Zondag 27/09/2020

Model, muze en minnares

Dujovne Ortiz heeft goed begrepen dat haar Dora een vrouw was die leefde om te kijken en gezien te worden

Alicia Dujovne Ortiz

Dora Maar. Gevangene van een blik

Oorspronkelijke titel: Dora Maar: Prisonnière du regard

Vertaald door Jossy Hartmans

Van Halewyck, Leuven, 288 p., 24,95 euro.

Nieuwe biografie van fotografe Dora Maar

Surrealistische fotografe, voltijdse muze van de Parijse avant-garde in de jaren dertig en veertig, tragische minnares van Pablo Picasso... Dora Maar (1907-1997) lijkt wel een romanfiguur, maar ze heeft echt bestaan. De Argentijnse journaliste Alicia Dujovne Ortiz schreef een biografie van deze 'huilende vrouw' die de schilder van Guernica inspireerde tot sublieme, meedogenloze portretten.

Door Eric Min

De lovende kritiek van Elle op de cover is niet meteen een betrouwbare literaire referentie, de vertaling klinkt routineus en een echt 'beeldenboek' kun je Gevangene van een blik ook al niet noemen; het bescheiden katern met zwart-witfoto's is veeleer een efficiënt werkinstrument dan een lust voor het oog. Toch weegt de biografie zwaarder dan je eerst zou denken. De schrijfster, die eerder al publiceerde over de tango en over Eva Perón, twee fenomenen waarnaar zij in dit boek wat geforceerd verwijst, heeft ijverig haar huiswerk gemaakt. Een lichte aanleg voor romaneske suggestie en een ergerlijke uitweiding over horoscopen en hemelkaarten, die een astrologe 'speciaal voor dit boek' heeft gemaakt, wegen niet op tegen de stapel feiten en verhalen die zij tot een consistent geheel heeft geweven. De metafoor van de blik werd doorgetrokken naar de tussentitels, want Dujovne Ortiz heeft goed begrepen dat haar Dora een vrouw was die leefde om te kijken en gezien te worden. Als model, muze en minnares zocht zij de mannen op die haar fascineerden. In haar veel te korte carrière als fotografe, van 1930 tot 1937, was zij de vrouw die terugkeek en de wereld aftastte. Later begon ze te schilderen. Als ondertitel voor dit boek zou Une histoire de l'oeil, naar Batailles schandaalroman uit 1928, niet misstaan: Dora is even zijn minnares geweest. Haar hele openbare leven lang was ze kroongetuige of medeplichtige van wat er zich in de Franse kunstscene voordeed. De archiefbeelden die Dujovne Ortiz oprakelt, spreken voor zich. Af en toe laat de biografe zich graag meedrijven op de mythomanie waar het koningspaar Picasso-Maar en zijn hofhouding mee koketteerde, maar dat hoefde echt niet. De werkelijkheid is al surrealistisch (en interessant) genoeg.

Om met de ontknoping te beginnen: toen haar stormachtige verhouding met Picasso na acht jaar op de klippen liep en zowel had geleid tot elektroshocks als een korte psychoanalyse bij Jacques Lacan, trok Maar zich terug uit de kunstsalons. Als een rijke, vrekkige kluizenaar pendelde zij tussen haar appartement in de Parijse rue de Savoie en het landhuis in het Provençaalse stadje Ménerbes, een afscheidsgeschenk van de schilder. Zij cultiveerde mystiek-katholieke trekjes en ranzige politieke ideeën. Na haar dood bleek de flat een schatkamer voor veilingmeesters en verzamelaars. De 'huilende vrouw' van Picasso's kubistische portretten had elke snipper en elke krabbel van haar idool bijgehouden, van schilderijen en tekeningen op stukjes tafellaken tot de figuurtjes die hij plooide uit de capsules van mineraalwater en de rode vlek waar zij 'bloed van Picasso' naast had geschreven. Bewaarde de Minotauros zelf niet Dora's bebloede handschoen als herinnering aan het ritueel waarmee zij hem in café Les Deux Magots verleidde? Met een scherp mes had zij de omtrek van haar gespreide vingers op het tafelblad gekrast en zich daarbij verwond. De 'mooie Etruskische dame' (een compliment van Max Jacob) wist dat de Spanjaard een dergelijk schouwspel niet zou weerstaan. Na acht jaar van genieten, afzien en wegkijken - Picasso hield er minstens een ex-vrouw, een andere maîtresse en titre en menige scharrel op na - zou Françoise Gilot haar plaats innemen. Het was in mei 1943 in Le Catalan, en er kwam geen mes aan te pas.

We kunnen deze biografie lezen als een geografie van het verlangen. Dujovne Ortiz registreert geduldig wie met wie de lakens deelde in een wereld die verbazend klein blijkt te zijn: Sylvia verlaat Georges, die Dora leert kennen, en trekt in bij Jacques (Lacan). Dora's ex Louis begint een relatie met Simone, de vrouw van die andere Jacques (Prévert). Zelfs de Galeries Lafayette speelden een belangrijke rol in de kunstgeschiedenis: Paul Eluard maakte er kennis met Nusch, Picasso ontmoette er Marie-Thérèse. In de zon van Mougins kwamen ze bijeen, met het bekende gevolg: triootjes en jaloezie. De camera's van Lee Miller, Man Ray en Dora Maar hebben bijna alles geregistreerd. Op een foto uit maart 1943 leest een groepje vrienden Picasso's surrealistische toneelstuk Le Désir attrapé par la queue voor: Sartre en De Beauvoir, Camus, Leiris, Queneau en... Dora Maar treden op. In het publiek zitten Sylvia en Jacques Lacan naast Bataille.

