Dinsdag 01/12/2020

‘Mo uit Benghazi’ twittert niet meer

Toen Kadhafi het internet afsloot, was Benghazi nog dezelfde dag weer online. Dat was te danken aan Mohammed Nabbous (foto), een Libische techneut, blogger en video-activist die voor de buitenwereld de voornaamste bron van informatie was over de Libische opstand. Zaterdag werd hij doodgeschoten.

Toen vorige zaterdag in het mediacentrum van de revolutie op de Corniche van Benghazi het bericht binnenliep dat een gevechtsvliegtuig van Kadhafi was neergeschoten, greep Mohammed Nabbous (28) onmiddellijk zijn videocamera. “Hij heeft nog gevraagd of ik wilde meegaan”, zegt Abdullah Mohammed (25), “maar ik had het te druk op kantoor.”

Het vliegtuig, zo bleek later, was er eentje van de rebellen zelf en het had gewoon motorpech gekregen. Nabbous heeft dat nooit geweten. In de buitenwijken van Benghazi, op de weg naar Tripoli, stootte hij op de troepen van Kadhafi. “We zitten echt midden in de gevechten nu”, heeft hij nog telefonisch gemeld aan de radiozender Libya Al Hurra (Vrij Libië). Het was zijn laatste zin.

In het mediacentrum is Nabbous een legende. Het uitgebrande voormalige gerechtsgebouw is waar de hippe jongeren van Benghazi de boodschap van de revolutie helpen uitdragen met slogans, cartoons, blogs en video’s. De Che-look is er de rigueur. Mohammed toont de laatste spotprenten die Kais El Hilali, een jonge cartoonist heeft gemaakt voor ook hij vermoord werd. “De mensen van Kadhafi houden ons in de gaten en ze elimineren degenen die erg actief zijn bij de revolutie.”

Mohammed herinnert zich nog goed hoe Nabbous zijn eerste video’s maakte van het straatprotest. “Hij had nog geen videocamera, dus stond hij op het dak te filmen met zijn laptop. Het was een grappig gezicht.”

Het belangrijkste wat Nabbous gedaan heeft, is dat hij onmiddellijk nadat het regime het internet had afgesloten op 18 februari een satellietverbinding heeft geïnstalleerd op het dak van het gerechtsgebouw. “Mohammed was altijd op het dak te vinden”, zegt Mohammed El Zawwam (25). “Hij was niet alleen. Mensen kwamen hier toe met hun video’s en Mohammed haalde er de beste uit en zorgde ervoor dat ze in de buitenwereld verspreid werden.”

Via het eigen Twitterkanaal, ShababLibya, gingen de video’s de wereld rond. ‘Mo uit Benghazi’ werd een bekende naam en vanop het dak gaf Nabbous interviews aan Al Jazeera, CNN, iedereen die wilde weten wat er in Benghazi aan de hand was. El Zawwam wijst op een van de vele graffiti op de muren van het mediacentrum: www.livestream.com/libya17feb. “Dat heeft Mohammed nog zelf opgeschreven toen onze internet-tv-zender live ging. Hij heeft dit allemaal in gang gezet maar het houdt niet op zonder hem. Wij zetten zijn werk voort.”

Abdullah Mohammed valt hem bij. “Ik ben net zoals Mohammed. Mijn camera is mijn wapen.” Ironisch genoeg was Nabbous de laatste tijd aan het twijfelen gegaan of het wel genoeg was om alleen maar te filmen. “Hij had het gevoel dat het mediacentrum nu wel zonder hem verder kon. Zelf wilde hij frontlijnsoldaat worden.”

Zo moet het er ook uitgezien hebben voor de Kadhafi-soldaat die Nabbous doodschoot. Abdallah Ibrahim Elhenaid (52) was erbij zaterdag. Op de achterbank van zijn auto zijn de bloedsporen nog zichtbaar van de dolle en uiteindelijk nutteloze rit naar het ziekenhuis. “Achter in de pick-up was een mitrailleur geïnstalleerd maar Mohammed hield er zich alleen mee staande terwijl hij filmde en belde met de radio.”

Nabbous was nog maar pas getrouwd. Zijn vrouw Samra, die hoogzwanger is, ging de dag na zijn dood live op Nabbous’ internet-tv-station. “Mohammed is gestorven voor de zaak waarin hij geloofde. Wij moeten net zo lang doorgaan tot het doel bereikt is. Wat hij begonnen is moet doorgaan, wat er ook gebeurt.”

Bij het huis van Nabbous’ vader Moestafa is het een komen en gaan van rouwbetuigers. “Als vader was ik heel erg bezorgd over wat Mohammed aan het doen was”, zegt Nabbous. “Ik was heel bang om hem kwijt te raken.”

Hij heeft pas na zijn dood vernomen dat Nabbous aan zijn vrouw had gezegd dat hij de wapens ging opnemen. “Zij had zich daar al mee verzoend.” Voor hemzelf is het verlies moeilijker te aanvaarden. “Het zijn de jonge mensen, zij die geboren zijn onder het bewind van Kadhafi, die dit hebben gedaan. Wij ouderen hadden ons neergelegd bij de feiten.”

Wat Mohammed Nabbous in het mediacentrum deed, deed hij tevoren in het amusementspark van zijn vader. “Hij heeft er go-carts geïnstalleerd, muurklimmen, schaatsen. Hij zei dat hij de jongeren wilde helpen om hun angst te overwinnen, alsof hij wist wat er zou gebeuren.”

Abdallah Ibrahim Ehenaid leerde Nabbous pas kennen toen zij samen voor de informatie-eenheid van de rebellenraad gingen werken, maar ook op hem maakte hij een grote indruk. “Hij was een bijzonder iemand. Hij kende geen angst. In zijn gedachten was hij altijd duizend kilometer voor op de rest.”

Het eindigde zoals het begon. Net zoals bij het begin van de opstand in Benghazi vorige maand waren er ook vorige zaterdag geen buitenlandse journalisten meer: zij waren allemaal gevlucht voor het offensief van Kadhafi tegen Benghazi. Er was alleen Mo.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234