Zondag 26/09/2021

AnalyseVerslaving

Mogen drugsverslaafde ouders kinderen krijgen? ‘Ze waren geen criminelen of barbaren: ze waren gewoon verslaafd’

‘Het is niet zo dat mijn moeder en mijn vader hun best niet deden. Ze waren geen criminelen, ze waren gewoon verslaafd.’
 Beeld Flore Deman
‘Het is niet zo dat mijn moeder en mijn vader hun best niet deden. Ze waren geen criminelen, ze waren gewoon verslaafd.’Beeld Flore Deman

Het debat laaide onlangs weer op: mogen drugsverslaafde ouders wel kinderen krijgen? En zo ja, mogen ze die dan zelf opvoeden? Journaliste Samira Atillah, die opgroeide met een verslaafde vader en moeder, zoekt antwoorden op complexe vragen.

“Iemand die nog drugs neemt tijdens de zwangerschap, is dat een ouder?”, vroeg Valerie Van Peel (N-VA) zich onlangs af in De zevende dag. Het federaal parlementslid ging er in debat over de bescherming van ongeboren kinderen met verslaafde moeders. Instinctief zwierde ik na de uitzending een tweet online: ‘Ja, het zijn nog ouders. En een beetje respect graag: het gaat hier nog altijd om mensen.’ De uitspraak raakte me dan ook persoonlijk. Het gaat om mensen zoals mijn ouders, het gaat om kinderen zoals ik. Heel mijn leven werd ingekleurd door de verslaving van mijn ouders. En door tussenkomsten van jeugdrechters en consulenten.

Politici willen meer doen om de rechten van het (ongeboren) kind te beschermen, en ze kijken daarvoor ook naar verslaafde moeders. Een voorstel dat steeds weer terugkomt is om verslaafde moeders als laatste redmiddel verplicht te laten opnemen als ze afspraken niet nakomen, of het kind vlak na de geboorte te scheiden van de moeder. Een voorstel dat veel stof doet opwaaien. Ook bij mij.

Ook ik heb als baby’tje moeten afkicken. Daar weet ik uiteraard niets meer van. Mijn zus vertelde het mij toen ik jonger was. “Dat onze verslaafde ouders hun best deden.” Ze deden inderdaad hun best. Het leven is hard voor kinderen zoals ik. Maar het is niet zo dat mijn moeder haar best niet deed. Of mijn vader. Ze waren geen criminelen of barbaren: ze waren gewoon verslaafd.

Vooruit-voorzitter Conner Rousseau deed over verslaafde ouders ook al enkele flinkse uitspraken zoals: “Moeders die niet voor hun kinderen kunnen zorgen, moeten van de rechter een tijdelijk verbod krijgen om opnieuw zwanger te worden”. Desnoods zou er volgens Rousseau een gevangenisstraf opgelegd moeten worden. Dat idee kopieert hij uit Amerika. Daar vliegen verslaafde moeders de gevangenis in. Het treurige is – en dat weet ik uit ervaring – dat veel verslaafde ouders in ons land al in de gevangenis gezeten hébben. Maar kijk, vandaag liggen er enkele concrete voorstellen op tafel in het Vlaams parlement, van onder anderen Lorin Parys (N-VA) en Katrien Schryvers (CD&V). N-VA kijkt daarvoor naar eigen zeggen naar het Nederlandse model van ondertoezichtstelling (OTS) ‘waarbij een zwangere vrouw door de intensieve begeleiding van een gezinsvoogd een gezondere levensstijl aanneemt om het kind gezond ter wereld te kunnen brengen’. Maar daar willen ze ook gevolgen aan koppelen.

Ook CD&V wil bijvoorbeeld onderzoeken welke juridische stappen er gezet moeten worden voor een uithuisplaatsing van een kind na de geboorte, als bepaalde voorwaarden niet nageleefd worden. Ze willen binnen die context verder onderzoeken of een gedwongen opname van de zwangere vrouw mogelijk is. De omstandigheden waarin dat mogelijk zou kunnen zijn, moeten wel duidelijk afgebakend worden. Volgens CD&V moet de uithuisplaatsing vanaf de geboorte als een ‘allerlaatste redmiddel’ worden gezien.

Toch gebeurt het scheiden van ouder en kind na een bevalling in België al, zegt Koenraad Smets, professor en medisch diensthoofd van Neonatale Intensieve Zorg in het UZ Gent. “Als we weten dat er druggebruik is in het gezin, en er onvoldoende medewerking is van de ouders, verwittigen wij het Vertrouwenscentrum Kindermishandeling. Zij proberen dan eerst de piste van vrijwillige hulpverlening. Als dat niet lukt, wordt justitie ingeschakeld.

