Zaterdag 25/06/2022

InterviewMitski

Mitski Miyawaki (31): ‘Mensen met psychologische problemen bleven me om hulp vragen, dus stopte ik met fanmail te lezen’

null Beeld Ebru Yildiz
Beeld Ebru Yildiz

Als één muzikant de spreidstand tussen indie en mainstream heeft geperfectioneerd, dan wel Mitski Miyawaki (31), kortweg Mitski. Iggy Pop noemde haar één van de getalenteerdste songschrijvers van dit moment, op TikTok vindt een legioen mensen het beregrappig om hard weg te rennen van iets of iemand op de tonen van haar song ‘Nobody’. Ook haar nieuwe plaat Laurel Hell mag u een meesterproef in catchy popsongs voor introverten noemen.

Katia Vlerick

Eerst een snelcursus Mitski. Als dochter van een Japanse moeder en een Amerikaanse vader met een job bij de Amerikaanse overheid kreeg ze als kind een voorproefje van wat het is om onafgebroken op tournee te zijn. Het gezin woonde in Japan, Tsjechië, Maleisië, Congo, Turkije én de oer-Amerikaanse staten Alabama en Virginia. Maar het was in New York, aan de universiteit en in de undergroundclubs, dat Mitski zich zo’n tien jaar geleden ontpopte tot singer-songwriter en performer. Gestaag, via veel doe-het-zelf-tours en internethitsingles als ‘Your Best American Girl’ en ‘Me and My Husband’, werd ze een cultster. De voorlopige kers op de taart: haar vorige plaat, Be the Cowboy, schopte het in 2018 tot plaat van het jaar bij de collega’s van het sympathieke Amerikaanse parochieblaadje Pitchfork.

Je bent opgegroeid met de millennialpop van Christina Aguilera, Britney Spears en *NSYNC, maar Laurel Hell doet vaak denken aan de soundtrack van de jaren 80-dansfilm Flashdance: wat trekt je zo aan in de muziek van een decennium dat je zelf niet hebt meegemaakt?

Laurel Hell is opgenomen tussen mei 2020 en mei 2021, een tijd waarin we veel binnen moesten zitten en waarin de onzekerheid en de chaos groot waren. Ik wilde me, denk ik nu, terugtrekken in een tijdperk dat allesbehalve moeilijk en deprimerend was. De jaren 80 waren toch zowat het laatste decennium waarin alles kon? Ik vond het heerlijk om me te wentelen in de pure fun en decadentie van de pop van toen.”

Wat is voor jou typische jarentachtigpop?

“‘Let’s Dance’ van David Bowie. De Blade Runner-soundtrack van Vangelis, met die dramatische synths. Of de popfunk van Hall & Oates, die met songs als ‘Rich Girl’ en ‘I Can’t Go for That’ alléén hadden kunnen bestaan in de jaren 80. Komaan, die kleffe drumsound! (lacht) En zelfs al is hij niet echt een eightiesnaam: Giorgio Moroder. Met zijn synthesizerexperimenten legde hij de basis voor de dansmuziek van die tijd.”

In The Confidential Show, zijn radioshow op BBC 6, noemde Iggy Pop jou ‘de meest vooruitstrevende Amerikaanse songschrijver die ik ken’. Heb jij ook iets met zijn muziek?

“Het voelt nog altijd onwerkelijk dat hij dat heeft gezegd. Ik heb Iggy pas ontdekt aan de universiteit. Tot dan luisterde ik vooral naar pop, maar in New York was iedereen in mijn omgeving punk. Voor hen was Iggy een halfgod.

“Het dichtst dat ik al bij hem ben gekomen, was op een festival: dankzij mijn artiestenpasje kon ik zijn show vanaf de zijkant van het podium volgen. Dat hij nog de energie heeft om te stagediven! Ik zou dat nu al niet meer durven. (lacht)

In de DIY-scene van New York heb je je eerste stappen als professioneel muzikant gezet. Met welk doel?

“Mezelf voeden en de huur kunnen betalen met mijn muziek. Aan de universiteit zag ik allemaal mensen die alles zelf aan het doen waren: muziek maken, shows organiseren. Dat deed me beseffen dat ik helemaal geen platenfirma nodig had. Voor ik het goed en wel doorhad, rolde ik in de professionele muziekmachine: je begint met shows voor dertig mensen, dan merkt een organisator je op en boekt hij je voor honderd man, enzovoort.

