Donderdag 18/07/2019

Wellesnietes

Moet de term ‘laag­geschoold’ verdwijnen?

Een voor- en tegen­stander gaan in duel over een hot item. Deze week: wég met de term ‘laag­geschoold’? Sommigen klinkt dat woord laatdunkend in de oren. Leslie Cottenjé, CEO van technologie­bedrijf Hello Customer, gaat in de clinch met Ton den Boon, taal­trendwatcher en hoofd­redacteur van de Dikke Van Dale.

LESLIE COTTENJE: ‘MET ‘LAAGGESCHOOLD’ MAAK JE MENSEN KLEINER DAN ZE ZIJN’  

“Ik ben in mijn familie de enige met een master­diploma. Misschien is dat wel een van de redenen waarom ik zo gekant ben tegen het gebruik van de term ‘laag­geschoold’: ik ken dus in mijn directe omgeving veel mensen die veel capaciteiten hebben en mooie dingen doen zonder dat zij een hoog diploma hebben.

“Dat je niet hoog­geschoold moet zijn om relevant te zijn in een organisatie, zien we ook in ons bedrijf. Hello Customer is een jong AI-technologiebedrijf en we weten dat er weinig ervaren mensen op de markt zijn. Grote bedrijven besteden grote budgetten aan de werving van developers; ofwel stap je daarin mee en ga je geld buitengooien om rekruteringsbedrijven te betalen, ofwel word je creatief. Wij hebben dat laatste gedaan. Bij sollicitaties kijken wij veel minder naar diploma’s en veel meer naar relevante vaardigheden en attitudes.

“Ongeveer een kwart van ons development­team bestaat uit mensen die omgeschoold zijn en fantastisch programmeren. We hebben intelligente mensen nodig, maar ik ben er niet van overtuigd dat we die enkel gaan vinden bij diegenen met een master­diploma.

“Mensen worden stelselmatig onderschat omwille van een papiertje dat er niet is. Het is een stempel, een vooroordeel. Het woord ‘laag­geschoold’ alleen al maakt mensen kleiner dan ze zijn. Zo voelen ze dat ook aan: wij zijn ‘maar’ de laag­geschoolden. En dan denk ik: we zijn verkeerd bezig. In deze snel evoluerende maatschappij zouden we eigenlijk allemaal in een levenslang-leren-situatie moeten zitten, maar als je mensen een ‘laag­geschoold’-stem-pel geeft, zullen ze zich nooit gemotiveerd voelen of het geloof in zichzelf hebben om zich bij of om te scholen. Zo vergooien we heel veel potentieel, heel veel talent in onze samenleving.

“Als we van die term af willen, dan moeten we beginnen bij de bedrijven zelf. De bedrijfs­leiders, het management, de human resources: die moeten beginnen met de mensen op de werkvloer als hun belangrijkste troeven te beschouwen.

“Maar het zit ook bij de scholen, met hun waterval­systeem (‘Oei, je zal moeten zakken van richting!’). En in de politiek: het is niet omdat je geen hogere opleiding hebt genoten, dat je geen levens­ervaring kunt hebben vanwaaruit je het volk best heel goed kunt vertegenwoordigen. Het zit dus op heel veel verschillende niveaus.

“We moeten al die niveaus ervan bewust­maken dat mensen een waarde hebben in de maatschappij, in een bedrijf, in een gezin, en dat die waarde zich niet laat uitdrukken in hun scholings­graad.

“Een ander woord voor ‘laag­geschoold’, dat vind ik sowieso een lastige oefening. Net omdat je dan toch weer een heel diverse verzameling mensen probeert onder één noemer te vatten.

“Nu, als het dan toch moet, is ‘kort­geschoold’ nog de beste van alle slechte alternatieven. Ik geef wel graag nog even dit mee: in het Gentse is er een bedrijf dat StreetwiZe heet. Misschien moeten we, voor een ander woord, in die richting gaan denken.