De situatie escaleert weleens als men opmerkt dat mensen zich niet willen laten helpen. Bij verslaafde moeders die al verschillende kinderen hebben, gebeurt het soms ook dat een rechter op voorhand al heeft beslist dat het kind na de geboorte geplaatst zal worden.”

Dan wordt volgens Smets de dienst ‘neonatologie’ als tijdelijke voogd aangesteld en vangen zij het kind op, tot er een opvanggezin gevonden is.

Mijn twee broers, twee zussen en ik werden op een bepaald ogenblik door een jeugdrechter ook allemaal in pleeggezinnen geplaatst. Zo’n plaatsing is in het algemeen erg ingrijpend. Met uitzondering van mijn tweelingbroer en ik, kwamen we allemaal in een ander gezin terecht. We zagen onze andere broers en zussen om de paar weken. Ik vond dat moeilijk, want het afscheid was altijd hartverscheurend. Je ziet elkaar opgroeien, maar ook niet echt. Je kent elkaar wel, maar niet goed. Meestal is een plaatsing in theorie een tijdelijke oplossing. In de praktijk kan dat ook langdurig zijn, zeker als er verslaving in het spel is.

Elk jaar moest ik naar de jeugdrechtbank gaan en dan werd ik ondervraagd. “Of ik het nog fijn vond in het gezin waar ik verbleef?” En: “Wil je daar blijven?” Dat zijn lastige vragen voor kinderen en jongeren. Het zijn ook geen eerlijke vragen: ik kende mijn echte ouders niet zo goed, en ik zag mijn broers en zussen niet vaak. Bovendien wilde ik niemand teleurstellen.

Bij zo’n jaarlijkse meeting met de jeugdrechter zat mijn biologische moeder links van mij, mijn pleegmoeder rechts en ergens tussenin nog een consulent. “Ja, ik vind het daar fijn, mevrouw.” Als ik dat zei, durfde ik mijn biologische moeder nooit aan te kijken. Haar situatie was toen al beter en ik weet niet hoe hard mijn antwoorden bij haar aankwamen. Dat ik zei dat ik het elders fijn vond, betekende automatisch dat ik niet naar haar terugging. Dat besefte ik pas later.

Het is hoe dan ook een zeer ingrijpende maatregel om gescheiden te worden van je broers, zussen en ouders. Ook al voel je veel liefde voor het gezin dat je opvangt en waarin je leeft.

Afkickverschijnselen

Als er sprake is van ingrijpende maatregelen, zou je denken dat de overheid een goed beeld van de problematiek heeft. Hoeveel vrouwen gebruiken nu eigenlijk overmatig drugs of alcohol tijdens de zwangerschap? ‘Hoewel er geen officiële cijfers beschikbaar zijn, wordt naar schatting een op de duizend kinderen geboren met het foetaal alcoholsyndroom (FAS)’, staat er in de conceptnota’s van N-VA. En: ‘Er zijn geen betrouwbare cijfers beschikbaar over het druggebruik bij zwangere vrouwen of het aantal kinderen dat met een drugsverslaving wordt geboren’.

Ze zijn er natuurlijk: kinderen die afkickverschijnselen hebben bij de geboorte, het zogenoemde neonataal abstinentiesyndroom (NAS). Al weet men dus niet hoeveel. Professor Smets erkent het gebrek aan cijfers. “Je kunt deze problematiek niet wetenschappelijk benaderen omdat je geen enkele studie kunt doen. Je bent afhankelijk van observaties en vrijwillige rapporteringen door artsen.”

De gevolgen voor de baby hangen volgens Smets van het type drugs af. “Er zijn verschillende ziektebeelden die niet typisch zijn. Sommige ziektebeelden kunnen ook aan andere ziektes gelinkt worden.” Volgens Smets moet de overheid daarom alvast een grotere rol spelen in het duiden van de gevolgen van druggebruik tijdens de zwangerschap. Smets: “Iedereen weet dat alcohol schadelijk is voor de gezondheid, en dus ook tijdens de zwangerschap. Het grootste probleem is vooral dat moeders die drugs gebruiken tijdens de zwangerschap, zich vaak niet bewust zijn van het feit dat hun ongeboren kind onbeschermd is.