In het koninkrijk van de avant-garde heb je aan één kroongetuige meer dan genoeg. Dora Maar, de vrouw die zo graag tentoongesteld werd dat ze alles gezien heeft, speelde haar tragische rol met verve. Overal waar hij passeerde, liet haar Minotauros een spoor van vernieling achter: Marie-Thérèse knoopte zich op, Jacqueline schoot zich door het hoofd, Françoise schreef een brutaal boek. Dora veroordeelde zichzelf tot veertig jaar eenzaamheid, want na Picasso was alleen God goed genoeg. En de wind van Ménerbes, die zij trachtte te schilderen. "Alles is simpel en ik bewonder het totale noodlot der dingen", schreef de oude dame. De dichter André du Bouchet, een van haar laatste vrienden, vatte het treffend samen: Picasso was een kermisattractie, en Dora Maar verdiende beter.

Tedere karikaturist

"Wat een kerel, die Legrand! Zelfs in een biljartbal ontwaart hij hoeken." Uit de mond van de Naamse tekenaar Félicien Rops was het alvast een compliment. De jonge Louis Legrand (1863-1951), voormalig bankbediende en academiestudent uit Dijon, was in Parijs beland en zou een tijdje Rops' leerling zijn. "Een rijzig heerschap uit Bourgogne, pittig, op stevige poten. Hij praat met de zangerige klank van het platteland en kijkt rond met tedere, olijke oogjes die een karikaturist verraden."

Legrand had inderdaad talent. Toch leerde hij het ambacht met vallen en opstaan, in dienst van kranten en tijdschriften. Rops' morbide, decadente visioenen waarin lichtekooien en skeletten de hoofdrol speelden, trilden na in zijn werk. Later ontwikkelde Legrand een eigen beeldtaal met vrij conventionele maar virtuoos uitgevoerde taferelen uit de coulissen van het ballet en de cancan, de restaurants en de boudoirs waar danseresjes en demi-mondaines op hun aanbidders wachten. De vrij onschuldige prent Prostitution leverde Legrand een veroordeling voor obsceniteit op, en hij belandde even achter de tralies.

In 1896 exposeerde hij zijn tekeningen, monotypes en pastels in de modieuze galerie L'Art nouveau van Siegfried Bing. Legrands geurende lijven en wervelende lijnen konden nergens beter tot hun recht komen. Net als Toulouse-Lautrec of een kleine meester als de Luikenaar Armand Rassenfosse had hij de tijdgeest mee. De meisjes van het ballet en de Parijse tronies die hij naar het leven tekende, discreet als een jager in zijn loerhut, gingen een eigen leven leiden. Legrand overleed in 1951, oud en vergeten.

De collectioneurs Victor en Greta Arwas, die ook Rops' werk verzamelen en propageren, hebben samen met Véronique Leblanc een mooie catalogue raisonné van Legrands oeuvre samengesteld, die het werk van de man recht doet. Zijn gulzige maar tedere blik mag nog een keer door de coulissen dwalen en oplichten in fraaie tekeningen die een zekere provinciale charme uitstralen. Rops had dat goed gezien. (em)

Victor Arwas e.a.

Louis Legrand. Catalogue raisonné

Papadakis Publisher, Londen, 160 p., 33 euro.

Het andere Palestina

Véronique Vercheval heeft zowel de liefde voor de fotografie als het sociale engagement met de paplepel naar binnen gekregen. Haar ouders stampten een uniek fotografiemuseum uit de rulle grond van Charleroi, en in het landschap van schachtbokken en staalfabrieken rond de stad waren rode en zwarte vlaggen nooit ver weg. Het verbaasde niemand dat dochter Vercheval de reportagefotografie een warm hart zou toedragen. In het boeiende historisch-documentaire project Les archives de Wallonie zette zij haar eerste stappen.

Vercheval keek verder dan de mijnen. Zo reist zij vanaf 2002 geregeld naar Palestina om er de geschiedenis van een gemaltraiteerd volk in beeld te brengen, of althans een voetnoot bij het officiële verhaal van de (Israëlische) macht op te tekenen. Het zijn niet de klassieke snapshots van brandende auto's en stoere soldaten die zij meebrengt, maar indringende beelden uit een land waar mensen overleven tussen checkpoints, hoge muren en kampen. Vercheval tracht vooral te begrijpen hoe individuen in Gaza, Ramallah en de andere plekken die we uit het journaal kennen, het hoofd boven water houden. Sterke beelden en fascinerende portretten, vooral van vrouwen met en zonder hoofddoek, zijn het resultaat. De bijschriften maken ons duidelijk dat elke nuance hier zijn betekenis heeft, en dat er in dit land nog nauwelijks onversneden goed en kwaad bestaat. Met de moed der wanhoop maken de mannen, vrouwen en kinderen van Vercheval het V-teken, maar hoe zij zich de vrede voorstellen, komen we niet te weten. Zal het vrije Palestina een moderne lekenstaat zijn of een oord waarin religieuze fanatici de plak zwaaien en de moeizaam bevochten vrijheden naar de middeleeuwen bombarderen? Zal er hoegenaamd wel iets ontstaan als een vrij Palestina? Komt er ooit een eind aan deze slepende ziekte? Van zoveel vragen word je moedeloos, maar je kunt niet anders doen dan ze stellen. (em)

Véronique Vercheval

Palestine. Carnet de notes

Editions Labor & P.A.C., Genève, 144 p., 30 euro.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234