“Jarenlang heb ik me op tournee geen hotels kunnen veroorloven. Ik sliep bij mensen op de vloer, of in mijn busje op de parking van de plaatselijke supermarkt. De dag dat ik me een hotel kon permitteren – het was alsof er een mirakel gebeurd was.”

Door je vaders werk heb je al vroeg de wereld gezien: als kind woonde je in Japan, Tsjechië, Maleisië, Congo, Turkije… Heb je ook muzikale herinneringen aan die plekken?

“Zodra ik kon, ben ik piano beginnen te spelen. Op mijn manier, weliswaar: meer dan een paar lessen heb ik nooit gehad. Op een ochtend in Ankara – ik was al een tiener – kwam ik thuis na een nachtje stappen. Ik voelde me waardeloos en dacht halfdronken: oké, Mitski, je gaat veel uit, maar wat beréík je daarmee? Nadat ik een tijdje voor me uit had gestaard, is uit dat gevoel mijn allereerste song ontstaan. In het licht van de opkomende zon. Ineens kreeg ik weer hoop. Het was een magisch, euforisch moment.”

Wat later gingen je ouders weer in de Verenigde Staten wonen. Op een schoolfeest in Virginia heb je ‘I Will Always Love You’ gecoverd, in de versie van Whitney Houston. Met permissie: waarom uitgerekend die affreuze versie van Dolly Partons fragiele origineel?

“In Virginia lukte het me maar niet om vrienden te maken. Toen ik naar een lied voor dat schoolfeest zocht, had ik zo’n lekker dramatische scène voor ogen, geplukt uit zo’n tienerfilm waarin het nerdy meisje op het podium verschijnt en wraak neemt op de populaire bende die haar altijd links laat liggen in de eetzaal. Ik móést een bombastische performance geven die iedereen omver zou blazen. Whitneys versie van ‘I Will Always Love You’ leek me geknipt: ik zou mijn mond openen en tada! Het draaide anders uit. Heel de zaal keek me aan met een blik van: wie ís dat mens?

“Erna waren er wel veel mensen nieuwsgierig naar me, maar als attractie. (stil) Niet omdat ze om me gaven.”

null Beeld Ebru Yildiz
Beeld Ebru Yildiz

Klopt het cliché dat kinderen die vaak verhuizen zich niet hechten aan nieuwe vrienden en omgevingen?

“In mijn geval wel. Ik wist altijd dat ik maar een jaartje zou blijven, en dus deed ik geen moeite om veel vrienden te maken. Uit pure zelfbescherming: ik wist dat ik iedereen toch weer zou moeten achterlaten.”

Je lijkt me een artiest die veel fanmail krijgt. In ‘Your Best American Girl’, bijvoorbeeld, zing je hoe je vooral níét zo’n op-en-top Amerikaanse cheerleader bent: daarmee steek je veel jonge mensen ongetwijfeld een hart onder de riem.

“Ik heb de voorbije jaren zóveel persoonlijke reacties van volslagen onbekenden gekregen dat ik heb moeten beslissen om ze niet meer te lezen. Het begon me te beklemmen, zeker toen ook almaar meer mensen met psychische problemen me om hulp vroegen. Ik moest een grens trekken.”

Ooit heb je zelf geschreven naar Phoebe Bridgers, nadat zij haar platencontract had getekend. Wat stond er in die brief, als ik mag vragen?

“Dat ze op me kon rekenen als ze ooit iemand nodig had om te praten over het performersbestaan. Dat kan je behoorlijk isoleren, zeker als vrouw. Op en naast het podium kom je op tournee toch vooral mannen tegen.”

Je grote doorbraakplaat was Be the Cowboy uit 2018. Alludeerde die titel op het vrijbuitersleven dat je daarvoor had geleid?

“Toen ik die plaat maakte, was in hotels overnachten nog een verre droom. Om mezelf op tournee te beschermen, moest ik een pantser creëren. Be the Cowboy projecteerde dat imago: de cowboy die zijn hoed opzet, zijn revolver in de holster steekt en met de benen gespreid gaat staan.”

Door de coronacrisis is de voorbije twee jaar van toeren weinig in huis gekomen: kon je dat pantser ook daardoor gemakkelijker afleggen?

“Ik ben door al dat thuiszitten absoluut zachtaardiger geworden, ja. Dat heeft de nieuwe songs beïnvloed. Laurel Hell is mijn eerlijkste plaat geworden. Ik speel niet meer met imago’s.

