dat het een tikje minder opgefokt mag. Het Platform van de Moslims in België en de Unie van Moskeeën van Brussel klagen over “de brutaliteit van de interventies”. Enkele vzw’s gaan nog een stap verder. Ze hebben officieel klacht ingediend wegens intimidatie. Vzw La Rue bijvoorbeeld, een sociale organisatie die opleidingen organiseert voor laaggeschoolde jongeren.

Ahmed El Khannouss, eerste schepen van Molenbeek voor cdH: “De methode die veel politiemensen en ambtenaren hanteren, werkt polariserend.” Hij heeft hierover een brief gestuurd naar minister Jambon. “Bij de moskeeën en het verenigingsleven wordt net gestreden tegen radicalisering. De jongeren die naar Syrië en Irak zijn vertrokken uit Molenbeek hebben dat echt niet via de moskeeën gedaan.” Burgemeester Françoise Schepmans (MR) is diplomatischer. “Tijdens de opeenvolgende huiszoekingen hebben de politie en de preventiedienst van de gemeente uitleg gegeven. Dat heeft de spanningen doen afnemen.”

Huzarenstuk

Onderling wantrouwen, het blijft een enorm probleem in Molenbeek. Van de inwoners tegenover de politie en de media. Van de politie tegenover de politici. Van de politici tegenover elkaar. De Brusselse gemeenten vormen al decennialang het strijdtoneel voor Franstalige socialisten en liberalen. De PS staat vooral sterk in het centrum en de armere westrand, de MR in het rijkere zuidoosten.

Als elke politieke beweging verdacht wordt gemaakt, leidt dat automatisch tot stilstand. Dat het Kanaalplan er is gekomen en ondertussen een jaar loopt, is eigenlijk al een diplomatiek huzarenstuk. Tijdens de eerste vergaderingen lijken de Brusselse burgemeesters een kakelende bende. Het enige waarover ze het eens geraken, is dat niemand zich te veel moet komen moeien in hun gemeente. Burgemeesters hebben de grootste moeite om samen te werken met hun collega’s van andere partijen, laat staan beslissingsmacht afstaan aan het Brussels Gewest – dat nochtans bevoegd is voor veiligheid.

Inhoudelijk zit er ruis op de lijn met Jambon. De burgemeesters vinden het onhaalbaar om van deur tot deur te gaan om hun bevolkingsregister bij te werken. Daar hebben ze de mankracht niet voor. Een ander discussiepunt is de ‘nabijheidspolitie’. De Kanaalgemeenten vrezen dat hun politieversterking slechts tijdelijk zal zijn. Terwijl ze permanente agenten willen, die de wijken kunnen induiken. “Dit blijft een werkpunt”, zegt schepen El Khannouss. “De inwoners moeten hun agenten leren kennen. Dan zouden die niet overal wild binnenvallen, alleen waar ze weten dat het moet.”

De Molenbeekse korpschef Johan De Becker beaamt dit. Alleen: hij heeft al zijn mensen nodig voor het harde beukwerk. De politiezone kampt nog altijd met een personeelstekort van zowat 80 mensen. Van de 50 extra politiemensen die de zone heeft gekregen via het Kanaalplan zijn er 20 ingezet als wijkinspecteur. Voor een stad zoals Molenbeek (96.000 inwoners) blijft dat weinig. Bovendien worden de wijkinspecteurs vaak ingezet voor de duizenden huis-aan-huis-controles. Een klus die ook bergen papierwerk vergt. Het blijft zo wachten en hopen op nieuwe rekruten.

Jobs, jobs, jobs

Nog te vaak kent de Molenbekenaar de macht alleen van die paar keren dat het misgaat in zijn straat. Alleen dan komt de politie opdagen, met in haar kielzog journalisten en camera’s.

Een detail: een pottenverkoper op de Gentsesteenweg heeft onder zijn toonbank een uitgeknipt krantenartikel liggen. Er staat een foto van zijn winkel op, met erboven de kop ‘Molenbeek blijft een jihadnest’. Telkens als hij een persfotograaf ziet opduiken, spurt hij naar buiten met het knipsel in de hand. “Je mag hier gerust foto’s nemen”, zegt hij beleefd. “Maar houd het eerlijk. Dit schaadt mijn winkel.”

