Woensdag 17/07/2019

verslaving

Moeders getuigen over de drugsverslaving van hun kinderen: “Mijn zoon was een monster geworden”

Beeld Bob Van Mol

Beautiful Boy, de nieuwe film van Felix Van Groeningen, gaat over de onvoorwaardelijke liefde van een vader die alles in het werk stelt om zijn drugsverslaafde zoon te helpen. Hoe ga je als ouder om met een verslaafd kind? “Op den duur geloofde ik zelf dat ik een kutmoeder was.”

RINA, MOEDER VAN SAM (19)

“Als ouder steek je ergens je kop in het zand”

Sam is anderhalf jaar verslaafd aan drugs. Hij is sinds twee weken opnieuw in behandeling.

“Vorige zomer kwam mijn zoon totaal onverwacht met de mededeling dat hij drugs had gebruikt en schulden had. Maar het was geen probleem, zei hij, hij was bezig met de afbetaling van die schulden en van de drugs bleef hij voor­taan af. Dat was voorgoed gedaan. Ik geloofde hem, mijn man ook. We wisten niets over drugs, het zou wel in orde komen, dachten we.

“In plaats daarvan werd het erger. Als Sam thuis­kwam, kon hij niet verbergen dat hij onder invloed was. Waarvan wisten we toen nog niet. Hij waggelde op zijn benen, op zijn gezicht waren soms sporen te zien van wit poeder. Hij gebruikte vooral ketamine, weten we nu. En stimulerende middelen als speed en cocaïne.

“Mijn man en ik raakten in paniek. Met onze andere twee kinderen was niets aan de hand, hoe kon het dan dat het met de jongste zo fout liep? Al snel kwamen we bij een privé-organisatie voor verslaafden terecht. Daar boden ze de mogelijkheid om Sam twee maanden naar een zuster­kliniek in Zuid-Afrika te sturen. Het idee erachter is dat de patiënt, ver weg van zijn vertrouwde omgeving, alleen met zichzelf bezig kan zijn. We wilden het beste voor onze zoon en lieten hem gaan. Na die twee maanden verbleef hij nog eens twee maanden in de nazorg, hier in België. Achter­af gezien was het te vroeg. Hij kon de vrijheid in de nazorg niet aan en begon opnieuw.

“Sam kwam terug naar huis en werkte overdag via een uitzend­bureau. ’s Avonds was hij meestal op zijn kamer. Als ouder ga je je kind van 18 niet de hele tijd controleren, we hadden niets in de gaten. Het ís ook een tijdje goed gegaan. Maar stilaan liep het opnieuw mis. We hoorden hem ’s nachts soms vallen. Een keer moesten we hem naar de spoed brengen: hij zat onder het bloed, was ergens tegen gelopen zonder het ook maar te beseffen. Hij schreeuwde en riep ook dikwijls. Tegen zichzelf, uit pure onmacht.

“Tegen ons zei hij dat hij het onder controle had. Hij was niet verslaafd. En wij geloofden hem. We wílden hem ook geloven. Als ouder steek je ergens je kop in het zand, je wilt de realiteit niet inzien.

“Maar op zeker moment konden we er niet meer omheen. Sam was hervallen. We begrepen het niet, kwamen niet verder dan: ‘Waarom doe je dat nu?’ Waarop we hem opnieuw naar het behandelings­centrum brachten; het was overduidelijk dat wij hem niet konden helpen. Dat is nu twee weken geleden.

“We kunnen alleen maar hopen dat het dit keer zal lukken. We hebben geluk dat Sam terecht­kon bij Action on Addiction, een privé-instelling in de verslavings­zorg. Ook omdat er wordt samengewerkt met de ouders – ook wij hebben begeleiding nodig om samen met onze zoon te groeien in zijn herstel. Het zit overal bomvol, er zijn veel instanties met een patiënten­stop. Terwijl het nú nodig is, over een week ligt je kind misschien dood in de goot. Op deze manier vallen veel mensen uit de boot. Dat is mijn aanklacht tegen onze overheid: de verslavings­zorg zou beter georganiseerd en gesubsidieerd moeten worden.”

