Woensdag 19/01/2022

'Mocht het niet iets meer zijn?'

Iedereen wil sterven in de romantische komedie De surprise. Behalve Jan Decleir: 'Ik moet nog leren omgaan met mijn vergankelijkheid. Ik heb me heel lang onsterfelijk gevoeld.' Kurt Vandemaele

Een redelijk exclusief hotel dat zich laat aanspreken als Julien, in centrum Antwerpen. De dure en goede smaak druipt er niet zozeer van de muren, ze hangt er gewoon in de lucht. Je belt er aan om er binnen te komen. Eenmaal door de deur, heerst er rust en schoonheid.

"Hier ben ik nog nooit geweest", zijn Jan Decleirs eerste woorden terwijl hij vriendelijk de hand schudt van al wie op hem afkomt. Er aan toevoegend, "wellicht een plek voor voorname mensen". Als dat zo is, zou hij er thuis moeten zijn. Hij stelt zich voor met "Jan". Voor wie het niet wist. Nog voor hij zijn witte haren van onder zijn grote pet heeft bevrijd, en zijn sprekende kop tevoorschijn komt, hebben we hem herkend aan zijn wat hoekige, bonkige tred. Daarna begint hij zich te excuseren, omdat hij de film waarover we het moeten hebben, nog niet heeft kunnen zien.

Niet dat De surprise nog een complete verrassing voor hem kan zijn. Hij heeft het kortverhaal in De ideale dahlia van Belcampo gelezen waarop de film is gebaseerd, en het script uiteraard ook. De Nederlandse regisseur Mike van Diem heeft De surprise met dezelfde ambitie gemaakt waarmee hij in 1997 ook al Karakter regisseerde, een film die hem de Oscar voor Beste buitenlandse film opleverde. Dat hij zeventien jaar zou wachten om een tweede film te draaien, was niet gepland. Misschien daarom dat deze tweede film eigenlijk zegt dat je je leven moet leiden alsof elke dag je laatste kan zijn.

Jan Decleir speelt dit keer geen hoofdrol, maar wel een cruciale bijrol. Net als de twee hoofdpersonages verlangt Muller, zo heet hij in de film, ook naar iets wat er niet is. De film gaat eigenlijk helemaal over verlangen. Over verlangen naar de dood, naar liefde, naar schoonheid, naar hartstocht. Dit alles verpakt in een lichte komedie waar een donker randje omheen zit. Wanneer Jan Decleir die thema's hoort opsommen, knikt hij en fluistert: "En natuurlijk sluipt er ook avontuur in." We spreken hem niet tegen.

U hebt de film zelf nog niet gezien, maar kunt u ons toch al zeggen waarom de mensen De surprise moeten zien?

Jan Decleir: "Niemand moet. Maar ik zou iedereen aanraden om het wel te doen. Laat je verrassen, zou ik zeggen. Het is een gelaagd verhaal met een behoorlijk sombere schaduwzijde, dat toch heel vrolijk verteld wordt. En het loopt allemaal goed af voor elk personage in het verhaal. Wat in deze tijden best meegenomen is. Bovendien is het groots in beeld gebracht. Mike van Diem is een echte filmmaker. Een kunstenaar. En hij is goed omringd, met een cameraman als Rogier Stoffers bijvoorbeeld, een vriend van in zijn schooltijd. Een bijzonder getalenteerde director of photography. Die kerels denken in beelden. Als je ze ziet rondlopen op een set, dan zijn ze vijftien-, zestienjarige jongetjes. Terwijl ze intussen heren zijn, heren van stand."

Zijn er mannen bij wie u het jongetje kunt zijn?

"Ik denk dat ik alleen maar het jongetje in mezelf zie. Het blijft een spel. Ik heb daar een theorietje over, voor wat het waard is. Ik vind alles een spel. Het hele leven is spel. En hoe beter je het speelt, hoe aangenamer. Wie het spel niet goed speelt, liegt. Maar leugen en waarheid, dat is nog zoiets bijzonder vreemds. Wat vanochtend waar was, is het nu wellicht allang niet meer. Nee, ik moet me niet inspannen om de volwassen man van me af te schudden."

