Maandag 06/12/2021

Modern land, antieke ziel

De poorten naar Japan staan wijd open: het is gastland op het Vakantiesalon én we vliegen rechtstreeks van Brussel naar Tokio. Daar waar spitstechnologie hand in hand gaat met mystiek en eeuwenoude gebruiken. En het is er goedkoper dan u denkt.

"Konnichiwa", begroet een erg jonge chef me in de ABC Cooking Studio. Ze spreekt amper Engels, maar koken is vooral kijken. In geen tijd stoom ik vier Japanse gerechten klaar die, al zeg ik het zelf, zalig smaken.

Mijn laatste hap is net binnen als Nicolas, een sympathieke Belg die al drie jaar in Tokio woont, me oppikt. Hij is voor een dag mijn gids. "City coach", verbetert hij me lachend. Hij laat me Tokio zien op zijn manier, maar naar mijn smaak. De hippe jongerencultuur, leuke bars en restaurants, hedendaagse architectuur en het hectische leven in Tokio staan op mijn verlanglijstje. We vertrekken te voet. In Ginza, de exclusieve winkelwijk, hoeven we niet ver te zoeken naar spectaculaire architectuur. De Beers van toparchitect Jun Mitsui, huist in een gebouw dat De Golf wordt genoemd en zelfs tussen alle andere architecturale hoogstandjes erg opvalt. Vlakbij is er ook Maison Hermès van Renzo Piano. Wat van ver een gebouw in een kooi lijkt, blijkt volledig te bestaan uit met metaal omkaderde glazen tegels. In de erg trendy Aoyama-wijk is er de building van Prada. Als ik langs de gebolde glazen panelen loop waaruit het gebouw is opgetrokken, is het alsof alles beweegt. Het International Forum blinkt dan weer uit door zijn uitzonderlijke vorm. De hal, 60 meter hoog, bestaat volledig uit glas en metaal en is spectaculair mooi. Ook op de catwalk van Tokio, Omotesando Avenue, staan een paar pareltjes van hedendaagse architectuur.

Maar het gebouw dat me het meest intrigeert is van een van de excentriekste Japanse architecten, Kengo Kuma, die geïnspireerd door traditionele huizen uitsluitend met hout werkt. Hij verpakte het theesalon Sunny Hills in Minami-Aoyama volledig in houten latjes, ook het interieur is bijzonder stijlvol.

Hip, hipper, hipst

Harajuku lijkt meer op een extravagante modedefilé dan op een shoppingwijk. Het is hier dat modeontwerpers hun inspiratie halen. De jongeren kleden zich erg eigenzinnig, niemand volgt de voorgekauwde trends. Ik zie superhippe meisjes, punkinvloeden, maar ook lolita's en zelfs Holly Hobbie's. De jongens zijn al even creatief. Een van die modieuze kerels nodigt ons uit in zijn winkel met origineel bewerkte tweedehandskledij, want ook de boetieks verrassen stuk voor stuk.

Tijd voor koffie. Nicolas brengt me naar de pop-up Omotesando Koffee, die in een oud traditioneel huisje zijn tenten opsloeg en wegens grote populariteit al lang de pop-updatum overschreed. De koffie is er uitstekend.

We nemen de metro naar het grootste en drukste kruispunt ter wereld: Shibuya, een menselijk mierennest. Het is intussen een bezienswaardigheid geworden. Honderden voetgangers steken er kriskras over waardoor het lijkt alsof een popconcert leegloopt.

Eten doen we in Kushiya Monogatari, een nokvol restaurant waar ik voor het eerst kushiage proef, brochettes van vis, vlees en groenten die ik zelf frituur. Het is spotgoedkoop en er is geen toerist te zien. We kijken uit over Tokio vanop de 45ste verdieping van de Metropolitan Building. Ten slotte drinken we een glas in een van de vele bars in Shimokitazawa, de lievelingsbuurt van Nicolas vol vintage shops, kleine straatje, bars met livemuziek, en theaters. Ik zie er alleen maar hippe jonge mensen en hier en daar een cosplayer, alhoewel die rage wat passé lijkt.

Sumo, het summum

Een kleine dikkerd duwt een veel groter zwaargewicht voor zich uit in het zand en slaagt daar aardig in. Alle volwassen sumoworstelaars zijn vertrokken naar Kyushu voor een belangrijk kampioenschap. Dus ik ga kijken naar de toekomstige halfgoden in een plaatselijke club in Katsushika-ku in Tokio, waar ze trainen.