Zakendoen in Molenbeek is zo al lastig genoeg. Economisch gezien is de gemeente een dorre woestijn. Het gemiddelde netto-inkomen ligt er 60 procent lager dan in Hasselt, Mechelen of Namen. Niet dat er nergens jobs zijn. Alleen worden die niet ingevuld door de locals: elke dag verdienen 22.000 pendelaars hun brood in Molenbeek, tegenover amper 3.000 werknemers uit de gemeente zelf. Een deel van de bevolking probeert zich te beredderen als zelfstandige. Nog veel meer mensen zitten thuis. Molenbeek kampt met een enorme werkloosheid. Een kwart van de bevolking leeft van een uitkering.

“Ik ga niet verbergen dat het moeilijk is”, vertelt geboren Molenbekenaar Karim Bazah. Hij is eigenaar van Le Palais de Balkis, een delicatessenzaak. “Na 22 maart waren er dagen dat niemand buiten durfde te komen.” Karim is het aan het maken. Hij is een uitzondering. “Veel jongeren zijn schoolverlaters. Ze wonen klein en zijn veel op straat. Thuis komen ze alleen om te slapen. Ze zijn ongrijpbaar voor hun ouders. Als de politie hen stopt, voelen ze zich verkeerd behandeld. Op school, thuis, op straat: overal voelen ze zich minderwaardig. En dan komen er mensen die hun frustraties begrijpen en hen eigenwaarde geven.”

Molenbeeks deradicaliseringsambtenaar Olivier Vanderhaegen ziet hetzelfde gebeuren. Veel jongeren raken nergens op de radar. Hebben geen vooruitzichten door de slechte sociaal-economische situatie. “Zelfs al vertrekken er nauwelijks nog jongeren naar IS-gebied, de kritische massa die een radicaal discours aanhangt, groeit”, stelt hij vast. “Het Kanaalplan heeft de voedingsbodem niet weggenomen.”

Harten veroveren

Is er iets veranderd in Molenbeek, één jaar na de terreur? Ja, want het Kanaalplan heeft zeker zijn verdienste. Er is meer politie, meer controle, meer repressie. Nee, want aan de onderliggende problemen die jonge moslims doen radicaliseren, is (te) weinig gebeurd. Bovendien dreigt het Kanaalplan een tegenreactie uit te lokken: de politie, uw vijand.

De politiek lijkt zich bewust van het gevaar. Jambon zei in een weekendinterview met deze krant (DM 18/3) niet zomaar dat de uitdaging in Molenbeek nu “de harten van de jonge moslims veroveren” is. Burgemeester Schepmans stuurt niet toevallig deze maand een brief uit naar honderd willekeurig gekozen inwoners voor ‘We are Molenbeek’, een burgertop rond radicalisme en vreedzaam samenleven.

Schepmans: “Het tijdperk van de onverschilligheid is voorbij in Molenbeek.” Nu maar afwachten of repressie en preventie twee even zware gewichten op de balans kunnen worden.

Beeld Wouter Van Vooren

“Drie weken heeft hij bij mij op de kamer geslapen, als een klein kind”

Salma's zoon is 29, elektrotechnicus en houdt van voetbal. Een pleintje en een gele Nike-bal: meer heeft hij niet nodig na het werk. Achteraf blijft hij graag op café plakken met zijn maten.

Hij is een voorbeeld van hoe een cola gaan drinken met de verkeerde kan leiden tot een aanhouding. Een van zijn ploeggenoten heeft een broer in Syrië. Onlangs schrijft die een som over naar Turkije. Reden genoeg voor de politie om een onderzoek te starten naar al zijn vrienden. Want wat bekokstoven die op dat pleintje? Een maand geleden worden ze van hun bed gelicht en urenlang ondervraagd.

“Mijn zoon is er nog altijd ondersteboven van”, vertelt Salma. “Hij krijgt medicatie. Ik begrijp dat de politie haar werk grondig moet doen, maar nu heb ik ook eens aan de andere kant gestaan.”

Salma leidt een sociaal project voor kansarmen in Schaarbeek. “Het maakt me boos hoe iedereen in dezelfde pot kan belanden. Sommige kennissen hebben ons nu de rug toegekeerd. ‘Geen rook zonder vuur.'”

“We moeten echt oppassen: dit breekt jongeren en duwt hen nét wel in de foute handen.”

Hakima en Salma zijn schuilnamen door de auteurs gekozen om de getuigen te beschermen.

------------------------------------------------------------------------------------------------

Checklist Molenbeek

Extra blauw? 50 agenten erbij, meer versterking onderweg

Wie woont waar? Al 8.603 woningen gecontroleerd

Wat doen vzw’s? Alle vzw’s doorgelicht, 51 verdacht van link met radicalisme

Meer controle? 104 extra politieacties

Waar zitten de terroristen? 72 ex-Syrië-strijders worden opgevolgd

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234