Zaterdag 14/12/2019

Moeten we de verkiezingen AFSCHAFFEN?

Volstaat dat nog wel, tegenwoordig, om de zoveel jaar een bolletje kleuren? Moet de kiezer niet vaker en nauwer bij het beleid betrokken worden? Via referenda, en overleg, en actiegroepen? Of willen de meeste mensen eigenlijk niet meer inspraak, en moeten we de verkiezingen zélf redden? Onze experts verschillen vandaag sterk van mening.

"Wat er allemaal scheelt met de verkiezingen?" Luc Huyse weet niet goed waar hij moet beginnen. "Er scheelt heel veel mee. Ik durf gerust zeggen dat zij in hun huidige gedaante de democratie beschadigen, omdat ze de slagkracht en de geloofwaardigheid van die democratie aantasten. Een van de problemen kwam eerder deze week al ter sprake: de verkiezingscampagnes zijn helemaal vermarkt en in de greep van spindoctors gekomen. Men probeert mensen niet te overtuigen, maar te verleiden. Het andere grote probleem is de electorale dwangneurose die onze democratie teistert. Partijen zijn tegenwoordig continu in campagnemodus. En ook dat is niet gezond."

Dat begint al de dag na de verkiezingen, zegt Huyse. "Vrijwel onmiddellijk begint men te denken en te praten over de volgende verkiezingen. De slagschaduw van 2018 en 2019 hing van meet af boven onze regeringen. Er zijn geen rustpauzes meer. Die onrust is begonnen in de tweede helft van de jaren 80. Tot die tijd begonnen media en politici zes weken voor de verkiezingen over de campagne te schrijven en te praten. Kunt u zich dat vandaag nog voorstellen? Het gevolg van die electorale neurose is dat partijen niets kunnen doen met de macht die ze verwerven op de dag van de verkiezingen. Ze spelen met monopoliegeld, ze komen er niet meer toe hun macht te vertalen naar beleid."

De oorzaak van die nervositeit ligt volgens Huyse bij de zogenaamde versnippering van het partijlandschap. "Ons land heeft lang partijen gekend die tot 40 procent van de stemmen behaalden. Nu hebben we veel partijen die rond de 15 procent scoren. En hoe kleiner een partij, hoe minder ze het zich kan permitteren om zelfs maar 1 procentje te verliezen. Neem daar nog bij dat kiezers niet langer een ideologische stem uitbrengen, maar voortdurend switchen van partij, en je hebt een verklaring voor de constante electorale koorts. Voor mij is politieke hergroepering een verre droom, dat zou opnieuw meer rust kunnen creëren. Een andere mogelijkheid is dat men campagnes opnieuw inhoud geeft. Daar kunnen ook de media bij helpen, door de gejaagdheid uit hun verslaggeving te bannen."

Wat te doen? De verkiezingen afschaffen? Aanvullen? Hervormen? Vervangen door iets anders? Niemand heeft in ons land de voorbije jaren harder over die vragen nagedacht dan schrijver David Van Reybrouck. In het pamflet Tegen verkiezingen, dat begin volgende maand in een geactualiseerde editie verschijnt, deed hij drie jaar geleden een wel erg radicaal voorstel. Een aantal volksvertegenwoordigers kiezen we niet meer in het stemhokje, als het van hem afhangt, maar duiden we aan door loting.

"Verkiezingen waren nooit bedacht als democratisch instrument", aldus Van Reybrouck in zijn boek, "maar als een procedure om een nieuwe, niet-erfelijke aristocratie aan de macht te brengen. Door de verruiming van het stemrecht werd die procedure grondig gedemocratiseerd, zonder dat het afstand deed van het fundamentele onderscheid tussen bestuurders en bestuurden, tussen politici en kiezers. Er bleef iets verticaals mee gemoeid: er was altijd onder en boven, een overheid en onderdanen. Het democratisch vermoeidheidssyndroom dat tegenwoordig overal de kop opsteekt, is een volstrekt normaal gevolg van de heiligverklaring van dat electoraal-representatieve stelsel."

Loting is volgens Van Reybrouck "een neutrale procedure waarmee politieke kansen rechtvaardig verdeeld worden en onmin wordt vermeden. Het risico op corruptie wordt kleiner, de verkiezingskoorts zakt, de aandacht voor het gemene goed neemt toe."

Zowel Luc Huyse als Frank Furedi gelooft in een systeem van loting, maar dan alleen op het lokale niveau, niet als middel om het parlement te bevolken. "Die loting komt van de Grieken", zegt Furedi. "In mijn dorp zou ik er niet tegen zijn. Maar in het parlement is het geen goed idee. Mensen die geloot werden, kunnen geen rekenschap afleggen van wat ze doen. Dat is een vorm van depolitisering."