Mike van Diem wilde u er absoluut bij en u wilde ook absoluut weer met hem werken.

"Ja, zeer vereerd dat ik er weer bij mocht zijn. Dat zou wel eens een traditie kunnen worden. Ik vond dat het leukste aan de draaiperiode, dat het een soort reünie was van de ploeg die destijds Karakter had gemaakt. Een reünietje van jongetjes die nog eens samenkwamen. Er waren wat meisjes bij, maar daar zeggen ze ook jongens tegen.

"Het heeft een tijd geduurd voor ik begreep wat Mike van plan was met het verhaal, waarom hij er gek op was. Ik vermoed dat het de klassieke thema's zijn die hem boeiden: liefde, dood, hartstocht, verlangen. Mike is eigenlijk zelf een klassiek personage. Dat hoor je ook in zijn taalbehandeling. Ik hoor Mike in de manier van praten van de personages. Ik hoor ook zijn vorige film in zijn dialogen. Men zegt wel vaker dat een regisseur zijn hele leven lang dezelfde film maakt. Die kans is wellicht nog groter bij iemand die aan zijn tempo films maakt.

"Ik hoor mijn collega's wel eens zeggen dat Mike een kerel is die ongelooflijk goed weet wat hij wil. Ik ben geneigd om dat om te draaien. Er zit een ongelooflijke twijfelaar in Mike, maar hij tracht die twijfel voortdurend te overspelen. Vandaar dat er soms een soort branie over hem komt, die hem in de ogen van mensen die hem niet zolang kennen heel onsympathiek maakt. Hij geeft ook toe dat hij dat soms is, maar volgens mij is het allemaal onzekerheid. Ik ervaar hem als een speler. Daar heb ik dan wel iets mee. We zijn allemaal spelers, denk ik.

"Ik denk dat Mike bang is dat hij op het hoofdpersonage lijkt, een man die niets voelt, die geen empathie heeft. Het is een bijzonder rare kerel, vind ik. Ik ben er lang niet mee klaar. Wat mij betreft mogen onze ontmoetingen blijven doorgaan. Ik hou van die kerel, echt waar.

"En hij brengt ook andere mensen mee met wie ik graag op een set vertoef. Zoals Rogier, de cameraman. Ook niet de meest mededeelzame kompaan in ons bestaan. Maar een ongelooflijke krak. Een kunstenaar mag je wel zeggen.

"Er zijn wel meer van die personages die rond Mike hangen die op die manier in elkaar zitten. En Mike is de godfather van dat soort mensen."

Bent u zelf niet een beetje zo? Zit dat terughoudende ook niet in u?

'Dat zal wel zo zijn, ja. Naar een zekere... Nee, niet 'een zekere'! Dat woord! Een 'zekere'! Naar stilte, daar grijp ik naar. Omdat stilte heel bruikbaar is in het vak dat ik beoefen. Om van daaruit te vertrekken. Ja. Maar dan is het de bedoeling dat het vele kanten uit kan schieten. Ik ben helaas ook iemand die de controle al eens kan verliezen. Als het in functie van iets is, dan is het mooi meegenomen, maar als het nergens op slaat, dan is het gewoon dwaasheid."

De surprise is een klein verhaal, maar het wordt op een grote, epische manier verteld. Net zoals dat van Karakter ook al kon worden gezegd.

"Ja, Het is bigger than life, uiteindelijk, om die term maar te hanteren. In de voorbereiding hadden we het er al over. Het is productioneel waarschijnlijk niet makkelijk geweest om met Mike aan deze film te werken, omdat een producent altijd zal proberen het met iets minder te doen, terwijl Mike van Diem altijd meer vraagt dan hij kan krijgen. Daar waren we het ook over eens: de tuinen in de film moesten niet gewoon mooi zijn, ze moesten meer zijn dan de Hof van Eden: gigantisch, groots, overdonderend.

"Het verhaal had die grootsheid nodig. Als je het boek leest, is het allemaal veel kleiner. Het gaat ook over enkele personages die met een diep doodsverlangen rondlopen, en het is goed verteld, maar veel kleiner. En daarmee heb je nog geen film.Mike blaast het op naar iets megalomaans bijna. En daardoor krijgt het verhaal iets wat ik dan nu benoem als zijnde 'klassiek'. Het is eigenlijk die Mike die het heel klassiek maakt."