“Nu, door enkel het woord te veranderen, gaan we inderdaad niets veranderen. Maar door de discussie erover op tafel te leggen, zal er misschien – hopelijk – wel bewust­wording ontstaan. Het gaat niet om de term op zich, het gaat om wat die term teweegbrengt bij mensen.” (JD)

TON DEN BOON: ‘JE LOST EEN PROBLEEM NIET OP DOOR HET WOORD TE VERVANGEN’

“Ook in Nederland werd een tijd geleden opgeroepen om het woord ‘laag­geschoold’ niet meer te gebruiken. Al snel bleek dat er geen toereikend alternatief bestaat. Er werd geopperd om over ‘praktisch geschoolden’ te spreken, maar die vlag dekt niet de hele lading, want niet alle laag­geschoolden hebben een praktische vak­opleiding gevolgd. Bovendien zijn er ook universitairen die praktisch werk verrichten. De term ‘praktisch geschoold’ zou dan zowel voor metselaars als voor chirurgen van toepassing zijn. Dat zie ik nog niet zo snel toegang vinden tot het algemeen gangbaar taalgebruik. Het woord laag­opgeleid is een ingeburgerd begrip, en dat kan je niet zomaar snel uit ons taalgebruik wissen of vervangen.

“Op zich is laag­geschoold een neutrale term die aanduidt welk diploma iemand heeft (de definitie van de VDAB luidt: ‘Iemand die geen diploma of getuigschrift van secundair onderwijs heeft behaald’, EM). Dat er aan bepaalde begrippen een waarde­oordeel wordt verbonden, is onvermijdelijk. Je mag de taal en de problematiek niet met elkaar verwarren. Zolang we in een wereld leven waar sommige mensen neerkijken op hen die geen diploma hebben, maakt het niet uit met welke term we deze groep omschrijven. Als je een alternatief verzint, dan zal die nieuwe term even snel belast worden met diezelfde vooroordelen.

Ton den Boon. Beeld RV

“In Nederland zijn we op een bepaald moment achter­buurten ‘kansen­wijken’ gaan noemen, maar daarmee verander je niets aan de realiteit. Je lost een probleem niet op door het woord te vervangen.

“De Nederlandse overheid heeft in 2016 beslist om niet langer het begrip ‘allochtoon’ te gebruiken, omdat het stigmatiserend zou zijn. Nochtans was het woord allochtoon juist geïntroduceerd omdat het neutraler was dan woorden als ‘vreemdeling’ of ‘gast­arbeider’. Nu is migrant de algemeen aanvaarde term, maar als je elke dag politici hoort praten over ‘het migranten­probleem’, dan krijgt dat woord ook snel een negatieve bijklank. Niet bij iedereen, en niet in elke context, maar dat is juist het punt. Ik geloof dat we moeten leren om een zekere diversiteit in onze taal te accepteren, en nooit kunnen vermijden dat woorden een positieve of negatieve connotatie meekrijgen.

“Als woordenboekenmaker denk ik niet dat er woorden zijn die niet gebruikt mogen worden. Taal evolueert mee met de maatschappij, en dat maakt het juist boeiend. Ik merk steeds vaker dat het woord ‘blank’ in teksten wordt vervangen door ‘wit’. Een woord kan zo geleidelijk aan uitgefaseerd worden, maar zulke evoluties gaan heel traag, we spreken al snel over 20, 30, 40 jaar.

“Ik begrijp best dat een term als ‘laag­geschoold’ ter discussie staat. In onze taal wordt laag als ‘slecht’ geïnterpreteerd en hoog als ‘goed’, daar ontsnap je niet aan, die polariteit zit in onze taal verankerd. In Nederland worden nog vaak uitdrukkingen gebruikt als ‘Jan Modaal’ of ‘Jan met de pet’, verwijzend naar de tijd dat arbeiders een pet en de bedienden een hoed droegen.

“Misschien komt er inderdaad een moment dat het woord laag­geschoold steeds minder gebruikt zal worden, of verlost geraakt van de negatieve connotatie. Maar dat kan niet arbitrair beslist worden. Integendeel zelfs, door het woord ter discussie te stellen, kan die term juist problematisch worden. Door te blijven herhalen dat een bepaald woord niet meer gebruikt mag worden, geven we het juist een negatievere bijklank.” 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden