Maandag 26/10/2020

Keerpunt

Mohamed A. El-Erian: "Centrale banken alleen kunnen ons niet redden"

Mohamed A. El-Erian is hoofdeconoom van verzekeringsconcern Allianz en voorzitter van de Global Development Council van VS-president Obama.Beeld REUTERS

Ik heb het grootste deel van het jaar last gehad van een tenniselleboog, zodat ik mijn goede arm veel meer heb gebruikt. Te veel, want nu het nieuwe jaar begint, wil die arm ook niet meer mee. Als ik er niets aan doe, zit de kans erin dat ik in 2017 niet eens een tas zal kunnen dragen.

Eigenlijk is dat geen slechte analogie voor de teleurstellende prestatie van de wereldeconomie in 2016, en een hint voor wat er nodig is om in 2017 de financiële instabiliteit en de ­toenemende economische en politieke malaise te bestrijden.

De wereldeconomie heeft een zwak en vreemd jaar achter de rug. De groei was nog altijd te laag en gefragmenteerd en de wereld bleef te sterk afhankelijk van de centrale banken.

Buitensporige bezuinigingen

De overheid kan de economie beheren door haar uitgaven en belastingen aan te passen, maar vooral in de VS en Europa bestaat al sinds 2010 de perceptie dat ze daarmee haar boekje te buiten gaat. De angst voor schulden en voor een ­overbodige inmenging in de privésector heeft in een aantal ontwikkelde landen, zoals Spanje, Griekenland en Portugal, tot buitensporige ­bezui­nigingen geleid in termen van ingekrompen overheidsuitgaven. Om dezelfde redenen hebben landen met een sterke balans, zoals Duitsland, geen fiscaal beleid gevoerd dat de economie zou stimuleren.

Dat heeft een financiële verlamming veroorzaakt die, samen met een gebrek aan structurele hervormingen om de groei te bevorderen – zoals een herziening van de vennootschapsbelasting, de bouw van betere infrastructuur, (bij)scholing van werknemers –, de middenklasse en de werkende klassen van deze landen bijzonder zwaar heeft getroffen. Ze heeft ook de werkloosheid ­verergerd, zeker bij de jongeren. Naarmate de druk op de gezinsinkomens toenam, werden de vooruitzichten voor de consumentenuitgaven onzekerder, zodat de bedrijven minder enthousiast waren om in nieuwe fabrieken en uitrusting te investeren: een vicieuze cirkel. Het economisch klimaat bleef slecht en de politiek van de woede kreeg de wind in de zeilen.

Ongenoegen

Steeds meer economen pleitten in 2016 voor een flexibeler ­fiscaal beleid, maar de sociale en politieke polarisatie stond elk ingrijpend initiatief in de weg. De aanhoudend zwakke groei ontgoochelde de mensen en deed de hoop op een terugkeer naar de economie van de goede jaren verzwinden, terwijl de perceptie toenam dat de voordelen van de beperkte groei buiten verhouding naar de rijken gingen. Vooral in Europa nam de werkloosheid ­alarmerend toe en werd ze structureel. Het ­ongenoegen en de wrok tegenover het politieke en economische ‘establishment’ werden nog ­sterker. Economie, financiën en politiek raakten steeds meer verstrikt in een gevaarlijke cyclus van disruptie die zichzelf in stand hield.

In juni kozen de burgers van het Verenigd Koninkrijk voor de ontmanteling van de sterke handels- en financiële banden met Europa, die vier decennia lang aan hun welvaart hadden ­bijgedragen. De presidentsverkiezing in de Verenigde Staten werd gedomineerd door ­aanvallen op de vrije handel, van Donald Trumps dreigementen met tolheffingen op de import uit China en Mexico, tot Hillary Clintons verloochening van de handelsakkoorden met Azië, Zuid-Amerika en de EU waarover de regering van Obama zo moeizaam had onderhandeld. Trumps overwinning op 8 november illustreerde de ­groeiende invloed van de anti-establishment­bewegingen.