SAM, ZOON VAN RINA

“Ik kon ernaar verlangen om mezelf op te hangen”

Beeld Bob Van Mol

“Hoe ik begonnen ben? Met wiet en hasj. Beetje stoer doen met de vrienden. Ik ging met iemand mee die het spul verkocht en kwam in aanraking met zwaardere drugs. Speed, coke, xtc, MDMA, pillen, poeders... Na mijn eerste lijn coke was ik meteen verkocht. Ik voelde me intens gelukkig, ik barstte van de energie, zat vol zelfvertrouwen. Telkens als ik een nieuwe hoeveelheid drugs in mijn handen kreeg, was ik zo blij en opgewonden als een kind. Na een tijdje stapte ik over op ketamine. Daar ben ik zwaar aan blijven hangen. Ik combineerde ketamine met valium en cocaïne. Het ene haalt je naar beneden, het andere pept je op. Soms bleef ik vijf dagen wakker. Tot je lichaam echt niet meer kan en je twee dagen na elkaar slaapt.

“Vorig jaar kwam het keerpunt: ik at niet meer, sliep niet meer, van binnen was ik aan het doodgaan. Zwaar onder invloed zei ik tegen mijn moeder dat ik er iets aan wilde doen. Op internet vond ik een mogelijkheid voor een week­opname en ik dacht meteen: prima, ik neem een pauze om aan te sterken en kan er dan weer tegen­aan. Ik was zo verslaafd dat ik geholpen wilde worden om daarna weer te kunnen gebruiken. Blijkbaar had ik de bodem nog niet bereikt, moest ik nog dieper gaan. Dat is deze keer wel gebeurd.

“Na die eerste afkick­poging vloog ik er opnieuw zwaar in. Ik nam drugs in combinatie met slaap­pillen en anti­depressiva. De dokters noemden het een wonder dat ik er nog was.

“Vier maanden geleden was ik er zo erg aan toe dat ik er een einde aan wilde maken. Ik kon niet meer normaal denken, had momenten dat ik er werkelijk naar verlangde om mezelf op te hangen, dat ik tegen mezelf zei dat het een kick moest zijn om van de brug te springen. Nu is het iets beter omdat ik wat meer structuur heb in mijn leven. Ik volg therapie en ik besef dat er nog heel wat werk voor de boeg is. Maar ik ben uit vrije wil naar het centrum gekomen, al gaven mijn ouders de aanzet. Dit keer wil ik er sterker uitkomen dan de eerste keer. Het kan zo niet verder. Echt niet.”

GRIET, MAMA VAN BRAM (24)

“Ooit dacht ik: als hij nu opnieuw gebruikt, hoop ik dat het zoveel is dat het voorgoed gedaan is”

Bram was zeven jaar verslaafd aan drugs en werd psychotisch.

“Ik zal beginnen met het positieve nieuws: Bram is nu twee jaar en drie maanden clean. Hij was van zijn 15de tot zijn 22ste verslaafd.

“Als jong kind werd hij hoog­begaafd verklaard, hij vloog door de lagere school, was volgens de leraren een veel­belovende jongen die alle studie­richtingen aankon. Maar het liep anders. Op zijn vijftiende begon hij jointjes te roken. Daarna is het alleen maar bergaf­waarts gegaan.

“Bram heeft, denk ik, alles meegemaakt wat bij een drugs­verslaving kan voorkomen. Hij belandde in de gevangenis, werd drie keer opgenomen in de crisis­opvang van de psychiatrie, heeft twee keer een overdosis genomen en lag drie dagen in coma. Hij is er net niet aan gestorven. Toen hij de laatste keer op intensieve zorgen in coma lag, zei de arts dat Bram het hoogst­waarschijnlijk niet zou overleven, gezien de hoeveelheid verschillende middelen die hij in zijn lichaam had.

“Bram zegt dat hij met drugs is begonnen om zijn denken uit te schakelen. Dat zal er voor een stuk mee te maken hebben, denk ik. Hij was altijd al een heel gevoelig kind, als jonge puber sneed hij zichzelf in de armen. Om de pijn binnenin niet te voelen, zei hij. Verslaving zit bij ons in de familie, mijn broer was verslaafd, zijn zoon ook. Ik zag hoe mijn moeder eronder leed en dacht: dat zal mij nooit overkomen. Maar de realiteit is dat je het als ouder niet kunt tegenhouden, je staat volledig machteloos.”