Eigenlijk is het een film over euthanasie. Alle hoofdpersonages willen op een aangename manier uit het leven stappen.

"Maar ze zijn niet ziek. De wet bij ons is nog steeds zo dat er ondraaglijk lijden moet zijn of iets van die aard. Deze mensen zitten ook met een ondraaglijk lijden, maar dat kan medisch niet aangetoond worden. Ze hebben alleen de wens om eruit te stappen, en dan heb je daar een bedrijf voor dat er zich in specialiseert om dat voor hen te organiseren."

Ooit al nagedacht over hoe u zou wensen te gaan?

"Het eerste wat in me opkomt is: niet. Dat is natuurlijk dwaasheid. Alhoewel, wat dat betreft ben ik toch ook van de school van Jan Mulder: wij willen eigenlijk dat het nooit ophoudt. Nee, hoe, wat, waar, ik weet het niet. Eigenlijk maakt het me niet zo heel veel uit. Liefst zou ik zo weinig mogelijk lijden natuurlijk. Want ik zal al genoeg lijden in de wetenschap dat ik tal van geliefden achterlaat. Dat zal het belangrijkste zijn, niet zozeer het decor, maar wel de wezens die erin rondlopen. Maar goed. Het leven is ook een goeie school. Ik moet nog iets ouder worden - hout vasthouden - om te leren omgaan met mijn vergankelijkheid. Je traint dat, dat gevoel heb ik. Ik kan niets zeggen over hoe dat finaal zal zijn, dat weet ik niet."

In welke mate maakt de dood deel uit van uw leven?

"Ik ben er lang niet mee bezig geweest. Dat zal voor heel veel mensen herkenbaar zijn. Ik heb heel lang een gevoel van onsterfelijkheid gehad. Maar dat is wel definitief weg. Nu ben ik met de dood bezig, maar niet op de goede manier. Ja, ik denk er dagelijks aan. Nee, niet met angst. Maar de dood op zich is er altijd geweest. Dat zal wel in de meeste mensenlevens zo zijn. Ik ben er vaak mee geconfronteerd geweest, van vrij jong al. De mensen die gestorven zijn en die emotioneel iets in je leven betekend hebben, blijven je vergezellen op de ene of andere manier. (Tegen zichzelf:) Gaat hij weer: 'Op de ene of andere manier!' Schrappen, hè !" (lacht)

U hebt commentaar op uw manier van spreken, terwijl er zinnen bij u uitrollen die een ander zelfs niet op papier krijgt.

"En straks schrijf ik ook nog eens de recensie van wat ik gezegd heb. (lacht) Ja, dat zouden wij moeten worden, onze eigen recensenten, dat zou heel wijs zijn."

Jezelf recenseren om de mening van een ander niet te moeten horen?

"Als je iets gemaakt hebt, is het ook wel leuk om het een beetje te toetsen. Daar heb je niet per se recensenten voor nodig. Claus loste het op met een geweldige oneliner. Die zei: 'Recensent, dat kan toch nooit een jongensdroom geweest zijn!' Weg probleem. Hij had zelf weleens problemen met bepaalde uitlatingen. Ach ja, het hoort erbij. Het is niet altijd leuk, geef ik toe. Maar aan de andere kant, zo belangrijk is het natuurlijk allemaal niet. Niet wat we doen en ook niet de commentaar erop. En aan de andere kant moet het natuurlijk het belangrijkste zijn in je leven, moet het zin geven. Soms doet het dat."

Kunt u nog verlangen naar wat nog moet komen?

"Op professioneel vlak zeker. Ik ben nieuwsgierig naar wat er nog komt. Ik ben zelfs nieuwsgierig naar de prutsen waar ik zelf volledig verantwoordelijk voor ben. Als ik bijvoorbeeld een schilderijtje of een tekeningetje maak. Maar ik moet daarover niet te hoog van de toren blazen. Ik ben ook nieuwsgierig naar de vragen die nog zullen komen. Zeker van mensen als Mike, of Nabil Ben Yadir van Les Barons of Luk Perceval of... mensen die ik niet ken. Vooral van mensen die ik niet ken. Aan de andere kant was ik aan het denken terwijl ik hier naartoe wandelde dat ik eigenlijk behoorlijk reactionair ben geworden. Dat kan allemaal tegelijk, snakken naar iets nieuws en toch willen vasthouden aan wat was.