Aan lef ontbreekt het deze jonge knapen niet, maar aan hun gewicht moeten ze nog werken. Volwassen sumoworstelaars eten 10.000 tot 20.000 calorieën per dag en draaien alle gezondheidsregels om zodat die calorieën in vet worden omgezet. Toch zie ik een van de trainers vlot een split doen. "We oefenen niet alleen op sterkte, maar ook op lenigheid", glimlacht de coach. De meeste worstelaars wegen minstens 150 kilogram. Vreemd genoeg zijn deze reuzen, ondanks hun enorme overgewicht, een vrouwenmagneet, al is dat niet alleen door hun looks. De beste sumo's verdienen een paar miljoen euro per jaar. Japan heeft zonder twijfel het record van dikste atleten op zijn naam staan, al komen er steeds meer uit Mongolië.

Een van de dingen die ze dagelijks naar binnen spelen, chankonabe, een heerlijke soep met zeventien ingrediënten, probeer ik zelf uit in het Ryogoku-kwartier, de Sumowijk in Tokio. Takamisugi, een bekende worstelaar, werkte ooit in één maaltijd 65 porties van deze zware stoofpot naar binnen. Ik houd het bij één, al smaakt het naar meer.

Een echte geisha

In het hartje van een van de modernste steden ter wereld zet ik met veel plezier een flinke stap terug in de tijd. Want heel uitzonderlijk en na heel wat lobbywerk kan ik een geisha, een Japanse gastvrouw, interviewen. Ik ben geïntrigeerd door deze hoog opgeleide, wit geschminkte en in zijden kimono's gehulde dames, waar een zweem van geheimzinnigheid rond hangt. Aduki spreekt slechts enkele woorden Engels, maar mijn gids werpt zich maar al te graag als vertaalster op.

We eten iets in een lokaal sushitentje, vlakbij het geishahuis. Ze heeft het perfecte gezicht voor een geisha: kleine ogen, mooie lippen, slank. "Dat vond mijn lerares traditionele dans ook," lacht ze, "die heeft me aangemoedigd om shamisen te leren spelen, hét geisha-instrument, een soort driesnarige gitaar." Aduki begon laat aan haar carrière. Ze kreeg les van Minako, een beroemde geisha die tot haar 90ste actief bleef. "Van haar heb ik veel geleerd", zegt ze zachtjes. "Zij kende de conversatiekunst als geen ander en had klasse. Het duurde even voor Aduki geisha werd, met zang en dans had ze geen probleem, maar de shamisen bespelen kostte haar veel moeite. In Tokio hebben we geen inloopperiode als maiko (leerling-geisha) zoals in Kyoto. Ik ben het nu zeven jaar, maar studeer nog elke dag."

Dat ze de kunst kent om met mensen om te gaan, is meteen duidelijk. Ze is gereserveerd, maar tegelijkertijd erg ontwapenend. Het beeld dat me het meest bijblijft is Aduki met een pint in haar hand en slurpend van een schelp. Niet meteen het reguliere plaatje. "Als ik gasten entertain, drink ik ook", lacht ze als ze mijn verbazing merkt. Ze helpt ook meteen een misverstand de wereld uit: geisha's slapen niet met hun gasten.

Rond haar inkomen hangt iets meer mist. Getallen wil ze niet noemen, "maar rijk ben ik niet", zegt ze. De vorige generaties waren dat wel, omdat ze danna's hadden, rijke heren die hen financieel steunden. Niet alleen de lessen, maar ook de kimono's zijn peperduur, een sponsor vinden is veel moeilijker dan vroeger. 40 procent Van haar verdiensten draagt ze af aan de mama-san, zeg maar manager, die zorgt dat ze continue werk heeft.

Haar witte gezicht, vertelt ze, stamt uit de tijd dat er in het keizerlijk paleis geen licht was en entertainers, dus ook geisha's, hun gezicht wit schminkten. Dat en haar kimono aantrekken, wat zonder hulp onmogelijk is, kost haar elke dag 2 uur. Eén ding is erg belangrijk voor haar: "Als ik gasten entertain, moet het iets heel speciaals worden, ze betalen veel, dus ik probeer ze eerst te doorgronden, niets ligt op voorhand vast." Belangrijk is dat ze het zelf ook leuk vindt, dat zorgt voor harmonie, pas dan is de avond geslaagd. Ik begrijp eindelijk het woord omotenashi, authentieke Japanse gastvrijheid, met in haar geval net dat tikje meer.