Paardenmiddel

“Ja, je legt de schuld bij jezelf, je vraagt je constant af wat je als moeder verkeerd hebt gedaan dat zo’n beloftevolle, getalenteerde jongen er compleet onderdoor gaat. Was ik te streng geweest? Of juist niet? Was ik er wel genoeg voor hem geweest? Lange tijd geloofde ik dat ík de oorzaak was van de problemen van Bram, en dat ik ze dus ook moest oplossen. Hij schold me vaak uit, onder invloed van drugs. Ik was een kutmoeder, de slechtste moeder die je je kon voorstellen. Op den duur geloofde ik het.

“Ik bleef mijn zoon financieel ondersteunen. Wat moest ik doen? Anders zou hij beginnen met dealen en stelen, en zou het alleen maar erger worden. Uit­eindelijk bleek dat ik hem juist niet hielp; ik droeg er alleen maar aan bij dat hij zijn verslaving in stand hield. Als ik er nu aan terugdenk, begrijp ik niet meer hoe ik die periode van zijn 15de tot 22ste ben doorgekomen. Bram is enig kind, ik was alleen maar met hem bezig. Ik zat in voortdurende angst, het ging nooit uit mijn gedachten. Nooit.

“Ongeveer een jaar nadat hij met joints was begonnen, kwam ik erachter dat hij ook andere drugs gebruikte. In het begin ging het om cocaïne, lsd, xtc, marihuana. Op den duur wist ik dat cocaïne en ketamine zijn favoriete middelen waren. Keta­mine is een zwaar verdovings­middel dat onder andere bij paarden wordt gebruikt. In lichtere dosissen kom je in een hallucinerende roes terecht.

“Op zeker moment denk je: ik laat het los, er is geen andere weg. Mijn man vond dat het genoeg was geweest; Bram wilde niet geholpen worden, we moesten stoppen met hem een hand boven het hoofd te houden, stoppen met geld geven. Mijn man had dat veel beter in de gaten dan ik. Ik bleef hem desondanks geld toestoppen, tot op het laatst. Bram speelde het ook uit: ‘Als ik geen geld krijg, moet ik gaan dealen, mama’.”

Vervalste urine­testen

“Op een dag zat hij naast me in de auto. Hij pakte plots het stuur vast en dreigde ermee het om te gooien en ergens tegen te rijden als ik geen geld gaf. We reden midden op de snelweg, het was waanzin. Bram werd totaal onhandelbaar, hij stak de kleren van mijn man in brand, was constant onder invloed. Uiteindelijk begon hij toch te dealen. De politie heeft toen een huis­zoeking bij ons gedaan, Bram belandde vier maanden in de gevangenis.

“Toen hij vrijkwam, hebben mijn man en ik gezegd dat Bram niet meer thuis kon wonen. Ook voor mij was de grens bereikt. Ik wilde mezelf nog in de spiegel kunnen aankijken en kon niet leven met het feit dat er bij ons thuis drugs werden gedeald. Ik kon niet ondersteunen dat hij door nu zelf te dealen andere kinderen en ouders meesleurde in zo’n verhaal .

“Bram vertrok naar Antwerpen en verdween. Ik kon hem niet meer bereiken, hij nam zijn telefoon niet op, ik had geen idee waar hij uithing. Het gebeurde dat ik hele nachten door Antwerpen reed, wanhopig op zoek naar een spoor van mijn zoon. Intussen bleef ik al die tijd werken, ik had een verantwoordelijke baan, gaf leiding aan een groep mensen. Dat lukte wonderwel, ik leefde puur op adrenaline, jarenlang.

“Maar het vreet aan je. Dag en nacht. Er waren momenten dat ik ’s nachts rondreed en dacht: ‘De eerste stevige boom die ik tegenkom, daar rij ik tegenaan.’ Het was zó uitzichtloos. Ik besefte dat ik mijn zoon niet kón helpen, en toch houd je je als ouder vast aan dat beeld van hoe hij was als kind; een aanhankelijke, attente, lieve jongen. Zo kende ik hem, en zo was hij vanbinnen nog altijd, daar bleef ik ondanks alles in geloven.

“De realiteit was echter anders: mijn kind was een monster geworden. Mijn kind kwam onder invloed van de trap en gooide mij tegen de vlakte toen ik hem wilde verhinderen naar buiten te gaan om drugs te kopen. Als ik hem niet zou kennen en ik kwam hem op straat tegen, zou ik er met een boog omheen lopen. Dat is wat drugs met iemand doen.

