Zondag 15/12/2019

Modestudenten over hun muze

Met zijn expo 'Inspirations maakt Dries Van Noten duidelijk waar hij zijn ideeën uit put. We vroegen tien laatstejaars van de Antwerpse Modeacademie naar hun inspiratiebronnen voor de eindcollecties, die ze op 12 en 13 juni aan het grote publiek zullen tonen. En dat leverde een aantal verrassende en boeiende verhalen op.

Edoardo Rossi (29, Genua)

'Ik deed ideeën op tijdens mijn reis naar Marokko, vorig jaar'

"Voor mijn mannencollectie deed ik ideeën op tijdens mijn reis naar Marokko, vorig jaar. Ik maakte er foto's, die ik vervolgens gebruikte in digitale collages. Daarmee creëer ik een soort van droomwereld.

"Die digitale bewerking, met verschillende kleuren en thema's, ga ik vervolgens gebruiken in mijn stoffen. Die technische fase vergt heel wat denk- en zoekwerk. Op die manier wil ik vermijden dat het allemaal te banaal zou worden. Ik wil er het hoogste potentieel uit halen, de ideeën ontwikkelen tot het beste waar ik toe in staat ben.

"Een aftands gebouw kan me aan oorlog doen denken, en dat vertaal ik bijvoorbeeld in denim waarvan de vezels bewerkt zijn. Het idee van vernietiging kun je in je stoffen op veel verschillende manieren vertalen, niet louter door letterlijke deconstructie. Het resultaat is heel gelaagd.

Wat ik ook erg interessant vond, was hoe jongeren in Marokko dwepen met voetbal en voetbalkleren. Ook daarmee ben ik aan de slag gegaan. Ik heb met felle kleuren gewerkt. Ook omdat die me gewoonweg happy maken.

"In momenten van twijfel helpt het wel om datgene waar je op dat moment mee bezig bent, graag te doen. Ik hou ervan om op die manier te werken, ik geniet ervan om te zien waarin die ideeën zich omvormen, in combinatie met de materialen.

"Voor mij is de inspiratie nooit letterlijk, nooit historisch, nooit etnisch. Dat mijn reis naar Marokko voor inspiratie zorgde, zal niet letterlijk uit mijn collectie op te maken zijn. Een collectie is meer zoals een dagboek voor mij. Ze vertelt meer over mijzelf dan over mijn reis, dan wat ik gezien heb of wat mij inspiratie heeft gegeven."

Miriam Laubscher (32, Biel, Zwitserland)

'Tilda Swinton is een stijlkameleon. Haar veelzijdigheid boeit me'

"Ik heb dit jaar mijn vrouwencollectie heel minimalistisch willen houden, heel essentieel, vooral in de vorm van de silhouetten. Het zijn heel zuivere en scherpe volumes, maar toch zit er een vloeiend gevoel in. Ik ging uit van het gevoel dat ik kreeg toen ik een gebouw zag van de Japanse architect Shigeru Ban, The Curtain House. Het is een constructie die omgeven is door een wit gordijn, heel etherisch en contrasterend met het harde beton.

"Mijn tweede inspiratiebron is Tilda Swinton, de actrice/performer. Zij is een kameleon in stijl. Ze kan met een onwaarschijnlijke elegantie voor de dag komen, maar ook erg eenvoudig, haast simplistisch. Haar veelzijdigheid boeit mij.

"Wat me ook inspireert, is het werk van de Braziliaanse kunstenares Lygia Clark, die schilderijen en installaties maakte. Samen met een paar andere kunstenaars richtte ze de Neo-Concrete-beweging op, met als credo dat kunst subjectief en organisch moest zijn. Ze hield ervan dat toeschouwers met haar werk begonnen te 'spelen' en hun verbeelding aan het werk zetten. Van dichtbij was haar werk iets anders dan wanneer je een stap achteruit deed.

