Donderdag 20/02/2020

Mogen de jaren tachtig rusten in vrede

Beeld kos

De eenzijdige benadering van de carrière van Wilfried Martens én het feit dat dit als munitie voor 'the hard times to come' gebruikt wordt, zijn storend, zegt Vincent Scheltiens. Hij is doctoraal onderzoeker, verbonden aan 'Power in History' - Centrum voor Politieke Geschiedenis, Universiteit Antwerpen.

De manier waarop de politieke wereld terugblikt op de rijkgevulde carrière van Wilfried Martens doet haast vermoeden dat een zaligverklaring niet veraf is. Velen van zijn ex-collega's of generatiegenoten benadrukken zijn aanpak tijdens de crisisperiode van de jaren tachtig. Zo weet Herman Van Rompuy dat Martens "in een periode gekenmerkt door een diepe economische crisis en internationale onzekerheid voor stabiliteit zorgde". Guy Verhofstadt herdenkt Martens als iemand waarmee hij "het herstelbeleid voor ons land in de jaren tachtig in de steigers heeft gezet". Levendig herinnert hij zich hun "samenwerking bij het aanpakken van de gezondmaking van onze overheidsfinanciën". Dat deze en andere mensen, die de overledene goed kenden en er intensief mee samenwerkten, een verlies lijden en triest zijn, is begrijpelijk. Dat bij een overlijden respect voor de nagedachtenis van de persoon geldt en medeleven met zijn naasten, staat buiten discussie. Wat stoort is de eenzijdige benadering van zijn carrière én het feit dat dit als munitie voor 'the hard times to come' gebruikt wordt.

Begin jaren tachtig was ik klaar met de middelbare school en had ik niet meteen zin om door te studeren. Dat laatste bleek een slecht idee, van timing had ik blijkbaar geen kaas gegeten. De tweede naoorlogse economische recessie - na die van 1973-74 - sloeg toe. Onder impuls van Ronald Reagan in de Verenigde Staten en Margaret Thatcher in Groot-Brittannië werd een beleid ingezet van besparingen op overheidsuitgaven, deregulering en privatisering. Dat 'neoliberalisme' maakte school. In België werden de socialisten naar de oppositiebanken verwezen, hoewel ze mee aan de basis lagen van de eerste bezuinigingsmaatregelen. Wilfried Martens zette een rooms-blauw kabinet op met de liberaal Jean Gol als zwaargewicht aan de andere kant van de taalgrens. Tegelijk deed een nieuw fenomeen zijn intrede op het hoogste niveau van de Belgische politiek: een jonge begrotingsminister, de kop vol Hayek, die al snel de bijnaam 'Baby-Thatcher' meekreeg. De Martens-Gol-regeringen drukten fors het gaspedaal in. Steunend op hun meerderheid eigenden ze zich volmachten toe, waardoor het parlement buitenspel werd gezet. Naast een draconisch soberheidsbeleid werden deze jaren ook gekenmerkt door de halsstarrige wil van het kabinet om het Navo-dubbelbesluit toe te passen en 48 Noord-Amerikaanse kruisraketten te installeren op de militaire luchtmachtbasis van Florennes, wat in de lente van 1985 ook daadwerkelijk gebeurde.

Voor jongeren was er weinig perspectief op de arbeidsmarkt. De jeugdwerkloosheid nam massale proporties aan en wie aan de slag kon deed dat in allerhande "nepstaten". Zo verdeelden we onze tijd als "stagiair", "BTK'er", of... werkloze: elke dag op een ander uur met je roze kaartje netjes aanschuiven voor de dagelijkse stempelcontrole. Het enige voordeel dat het bood was dat je alle werklozen dagelijks kon bereiken: het waren hoogdagen voor de werklozenwerkingen van waaruit tal van acties werden op touw gezet voor werk en tegen de raketten. Met een soort van passe-partout slogans als 'Weg die bommen, werk verdomme' doorkliefden we het hele decennium en participeerden we met tienduizenden aan de Jongerenmarsen voor Werk (april 1982 en mei 1984) en met honderdduizenden aan de anti-rakettenbetogingen van het Vlaams Aktiecomité tegen Atoomwapens (VAKA). De opeenvolgende betogingen (1979, 1981, 1983) werden steeds massaler tot de nekslag van 1985. Met een samenwerkingsverband Vrouwen Tegen de Krisis roerde ook de vrouwenbeweging zich en werden tussen 1981 en 1984 een vijftal nationale manifestaties gehouden.

De jaren tachtig waren voor ons jaren van verzet tegen een genadeloos soberheidsbeleid met sit-ins, betogingen, stakingen, bezettingen en vaak eindeloos lange vergaderingen om deze actie en agitatie voor te bereiden. Hoe vaak kwamen we niet tegenover rijkswachters te staan, friese en andere ruiters, matrakken, waterkanon en traangas? Hoe vaak werden we niet administratief of preventief aangehouden? Het waren ook jaren van repressie van het verzet, onze 'années de poudre', en toen alles opgetrokken was, konden onze 'loopbanen' beginnen. Een kennis die ik eind jaren tachtig tegen het lijf liep, keek me meewarig aan: 'Je acties leveren blijkbaar niet veel op. Ik ken je al sinds Martens II en we zitten nu aan Martens VIII'. Het zegt alles dat de verstreken tijd én de activiteit in dat decennium gemeten werden aan het aantal regeringen die de naam van de overleden oud-premier droegen.

Ook vandaag leven we - om terug de quote van Van Rompuy boven te halen - "in een periode gekenmerkt door een diepe economische crisis en internationale onzekerheid" en dus is het weer zaak om "voor stabiliteit te zorgen". Het eenzijdig benadrukken van Martens' prestatie van de jaren tachtig moet ons waarschuwen voor de lust van die Europese en inlandse koks om alweer dezelfde hap te serveren: besparen op de kap van zij die er niet kunnen van weglopen of die niks kunnen afkopen. En als dat te veel weerstand oproept en het tempo stokt: de democratische marges inperken en de wapenstok bovenhalen. De persoon Wilfried Martens is niet meer. Dat is triest en elk leedvermaak zou obsceen zijn. Maar de politicus Martens van de jaren tachtig leeft verder in Mariano Rajoy, Andonis Samaras en ook een klein beetje in zijn andere vriend: Silvio Berlusconi die door Martens om strategische redenen met alle egards bij de EVP werd gehaald.

 
De politicus Martens van de jaren tachtig leeft verder in Mariano Rajoy, Andonis Samaras en ook een klein beetje in zijn andere vriend: Silvio Berlusconi die door Martens om strategische redenen met alle egards bij de EVP werd gehaald.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234