Zaterdag 03/12/2022

MMX

Zouden we het jaar 2010 - of MMX, zoals de latino’s onder ons dat zeggen - gewoon niet eens op positieve wijze beginnen? Door meteen een prestigieuze prijs uit te reiken, bijvoorbeeld, en waarom dan niet de in machokringen zo felbegeerde trofee van ‘Lul van het Jaar’? Na enig innerlijk overleg viel uit mijn eigen privéstembus alvast één naam en dit zonder noemenswaardige tegenspraak. Op het eerste gezicht lijkt die naam veel overeenkomsten te vertonen met die van onze huidige minister van Defensie en op het tweede gezicht ook. Laten we er dus maar van uitgaan dat het vanaf nu ook ontegensprekelijk zo is: Pieter De Crem wordt hierbij tot Grootste Lul van MMX gekroond.Hoe het komt dat ons helmboswuivend feestvarken zo’n eer al na een dag of acht tweeduizendentienen kon verdienen mag geen verbazing wekken. De war lord van Aalter heeft in de laatste dagen van het afgelopen jaar door zijn arrogante uitspraken en zijn hooghartig gedrag zoveel negatief krediet opgebouwd dat hij wat ons betreft tot ver na de volgende Olympische Spelen lullo de l’anno kan blijven. Of hij nu via de pers antwoordt op een zinvolle opmerking van een legerleider, zich uit een hoek tracht te praten wanneer hem de aanschaf van een gammele Portugese Airbus wordt verweten of als hij bij een debat zoals laatst in Volt - het ging over onze aanwezigheid in Afghanistan - de spijkerharde argumenten van een achtenswaardige reporter als Johan Depoortere met een hautain gebaar van de tafel wil vegen, hij blijft in wezen een domme dorper die voor minister speelt, een werkelijk weinig begaafd amateur-acteur, niet precieus maar wel ridicuul en altijd en overal: een eikel.Eikels zitten er anders ook met bossen in de gevangenis van Leuven, merk ik, nu de docureeks Leuven Hulp zoetjesaan deel is geworden van onze maandagavond. Het is een uitstekend tv-programma, dat staat buiten enige kijf, maar ik krijg toch stilaan de kriebels van al die getatoeëerde dealers die als geslagen hondjes in het cameraoog kijken met een blik van ‘het is allemaal de schuld van de maatschappij’ terwijl het natuurlijk in de meeste gevallen om lui gaat die, als de omstandigheden daarom zouden vragen, niet vies zijn van enig crimineel tijdverdrijf. En dan heb ik het nog niet eens gehad over die twee theaterbeesten, of eigenlijk meer bepulloverde wasberen, die van ergens extra muros in de Leuvense nor gedropt zijn om een stel bajesklanten in drie maanden om te vormen tot een soort van thespische Beach Boys.May the force be with them, maar als ik hén was vroeg ik qua didactisch materiaal aan de gevangenisleiding eerder zo’n digitaal cameraatje en stak ik met die gasten een remake van een aflevering van Prison Break in mekaar. Dan konden ze tenminste eens lachen en wij en passant ook even, want ik moet zeggen dat ik, ondanks mijn legendarische goede wil, het spontane glim- en schaterlachen toch wat heb gemist terwijl ik de afgelopen veertien dagen en nachten op mijn canapé een toekomstige oude mens lag te zijn.Eén keer zat ik goed. Oudejaarsavond, om klokslag middernacht en op BBC 2. De lichtjes gebochelde en zeer talentrijke Jools Holland hield er zijn traditionele Hootenanny, en al is de aanblik van een bende beschonken beetje Bekende Britten niet helemaal mijn idee van het paradijs, toch maakte de lillende livemuziek van Jools’ eigen rhythm-and-bluesorkest en de aanstekelijke aanwezigheid van een eenmans-ratpack als Paolo Nutini, de veeleer aangenaam waanzinnige Paloma Faith en de ontroerend goede Tom Jones veel goed. Hoe die oude in leer getooide Jones omging met Randy Newmans ‘Mama Told Me Not to Come’, Wilson Picketts ‘In the Midnight Hour’ en zijn eigen monsterhit ‘Green Green Grass Of Home’ was van de allerhoogste orde, en deed me even droevig wegdenken naar Elvis Presley - die vandaag 8 januari 75 zou zijn geworden - en wat die nog met zijn talent gekund zou hebben als die tijdig onder de knoet van die weerzinwekkende palingboer van een Colonel Parker was geraakt. Hoe ik de enige ware King tijdens hommagefilms en -filmpjes in Las Vegas en Hawaï, gehuld in met rijnstenen beplakte kruippakjes, zijn eigen repertoire systematisch zag vierendelen, stemde me in ieder geval niet ‘vrolijk’, een adjectief dat in mijn jonge jaren nog gratis en automatisch geleverd werd bij ‘Nieuwjaar’.Op Driekoningendag liep ik door de sneeuw ergens in de buurt van de Parijse Porte de Pantin. Ik had er afgesproken met een dode neger die Miles Davis heette en in de Cité De La Musique gehuldigd werd vanwege een halve eeuw verdienstelijk omgaan met de trompet. Tentoonstellingen over muziek zijn altijd een beetje sneu. Je komt er al snel uit bij enkele van fraaie grafiek voorziene platenhoezen, een of ander instrument dat ‘wellicht’ aan de bekende overledene heeft toebehoord en nog een stuk of wat geannoteerde partituren. Toch hebben de Fransen er een handje van weg om met die schaarse gegevens iets moois te maken. De tentoonstelling over rock-’n-roll, twee jaar geleden in de Fondation Cartier, was exemplarisch, die over ‘Le Siècle Du Jazz’ in 2009, bij het prachtige Musée Branly, was zonder meer volmaakt te noemen en ook bij We Want Miles voltrekt zich het wonder. Via acht goed gevulde kamers, met daarbinnen altijd weer een stuk of wat fijn gearrangeerde nisjes, wordt het leven en werk van de grote zwarte blazer op ontroerende wijze aanschouwelijk gemaakt. En via een ingenieus systeem van voortreffelijke luidsprekertjes wordt die zoektocht door zo’n boeiend leven altijd ondersteund door de muziekjes die er op dat moment toe doen.Ik zag bij de uitgang warempel een kind van vijf een dansje doen en tegelijk tegen zijn opa zeggen: “Papy, j’adore cette musique”.Slim kind.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234