“Ik was sowieso van plan eind 2019 een tijd rust te nemen, alleen is dat dus een lánge break geworden. Nadat Be the Cowboy was uitgekomen, besefte ik dat ik langzaam maar zeker gestopt was met songschrijven. Ik had er gewoon geen tijd meer voor, was een zakenvrouw geworden. Altijd onderweg! Alles om de muziek te promoten! Mijn artiestenhart was aan het sterven. Ik moest die businessknop zo snel mogelijk weer omdraaien.”

Adrianne Lenker van Big Thief zei me onomwonden dat ze pas door het verplichte thuiszitten heeft beseft hoezeer ze zichzelf jarenlang heeft uitgewrongen ten dienste van de muziekindustrie, op het ongezonde af.

Same here. Adrianne en ik behoren tot dezelfde generatie muzikanten: we zijn grootgebracht met het idee dat je moet lijden voor je kunst en alles moet geven voor je fans, dat is onze punkattitude. Maar vandaag dicteert de muziekindustrie dat we ons te pletter toeren – anders wordt er niks verdiend. Voeg die twee vaststellingen samen, en je hebt een gevaarlijke cocktail.

“Toen de pandemie begon, raakten veel mensen in paniek: ‘We hebben geen sociaal contact meer!’ Ik voelde me opperbest, zozeer zelfs dat ik dacht: euh, is er misschien iets mis met me? (lacht) Tja, ik was één van die gelukzakken die geen essentieel beroep hadden, die konden pauzeren en reflecteren. Ik zat ook meteen weer te schrijven, alsof het er ineens allemaal uit moest. Laurel Hell is razendsnel gemaakt.”

In de vooruitgeschoven single ‘Working for the Knife’ zing je eerst ‘I’m working for the knife’, dan ‘I’m living for the knife’ en uiteindelijk ‘I’m dying for the knife’. Vanwaar dat mes?

“Die song is mijn kritiek op het kapitalisme. Het mes vond ik een goede metafoor voor die grote, meedogenloze machinerie waarin de werkmens zich bevindt. Als kind heb je dromen, je denkt dat de wereld fantastisch is. En dan word je volwassen, voeg je je bij de werkende klasse en besef je dat je wordt gestuurd door allerlei instanties die niet inzitten met je welzijn. Ze willen gewoon dat je werkt – tot je het loodje legt.”

Enkele jaren geleden ben je in Nashville gaan wonen – en toch: geen spatje country te horen op Laurel Hell.

(lacht) Voor mij is Nashville in de eerste plaats een goedkopere plek om te wonen dan New York of Los Angeles. Het leek me ook de uitgelezen plek om tijdens die pauze waarover ik daarnet sprak bij te klussen als sessiemuzikant of coauteur.

“Een countryfan ben ik er niet geworden, maar de werk-ethiek in de muziekstudio’s lag me wel. In L.A. begint een schrijfsessie pas om twee uur ’s middags, en vaak is het dan één langgerekte koffiepauze waarin geen klap wordt uitgevoerd – tot het plots middernacht is en de drugs en drank worden bovengehaald. In Nashville dicteert de studio-etiquette dat je begint om negen uur ’s ochtends, en iedereen wil maar één ding: de klus klaren. Om vijf uur gaat iedereen naar huis, naar zijn gezin. Daar kunnen veel artistiekelingen in L.A. of New York een voorbeeld aan nemen.”

In de video bij de nieuwe song ‘The Only Heartbreaker’ wandel je rond in een bos. Alles wat je aanraakt, vat vuur. Uiteindelijk verwoest je – tot je eigen afgrijzen – de hele wereld. Waarom zet je jezelf neer als zo’n godzilla-achtige figuur?

“Toen ik die song schreef, wilde ik nagaan waarom ik in een relatie altijd degene ben die de fouten maakt. In de video zie je iemand die niet in staat is om te stoppen met vernielen. Ze wil van die destructieve kant weglopen, maar het lukt niet.

“Maar er zit een tweede betekenislaag in: misschien dénk ik gewoon dat ik de schuldige ben. Misschien ben ik gewoon degene die zichzelf het meest blootstelt. Die ook haar lelijkheid durft te tonen. Een verlossend inzicht, niet?”

Laurel Hell van Mitski is uit bij Dead Oceans.

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234