“Ik vind dat ook de overheid hier een rol in speelt. Men laat bijvoorbeeld een bepaalde hoeveelheid cannabis voor eigen gebruik toe, maar dat is een fout signaal. Jonge meisjes denken daardoor soms dat die middelen veilig zijn. De overheid zou ook de gevolgen van ander druggebruik kenbaarder moeten maken.”

Collocatie

De gevolgen van middelenmisbruik zijn ernstig. Politici maken zich terecht zorgen om huilende en krijsende, afkickende drugsbaby’s. Maar zelf huilde ik blijkbaar veel omdat ik elk weekend wel ergens anders heen moest. Met de jeugdrechter hadden al mijn ouders afspraken, en er kwamen regelmatig consulenten over de vloer. Ik moest op woensdagnamiddag met hen praten. In de weekends zag ik mijn moeder en mijn zussen en broer. Vaak huilde ik omdat ik in het weekend weg moest. Soms huilde ik omdat ik terug moest, en mijn andere familie moest missen. Mijn vader zat vooral in afkickklinieken.

Volgens Tino Ruyters, algemeen directeur van Free Clinic vzw, is een verslaving dan ook niet eenvoudig. Ruyters ziet in zijn deelwerking, GoiA (Gezinnen onder invloed Antwerpen) specifiek zwangere vrouwen of ouders die drugs gebruiken of gebruikt hebben. Hij is sceptisch over de voorstellen die op tafel liggen: “Middelenmisbruik kan ouderschap sterk onder druk zetten, maar maakt dit niet per definitie onmogelijk. We zien dat ouders die verdovende middelen gebruiken vaak ook goede ouders kunnen zijn. Zeker wanneer hun problematiek en opvoedingsstijl bespreekbaar zijn en ze openstaan voor ondersteuning.”

Ruyters gelooft niet dat een verplichte behandeling een goede algemene strategie is. “Het gaat om een hele kleine groep van zwangere vrouwen die een combinatie van problemen vertonen zoals middelenmisbruik, mentale beperking of dakloosheid”, zegt hij. Ruyters ontkent niet dat die er zijn. “Dat is heel schrijnend, maar het is een klein aantal. Om zo’n klein aantal vrouwen te benaderen is er geen algemene invasieve wetgeving nodig. Het is een heel specifiek wapen dat je in het algemeen zou inzetten en dat klopt niet. De meeste mensen handhaven zich goed binnen de bestaande hulpverlening.”

In uitzonderlijke gevallen is een tussenkomst nodig, zegt hij, maar dan kan van bestaande regelgeving gebruikgemaakt worden. “Er bestaat zoiets als collocatie. Maar we pleiten ervoor om deze maatregel eerder te verfijnen dan onder toezicht­stelling in te voeren.”

Wachtlijsten

Volgens de directeur van de Free Clinic moet er eerder worden ingezet op een betere hulpverlening voor verslaafden. Hij is niet alleen. Ook Vlaams parlementslid voor Groen Celia Groothedde Ledoux wees al eerder op problemen in ons hulpverleningssysteem, zoals de lange wachtlijsten voor drugsverslaafden die hulp willen.

Wie gemotiveerd is om zich te laten helpen, en wie wil stoppen met middelengebruik, kan wel ergens terecht. “Maar er zijn ook vrouwen die het wat minder goed doen, of minder gemotiveerd zijn”, legt Ruyters uit. “Vaak hebben die personen nog andere problemen, zijn ze dakloos, of zitten ze vast in andere moeilijke situaties.” Voor deze groep vrouwen is de drempel naar het hulpverleningsaanbod veel hoger. Ruyters: “Op het moment dat deze vrouwen dan toch uit zichzelf hulp zoeken, botsen ze op wachtlijsten van minstens enkele weken of maanden. Als je zes weken moet wachten, is dat cruciale moment van motivatie voorbij.

“Er moet ook een vorm van vertrouwen worden opgebouwd. Dat gebeurt volgens de expert best zo lang mogelijk in de context van vrijwilligheid.”

Juist daarom is Free Clinic vzw niet meteen te vinden voor dwangmaatregelen.