“Zijn eerste opname in het ziekenhuis was nadat hij bewusteloos raakte op een feestje. Toen ik naar hem ging kijken, werd ik behandeld als de moeder van het grootste stuk vuil van de straat. Heel erg pijnlijk.

“De tweede keer was op een zondag­ochtend. Om half­acht kreeg ik telefoon. Het was de arts van het universitair ziekenhuis in Antwerpen. Bram was gevonden op de Roosevelt­plaats in Antwerpen. In coma. Die keer ben ik wel goed ontvangen. De artsen hebben hem laten opnemen in de psychiatrie. Maar daar kreeg hij kalmerende middelen, daar had hij dus niets aan. Hij wist ook iedereen rond zijn vinger te winden, had een vriendinnetje die drugs binnen­smokkelde, vervalste urine­testen. Tot ze de coke op zijn kamer vonden, toen werd hij buiten­gesjot.

“Op het laatst werd hij psychotisch. Hij belde me en vertelde dat hij achtervolgd werd; hij zag overal camera’s die op hem gericht waren. We hebben hem gedwongen laten opnemen. Maar niets hielp. Tot twee jaar geleden. Bram besloot dat hij terug wilde naar het centrum waar hij eerder was geweest om hulp te zoeken. Ik geloofde er niet meer in, we hadden alles al geprobeerd. Maar uiteindelijk heeft hij toen toch de klik gemaakt. Omdat hij besefte dat hij dusdanig psychotisch begon te worden dat hij bang was dat hij iemand iets aan zou doen, zei hij. Dat was de spreekwoordelijke druppel.

“Bram was een verslaafde die werkelijk tot de bodem van de put moest gaan. Anders zou hij er nooit uit raken.

“Momenteel werkt hij in een fabriek. Met zijn IQ van 134 had hij geen diploma middelbaar onderwijs, maar dat heeft hij nu via de examen­commissie gehaald. Hij wil verder studeren voor een job in de verslavings­zorg. Ik geloof dat hij het kan, ik vertrouw hem.

“Wat ik als boodschap kan meegeven aan andere ouders van verslaafde kinderen? Dat je je kind nooit moet los­laten. Maar dat je de verslaving ook niet moet blijven onder­steunen zoals ik heb gedaan. Wij hebben geluk gehad dat we Bram nog hebben, dat hij er niet aan is gestorven. Maar, en ik voel me heel schuldig dat ik het nu zeg, er is een moment geweest dat ik dacht: ‘Als hij nu opnieuw gebruikt, hoop ik dat het zoveel is dat het voorgoed gedaan is.’ Zo uitzichtloos was het. Maar het is voorbij, mijn zoon is terug. En toch, diep vanbinnen blijft de angst dat hij ooit zal hervallen.”

ARLETTE, MAMA VAN VANESSA (45)

“Eigenlijk moet je je kind zijn plan laten trekken”

Vanessa raakte na haar 35ste verslaafd aan alcohol, na de geboorte van haar tweede kind.

“Het tweede kindje van Vanessa werd geboren met een beperking aan haar handjes en voetjes. Vergroeiingen. Niet heel zwaar, maar toch. De partner van mijn dochter dronk stevig, maar na de geboorte werd het veel erger. Stilaan begon Vanessa mee te drinken. Ze was halverwege de dertig en had nooit verslavings­problemen gehad.

“De ruzies tussen mijn dochter en haar vriend liepen, mede door de drank, zo hoog op dat ze be­sloot alleen te gaan wonen, met de kinderen. In die periode is haar drank­gebruik geëscaleerd. Ze dronk de hele dag door. Intussen zat ze daar, met twee hummels. De kinderen zeiden altijd dat mama moe was. Ze wisten niet beter dan een mama te hebben die op de bank lag en belden dikwijls naar een vriendin van Vanessa om te komen helpen. Intriest.

“Vanessa sukkelde jaren verder. We haalden haar en de kinderen uit huis om bij ons te komen wonen, dan konden we een oogje in het zeil houden. Het mocht niet baten. Op het laatst ging ze ’s morgens naar het benzine­station om een fles wodka te kopen en leeg te drinken, dat was het begin van haar dag. Tot ze, eindelijk, op een punt belandde waarop ze voelde dat ze niet meer kon. Dat was in 2015.