"Ik heb foto's gemaakt van stukjes stof en uitvergroot. Als je dat van iets verder bekijkt, ontdek je een heel andere vorm. Ik gebruik die fotoprint van de stofstaaltjes in mijn collectie, maar ook de oorspronkelijke stof. De structuur van de stof komt op die manier naar voren. De onderlaag is een canvas, ik voeg er kleuren aan toe om het een andere dimensie te geven. Kleuren zijn voor mij erg emotie-gebonden, maar er moet een balans zijn tussen felle kleuren en doffere."

Marthe De Buck (28, Gent)

'De glans en het glibberige van Japanse koisvind ik heel mooi'

"Van huis uit ben ik altijd erg geboeid geweest door kunst. Wat mij het meest boeit, is het surrealisme. Man Ray en Meret Oppenheim vind ik fantastisch. Kunst is bij mij altijd aanwezig geweest, mijn vader is plastisch kunstenaar.

"Voor mijn eindcollectie, een vrouwencollectie, heb ik mij geïnspireerd op Japanse kois. Ik wil me volledig toeleggen op kleuren en prints. Kois hebben niet alleen fantastische kleuren, hun textuur is ook prachtig. De glans en het glibberige, het reflecteren van het licht, in contrast met het grafische aspect, is heel mooi.

"Voor ik aan deze studies begon, ben ik op reis geweest naar Japan met mijn vader, in het kader van een kunstproject. Sindsdien heeft de cultuur, de beeldentaal, mij niet meer losgelaten. De tegenstelling tussen de vredigheid, zen en daartegenover het wrede soms, die is enorm rijk.

"De kleuren van de kois zal ik in mijn collectie combineren met meer 'ziltige' kleuren. Lichtgrijs, pastel, lichtgroen. Daarnaast gebruik ik een soort metalen maliënstof, die de beweging van de vissen weergeeft, de sensualiteit zelfs. Ik wil ook met facetten van plexi werken, die ik op de kleren zal borduren zodat het haast schubben worden.

"Ik werk graag met nieuwe materialen en met contrasten. Voor ik naar hier kwam, volgde ik een opleiding textielontwerp in Gent. Hoewel die opleiding voor mij niet concreet genoeg was, heb ik er wel geleerd om conceptueel te denken. Ik kies mijn oorspronkelijke inspiratiebron zo klein mogelijk, om die dan vervolgens heel breed te kunnen uitwerken. Het eindresultaat moet een soort van poëzie en een zekere verstilling in zich dragen."

Joeri Van Campenhout (34, Antwerpen)

'Vliegvissers gebruiken lokaas van veren, kralen en spiegeltjes'

"Voor deze collectie voor vrouwen heb ik inspiratie geput uit vliegvissen. Dat is een hengelsport waarbij je gebruikmaakt van met de hand gemaakte vliegen als lokaas. De 'kunstvliegen' bestaan meestal uit veren en haar van verschillende dieren, maar ook uit niet-natuurlijke materialen zoals kralen en spiegeltjes. De kleuren en texturen van dat lokaas zijn één uitgangspunt.

Een tweede inspiratiebron zijn de seventies, met de jonge Angelica Huston als een soort ijkfiguur.

"Een derde verschijnsel dat mij heel erg boeit, en dat ogenschijnlijk niets met de voorgaande twee heeft te maken, zijn de verticale tuinen. Drie heel andere sferen, maar ik werk dan ook erg eclectisch voor mijn collecties. Ik hou ervan om verschillende motieven of thema's haast willekeurig samen te brengen.

"Vormelijk heb ik mijn collectie opgebouwd rond de kaftan, in lossere, fluïde silhouetten, vertaald naar lange mantels, mantelpakken en jurken. Seventies qua volumes maar hedendaags qua interpretatie. Ik werk met kettingen die uit kleine steentjes bestaan en die de verschillende panden samenhouden. De versiering wordt op die manier structureel gebruikt.