"Ik heb soms moeite met verandering, dingen die er plotsklaps niet meer zijn en er dan voor eeuwig niet meer zullen zijn. Die veranderende wereld waarin ik dan telkens weer een weg moet zoeken. Dat is niet heel erg, maar het stoort me soms, ja. Dat je je jeugd niet meer terugvindt in het decor. Ik noem het dan het decor. Het dorp waar je rondliep. Daar kan ik een beetje triestig over zijn. Er zit toch een soort oude, negentiende-eeuwse schrijver in mij, denk ik. Stijn Streuvels. Die bepaalde geuren terug wil. Dat is misschien veel gezegd. Maar het gaat zo snel allemaal."

Dat zit ook allemaal in Muller, uw personage in De surprise.

"Ja, dat zit er ook allemaal in. Hij is tamelijk compleet, onze Mike. Ja. Tegelijkertijd mogen we niet vergeten te zeggen dat het ook allemaal wel luchtig is. Tenminste, dat denk ik toch. Want ik heb nog niets gezien. Maar zo ervoer ik het toch een beetje, toen we de film aan het maken waren."

Muller zegt op een bepaald moment: 'Ik heb een bevoorrecht leven gehad.' Kunt u dat nu al zeggen? Of is het te vroeg om zo'n conclusie te trekken?

"Dat is zo, maar het is in zo verre te vroeg dat ik nog altijd iets van een middenstander in mij heb. Dus als ik straks bij Sint-Pieter sta zal ik zeggen: 'Mocht het niet iets meer zijn?' Maar ik moet niet zagen, ik moet niet zeveren. Als je ziet welke ellende in de wereld bestaat, dan heb ik een feestelijk leven. Zo ervaar ik het ook."

U speelt nu letterlijk een dienende rol in de film, terwijl ik u eigenlijk liever wat grotere rollen zou willen zien spelen. Bepaalde acteurs die een zekere status hebben, nemen het heft in eigen handen. Ze laten zelf hun favoriete boeken tot scenario's bewerken, waar ze dan een hoofdrol in kunnen vertolken.

"Ik heb dat wel eens geprobeerd, maar ik merkte dat je met het kiezen van een personage nog niet tot een kunstwerk komt. Eén rol is niet voldoende. Je moet de film zien. En ik denk niet dat ik daar echt het talent voor heb. Ik heb het daar met Mike al wel eens over gehad. En hij zegt ook telkens: 'Als er iets is, als er iets je pad kruist, als je denkt dat je het hebt, laat me iets weten.' Maar al mijn voorstellen heeft hij tot nu toe afgewezen.

"Lettre à mon juge van Simenon bijvoorbeeld was zo'n boek dat me enorm aangreep. Toen ik het gelezen had, heb ik meteen gevraagd of de rechten nog beschikbaar waren. Dat was het geval. Later heeft de fantastische acteur Frank Focketyn het nog gespeeld als een soort monoloog.

"Ik ben het niet gaan zien, want ik dacht: daar gaan ze met mijn droom! Er zijn bepaalde passages in dat boek waarvan je denkt: dat wil je toch zien in een film. Ik moet het niet spelen. Ik ben voor de meeste dingen te oud. Ik kon het wel aanbrengen. Maar Mike vond het niet genoeg. Het is een ongelooflijk goed boek. En dat moet het dan maar blijven. Waarschijnlijk heeft Mike gelijk. Misschien is het ook niet voor het theater. Ik hoop dat de mensen die het gezien hebben, er iets aan gehad hebben. Ik kan het niet, ik denk niet dat ik het echt kan."

U moet daarom niet zelf regisseren. Ik wil u gewoon zien in een hoofdrol zoals u in Karakter speelde, waar u de film echt droeg.