“Ze werd opgenomen voor behandeling, op het moment dat de oudste naar de middelbare school ging. Er was ook een programma voor ons, de familie. We moesten Vanessa onder andere een schade­brief schrijven, over wat je als ouder allemaal hebt meegemaakt door die verslaving. Dat is hard, maar op den duur wórd je ook hard. Ik was kwaad. Op wat ze de kinderen aandeed, op de manier waarop ze ons allemaal manipuleerde, op de verwijten die ze ons naar het hoofd slingerde. We hadden zo veel voor haar gedaan, een appartement gekocht, haar werk gegeven in onze zaak, een auto gekocht. Het was te veel, leerden we op die families­essies. Al die hulp maakt het in de meeste gevallen alleen maar erger. Eigenlijk moet je je kind zijn plan laten trekken, maar dat is nu juist het moeilijkste als ouder. Je moet er zijn en tegelijk moet je het los­laten.

Ze is ervanaf geraakt, al volgt ze nog altijd meetings bij Narcotics Anonymous. Ze heeft het nodig, zegt ze. Verslaafd zal ze altijd blijven, ze kan haar hele leven geen druppel meer aanraken. Maar ik vertrouw haar en probeer de angst dat ze zal hervallen van me af te zetten. Tot nu toe lukt dat.”

Beeld Bob Van Mol

VANESSA, DOCHTER VAN ARLETTE

“Ik bleef de sterke madam uithangen”

“Ik ben beginnen te drinken door een burn-out nadat ik bij mijn partner was weggegaan. Tot dan had ik me altijd sterk gehouden, maar het voelde alsof ik een masker droeg; ik verdrong mijn echte emoties. De alcohol hielp om die negatieve gevoelens te onderdrukken. Nu zat het drankgebruik er al lang in. Ik was zo iemand die altijd tot het laatste bleef hangen, ging al vroeg uit, wilde niets missen, spijbelde op school.

“Het waren hevige jaren. Ik ben verkracht geweest en ik maakte de Switel-brand mee op mijn 21ste (op oudejaars­avond 1994 brandde het Antwerpse Switel-hotel af, waarbij vijftien mensen om het leven kwamen, red.). Mijn beste vriendin, mijn vader en mijn tante raakten zwaar verbrand; ik ben er goed uitgekomen omdat ik per ongeluk in de keuken terechtkwam.

“Achteraf gezien heb ik die gebeurtenissen nooit verwerkt, ik liep er voor weg, bleef de sterke madam uithangen. Dat droeg uiteindelijk allemaal bij tot die burn-out en mijn verslaving. Tegenover mijn kinderen vond ik dat ik niets verkeerds deed. Ik was depressief, zij noemden het moeheid. Intussen gebeurde het dat ze mij vonden onderaan aan de trap. Mama was gevallen.

“Het keerpunt kwam toen mijn dochter het zo beu was dat ze mij niet meer wilde zien en de relatie met mijn nieuwe vriend tot een einde kwam. Ik heb een maand lang gedronken, 24 uur per dag. Tot ik eigenlijk niet meer wilde leven. Dat was het moment van erop of eronder. Ik ben hulp gaan zoeken en drink sinds drie jaar geen druppel meer.

“Voor het eerst in mijn leven werd ik geconfronteerd met wie ik was tijdens mijn actieve verslaving. Een afschuwelijk persoon, vond ikzelf. Intussen ben ik zelf als verslavingstherapeut met ervaringsdeskundigheid aan het werk.

“Voor de buitenwereld was ik 22 jaar lang die toffe, sterke vrouw. Nu weet ik dat mijn verslaving een vlucht­gedrag was voor de onzekerheid en angst die ik al die tijd voelde. Ik besefte niet eens dát ik onzeker en bang was. Vlucht­gedrag is iets dat elke verslaafde kent. Voor een leegte, een onrust, een last.

“Of ik bang ben om te hervallen? Heel zeker. Ik wil niet terug naar de hel, maar ik kan het niet beloven. Ik moet mijn emoties in de gaten houden en vooral niet denken dat ik het wel alleen kan. Dat kan ik niet. En gelukkig weet ik nu: ik ben niet alleen.”

Griet, Bram en Rina zijn schuilnamen. 

actiononaddiction.be

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden