Zondag 20/10/2019

Moet het Westen bang zijn voor China?

Hoe meer China investeert in westerse bedrijven, hoe meer in het Westen het wantrouwen groeit over de motieven. In ons land, met de op stapel staande intrede van State Grid in netwerkbeheerder Eandis, barst de discussie ook helemaal los.

ij de openingsceremonie van de mondiale hoogmis voor industriële technologie, de Hannover Messe, zaten Barack Obama en Angela Merkel op de eerste rij. De Amerikaanse president en de Duitse bondskanselier keken geamuseerd toe hoe zeven witte, eenarmige robots zich in bochten wrongen. Hun makers, werkend voor het Beierse bedrijf Kuka, raakten in extase toen Merkel de robots later liefkozend streelde, met een lachend toekijkende Obama naast haar. Voor Merkel paste het bij het uitdragen van haar 'Industrie 4.0'-strategie, die de toekomst van haar land als industriële grootmacht moet veiligstellen.

Dat was in april. Nog geen maand later lag een Chinees miljardenbod op de Kuka-directietafel in Augsburg. Topman Till Reuter kon er moeilijk 'nee' tegen zeggen. Zijn aandeelhouders kregen maar liefst 115 euro per aandeel geboden, terwijl de beurskoers in de 80 was. Bovendien werd Kuka de hoogst lucratieve Chinese markt in het vooruitzicht gesteld. Aan westerse multinationals als Airbus, Fiat en Volkswagen zou het bedrijf een hele reeks Chinese grootmachten kunnen toevoegen - alle groeiprognoses zouden flink kunnen worden opgeschroefd. Nadelen waren niet zichtbaar: geen banenverlies en in ieder geval zelfstandigheid tot 2023, zo beloofde de Chinese bieder, Midea.

Die witgoedproducent, concurrent van het Zweedse Electrolux en het Duitse Bosch-Siemens, zou er Kuka's hoogwaardige producten en technologische kennis voor terugkrijgen. En het beloofde niet de eerste Chinese overname in deze sfeer te worden. Want net als de Duitsers lopen ook de al even op de industrie gerichte Chinezen warm voor 'Industrie 4.0', de fase waarin robots met Big Data-capaciteit de gang van zaken in fabrieken overnemen. Duitsland staat op dat vlak wereldwijd boven aan de ladder. China wil daar komen - en er voorbij.

Dat het Kuka-bod tot grote onrust bij de Duitse regering leidde, verbaast dan ook niet. In de eerste zes maanden van dit jaar hadden Chinese bedrijven al voor ruim 9 miljard euro ingekocht, goed voor 40 procent van alle buitenlandse investeringen in Duitsland. Daar dreigde nu Kuka bij te komen, wat dwars inging tegen Merkels hoop op een samenwerkende Duitse industrie. Ze zocht daarom contact met Siemens-topman Joe Kaeser. Die hoorde haar zorgen beleefd aan, maar zag niets in een overnamegevecht met de Chinezen. Die hadden met een bedrag van 4,6 miljard euro een bod uitgebracht dat door insiders als 'ongelofelijk hoog' werd beoordeeld.

De Duitse regering gaf nog niet op. Ook Merkels sociaal-democratische coalitiegenoot, Sigmar Gabriel, speurde naar een Duitse oplossing. "We moeten niet Duitse bedrijven en Duitse banen opofferen, wanneer er geen gelijk speelveld is waarop volgens dezelfde spelregels wordt gespeeld", zo legde hij uit. Concreet: Chinese bedrijven, of ze nu staatseigendom zijn of niet, krijgen steun die hun westerse concurrenten niet van hun overheid krijgen. De Chinese Communistische Partij (CCP) volgt hun buitenlandse expansiedrift nauwlettend. Of zoals de Franse China-expert Erik Izraelewicz het eens treffend verwoordde: "China is een economische macht die door zijn omvang en zijn politieke organisatie van een geheel andere orde is." Gabriel vindt Duits verweer niet neerkomen op protectionisme: "Dit gaat meer over open markten versus door de staat gefinancierde interventies. Daar moeten we in Europa het gesprek over aangaan."

Maar terwijl dat gesprek op zich laat wachten, verandert de werkelijkheid. De Duitse regering slaagde niet in haar opzet. Merkel reisde in juni nog wel naar Peking om bij de Chinese leiders Xi en Li een 'gelijk speelveld' te bepleiten. Tegenover Chinese investeringskansen in Europa zouden vergelijkbare kansen voor westerse bedrijven in China moeten staan. Vooralsnog zijn nog grote delen van de door de staat geleide Chinese economie niet toegankelijk. Ook die zorg werd beleefd aangehoord, zonder zichtbare gevolgen. Voor Kuka maakte het geen verschil meer. Deze zomer kwam de robotbouwer vrijwel volledig in Chinese handen.

Onderhuidse spanningen

Bij ontmoetingen tussen de Chinese en westerse wereld blijven de spanningen over dit soort overnames vrijwel zeker onbenoemd - constructief overleg is de bedoeling. Maar onderhuids spelen ze wel degelijk, ook buiten Duitsland. Dat bleek onlangs in Groot-Brittannië en Australië, twee landen met een in beginsel liberale opstelling tegenover overnames.

In het Britse geval kwamen die aan het licht bij een Chinese miljardeninvestering in kernenergie, het Hinkley Point C-project. In augustus stelde premier Theresa May een beslissing daarover uit vanwege onder meer de betrokkenheid van een Chinees staatsbedrijf. Haar rechterhand, Nick Timothy, hekelde in krasse bewoordingen dit door premier Cameron goedgekeurde project. Begin dit jaar noemde Timothy het een geval van "onze nationale veiligheid aan China verkopen". De Chinezen zouden zwakke punten in de computersystemen kunnen inbouwen waardoor de reactor op ieder gewenst moment plat kan worden gelegd, zo betoogde hij. Dat klinkt wellicht wat vergezocht, maar ook de Amerikaanse president Obama waarschuwde al eens tegen buitenlandse bemoeienis bij 'vitale infrastructuur'. Voor de goede verstaanders was duidelijk dat hij daarbij Chinese investeerders in gedachten had.

Timothy zag in de Hinkley-deal ook een politieke dimensie: in ruil voor de Chinese miljarden zou de Britse regering haar mond over de mensenrechten in China zijn gaan houden. Vaststaat dat Cameron in zijn laatste jaren iedere kritiek op China achterwege is gaan laten.

In rapporten van inlichtingendienst MI5 werd gewaarschuwd voor een scenario waarin Peking straks het licht kan uitdoen in Londen. Een vergelijkbare angst leeft ook in ons land over de mogelijke instap van het Chinese staatsbedrijf State Grid Corporation in Eandis, de grootste beheerder van het stroom- en gasnetwerk. May counterde deze zorg met een aantal maatregelen die de Britse nationale belangen moeten beschermen tegen de Chinezen. Zo zal het Franse EDF zijn meerderheidsaandeel in Hinkley Point C nooit kunnen verkopen aan de Chinezen zonder akkoord van de Britse regering. Buitenlandse investeringen zullen ook een 'veiligheidstest' moeten doorstaan. Die moet nagaan of investeringen in gevoelige infrastructuur het nationaal belang niet schaden.

De Australische regering ging afgelopen maand nog een stap verder dan de Britten. Twee Chinese bedrijven werden uit de race genomen voor de aankoop van een belang in het energiebedrijf Ausgrid. Dat voorziet miljoenen Australiërs van stroom. China fulmineerde over dit staaltje protectionisme. Aan de liberale premier Malcolm Turnbull was het de taak de Chinese ambassadeur uit te leggen dat 'veiligheidsoverwegingen' en geen anti-Chinees-sentiment aan dit besluit ten grondslag lagen.

"Ik heb wel begrip voor die Australische opstelling. Zo'n bedrijf hoort bij de vitale infrastructuur", zegt Hans Kundnani, expert Europees-Aziatische betrekkingen bij het German Marshall Fund. Het probleem bij Chinese investeerders is dat politiek en commercie onnavolgbaar verweven zijn, zo betoogt hij. "Zijn er alleen commerciële motieven in het spel, of wordt een investering ook gedaan vanuit een strategisch motief van de regering? Daar kom je niet achter. Uiteindelijk stuit je op de black box die de CCP nu eenmaal is."

Hoe politiek en commercie zich kunnen mengen, schetst de Ierse hoogleraar Business Studies Louis Brennan, die Chinese investeringen in Europa op de voet volgt: "Australië heeft een duidelijk standpunt over de spanningen in de Zuid-Chinese Zee. Stel dat China eigenaar is van een deel van de vitale infrastructuur, dan kan het dat bezit inzetten om het Australische standpunt te beïnvloeden."

Aan dergelijk misbruik van economische macht heeft China zich al eens schuldig gemaakt. Brennan: "Toen er enkele jaren geleden een botsing was met Japan over de Senkaku-eilanden zette China de levering van zeldzame grondstoffen stop, waardoor de Japanse industrie in problemen kwam." Ook hij begrijpt wel dat Australië de Chinese investeerders weghoudt bij zijn energievoorziening. Maar riskant vindt hij dat wel.

Want krijgt het Australische besluit elders navolging, dan kan dat leiden tot escalatie. "Het risico is dat protectionisme de overhand krijgt. Dat is een gevaarlijke scenario voor de wereldeconomie als geheel", meent Brennan. Hij hoopt vurig dat China "het spel gaat spelen volgens onze regels", waarbij toegang tot de Chinese markt wat hem betreft de lakmoesproef is. Maar is hoop daarop niet lichtelijk naïef, gezien de Chinese onwil van de afgelopen jaren? "Dat is waar. Niettemin vind ik dat we geloof moeten houden in de mogelijkheid van samenwerking met de Chinese leiders. Al was het maar omdat het alternatief zo somber stemt."

Ook de Brit Kundnani pleit voor een niet al te negatieve houding. Met afkeer van Chinese investeringen doen westerse landen zichzelf tekort, betoogt hij: "Die kunnen voor de werkgelegenheid en de economie goed uitpakken." Hij zou zich in een Duits verbod op de Kuka-overname hebben kunnen vinden, maar raadt verder vooral een open houding aan: "Kijk naar de daden van Chinese investeerders: investeren ze in een bedrijf, of juist niet? Gaan er banen verloren of niet? De recente ervaringen van Duitse bedrijven zijn in die opzichten tamelijk positief."

'Duitse oplossing'

Brennan vindt niet dat Duitsland de Kuka-overname had moeten verbieden, maar betreurt het dat Merkels beoogde 'Duitse oplossing' er niet is gekomen. Dat wijt hij vooral aan 'naïviteit' van het bedrijfsleven: "Bij Duitse politici zie je wel het besef dat Europa zich assertiever tegenover China moet opstellen. China is nu al een formidabele concurrent en wordt dat in de toekomst alleen maar meer. Maar de zakenwereld heeft de neiging alleen te kijken naar de korte termijn, de exportsuccessen naar China." Door die 'kortzichtigheid' slaagden Merkel en Gabriel er niet in steun van ondernemers te krijgen: "Er wordt in zakenkringen veel te weinig nagedacht over waar China vandaan komt en waar het naar toe wil. Terwijl de Chinese regering er wel een langetermijnvisie op nahoudt."

In de ogen van Kundnani is het vooral belangrijk dat westerse regeringen en bedrijven zich gaan realiseren hoe krachtig de Chinese concurrentie gaat worden: "Jarenlang heeft het 'markt voor technologie'-verbond tussen China en het Westen goed gewerkt: westerse bedrijven hadden een markt voor hun producten nodig, Chinese bedrijven technologie. Maar de tijden veranderen. Nu China steeds hoger in de waardeketen terechtkomt, gaan Europese bedrijven in allerlei bedrijfstakken veel directer de Chinese concurrentie ervaren."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234