Cas Mudde is helemaal tegen het idee. "Ik weet dat David Van Reybrouck hierover veel en ernstig nadenkt", zegt hij. "Maar de logica van loting is niet democratisch. Er scheelt niets met de representatieve democratie. We moeten alleen politici harder laten werken. En dat doen we onder meer door ze eruit te stemmen als ze dat niet doen. Ik wil niet dat de burger actiever wordt, ik wil dat politici actiever worden."

De fabriek van de democratie

Toch is het vooral de burger die actiever wordt, die meer inspraak lijkt te vragen. Nog eens David Van Reybrouck: "Gezag verandert. Vroeger had je gezag, en mocht je spreken. Vandaag verwerf je gezag, juist door te spreken. Leiderschap is niet langer een kwestie van knopen doorhakken namens het volk, maar van processen in gang zetten met dat volk. Behandel de mondige burger als stemvee en hij gedraagt zich als stemvee, maar behandel hem als een volwassene en hij gedraagt zich als een volwassene."

Voor hij de loting verdedigde, had Van Reybrouck in ons land al geëxperimenteerd met de zogenaamde deliberatieve democratie. Een panel van 1.000 burgers, de G1000, had hij na grondig overleg aanbevelingen laten doen over verschillende beleidsthema's. Daar werd in sommige kringen wat meewarig over gedaan, maar Luc Huyse vindt het idee nog altijd verdedigbaar. "Ik vond dat David het te groots zag, het Belgische niveau leek mij niet geschikt voor zo'n experiment. Maar het is goed dat hij het klassieke kiesstelsel probeerde aan te vullen. Zo'n G1000 is een alternatieve assemblagelaan in de fabriek van de democratie, waar nieuwe ideeën kunnen worden geproduceerd."

Ook actiegroepen zoals Ademloos en stRaten-generaal, die zich de voorbije jaren met succes hebben bemoeid met het Oosterweel-dossier, zijn een toegevoegde waarde voor het maatschappelijk debat, vindt Huyse. "Alleen moet het wederzijdse wantrouwen tussen actiegroepen en politiek worden weggewerkt", zegt hij. "In de Gentse Kanaalzone is dat bijvoorbeeld goed gelukt. Ik zou zeggen: laten we vooral de verkiezingen redden en tegelijk allerlei kleine revoluties en actiegroepen tot bloei laten komen."

Frank Furedi is geen liefhebber van de deliberatieve democratie. "Ik vind het een vorm van bedrog. Het is een middel dat wordt gebruikt om heel subtiel de mening van mensen te veranderen. Als we nu openlijk zouden kunnen overleggen met zijn allen, zoals in de Griekse stadsstaten of bij de studentenvakbond, dan zou ik het een goed idee vinden. Ik hou van debat. Maar deliberatieve initiatieven zijn een nieuwe vorm van paternalistische technocratie. Ik vind het zelfs een beetje beangstigend. Het klinkt leuk, maar in de praktijk zal het de democratie helemaal niet versterken."

Ook Cas Mudde is sceptisch. "Deliberatieve democratie is weer een idee dat vooral uit de intelligentsia komt. Het is populair bij mensen die alle tijd hebben en het zich kunnen permitteren om daarmee bezig te zijn. En de meerderheid van de bevolking heeft daar totaal geen zin in. Als ik alleen nog maar naar mijzelf kijk: ik wil 's avonds bij mijn vrouw en kinderen zijn, ik heb geen zin om met een clubje mensen te gaan debatteren over het beleid. (lacht) En ik ben dan nog een politieke wetenschapper, kunt u nagaan."

Mudde vreest ook dat burgeroverleg de ongelijkheid alleen maar zal versterken. "Veel studies tonen aan dat het doorgaans hoog opgeleide, blanke mannen zijn die zo'n deliberatief proces domineren", zegt hij. "Dat is niet zo gek, omdat verbale vaardigheden erg belangrijk zijn in een overlegprocedure. En wie heeft die vaardigheden? De elite, die op deze manier haar invloed alleen nog maar versterkt. Terwijl men de indruk wekt dat gewone mensen zo een stem krijgen. Je verhoogt met andere woorden de democratische verwachtingen en je maakt ze nog minder waar."

Luc Huyse erkent de bezorgdheid. "Hoe voorkom ik dat het altijd dezelfde groepen zijn die winnen? Dat is al zolang de democratie bestaat een van de belangrijkste vragen. Het is een oude uitdaging, die telkens onder een nieuwe vorm opduikt. Ook daar lijkt het mij het makkelijkst om op lokaal niveau te experimenteren en te investeren."