"Toen ik 16 was, heb ik een opleiding gevolgd in Parijs, in de school van Les Ateliers Lesage, waar ook de broderie voor grote modehuizen als Chanel en Dior met de hand wordt gemaakt. Ik ben altijd op zoek geweest naar dat soort esthetische zaken, naar het artisanale, naar technieken die ik uit een andere context overplaats. Decoratieve technieken vormen de spil van wat ik maak. Ik hou van het concrete, meer dan van het concept."

Sofie Gaudaen (Lyon, 29)

'De schilder Pierre Soulages werkt haast louter met de kleur zwart'

"Inspiratie voor mijn vrouwencollectie heb ik geput uit de vrouwen van de Ainu, een stam in het noorden van Japan, die vooral bekendstaat om de tatoeagecultuur. Vrouwen worden daar met inkt getooid in een soort van grimas, iets tussen een snor en de lach van de Joker uit Batman. Elk jaar wordt de tatoeage groter. Ze geloven dat er op die manier geen slechte geesten of elementen in de mond zullen terechtkomen, zodat ze hun hele leven gezond zullen blijven. Op hun armen worden een soort riemen getatoeëerd. Die motieven borduren ze ook met applicaties op de mouwen van hun kimono's. Een beetje zoals rekverband.

"Vandaar ook een link met mijn tweede inspiratiebron: kledij uit een medische context, vêtements de compression. Daar haal ik vooral referenties uit voor de vormen en voor de coupes. Mijn collectie is qua vorm een mix van grote volumes en kleren die heel nauw aansluiten. Voor de accessoires denk ik ook aan het materiaal en de kleur van medische beugels.

"Voor de kleur en motieven heb ik me ook laten inspireren door het werk van de Franse kunstenaar Pierre Soulages. Hij werkt haast louter met de kleur zwart voor zijn schilderijen. Een paar magistrale verfstreken, meer niet. Men noemt hem 'The Master of Black'.

"Ik ben nu bezig met heel grote schilderijen te maken, in de stijl van Soulages. Op de grond, met toilestof van drie meter bij twee, verf en een veegborstel, als eerste test. Ik gebruik zwarte en oranjerode verf. Nadien zal ik het resultaat verknippen voor de kleren. In de laatste fase zal ik het proces herhalen met de uiteindelijke stof."

Marie-Sophie Beinke (24, Freiburg)

'Ik vertrok heel gevoelsmatig, vanuit mijn eigenolieverfschilderijen'

"Sinds mijn dertiende wist ik dat ik mode wilde ontwerpen. Ik kreeg toen tweemaal per week privéles van een Russische schilder, kwestie van ook die techniek onder de knie te krijgen.

"Ik ben heel gevoelsmatig vertrokken vanuit mijn olieverfschilderijen. Alles kan daarvoor als inspiratie fungeren. Letterlijk alles. Maar wat het meest mijn aandacht trekt, zijn mensen. Ik vind dat iedere mens iets moois heeft. Zelfs de meest 'lelijke' mens zal iets hebben dat heel mooi is. Ik probeer te kijken met volle teugen, te voelen. Zowel op straat als in musea, in het theater, bij concerten. Ik probeer zo veel mogelijk tot mij te nemen. Je moet bereid om dingen te capteren. Dat kun je niet als je in je kamer blijft. Ik wil dat mijn hoofd vol beelden zit en sferen, zodat mijn hoofd er helemaal in baadt. Op dat moment kan ik mijzelf pas creatief uitdrukken. Inspiratie is een eindeloos proces. Maar het begint altijd bij één beeld of één zin.

"Mijn collectie stelt een groep artiesten voor. Artiesten die hun hoogtepunt hadden in het begin van de 20ste eeuw. Hoe ze eruitzagen is voor mij belangrijk, maar ook de kunst die ze maakten. Ik wil het allemaal niet specifieker stellen, het is aan de mensen om mijn collectie te interpreteren.

"Om een mannencollectie te maken, moest ik mijzelf ook de vraag stellen wat een man voor mij betekent. Ik wil hem zien in kleren die hem mooi maken. In kleren die mijn vader ook zou kunnen dragen. Een man naar wie ik naar opkijk. De man in mijn collectie is een schilder die zich elegant en klassiek kleedt, die in de natuur leeft en zich voor de rest geen zier aantrekt van wat er in de wereld gebeurt."