Obstakels voor groei

Omdat zowel het fiscale als het structurele beleid gehandicapt was – de twee armen hadden een tenniselleboog – konden alleen de centrale ­banken nog ingrijpen in een economie die behoefte had aan sterke, duurzame en inclusieve groei. De centrale banken, die een grote mate van politieke autonomie hebben, voelden zich moreel verplicht om iets te doen, ook al misten ze er de juiste instrumenten voor. Ze kunnen immers ­vrijwel alleen monetaire maatregelen nemen: de rentevoeten en de geldvoorraad manipuleren om de financiële voorwaarden en de beleggingsvoorkeuren te beïnvloeden.

Een man tijdens een betoging in Athene. "Hoe langer we zweren bij een strak monetair beleid, hoe zorgwekkender de toekomst oogt", stelt El-Erian.Beeld AFP

Ondanks hun bereidheid om de verantwoordelijkheid te nemen waaraan anderen verzaakten, konden de centrale bankiers hun doelstellingen niet bereiken. Logisch, want technieken zoals het aanpassen van de rentevoeten of het kopen en verkopen van effecten op de markt, zijn niet ­opgewassen tegen de structurele obstakels voor de groei, zoals het gebrek aan infrastructuur, gefragmenteerde belasting­stelsels en een buitensporige regulering. Het verlagen van de rentevoeten om het verbruik en de investeringen aan te moedigen, volstond niet om de zwakke economie in een hogere versnelling te brengen. Toch weigerden de centrale banken om het op te geven en bleven ze hun onvolmaakte en zelfs experimentele recepten toepassen – zij waren immers de enige instellingen met de flexibiliteit om de problemen aan te pakken.

Onder nul

Dat alles leidde tot toestanden die nog niet zo lang geleden ondenkbaar waren. De Bank of Japan en de Europese Centrale Bank pasten negatieve rentevoeten toe, dus een rente onder de 0 procent, zodat sommige beleggers in overheidsobligaties geen interest ontvingen maar moesten betalen – een heel ongewone situatie. Ongeveer 30 procent van het totale volume overheidsschuld werd met een negatief rendement verhandeld.

In het grootste gedeelte van 2016 bleven de beurzen eigenaardig genoeg immuun voor de onzekerheid die het economische, financiële en politieke landschap kenmerkte. Dat was te danken aan de liquiditeit, de doorlopende injectie van geld in de markten als gevolg van enerzijds de onconventionele maatregelen van de centrale banken en anderzijds de recycling van geld door de ondernemingen, door middel van fusies, ­overnames en de terugkoop van eigen aandelen.

Die contra-intuïtieve combinatie van een fundamenteel onstabiele economie en kalmte op de beurzen kan niet eeuwig blijven duren. De precieze timing van economische en financiële keerpunten is moeilijk te voorspellen, maar we zouden in 2017 een drastische ommezwaai kunnen zien. Dat hoeft echter geen spookbeeld te zijn, op voorwaarde dat de politici weer hun verantwoordelijkheid voor het economische beleid nemen.

Schuldverlichting

Een efficiënt beleid zou mikken op structurele hervormingen (ook van de belastingen) die de groei bevorderen, op meer fiscaal activisme (vooral in de bouw van infrastructuur), op schuldverlichting (voor Griekenland en, preventief, voor een deel van de studieleningen in de VS) en op een betere coördinatie van de maatregelen (globaal, maar ook om de regionale economische architectuur van de ­eurozone te versterken).

Dat zou een deel van het vele geld ­vrijmaken dat nu op de balansen van de ­ondernemingen sluimert, en het zou twee ­kritieke overgangen stimuleren: de transitie van een lage naar een hoge en meer inclusieve groei, en de transitie van een kunstmatige naar een echte financiële stabiliteit.

Maar hoe langer we zweren bij een strak monetair beleid, hoe zorgwekkender onze toekomst oogt. Als de politici de kiezers in de steek ­blijven laten, kan een zwakke groei in een recessie verglijden en kan kunstmatige financiële ­stabiliteit in disruptieve instabiliteit veranderen. De politiek van de woede zou dan nog lelijker worden. De alternatieven zijn grimmig en de tijd dringt. Een tenniselleboog behandel je door te rusten. De centrale bankiers hebben lang genoeg hun best gedaan – laten we nu een pijnlijk en nog moeilijker 2017 voorkomen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234