Gezocht: arbeider-politicus

De meningen zijn sterk verdeeld over dit onderwerp. Huyse en Van Reybrouck pleiten allebei voor alternatieve assemblagelijnen in de fabriek van de democratie. Cas Mudde denkt daar fundamenteel anders over. "Ik geloof absoluut niet dat de burger meer en vaker bij het beleid betrokken wil worden", zegt hij. "Volgens mij is dat een mythe. Natuurlijk zeggen mensen 'ja' als je vraagt of ze een referendum willen over deze of gene kwestie, maar dat komt omdat ze boos of ontevreden zijn over het beleid, en omdat ze het gevoel hebben dat ze niet vertegenwoordigd worden in het parlement."

En daar komt het succes van rechtse populisten vandaan, weet Mudde, die hiervan zijn onderzoeksdomein heeft gemaakt. "Daarom denk ik ook dat populisten een belangrijke functie in de democratie vervullen. Zij vertegenwoordigen de kiezers die zich door de klassieke partijen niet langer vertegenwoordigd voelen. En dan gaat het niet alleen over visie of ideeën of standpunten, in een representatieve democratie wil je in het parlement ook een representatie zien van wie jij bént. Vrouwen en minderheden zijn vandaag beter vertegenwoordigd dan vroeger. Maar de arbeidersklasse veel minder. Er is bijna geen enkele partij die nog arbeiders naar het parlement stuurt. In Vlaanderen was het Vlaams Blok in de jaren 90 op dat vlak een uitzondering."

Is dat anno 2016 nog realistisch, arbeiders naar het parlement sturen? "Absoluut", zegt Mudde. "Ik zie het probleem niet. Je hoeft niet bijzonder slim te zijn om parlementariër te zijn. Het is trouwens niet omdat je een universitaire opleiding hebt genoten, dat je slimmer bent dan een arbeider. Het punt is dat de huidige volksvertegenwoordigers geen band meer hebben met de arbeiderswijken. Ze komen er maar eens in de vier jaar, vlak voor de verkiezingen. Geen wonder dat de gevestigde partijen er niet in slagen om die oude kiezers terug te winnen van de populisten. En in landen zonder stemplicht gaan veel mensen helemaal niet meer stemmen. Dát is een probleem voor de democratie."

Chantal Mouffe sluit beter aan bij Mudde dan bij Van Reybrouck. "Ik ken David goed, ik weet dat hij gelooft dat de representatieve democratie op zich een probleem is. In dat opzicht vertegenwoordigt hij een belangrijk deel van de linkerzijde. Sommigen zijn nog extremer dan hem, en vinden dat representatie en democratie helemaal niet met elkaar te verzoenen zijn, dat alleen de directe democratie een échte democratie is. Maar ik ben het daar niet mee eens. Onze democratie kent geen crisis omdat ze representatief is, maar omdat ze niet representatief genoeg is. Er is in onze westerse democratieën een gebrek aan wat ik agonistisch debat noem. Dáár moeten we iets aan doen."

Mouffe, die overigens Belgische is van geboorte, verwierf wereldfaam met haar visie op de politieke dimensie van de samenleving. Die visie staat volkomen haaks op wat velen tegenwoordig lijken na te streven: de eendracht, de consensus, de harmonie. Denkers zoals de Duitse filosoof Jürgen Habermas streven ernaar om de conflicten te overstijgen, door zo rationeel en efficiënt mogelijk te onderhandelen - een verlangen dat aansluit bij de onderliggende boodschap van een initiatief zoals de G1000: "Als we allemaal rond de tafel gaan zitten, komen we er samen wel uit."

Volgens Mouffe is dat onmogelijk. Het conflict is fundamenteel onuitroeibaar. Zonder conflict zouden we volgens haar geen politiek nodig hebben - dan konden we alles uitbesteden aan experts. Het enige wat we moeten doen, is zorgen dat we elkaar omwille van die conflicten niet de kop inslaan. En daarvoor dient nu net de democratie: het is, aldus Mouffe, een systeem dat vijanden, die men wil vernietigen, verandert in tegenstanders, die men alleen maar verbaal bestrijdt. In het parlement, namelijk.

"Mensen moeten de mogelijkheid hebben om duidelijk te kiezen tussen verschillende posities", zegt ze. "Daarvoor dienen verkiezingen: om al die posities voor te leggen aan de burger. Politiek is noodzakelijkerwijze partisaan, want de samenleving is verdeeld. De representatieve democratie is een manier om dat conflict, of die conflicten, in scène te zetten. Maar om dat systeem goed te laten functioneren, moeten mensen kunnen kiezen tussen echte alternatieven. En dat ontbreekt vandaag."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234