Woensdag 16/10/2019

WELLESNIETES

Moeten we wakker liggen van de tanende populariteit van de studierichting Nederlands?

Stijn De Paepe en Peter Lievens. Beeld Stefaan Temmerman

Een voor- en tegenstander gaan in duel over een hot issue. Deze week: steeds minder jongeren willen Nederlands gaan studeren. Is dat een drama? Docent Nederlands en De Morgen-huisdichter Stijn De Paepe kruist de degens met Peter Lievens, vicerector internationaal beleid van de KU Leuven.

Stijn De Paepe‘Onze studenten kunnen nu al niet meer spellen’

“Dat het aantal studenten Nederlandse taal- en letterkunde terugloopt, komt natuurlijk door de nieuwe heilige koeien die in het onderwijs geïntroduceerd zijn”, zegt hogeschooldocent Nederlands en huisdichter van De Morgen Stijn De Paepe. “Neem nu dat fameuze STEM (Science, Technology, Engineering, Mathematics), waarbij een overdreven belang wordt gehecht aan alles wat technisch is. En aan ‘burgerschap’, ‘ondernemerschap’, dat soort nieuwlichterij waarvoor uren Nederlands worden opgeofferd, onder het mom ‘iedereen spreekt Nederlands, dus dat zullen de leerlingen elders wel oppikken’. Dat is natuurlijk compleet fout, want de leraar aardrijkskunde mag dan wel Nederlands spreken, maar de liefde voor taal zal hij maar kunnen overbrengen als die liefde er ook echt ís, en die is er niet altijd.

“Onze studenten kunnen nu niet meer spellen, omdat ze geen inzicht meer hebben in de taal – wat is het onderwerp, wat is het werkwoord en wat is het verband tussen die twee? Als je dus in het middelbaar veel minder specialisten gaat afleveren die dat een beetje finetunen, dan wordt het natuurlijk alleen maar erger.

“Ik geef nu zelf les, aan een hogeschool, en merk dat de strijd om het behoud van die taal almaar feller wordt. We zijn als taaldocenten enorm donquichotterig aan het vechten tegen windmolens. Ik geef les aan aspirant-leerkrachten kleuteronderwijs. Dat zijn niet per se meteen de grote schrijvers. We focussen op mondelinge taal, maar zelfs daar wordt ons gevraagd om niet meer al te streng te zijn op r’en en s’en en g’s en h’s en zo, omdat de rol van het Algemeen Nederlands verlegd wordt. Het is een gevecht. De status van het gesprokene en geschrevene gaat erop achteruit, bij veel taalgebruikers. Zowel bij ons doelpubliek, als bij oversten en collega’s. Terwijl wij de modelfunctie van de leerkracht daarin zeer belangrijk vinden. Er is een ondergrens. Als je naar iemand luistert, en je begint te letten op alles behalve de inhoud, dan zit je met een probleem. Je hoort het ook op radio en tv, bij beroepssprekers.

“De ongeveer 30 miljoen mensen die Nederlands spreken, zullen niet zomaar gaan overschakelen op Engels of Duits. Over duizend jaar zal dat misschien Engels worden – het zal toch niet over honderd jaar zijn, hoop ik – en dus zolang men Nederlands spreekt, moet het geboek­staafd worden, moet het onderzocht worden, moet het voorzien worden van referentiewerken, van bronnen, moeten er mensen opgeleid worden die mensen die Nederlands spreken wegwijs maken, spiegels voorhouden, onderhouden over en in het Nederlands. Die opleiding leveren we dus voor een groot stuk in de opleiding taal- en letterkunde.

“Kijk, dat dialecten verdwijnen, dat kun je wel erg vinden, maar ze verdwijnen nu eenmaal. Ik zou het wél erg vinden als men nu zou gaan beslissen: oké, het is Engels, nu, we gaan alle hogere opleidingen in het Engels geven – welke opleiding dat ook is – ten koste van het Nederlands. Want dat heeft een hoge prijs. Liefdesgedichten, bijvoorbeeld, moeten uit je hart komen, en dat zal in je moedertaal zijn, en die moet gevoed blijven.