"Dat lijkt alleen maar zo. Vergeet die ongelooflijke Fedja van Huêt niet. En een crew om 'u' tegen te zeggen. En Mike. Het is vooral een Mike-film."

Ja, oké, maar u speelde er een hoofdrol.De surprise is heel goed, maar u speelt een bijrol.

"Ik ben al lang blij dat ik nu mocht meedoen. Maar als Mike een project zou voorbereiden en plots zou zeggen 'Nu ga ik varen, werk jij het nu maar af', dan denk ik wel dat ik het zou kunnen regisseren, ja. Hoewel, ik moet opletten dat ik niet te hoog van de toren blaas. Op de set hou ik me meestal gedeisd, ben ik stil, in mezelf gekeerd bezig, maar af en toe probeer ik te raden waar bij het volgende shot de camera moet komen. Soms is dat zeer moeilijk om te bepalen. Maar het gebeurt dat ik bij dat gissen wel eens een score haal van 7 op 10. Wat heel behoorlijk is, lijkt me. Als ik de tv aanzet, zie ik vaak dingen die minder dan nul scoren.

"Maar ik heb geen plannen in die richting, neen. Er is nog vraag genoeg naar wat ik als acteur doe. Stijn Coninx wil nog een film met me maken. Er is nog theater. Er komen nog voldoende zaken op me af. Als ik zou willen regisseren, dan zou ik daar een punt van moeten maken, tijd voor maken. En dan ben ik niet voldoende overtuigd van mijn talent daarin."

De surprise gaat ook over het verlangen om verrast te worden. Hebt u dat nog?

"Helemaal niet. Ik hou niet van verrassingen (lacht). Dat staat misschien in schril contrast met wat ik daarstraks vertelde over nieuwsgierigheid, maar thuiskomen op je verjaardag en een kamer vol vrienden aantreffen, neen, het hoeft niet. Of blote meisjes die uit een taart springen. Neen, niet echt."

Terwijl er geen mooier geschenk is dan een boek, een toneelstuk, een film die je iets moois brengen wat je niet had verwacht.

"Op die manier, ja. Iets wat op je afkomt waarvan achteraf blijkt dat het fantastisch is, ja. Dat is heerlijk."

Het zou ook verrassend zijn mocht De surprise aanslaan in Vlaanderen. Simpelweg omdat Nederlandse films hier niet werken. En omgekeerd moet de eerste Vlaamse film nog gemaakt worden die aanslaat in Nederland. U hebt heel veel films gedaan in Nederland.Hoe legt u uit dat we niet meer kijken naar elkaars films?

"Ik begrijp het niet, echt niet. Het is zo. Dan steekt men dat op een cultureel verschil. De Belgische revolutie is een keerpunt in onze geschiedenis geweest. De conservatief in mij betreurt dat zeer. (lacht) Voor mij moesten die Hollanders hier nooit zijn weggegaan. We hoeven er niet over te fantaseren in welk land we dan zouden leven, maar ik zou het niet verkeerd hebben gevonden om in Nederland te wonen, punt uit. De zogezegde volksaard, iedereen verstaat daar iets anders onder, dat zou toch gebleven zijn. Of langzaam zouden de dingen in elkaar versmolten zijn. Je kunt mekaar ook gunstig beïnvloeden. Dat is iets wat ik zeer zou gehoopt hebben natuurlijk. Maar het gebeurt niet. Jammer."

En zeggen dat we voor de komst van de commerciële tv zo vaak in de richting van Nederland lonkten.

"Ik merk dat die detectiveseries wel nog hun weg vinden. Zowel in Nederland als in Vlaanderen. Dan ondertiteld meestal. Dat lukt dus blijkbaar wel. Leuk dat het gemaakt wordt, maar ik heb niet het gevoel dat dat voor mij gemaakt is. In het theater gaat het ook achteruit. Vroeger bereisden wij Nederland. Toen was het theater hier slecht gesubsidieerd en was het een absolute noodzaak voor ons om ook in Nederland te kunnen spelen. Plus dat je zo veel mogelijk wilt reizen, een publiek wilt bereiken. Maar dat is allemaal veel moeilijker geworden. Heel vreemd."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234