Zondag 24/10/2021

AchtergrondNederland

Moet de Gouden Koets van de Nederlandse royals voorgoed op stal?

null Beeld ANP
Beeld ANP

Heeft de Gouden Koets, zowat hét symbool van de Nederlandse royals, haar laatste rit gereden? Na een jarenlange restauratie wordt het rijtuig even op stal gezet in een Amsterdams museum. Zo krijgt koning Willem-Alexander de nodige bedenktijd om haar lot te bepalen. De koets ligt onder vuur wegens een schildering met knielende slaven en hoeft volgens enkele politieke partijen en antiracismebewegingen nooit meer terug te keren.

Het wordt vanaf morgen ongetwijfeld drummen in het Amsterdam Museum. Want daar valt voor het eerst één van dé Nederlandse symbolen bij uitstek van dichtbij te bekijken: de Gouden Koets. Ofwel het blinkende rijtuig dat niet alleen dienstdeed bij de huwelijken van onder meer Beatrix en Claus én in 2002 bij Willem-Alexander en Maxima, maar vooral traditioneel van de partij is op Prinsjesdag. Op die Nederlandse feestdag, de derde dinsdag van september, rijdt het staatshoofd dan in de koets naar het Binnenhof van Den Haag, om daar al even plechtstatig de troonrede uit te spreken en zo de regeringsplannen voor het komende jaar te onthullen.

Dat deed koning Willem-Alexander voor het laatst met een gouden ritje in 2015, want nadien moest de koets dringend gerestaureerd worden. Een minutieuze en dus prijzige operatie waarvoor de vorst liefst 1,2 miljoen euro uit zijn eigen werkingsbudget ophoestte. Al lijken dat overbodige kosten te zijn geweest, want vandaag roepen steeds meer politieke partijen en antiracismebewegingen op om de gouden koets voorgoed op stal te houden en dus ook na de museumexpo nooit meer te gebruiken.

De reden? Op de linkerzijkant van het 123 jaar oude rijtuig staan volgens tegenstanders “enkele knielende slaven” waardoor “het koloniale verleden van Nederland verheerlijkt wordt”. Onder meer de linkse partijen en D66 sluiten zich aan bij de strekking om de koets voorgoed in een museum te houden, terwijl rechtse partijen als PVV en FvD vinden dat de koning er nog altijd mee moet kunnen rijden.

Koning Máxima zwaait de Nederlandse bevolking toe tijdens de laatste officiële rit van de Gouden Koets, op de Prinsjesdag van 2015. Beeld ANP
Koning Máxima zwaait de Nederlandse bevolking toe tijdens de laatste officiële rit van de Gouden Koets, op de Prinsjesdag van 2015.Beeld ANP

Ongewenst geschenk

Zo omstreden de koets vandaag is, zo ongewenst was ze eigenlijk al bij de aflevering in 1898, als geschenk voor de nieuwe koningin Wilhelmina. Hoewel die vooraf uitdrukkelijk had gezegd geen geschenken te willen bij haar kroning, dacht de stad Amsterdam haar toch een plezier te doen met een volkscadeau in de vorm van een ‘sprookjeskoets’. Daarvoor hadden alle Amsterdammers die wat geld konden missen bijeengelegd en waren de beste ambachtslieden aan het werk gezet, samen met vele honderden naaisters die voor de 15 miljoen (!) steekjes van de binnenbekleding moesten zorgen. Maar toch zou het nog drie jaren duren, tot 7 februari 1901, en pas na flink wat diplomatische telegrammen voor Wilhelmina daadwerkelijk in de koets stapte, voor haar huwelijk met prins Hendrik. Vanaf 1903 zou Wilhelmina ze ook voor Prinsjesdag met frisse tegenzin van stal halen. Hoewel ze dat nooit officieel naar buiten bracht, zou ze het rijtuig nogal kitscherig en overdreven hebben gevonden.

Gouden bladlaagje

We constructie ervan door het Amsterdamse bedrijf Spijker, dat later zou voortleven als automerk Spyker, was allerminst een sinecure. “Voor de bouw van de koets moest een groot aantal problemen worden overwonnen”, weet men bij het Koninklijk Staldepartement, in Nederland verantwoordelijk voor het rijtuig. “De koets moest zo gemaakt worden dat de koningin haar volk én het volk haar koningin goed kon zien. Ook diende ze voldoende hoog te zijn zodat de koningin er ook rechtop in kon staan. Tegelijk mocht de koets ook weer niet te kolossaal worden, want ze moest door smalle, niet al te hoge poorten kunnen, zoals die op het Binnenhof in Den Haag.”

Ook dekt de naam niet helemaal de laag. “Het rijtuig is namelijk gemaakt van Javaans teakhout en dat hout is deels beschilders én deels verguld met bladgoud. Waaraan de koets dus haar naam te danken heeft. Bij het vervaardigen is er ook bewust naar gestreefd om zoveel mogelijk materialen te gebruiken uit het toenmalige Koninkrijk der Nederlanden. Met bijvoorbeeld vlas uit Zeeland, leer uit Brabant en ivoor uit Sumatra.”