Poëtisch Japan

In tegenstelling tot het hippe Tokio heeft Kyoto nog een traditionele ziel. Ik zoek na mijn ontmoeting met Aduki ook hier de geishabuurt op. In Gion, de oudste wijk van Kyoto, begon het allemaal. De geika's, zoals ze hier worden genoemd, leven er nog altijd volgens oude tradities en hokken er samen in geishahuizen. Ze lopen schichtig langs de traditionele gevels om snel in een of ander donker portaal te verdwijnen.

Het lijkt alsof ik door een filmdecor wandel. De houten huisjes en oude straatlantaarns leveren een mysterieuze sfeer. In Kanazawa op de westkust roepen Higashi, de geishawijk en Nagamachi of samoeraibuurt diezelfde stemming op.

Samoerai en shoguns, die ik vooral uit B-films ken, zijn historisch erg belangrijk. De samoerai waren naast elitekrijgers ook geletterde mannen en erg bedreven in kaligrafie en bloemschikken. Ze bezochten geregeld theehuizen, waar ze ongewapend tot rust kwamen. Het Ninomaru-paleis in Kyoto, waar de shoguns lange tijd woonden, is dan ook veel verfijnder dan ik verwachtte. Intrigerend zijn de nachtegaalvloeren. Wanneer ik door het kasteel loop hoor ik, door een vernuftig systeem van ijzeren pinnen tussen het hout, met een beetje fantasie het geluid van een nachtegaal. Zo kon geen vijand het paleis ongemerkt binnendringen. Slim en tegelijk erg poëtisch.

Als u net als ik een theefanaat bent, dan is Kyoto de perfecte plek om een theeceremonie bij te wonen. Het schenken en drinken van thee zijn in Japan al sinds de 7de eeuw tot kunst verheven. Het verloopt volgens strikte rituelen. Wat ik onthoud, is dat ik telkens 3,5 keer mijn kopje moet draaien en dat ik de laatste slok moet binnenslurpen.

Het op een na oudste beroep ter wereld

Ama, Japans voor parelduikster, is een woord dat ik geregeld tegenkom in kruiswoordraadsels. Net als sumoworstelaars en geisha's behoren ze al honderden jaren tot het culturele erfgoed van Japan. Ik ontmoet ze in de Mie-prefectuur, niet meteen een toeristische plek, al kan daar snel verandering in komen, want Japan organiseert er in mei de G7-top, waarbij de groep van de zeven rijkste industrielanden samenkomt. Dit jaar worden dus alle spots gericht op deze nog bijzonder authentieke streek.

De ama's duiken intussen niet meer naar parels, want 99 procent van deze kleinoden worden gecultiveerd. De eerste cultuurparel ooit zag hier het daglicht dankzij Kokichi Mikimoto. Het pareleiland naar hem genoemd, is zeker een bezoek waard.

Ik word in Hachimankamado, waar ama's hutten hebben op het strand, uitgenodigd op een zeevruchtenlunch. Want de vrouwen duiken vooral naar kreeften en abalonen of zeeoren, die op een houtvuurtje middenin de hut worden klaargemaakt. Abalonen waren vroeger een exclusieve godenhap, vandaag zijn ze nog steeds goddelijk lekker.

Ama's duiken in een minuut 10 meter diep, zonder masker of flessen. Door een speciale ademtechniek kunnen ze minutenlang onder water blijven. Nochtans is de helft van de dames de pensioenleeftijd al lang voorbij. Reiko, de oudste, is 84 jaar, ze duikt niet meer elke dag maar is nog altijd actief. Volgens haar zoon is dit het op een na oudste beroep ter wereld.

Religies à la carte

Shintoïsme, gebaseerd op de kracht van de natuur, is authentiek Japans. Toch is boeddhisme bijna even belangrijk. Hier en daar ontstaan er zelfs overlappingen. Soms worden godsdiensten ook door mekaar gebruikt. Japanners kiezen vaak voor een shintodoopsel, een boeddhistische begrafenis en als het kan zouden ze zelfs in een kerk huwen.

Er zijn maar liefst 80.000 shintoschrijnen in het land en bijna evenveel boeddhistische tempels. Mijn favoriete shinto-heiligdom is Fushimi Inari, ten zuiden van Kyoto. De absolute highlight is de 4 kilometer lange tunnel gevormd door torii, de typische rode poorten. Het nirwana bereik ik er net niet, maar het is wel een spirituele ervaring én adembenemend mooi.

Het heiligste en grootste shintocomplex ligt in de Mie-prefectuur: Ise Jingu, een verzameling van 125 schrijnen op een oppervlakte zo groot als Parijs. Het is zo belangrijk dat alleen familieleden van de keizer er hogepriester kunnen worden. In het Narawoud liggen zowel de Shinto Kasuga-Taisha, bekend voor zijn meer dan 3.000 stenen lantaarns, als Todaiji, een belangrijke boeddhistische tempel uit de 8ste eeuw. Het is het grootste houten gebouw ter wereld. De 15 meter hoge boeddha is al even indrukwekkend als de tempel. Hij weegt 500 ton en bestaat volledig uit brons.

Ik laat me er stalken door een paar wilde herten die gek zijn op koekjes en daardoor behoorlijk opdringerig worden. De mooiste zentempel is het Gouden Paviljoen, volledig met bladgoud belegd, een trekpleister in Kyoto, ook al om de feeërieke tuin. Het is alsof ik een sprookje binnenwandel.

Hiroshima mon amour

'Ik rende weg zonder te weten waar naartoe en hoorde mijn naam, het was mijn broer, hij was onherkenbaar.' De getuigenissen in het museum grijpen me naar de keel. Op 6 augustus 1945 stond in Japan de wereld stil. De Atoombomkoepel is een van de enige gebouwen die nog rechtstond in een volledige atoomwoestijn. Tegenover de koepel ligt het Vredespark met het museum. Ik word stil wanneer ik er de klok zie die precies om 8.15 uur tot stilstand kwam. Het is een beklijvend bezoek.

70 jaar later is Hiroshima een leuke stad geworden. Het kasteel (16de eeuw), dat perfect heropgebouwd werd, is volledig omringd door water en sprookjesachtig mooi. Ik eet voor geen geld okonomiyaki (soul food), een specialiteit van Hiroshima: een enorme gegrilde pannenkoek met vlees en hopen groenten. Als ik met zes oude dametjes plaatsneem rond de gigantische bakplaat, ben ik al snel de grote attractie. Ik proef er ook gegrilde oesters, want daar is Hiroshima vandaag vooral om gekend.

Kracht van eeuwigheid

Japanners zijn meesters in het manipuleren van de natuur. Als er één traditie is die er al eeuwen wordt gekoesterd, is het die van de landschapskunst. Al in de 6de eeuw legden de boeddhisten de eerste zentuinen aan: strak maar bijzonder esthetisch.

Een mooie tuin is die van het Ninomaru-paleis in Kyoto. Bloemen zijn er niet, die zijn te vergankelijk, de kracht van de eeuwigheid wordt benadrukt door stenen. Er zijn heel wat regels voor het aanleggen van tuinen, maar die hoef je niet per se te kennen om te genieten van hun schoonheid. Kenrokuen, in Kanazawa, staat in de top-3 van Japans mooiste tuinen en is ook mijn favoriet. Er wordt gezegd dat je een tuin vijf keer moet bezoeken, één keer in elk seizoen en één keer in de regen.

Ook de ongerepte natuur is mooi. De Fuji-berg is door zijn perfecte symmetrische vorm zelfs heilig verklaard en is met zijn 3.776 meter de hoogste berg van Japan. In Hakone, een laidback stadje zie ik een shintohuwelijk in een van de mooiste decors van het land. Het Ashimeer met de ietwat kitscherige piratenboot en de Fuji-berg in de achtergrond vormen het ideale plaatje.

Vakantiesalon, van 4 tot 8 februari, Brussels Expo, vakantiesalon.eu

Praktisch

Sinds 25 oktober zijn er met ANA dagelijks rechstreekse vluchten: Brussel-Tokio. Prijs: 779 euro, vliegtijd: 11 uur en 20 minuten, ana.co.jp

Info over Japan: jnto.go.jp/eng

Nicolas Wauters, is een jonge Belg die Tokio op een heel eigen manier toont. Te boeken via Connections: connections.be/nl

Mooi boetiekhotel Niwa: westers comfort en Japanse traditie, vanaf 190 euro, hotelniwa.jp

Granbell hotel: simpel maar hip in Akasaka, levendige buurt, vanaf 100 euro, granbellhotel.jp/en/akasaka/

Japan is veel goedkoper dan je denkt onder meer door een verzwakte yen

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234