Vrijdag 04/12/2020

Moet er een tekening bij?PiXAR

Hier is alles om het personeel zoet te houden: zwembad, flipperkasten, tafelvoetbal, yogalessen, pizzeria en roller- skates. 'Maar als je echt klasse hebt, neem je je skateboard'John Lasseter: 'De kunst moet de technologie achter zich laten. Het kost jaren werk aan de computer om een beeld tot leven te brengen, maar een goed verhaal maken is nog veel moeilijker'

@9* DM bolleke tsskop= @9* eind blokje=

De leerling is de meester geworden. Nadat het onder de vleugels van Disney de grootste animatiesuccessen van het voorbij decennium heeft gemaakt, van Toy Story tot Finding Nemo en het spiksplinternieuwe The Incredibles, gaat Pixar zijn eigen weg. Tijd voor een bezoek aan het hoofdkwartier, aan de rand van San Francisco. door samuel Blumenfield

Tien jaar geleden was Emeryville een verloederde voorstad van San Francisco, een stuk stadskanker net na de afrit van de Golden Gate Bridge. De boom van de nieuwe media was er onopgemerkt voorbijgegaan. In 1999 veranderde dat, toen Pixar een nieuwe welvaart naar Emeryville bracht. Pixar, dat in 1989 door Apple-baas Steve Jobs en Disney-veteraan John Lasseter werd gesticht, is de kerstman niet maar lijkt er wel sterk op. Sinds John Lasseters Toy Story (1995), gevolgd door A Bug's Life (1998), Toy Story 2 (1999), Monsters Inc. (2001), Finding Nemo (2003) en nu Brad Birds The Incredibles, is de studio het schitterendste succes uit de geschiedenis van de animatie sinds dat van Disney in de jaren veertig.

l MEER DAN TECHNOLOGIE

Pixar is de specialist van de synthetische beelden, computer generated imagery (cgi) of 3D-animatie. De technologie staat nog in de kinderschoenen maar zal het ooit mogelijk maken om op de computer een complete bioscoopfilm ineen te knutselen. Dankzij het succes van Toy Story, Finding Nemo en Shrek (een productie van PDI/Dreamworks) heeft cgi de traditionele animatie grotendeels verdrongen. Niet alleen omdat het publiek van de textuur van computerbeelden houdt (ze komen 'moderner' over), maar ook en vooral omdat Pixar erin slaagt de beste animators aan te trekken.

In Emeryville heeft Pixar voor een appel en een ei de oude conservenfabriek van Del Monte opgekocht en er een gigantische hightech loods gebouwd, waar de animators in de beste omstandigheden kunnen werken. In de hal troont een reusachtige pop van Mr. Incredible, de ster van The Incredibles. Rechts prijkt een levensgrote reproductie van de vegetarische haai uit Finding Nemo en in de andere hoek staan Sulli en Bob Razowski, de twee monstervedetten van Monsters Inc.

Deze metropool in miniatuur heeft alles om het personeel zoet te houden: een zwembad, flipperkasten, tafelvoetbal, breakdance- en yogalessen, een pizzeria met houtoven en rollerskates. Het is even wennen om honderden volwassenen in Hawaïaanse hemden (met hoefijzers, palmen, mammoets, Harleys) door de gangen te zien schaatsen. "Dat gaat sneller", zegt John Lasseter, de heer des huizes. "Maar als je echt klasse hebt, neem je je skateboard. Dan hoor je bij de aristocratie van Pixar."

De schepper van Toy Story staat op en maakt een pirouette om zijn nieuwe hemd te laten zien, bezaaid met de leden van The Incredibles, zijn familie van superhelden. "Is dat geen prachtig hemd? Geef maar toe dat je jaloers bent!" Van dichtbij lijkt hij als twee druppels water op Buzz Lightyear, de held van Toy Story. "De kunst moet de technologie achter zich laten", zegt hij. "Het is yin en yang. Het kost jaren werk aan de computer om een beeld tot leven te brengen, maar een goed verhaal maken is nog veel moeilijker."

Pixar heeft iets van een klooster. Er wordt even geconcentreerd gewerkt en er hangt zelfs een bijbel aan de muur: een reeks borden met de principes van het verhaal en van de animatie, en de valkuilen die je moet vermijden om geen moedeloze blik van John Lasseter te krijgen. Buzz Lightyear kan soms een boeman zijn.