Koning Willem-Alexander opende gisteren zelf officieel in het Amsterdam Museum de expo rond 'zijn' Gouden Koets. Beeld EPA
Koning Willem-Alexander opende gisteren zelf officieel in het Amsterdam Museum de expo rond 'zijn' Gouden Koets.Beeld EPA

Tijd gekocht

Ook bij de beschildering van de zijwanden werd nog overzees – lees: koloniaal – gedacht. En dus schilderde ene Nicolaas van der Waay op de volledige linkerkant van de koets de zogenaamde ‘hulde der koloniën’. Die schildering moest illustreren hoe de Nederlandse koloniën Oost- en West-Indië destijds van het moederland de nodige beschaving kregen ‘aangeleerd’, maar valt anno 2021 vooral op met knielende inboorlingen die zich met geschenken en al voor de voeten van een jonge, blanke vrouw werpen. En net dat zorgt dus bij onze noorderburen voor de verhitte discussie.

Zelf houdt het koningshuis zich daarbij afzijdig. Behalve enkele zeldzame zinnen van Willem-Alexander op een recent persmoment toen de restauratie nog bezig was. Toen al gingen stemmen op om de linkerzijwand te verwijderen of te vervangen. Maar daar sprak de Nederlandse vorst zich tegen uit: “Dit blijft een deel van ons cultureel erfgoed. We gaan niet de geschiedenis herschrijven. Zodra de restauratie is afgerond zien we wel verder”, aldus de vorst die toen al toevoegde “de discussie te volgen”. Maar door de Gouden Koets nu zeker tot eind februari in het Amsterdamse museum te hebben gestald, lijkt Willem-Alexander vooral extra tijd te hebben gekocht. Ook hij zal ongetwijfeld hebben opgemerkt hoe er de voorbije jaren in vele Europese landen letterlijk beeldenstormen op het koloniale verleden gebeurden. Al opende hij gisteren zelf nog eigenhanding de expo rond de koets.

Made in Belgium

Gelukkig zal hij bij de eerstvolgende Prinsjesdag, op dinsdag 21 september, niet zonder vervoer dreigen te vallen. In de koninklijke garage wacht immers ook nog de Glazen Koets, die ook de voorbije jaren tijdens de restauratie van de Gouden Koets al werd ingeschakeld. De Glazen Koets met kenmerkende ramen heeft een stevig Belgisch tintje. Niet alleen werd ze in 1826 op bestelling van Willem I gemaakt door de Brusselse koetsenmaker Simons, bij de revolutie van 1830 heroverden de muitende Belgen ze op de vluchtende Nederlanders. Pas negen jaar later mochten onze noorderburen ze na flink wat diplomatisch overleg aan een zacht prijsje overkopen. Of hoe hun koetsen het hof van Oranje al de nodige kopzorgen hebben bezorgd.

De Gouden Koets in detail

- Gebouwd tussen 1897 en 1898 door 1.200 ambachtslieden en naaisters

- Kostprijs bouw: toen 70.000 gulden (vandaag zou dat 2 miljoen euro zijn)

- Kostprijs restauratie, die 5 jaar duurde: 1,2 miljoen euro

- 2.800 kilo zwaar

- 5,61 meter lang

- 3,60 meter hoog

- 2,28 meter breed

- door 8 paarden getrokken met een koning/koningin aan boord en ‘slechts’ 6 paarden bij een troonopvolger

- steevast door 8 lakeien vergezeld

- het leer voor de ophanging komt uit Noord-Brabant, het vlas voor de kussens uit Zeeland, het teakhout uit Java, het geitenleer uit Marokko en het goud wellicht uit Suriname

- de wielen draaien om de zon en de velgen vormen een symbolisch hemelgewelf, met de 12 tekens van de dierenriem

- de koets was – uniek in 1898! – uitgerust met elektrische lantaarns, die van stroom voorzien werden door een accu in de zittingen van de koets

- op het dak prijken vier vrouwen, die de vier Nederlandse welvaartspijlers aan het eind van de 19de eeuw moesten voorstellen: arbeid, scheepvaart, handel en landbouw

- langs de hele bovenkant van de koets is een kroonlijst verwerkt met de wapens van de toen nog 11 Nederlandse provincies én de stad Amsterdam

- zo luidt de uitleg van Amsterdam Museum bij omstreden linkerkant, het paneel Hulde der Koloniën: ‘De linkerdeur toont de koloniën die hun schatten en voortbrengselen aan de voeten van deze maagd leggen. De figuren die West-Indië (vandaag Suriname, red.) voorstellen gaan sober gekleed: in de beeldvorming was dit gebied arm en vol verlaten plantages.’

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234