Alexis Gauthier (25, Bretagne):

'Fijne, dunne stoffen, gewaxt metbijenwas: magnifiek'

"De eerste inspiratiebron voor mijn mannencollectie pikte ik op in Nepal. Ik ontdekte er een dorpje in de bergen waar de bewoners wollen dekens maken met motieven van ladders. Bizar en fascinerend.

"Tweede inspiratiebron: in het dorpje San Fermo Della Battaglia, vlak bij het Comomeer, ontdekte ik een kleermaker die met krijtstrepen werkt, maar in biais, schuin dus. In het dorp kun je moeiteloos zien wie klant is en wie niet. Ik wil die kleermaker vragen om mee te werken aan mijn eindcollectie.

"Mijn derde inspiratiebron komt uit Lancashire. Daar maken de mensen traditiegetrouw hun kleren ondoordringbaar voor regen en zeewater door ze te waxen met lijnolie. Eigenaardig genoeg zijn er twee families die geen lijnolie gebruiken, maar steevast bijenwas. Ze waxen daar niet alleen hun mantels mee, maar ook zeer fijne, dunne stoffen. Dat geeft een magnifiek effect. Voor mij is die oude, vreemde traditie met bijenwas belangrijk omdat ze volstrekt ecologisch is.

"Het vierde luik van mijn verhaal kreeg ik aangereikt door een collega-student uit Japan. Hij vertelde me over de familie van zijn vader, die in 1876 meegeholpen had om de eerste synthetische kleurstof te ontwikkelen, de zogeheten 'Perkins'. Die eerste synthetische kleur was lichtpaars. Sinds die dag dragen alle mannelijke leden van die Japanse familie elke dinsdag een lichtpaars jasje. Ik wil die familie heel graag op het podium, met z'n vieren, in vier exact dezelfde silhouetten.

"Waar ik naar op zoek ga voor mijn eindcollectie, is een complexe universaliteit, met een kruisbestuiving van visuele elementen, van technieken en coupes."

Casper Werner (Antwerpen, 23)

'Marianne Faithfullin een motorpak, dat was mijn leidraad'

"Ik wil felle kleuren gebruiken voor mijn vrouwencollectie, een combinatie van stof en zacht leer, samen met zwart.

"In mijn hoofd blijven vooral beelden hangen. Beelden die ik opsla tijdens reizen. Mensen in hun interieur, of in een bar. Beelden uit musea. De beelden die me iets doen, komen bizar genoeg terug in mijn dromen.

"Ik heb voor mijn eindcollectie een film van Jack Cardiff uit 1968 met Alain Delon en Marianne Faithfull als leidraad gebruikt: The Girl on a Motorcycle. De film stelt zelf qua verhaallijn weinig voor, maar de hele sfeer en vooral Marianne Faithfull in haar motorpak zijn geweldig. Ze draagt gedurende de hele film een eendelig lederen pak met een rits die vrij ver open staat bovenaan. Een soort van tweede huid, waar ze niets onder draagt. Op zeker ogenblik wordt ze aan de grens tegengehouden door de douane en gefouilleerd. Het resultaat is uiteraard een heel interessante scene. Toch blijft Faithfull nog altijd iets vrij onschuldigs hebben, iets meisjesachtigs.

"Van daaruit ben ik met het idee beginnen te spelen om met leer te werken in een sfeer van de jaren 60, met jumpsuits en korte jurkjes. Ik gebruik een aantal felle kleuren omdat ik al heb gemerkt dat mijn creatieve armslag daar beter van wordt.

"Mijn eindcollectie zal vrij commercieel zijn, dat besef ik. Ik weet dat ik daardoor ook tegenwind zal krijgen. Soms is een collectie een gevecht, maar dat heb ik ervoor over. Ik leer daar erg veel uit. Ik ben blij dat ik toch kan uitwerken wat ik in mijn hoofd heb, ook al is het niet evident om soms van mening te verschillen. Die zoektocht werkt voor mij zeer verrijkend."

Peter Schamaun (27, Oslo)

'Het leven van eenzakenman fascineert me. Het is een doen-alsof'

"Elk jaar hier aan de academie heb ik inspiratie geput uit dezelfde foto's of schilderijen, maar telkens met een heel verschillend resultaat. Het zijn veelal de schilderijen waar ik mee opgroeide, die me creatief stimuleren.

"Voor deze collectie, een mannencollectie, stond ik ook stil bij de handeling van het 'wachten'. Samuel Becketts Wachten op Godot vond ik zeer interessant. Het is een absurd toneelstuk waarin twee personages wachten op een zekere Godot, die nooit zal opdagen. Op iets wachten fascineert me heel hard. Mensen die iets doen dat nutteloos en absurd lijkt: wachten op je kop koffie, wachten op de lift, afwachtend wandelen naar je werk.'

"Het leven van een zakenman fascineert me evenzeer. Mannetjes die langs elkaar heen lopen in een sociaal systeem bestaande uit onbeschreven of absurde gedragsregels. Het is allemaal niet echt. Het is een doen-alsof. Dat vind ik boeiend als uitgangspunt, hoe de menselijke natuur daarin verloren gaat. "Daniil Charms is een Russische schrijver wiens werk ik ook erg bewonder. Ook hij gebruikt in zijn stukken en kortverhalen simpele verhaallijnen in een absurde context. Dat trekt mij aan. Handelingen uitvoeren zonder dat er een bedoeling is. Het abstracte daarin.

"De vertaling van die thematiek naar mijn collectie gebeurt vrij impulsief. Ik gebruik vrij klassieke stoffen en coupes. Klassieke stukken, zoals een pak, een trenchcoat. Bij het wachten heb je altijd het gevoel dat er een deel van jezelf vastzit, en een ander deel dat verwachtingsvol groeit, en dat onevenwicht vertaal ik dan bijvoorbeeld in een jas die aan de ene kant groter uitvalt."

Laure Sévérac (28, Montpellier)

'Voor de kleuren baseer ik me op een serie schilderijen van David Hockney'

"Ik hou ervan om mannen te kleden, het is een taal waarin ik me erg kan vinden. Sinds vorig jaar ben ik mij daar meer en meer in beginnen te verdiepen. Ik koester bovendien een passie voor tricot. Dat oma-kantje ligt mij wel.

"Ik heb inspiratie gevonden in de jaren 70, vooral voor de kleuren van mijn patchwork. Daarvoor baseer ik me op een serie schilderijen van David Hockney. Ik heb die overgebracht op patchwork-breiwerk, als een soort origami in 2D. Er zullen met de hand gebreide truien zijn en jassen. De rest zal ik met behulp van een machine maken.

"De geometrische structuur van de vlakken in Hockney's schilderijen is fascinerend. Ik ben van daaruit vertrokken met mijn tekeningen, waarbij ik vooral de kleuren heb hergebruikt.

"De kleuren van mijn collectie zijn zacht, net als de materialen. Ik hou ook van kleren die een soort cosiness uitstralen. Misschien heb ik daar op dit moment in mijn leven meer behoefte aan. De man die ik in mijn kleren zie is iemand die ook rust uitstraalt, en een zeker zelfvertrouwen. Terwijl ik aan mijn collectie werk, luister ik vaak naar Jean-Jacques Goldman. Kitscherig, ik weet het, maar het is echt iets uit mijn jeugd, het maakt me blij. Het comfortabele van die muziek wil ik ook in mijn kleren.

"Ik werk met gebreide wol en met katoengarens, al dan niet in jacquard, maar ik wil ook een stof laten weven. Die drie materialen wil ik onderling mengen. Ik werk graag met mijn handen, met materialen, niet zozeer met een concept. Het is een intuïtief proces dat in volle ontplooiing is en dat ik laat evolueren naar de eindfase toe."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234