‘De moeder-kindband behouden is, zolang het mogelijk is, een beter alternatief dan het scheiden van moeder en kind’, zegt Tino Ruyters van Free Clinic / Gezinnen onder invloed Antwerpen. Beeld Flore Deman
‘De moeder-kindband behouden is, zolang het mogelijk is, een beter alternatief dan het scheiden van moeder en kind’, zegt Tino Ruyters van Free Clinic / Gezinnen onder invloed Antwerpen.Beeld Flore Deman

“Ons uitgangspunt in de begeleiding van deze zwangere vrouwen is dat we zowel het perspectief van het kind als van de ouder voor ogen houden. De moeder-kindband behouden is, zolang het mogelijk en redelijk is, een beter alternatief dan het scheiden van moeder en kind.” Volgens Ruyters is uithuisplaatsing van kinderen soms nodig, maar ook niet altijd de beste optie. Hij pleit zelf voor gezinsondersteuning, mantelzorg en professionele hulp.

Onder de radar

De komende tijd zal de werkgroep Kinderbescherming, onder leiding van Heidi De Pauw, de CEO van Child Focus, zich over deze moeilijke kwestie buigen. Zij zullen met voorstellen komen voor de parlementen om het ongeboren kind te beschermen. Iedereen wil het beste voor kwetsbare kinderen. Al mogen we ook de moeders niet uit het oog verliezen, waarschuwt Heidi Mertes, professor in de medische ethiek (UGent). “Ik begrijp de bezorgdheid naar het kind toe: als het kind in gevaar is, moet je ervoor zorgen dat dat kind in veiligheid wordt gebracht. Maar de eerste stap moet zijn dat er hulpverlening is voor vrouw én kind.

“We moeten die vrouwen eerder sensibiliseren over de impact van drugs en alcohol op hun toekomstige kinderen en helpen om die negatieve impact te vermijden. Dat is iets anders dan repressief optreden.”

Ze vindt een gedwongen opname moeilijk. Mertes: “Als je dat wilt implementeren, moet je eerst al een goed zicht hebben op vrouwen in die situatie. Het risico is dat verslaafde vrouwen uit angst niet meer naar hulpverleners trekken en dus onder de radar blijven. Of ze zullen misschien hun drank- of drugsproblematiek verbergen, terwijl we juist openheid zouden moeten stimuleren als we hun hulp willen aanbieden.”

Volgens professor Smets is begeleiding waar men gevolgen aan verbindt alvast niet nieuw. “Sommige vrouwen komen nu bijvoorbeeld in een methadonprogramma terecht om af te kicken van heroïne. Als ze niet trouw hun therapie volgen, kunnen ze ‘gestraft’ en geschrapt worden uit het programma.” Geen goede oplossing, vindt hij zelf. “Deze vrouwen kunnen dan beter gedwongen opgenomen worden. Een gedwongen opname kan vooral zinvol zijn als de foetus nog onbeschadigd is en als er sprake is van opioïdengebruik (bekende opiaten zijn bijvoorbeeld heroïne, methadon en morfine, red.).”

Versleten organen

Ze hebben jaren geleden mijn broers en zussen uit huis gehaald en geplaatst. Weg van de verslaafde ouders. Ikzelf ben dankbaar voor alle kansen en de liefde die ik kreeg, maar heen en weer geslingerd worden tussen verschillende gezinnen is in de praktijk ook niet altijd ideaal. Ik vraag me tot op vandaag nog altijd af wat er nu eigenlijk beter is. Was dit nu écht de beste oplossing? Bestaat er zoiets als een juiste algemene benadering in deze complexe problematiek?

De jeugdrechters met hun lastige vragen en de woensdagnamiddag-consulenten hoopten jaren geleden vast dat het goed met ons zou aflopen.

Mijn oudste broer, die na zijn achttiende verslaafd raakte, werd amper 31 jaar. Mijn tweelingbroer kampte vanaf zijn zeventiende eveneens met een zware verslaving. Hij miste onze oudste broer vaak in zijn jeugd, en hoewel ze elkaar niet vaak zagen, keken ze naar elkaar op.

Mijn twee zussen hadden het afwisselend erg moeilijk en kampten op latere leeftijd onder meer met depressies en een verslaving, ondanks een betere gezinscontext in het verleden. De band met mijn biologische moeder is ondertussen verwaterd, maar ik kan het haar niet kwalijk nemen: we zaten allemaal in het systeem verstrikt. Ze waren geen slechte ouders, ze konden er gewoon geen zijn.

En hoewel ik mijn vader door zijn erge verslaving niet veel zag, belde hij vaak naar mijn oudste zus. De laatste keer, toen ik 6 jaar was, en zijn organen versleten waren van het overmatig gebruik van alcohol en drugs, zei hij: “Ik hou van al mijn kinderen.” Niet veel later ging hij dood.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234