“Over gedichten gesproken, laat ik dit onderwerp zo afsluiten: Kijk. In dat hoekje / kwijnt de moedertaal. / Ooit Gansch Het Volk / en heden ­marginaal.”

Peter Lievens: ‘Nederlands? De focus moet net meer op het Engels’

“Nederlands is een relatief kleine taal”, zegt Peter Lievens, nanowetenschapper en vicerector internationaal beleid aan de KU Leuven. “Vlaanderen heeft 6,5 miljoen inwoners en telt vijf universiteiten en dertien hogescholen. Als wij willen meedraaien op de internationale markt van de wetenschappen, moeten we de ruimte krijgen om meer hoger onderwijs in het Engels aan te bieden. Zeker in de biomedische, ingenieurs- en andere exacte wetenschappen is de forumtaal meer dan ooit het Engels. Daarin wordt de kennis ontwikkeld, zonder Engels vind je geen aansluiting meer bij de wereldwijde kenniseconomie.

“Zelf heb ik in de bachelorjaren met plezier nog lesgegeven in het Nederlands; op masterniveau, en ­gezien het internationale studentenpubliek dat onze universiteit aantrekt, gebruik ik alleen nog Engels. Kijk ook naar ons bedrijfsleven: Vlaamse ondernemers geven aan dat zij geen Nederlandstalige hoger opgeleiden meer kunnen gebruiken áls ook hun Engels niet van hoog niveau is.

“Vlaanderen is een topregio aan het worden op het vlak van innovatie en nieuwe economie, maar als we onze opleidingen exclusief in het Nederlands aanbieden, zullen onze eigen studenten naar het buitenland vertrekken en zullen we zelf geen studenten uit China, India of Singapore meer krijgen. In Leuven zitten we consistent in de wereldtop 50 en Europese top 10, maar de competitie is hard en te vergelijken met de Champions League in het voetbal.

“Wij trekken ons talent vandaag aan uit een grote internationale rekruteringspool, maar daar heeft Vlaanderen een absoluut probleem omdat we aan de decretale maxima zitten voor het aantal bacheloropleidingen – 6 procent – die we in het Engels mogen aanbieden. Het is ook een ernstige handicap dat we fantastische buitenlandse wetenschappers niet als professor mogen aanstellen als zij geen Nederlands spreken op niveau B2, net onder de moedertaal.

“We zien dus veel talent vertrekken, zoals naar Maastricht, waar alle opleidingen in het Engels zijn. Of neem Brussel, dat een grote expatgemeenschap telt. De kinderen van die mensen zetten hun hogere studies vaak in het Engels voort, maar kunnen dat niet in België, omdat wij niet méér Engelstalige opleidingen mogen aanbieden dan nu het geval is.

“Het andere probleem is dat we in Nederlandstalige opleidingen maar een beperkt aantal uren in het Engels mogen geven. Als we te veel vakken in het Engels geven, kan de wet ons dwingen om de hele opleiding in het Nederlands aan te bieden. We moeten dus elk jaar tellen of er niet te veel studenten zijn die Engelstalige keuzevakken nemen.

“Ik begrijp niet goed waarom Engels als onderwijstaal de gemoederen zo beroert, al weet ik ook wel dat we de taalstrijd hebben moeten voeren tegen het Frans – historici zullen zeker een verband kunnen leggen.

“Natuurlijk moeten we er als universiteit voor zorgen dat onze taalopleidingen aantrekkelijk blijven. Toch zijn STEM-opleidingen en taalopleidingen in mijn ogen geen communicerende vaten. De dalende trend in taal- en letterkunde is niet te wijten aan het succes van de STEM-richtingen, misschien wel aan het feit dat de rekrutering vooral gedreven wordt door de vraag op de arbeidsmarkt. Daar zie je dat STEM-opleidingen heel verschillende uitwegen bieden in grote delen van de economie. Als we met open vizier naar de onderwijstaal kijken, dan moet het Engels meer ruimte krijgen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234