Woensdag 21/10/2020

Mode

Modeweek in Parijs: waarom zijn ontwerpers toch zo bang voor vernieuwing?

Het koor bij de modeshow van Louis Vuitton, op de binnenplaats van het Louvre in Parijs.Beeld AFP

Van de vijftiende eeuw tot de jaren zeventig: tijdens de Parijse modeweek viel op dat ontwerpers vooral terugblikken.

Op de allerlaatste dag van de modemaand, aan het begin van de allerlaatste show, ging in een duistere zaal een metersbreed doek omhoog. De show die op stapel stond was die van het modehuis Louis Vuitton. De locatie was de Cour Carrée du Louvre. Hartje Parijs, normaal gesproken vol met toeristen. Nu waren de fonteinen leeg en was het plein uitgestorven – op een handvol gewapende politiemannen en een sliert laat komende modemensen na.

Halverwege de week had de Franse regering aangekondigd dat alle samenscholingen met meer dan vijfduizend aanwezigen een gevaar vormden in verband met het coronavirus. De halve marathon werd afgelast en de grote musea gingen dicht. Voor de modeshows had het geen gevolgen. Zelfs het grootste defilé, dat van Chanel in het Grand Palais, tikte de vijfduizend gasten niet aan. Bovendien: the show must go on, want wat is Parijs zonder mode?

Dus ging het immense doek omhoog, traag maar zeker. Over de volle breedte en hoogte van het tijdelijke theater verschenen 115 figuren. Zangers en zangeressen, gekleed in historische kostuums daterend uit de vijftiende eeuw tot de jaren vijftig, die liederen zongen van Bachs tijdgenoot Nicolas de Grigny. Uit de coulissen verschenen de modellen, gehuld in wufte rokken en breedgeschouderde jasjes, leren broeken, grote kragen, grove sneakers. Een bont amalgaam van referenties, een lange ketting van knipogen naar vroegere tijden en stijlen. Nergens een futuristische noot. L'histoire s'est répétée.

Vuitton-ontwerper Nicolas Ghesquière was niet de enige die een blik achterom had geworpen om inspiratie te vinden. Een paar uur eerder had Miuccia Prada de wintercollectie van haar tweede lijn Miu Miu gepresenteerd: een ode aan de glamour en silhouetten van de late jaren dertig, compleet met bijbehorende kapsels. Ook bij Lacoste was het geen 2020 maar ergens rond 1969, op een preppy tennisbaan, waar losse jurken en uitvergrote polo's en spencers voorbijkwamen. Cool, kleurrijk en hebberigmakend, dat dan weer wel. Voorts was de show van Virginie Viard voor Chanel een aantrekkelijk, zoet reisje naar de vroege jaren tachtig, de tijd dat keurige demoiselles zorgeloos uit wandelen gingen, keuvelend met hun vriendinnen, gehuld in ruchesbloesjes, boucléjasjes en hotpants en versierd met rijen parelsnoeren en strikken in het lange haar.

Celine.Beeld Photo News

De conclusie die over die laatste dag te trekken viel, valt eigenlijk uit de hele Parijse modeweek te destilleren. Het lijkt wel alsof iedereen zich krampachtig vasthoudt aan vroeger, aan de tijd waarin de ontwerper van dienst jong was, of de periode waarin het modehuis in kwestie zijn hoogtepunt beleefde. 

Meest ongemakkelijke voorbeeld: de show van ontwerper Hedi Slimane voor Celine. Voor het derde seizoen op rij toonde Slimane bourgeois jarenzeventiglooks op hele dunne modellen, tijdens een eindeloos durende show met welgeteld honderd praktisch dezelfde outfits en steeds hetzelfde lijzige zuchtmeisjesnummer op repeat. Een fijner voorbeeld: de show van Andreas Kronthaler voor Vivienne Westwood, waar de vrolijkheid en de liefde voor Westwoods stokpaardjes punk, korsetten en wijd gemouleerde rokken van afspatte. 

Ook Dries Van Noten, die voor afgelopen winter een wat duistere show bracht, leek in een zonnig humeur. Zijn nieuwe collectie is opgedragen aan flamboyante nachtvlinders uit de seventies die de clubs afstruinen in fluweel, veren en pailletten. Voor wat jongere fuifnummers is er de Parisienne Isabel Marant, die al jarenlang hetzelfde maakt – coole jasjes met brede jarentachtigschouders, afzaklaarzen, hogetaillejeans en korte jurken – met groot commercieel succes.

Spelen op zeker

Was dit het dan, de mode voor het najaar? Een prak van opgebakken kliekjes? Een potpourri van evergreens, een herhaling van oude successeries? Ja en nee, maar over dat nee zometeen meer.

Eerst is het goed om te bedenken waaróm er zo weinig vernieuwing te zien was en creatieven zich blijven vastklampen aan het oude vertrouwde. Angst, natuurlijk, wat anders? Verlamming door de onzekere politieke, economische en ecologische toestand in de wereld in het algemeen en de modewereld in het bijzonder. Want nu de mode-industrie steeds nadrukkelijker wordt aangewezen als grote vervuiler, consumenten minder kleren willen kopen en het systeem van modeweken terecht wordt bevraagd, raken de modehuizen in paniek. Sommige rennen snel terug naar huis en maken daar hun welbekende sausje of soepje. Andere focussen op het tijdloze en daardoor duurzame vakmanschap waarin ze excelleren. In Italië zagen we dat de afgelopen modeweek ook gebeuren.

In Parijs waren het met name Sarah Burton voor het huis Alexander McQueen, Clare Waight Keller voor Givenchy en Nadège Vanhee-Cybulski voor Hermès die uitblonken in het maken van perfect zittende pakken, mantels en jurken van luxematerialen. Een lust voor het oog waren hun shows, vol jurken en jasjes die als gegoten zaten. Hoogstandjes van zijde, wol, kant en leer: ideaal voor vrouwen die hun kwetsbaarheid beschermd willen zien door capes en mantels, hun vrouwelijkheid onderstreept door jurken en bustiers en hun kracht verdubbeld met geprononceerde schouders en hoge leren laarzen. Vooral de show van Burton voor McQueen was een masterclass in snit en afwerking.

Is daar iets mis mee? Natuurlijk niet, en in het oog van de storm die woedt is het misschien wel het veiligste wat een ontwerper kan doen: bij zijn leest blijven. Mooie kleren maken, het vrouwenlichaam vieren en refereren aan het roemruchte verleden van modestad Parijs. Het was niet voor niets dat modejournalisten elkaar enthousiast tipten over de kleine tentoonstelling rondom de razend knappe ontwerpen van Azzedine Alaïa en Cristobal Balenciaga. Die expositie is simpel maar ontroerend, omdat ze hart en ziel van het kleermakersvak raakt: een lichaam opmeten, een model van stof eromheen bouwen en dat lichaam daardoor optillen en mooier maken.

Alexander McQueen.Beeld Photo News

Zeldzame vernieuwers

Maar mooie kleren maken, is dat ook mode maken? Niet per se, want echte mode bestaat bij gratie van verandering en vernieuwing. Vandaar dat het goed was om in de Parijse hausse aan herhalingen ook een paar wegbereiders te treffen. Vernieuwers die heus wel naar achteren blikken, maar ook vooruit durven kijken. Ontwerpers die grenzen aftasten en oprekken, die moedig vóórwaarts gaan als ze de weg kwijt zijn, terwijl hun vakgenoten als Hansjes en Grietjes de weg terug proberen te vinden aan de hand van de kiezels die ze gestrooid hebben.

Een van de succesvolste vernieuwers is Jonathan W. Anderson, ontwerper voor het huis Loewe en meester in het verkennen van silhouetten en vormen. Zijn wijde broeken en capes baseerde hij op vierkanten, zijn jurken refereerden weliswaar aan werken van Velazquez en Zurbarán, maar hadden grillige keramieken borstplaten, knappe verdraaiingen op de rug en volumes op onverwachte plekken. Nieuw zonder raar te zijn.

Ook de jonge Franse Marine Serre kijkt het heden en de toekomst onbevreesd tegemoet, met misschien wel een vooruitziende blik: vorig jaar toonde ze al mondkapjes op de catwalk. Haar collectie is voor de helft uit gerecyclede materialen gemaakt en deels uniseks. De Belg Glenn Martens, hoofdontwerper van het Franse label Y/Project, is een meester in het herinterpreteren van afgezaagde items en het combineren van historische stuks met kitschy popculturele items. Martens verdraait, keert om, vouwt op en laat weg. Zijn spijkerbroeken zonder kruis kregen gezelschap van jurken zonder middenstuk, skinny jeans en nylons die eindigden in skibroekelastiek onder de voet.

Helaas werd voor de show van de grootste roerganger in de mode, Demna Gvasalia van het huis Balenciaga, maar één journalist uit het Nederlandse taalgebied uitgenodigd: de hoofdredacteur van Vogue. Een spektakel was het, vertelde ze na afloop, want de show werd gehouden in een arena waar de onderste rijen stoelen onder water stonden en op het plafond oudtestamentische onweersbuien en laaiend vuur werden geprojecteerd. Hoe toepasselijk in tijden van klimaatcrisis, stormen met mensennamen en de uitbraak van een virus dat China en Italië – de twee belangrijkste modeproducenten ter wereld – lamlegt.

De modellen liepen 'op' het water, aanvankelijk in louter zwarte pakken, mantels, capes en pijen gecombineerd met sluiers, capuchons en visserslaarzen. Een luguber en apocalyptisch beeld. Wat Gvasalia ermee bedoelde, moesten we afleiden uit het mailinterview dat hij gaf aan modesite The Business of Fashion: Gvasalia moest als Georgische tiener elke zaterdag biechten in de orthodoxe buurtkerk en raakte gefascineerd door de strenge kledingcodes, die ook aansluiten bij de Spaans-katholieke achtergrond van oprichter van het huis Cristobal Balenciaga.

Ook de nieuwe modemessias wortelt dus stevig in de historische, religieuze klei. Benieuwd of er na de komende modewinterslaap een écht nieuwe lente aanbreekt, met een nieuw geluid.

Balenciaga.Beeld Photo News
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234