Steve Jobs heeft Apple uitgebouwd tot het meest hightech bedrijf ter wereld, maar met Pixar kiest hij voor een heel andere stijl. In de voorbije tien jaar heeft de studio minder de nadruk gelegd op de technologie dan op 'zachte' waarden als een sterk verhaal, boeiende personages en een oorspronkelijk universum. Het recept is niet nieuw: Walt Disney heeft het zelf gebruikt om tussen 1925 en 1945 zijn hegemonie over de animatiewereld te vestigen.

The Incredibles is in 2000 in productie gegaan. Met de voorbereiding inbegrepen is er vijf jaar aan gewerkt, vijf jaar hard labeur. Regisseur Brad Bird was een studievriend van John Lasseter aan het California Institute of the Arts. In 1999 had hij net The Iron Giant klaar, misschien de briljantste animatiefilm van de jaren negentig, met een verhaal à la E.T. over de vriendschap van een jongetje en een ruimterobot. "Ik was er zeker van dat de film een triomf zou worden, maar er kwam niemand kijken. Pixar heeft mij toen opgevist en gevraagd wat ik wilde doen. Het idee van een gezin van superhelden dat door de verzekeringsmaatschappijen met pensioen wordt gedwongen, viel onmiddellijk in de smaak, net als de keuze van een retrofuturistische stijl voor een verhaal dat zich in de jaren vijftig afspeelt."

Brad Bird heeft een eigenaardig rond gezicht en een lange blonde bles. Hij laat zich rustig bekijken en loopt dan vooruit op de onvermijdelijke vraag: "Ja, ik weet het." De slechterik van The Incredibles, de verschrikkelijke Syndrome (een jongetje dat koste wat kost de aandacht van Mr. Incredible wil trekken) is de dubbelganger van zijn animator. "Pas halfweg het filmen zag ik de gelijkenis. Het was een schok... leek ik op die bolle kop? Het verhaal van de film is in elk geval het mijne. Een vader die zijn gezin met zijn werk probeert te verzoenen, dat ben ik helemaal. Zeker toen we The Incredibles maakten."

l TOP SECRET SOFTWARE

3D-animatie is geen kinderspel. Rick Sayre, chef animatie: "De computers zijn sinds Toy Story honderd keer krachtiger geworden, maar doen nog altijd bitter weinig voor het geld dat ze ons kosten." Sayre is zelf behoorlijk geanimeerd. Hij heeft witte fond de teint en lippenstift op, zijn lange, paars geverfde haar is zorgvuldig achteruit gekamd en hij draagt aan elke vinger een ring met een doodshoofd. Het lijkt een beetje alsof Pixar Marilyn Manson heeft aangenomen.

Tony Fucille, eerste assistent-regisseur, heeft de hele schepping van The Incredibles gevolgd. Met zijn rafelige T-shirt en slordige baard lijkt hij een beetje op een Flintstone. "Ik heb twintig jaar van mijn leven met één vinger op een toetsenbord zitten tikken. Drie seconden animatie kost een week werk. Ik heb de film intussen 27.000 keer gezien, maar het is gelukt." Hij overdrijft niet. Zijn ogen zien rood.

Wat was het lastigste van de productie? Alan Barillaro, een van de animators: "Het kapsel van Violet, de dochter van The Incredibles. Het wilde maar niet lukken. Ik vroeg een van onze informatici om raad. Het antwoord: "In dit stadium van ons onderzoek is het haar nog theoretisch." Het heeft niet veel gescheeld of ik trok mijn eigen haar uit!" Uiteindelijk vonden ze de oplossing, een top secret programma dat twee jaar ontwikkelingstijd heeft gekost. Al Barillaro heeft ook rode ogen.

Je hebt geen opleiding in de informatica nodig om 'visual artist' te worden. Bolhem Bouchiba, een van de weinige Fransen die bij Pixar werken, komt uit de traditionele animatie (en daarvoor uit de bouw). "Je moet de computer overwinnen. Hij trekt alles naar omlaag. Zonder menselijke inbreng komt het personage nooit tot leven. Met een potlood heb je meteen leven. Soms zet ik de computer aan de kant om alleen nog mijn personage te zien."

Alle soorten kennis, zelfs de meest bizarre, zijn welkom om mensen en dieren op het computerscherm te herscheppen. Iemand die een doctoraal over vloeistofmechanica heeft gemaakt, of een boek over de menselijke huid heeft geschreven, kan een witte raaf zijn die zijn gewicht in goud waard is. Pete Docter, de regisseur van Monsters Inc., heeft in de dierentuin dagen naar de beren zitten kijken om Sulli, een van de twee monsters van de film, de juiste consistentie te geven. Toen Pixar aan de productie van Finding Nemo begon, werd een ploeg werknemers naar Hawaï gestuurd om er te leren duiken. Voor Cars, de nieuwe film van John Lasseter die in november 2005 in omloop komt, een road movie over de avonturen van twee auto's met een menselijk gezicht, heeft Pixar automonteurs in huis gehaald.

Pixar bevindt zich op een keerpunt in zijn jonge geschiedenis, nu Steve Jobs het distributiecontract dat hem tot het einde van 2005 aan Disney bindt, niet heeft verlengd. Hij is op zoek naar een nieuwe partner en betere voorwaarden. Disney geeft 12,5 procent op de omzet aan de kassa en een zorgvuldig berekend aandeel van de winst op de video's, de dvd's en de bijkomende producten (de pop van Buzz Lightyear is een van de best verkochte speeltjes ter wereld), die bovendien profiteren van een machtig distributiekanaal: de pretparken en de eigen winkels van Disney. De samenwerking heeft Pixar de kans gegeven zich te concentreren op het artistieke aspect van het werk. Het heeft Disney overvleugeld in een domein waar het een halve eeuw geen concurrentie had geduld, de animatiefilm. In Burbank zijn ze niet blij met de afvalligheid van de ex-partner. Het is geen toeval dat Disney heeft aangekondigd dat het zich zal concentreren op 3D-animatiefilms.

Pixar wil zijn omzet verhogen door meer te produceren. Vroeger bracht het om de drie jaar een film uit, nu is het er al één per jaar. Dat hogere tempo heeft onvermijdelijk gevolgen, ook omdat je in het animatiegenre niet zomaar sneller kunt werken. Zal de studio het klaarspelen om met de regelmaat van de klok grote films te blijven maken?

Tot nu toe is het in elk geval goed gelukt. Sinds Toy Story is Pixar een van de weinige studio's die er systematisch in slagen artistieke kwaliteit te verzoenen met rendement. Met The Incredibles is dat opnieuw het geval. De film neemt zelfs risico's die veel recente animatiefilms liever schuwen. Stilistisch is hij geïnspireerd door de esthetica van Will Eisner en Al Hirschfeld, twee van de minst conventionele tekenaars uit de geschiedenis van de strip, terwijl het verhaal de draak steekt met een superheld, die het thuis hard te verduren heeft.

Iedereen bij Pixar, van ceo Ed Catmull, die op vragen antwoordt met de spontaniteit van HAL, de computer uit 2001, A Space Odyssee, tot de animator op de werkvloer, zweert dat er geen beter bedrijf bestaat. In drie jaar tijd is Pixar van 450 naar 850 werknemers gegroeid. In 2005 zal het de symbolische grens van de 1.000 overschrijden. Alle medewerkers worden bij hun aanwerving gescreend op hun vermogen om met de toekomstige collega's overweg te kunnen. De verstandhouding is zelfs zo goed dat Cupido al meer dan eens heeft toegeslagen. "Ik zou graag zeggen dat Pixar niet gedreven wordt door winst", zucht John Lasseter. "Maar het is een beursgenoteerd bedrijf. Gelukkig controleren wij de kwaliteit: hier zijn de gevangenen de baas van de gevangenis."

Maar soms lijkt de gevangenis op een strafkamp. De werknemers letten goed op hun woorden: ze weten dat ze in de gaten worden gehouden en zwijgen als vermoord over de volgende productie van het huis, een verhaal van de belevenissen van een rat in de keuken van een groot Parijs restaurant (werknaam: Ratatouille). Voorlopig blijft het motto van Pixar dat van Buzz Lightyear, het emblematische personage van de studio: "To infinity and beyond"! n

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234